Meer specifiek vraag ging de vraag over uitleg over wat ik bedoel met de uitspraak op mijn website, die stelt dat “Het probleem van deeltjes die elkaar berichten sturen sneller dan het licht is hierbij geëlimineerd door de benadering van SED (Stochastische Elektrodynamica).”

Laat ik het zo uitleggen: Wat we zien is dat twee subatomaire deeltjes of fotonen met elkaar verbonden kunnen zijn in een of ander fysiek systeem ofwel kunnen worden ‘entangled’ (verstrengeld). Dat betekent dat die deeltjes, vanwege het binnen zo’n systeem bestaan, complementaire fysieke eigenschappen hebben, zoals spin of polarisatie. Dit ontstaat bijvoorbeeld omdat binnen een atoom twee elektronen in dezelfde baan tegengestelde spin moeten hebben. Als de ene een spin heeft van +½, dan heeft de andere een spin van -½ binnen dat systeem of die configuratie. Als deze deeltjes vervolgens van het originele systeem losraken en hun eigen wegen gaan, dan kun je bijvoorbeeld na enige tijd een meting doen als ze ver uit elkaar zijn geraakt. Als één deeltje wordt gemeten, zal blijken dat het andere deeltje altijd de complementaire eigenschappen heeft ongeacht de afstand en ongeacht het tijdsverschil.

QED (Kwantum Elektrodynamica)-natuurkundigen zeggen dat dit komt omdat die deeltjes elkaar sneller dan het licht signaleren. Maar de rechttoe-rechtaan (niet-QED) verwachting is dat dit altijd het geval zal zijn, omdat die deeltjes een keer ‘entangled’ geweest zijn, en dus zal het ene deeltje altijd complementaire eigenschappen blijven behouden ten opzichte van het andere, waar ze ook heen gaan. Dit was in feite ook de positie van Einstein, Podolsky en Rosen (EPR) in hun publicatie in 1935. Zoals ik in al eerder heb aangehaald:

Ze stelden in hun EPR-publicatie dat de verstrengelde (‘entangled’) deeltjes werkelijk deze overeenkomstige eigenschappen al hadden voordat ze geobserveerd werden. Deze werkelijke eigenschappen bepaalden al de uitkomsten van de betreffende waarnemingen. Einstein had geen probleem met aan te nemen dat de ‘entangled’ eigenschappen van die deeltjes in verschillende plaatsen met elkaar gecorreleerd waren. (…) Dit betekende dat elk deeltje al de noodzakelijke informatie bevatte, en er niets van het ene naar het andere deeltje overgedragen moest worden ten tijde van de meting.

Wat Einstein niet kon accepteren was, dat een ingreep of waarneming op één plaats onmiddellijk zaken kon beïnvloeden op de andere plaats op geruime afstand, zoals QED-natuurkundigen beweerden. Maar als je de situatie bekijkt met je gezonde verstand, zoals we hierboven hebben gedaan, dan wordt de ‘spooky action at a distance’ zoals Einstein het noemde, en die door QED-natuurkundigen werd vereist, compleet overbodig. De reden is dat de deeltjes of fotonen deze complementaire eigenschappen hadden bewaard vanaf hun situatie van ‘entanglement’, waarheen ze ook gingen. Dus, meting van het ene beïnvloedde niet het andere maar bevestigde alleen dat de complementariteit bleef gehandhaafd over afstand en tijd.

Maar volgens de QED-natuurkundigen betekent het Heisenberg Onzekerheids-Principe (HUP) dat alles onzeker is tot op het moment van waarneming. Daarom moeten, op grond van de QED-opvatting van de HUP, de ‘entangled’ deeltjes of fotonen eigenschappen hebben die volledig onzeker zijn tot op het moment van waarneming. Hier ontstaan nu alle problemen – vanuit het rigide toepassen van de HUP in de QED-natuurkunde. Einsteins positie van gezond verstand veroorzaakte heel wat discussie, maar Bell verwierp in zijn publicatie in 1964 deze gezond-verstand EPR benadering, omdat die de HUP negeerde. En sinds dat moment is deze Bell ongelijkheid (unequality) – zoals het genoemd wordt – gebruikt om de gezond-verstand benadering af te wijzen, en ze wordt doorgaans gezien als het laatste woord over dit onder-werp.

Echter, sinds de opkomst van de SED-natuurkunde in de 1960- en 1970-er jaren, en de be-kende actie van het ZPF (Nulpunts Veld) dat de Heisenberg onzekerheid veroorzaakt, is de situatie veranderd. Bell overwoog in zijn publicatie niet de actie van het reële ZPF in zijn kri-tiek op EPR. En dus staat zijn publicatie nu zelf open voor kritiek. SED-natuurkunde erkent de HUP, maar dan zo dat de ‘entangled’ deeltjes alleen maar onzekerheid hebben vanwege het aanstoten door de ZPE (Nulpunts Energie), NIET vanwege een of ander inherente en vreem-de eigenschap van de subatomaire materie, waarin het in alle mogelijke toestanden tegelij-kertijd bestaat. Dus als het EPR gezond-verstand voorstel de door ZPE veroorzaakte onzeker-heid had opgenomen, dan is Bell’s kritiek niet langer geldig, en kan de gezond-verstand aan-pak zich handhaven. Daarom kunnen we zeggen: “Het probleem van deeltjes die elkaar over lange afstanden beïnvloeden met een snelheid groter dan die van het licht, is hierbij geëli-mineerd door de SED-aanpak.”
Dus, om het ronduit te zeggen: de reden is dat wanneer ze eenmaal ‘entangled’ zijn, behouden deeltjesparen hun complementaire eigenschappen (in plaats van tegelijkertijd in alle mogelijke toestanden te zijn, zoals QED-natuurkunde vereist vanwege de HUP). Dus als een meting wordt gedaan aan één deeltje, toont het andere deeltje altijd de complementaire eigenschappen, onafhankelijk van wanneer de meting gedaan wordt. Er is geen communica-tie tussen de deeltjes nodig, zij het langzamer of sneller dan licht, want de deeltjes hebben altijd hun complementaire eigenschappen behouden vanaf het moment van ‘entanglement’. Er is geen noodzaak voor de ‘collapse’ van een deeltje naar/in een groep van fysieke para-meters vanuit de schemertoestand van de onzekerheid, door het uitvoeren van een meting. Ook is er geen noodzaak voor dat deeltje om zijn partner te laten weten dat hij moet over-gaan in de complementaire set van parameters. Dus in de SED-benadering is de situatie ver-helderd door het gebruik van de bekende actie van de ZPE – die aangeeft wat er bedoeld wordt met ‘onzekerheid’ – en er is aangetoond dat de ‘communicatie sneller-dan-licht’ opvatting incorrect is.

Ik hoop dat dit wat verduidelijkt.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen van de website setterfield.org. Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Barry Setterfield

Written by

It is never good science to ignore anomalous data or to eliminate a conclusion because of some presupposition. Sir Henry Dale, one-time President of the Royal Society of London, made an important comment in his retirement speech: "Science should not tolerate any lapse of precision, or neglect any anomaly, but give Nature's answers to the world humbly and with courage." To do so may not place one in the mainstream of modern science, but at least we will be searching for truth and moving ahead rather than maintaining the scientific status quo.