‘En Van den Brink bracht voort…’

by | jul 4, 2017 | Biologie, Onderwijs, Recensie, Theologie

In zijn nieuwe boek probeert Gijsbert van den Brink de evolutietheorie rijmen met het christelijk geloof. Die poging is natuurlijk gedoemd te falen.

De titel van het boek zegt al wat er gaat gebeuren: Bijbelteksten worden uit hun context gerukt om de evolutietheorie te accommoderen. De aarde bracht voort (Genesis 1:12, 24). Daar zit toch een vorm van evolutie in opgesloten? Zonder onszelf te verliezen in een woordstudie van het Hebreeuws: nee. Het Hebreeuwse woord yatsa’ (יָצָא) betekent ‘naar buiten komen, tevoorschijn komen, uitgaan, vertrekken’. En hoewel yatsa’ maar tweemaal in Genesis 1 staat, staat daar tien keer ‘naar zijn/haar soort’ (‘aard’ in de Statenvertaling). In elk vers met yatsa’ staat twee keer min (מִין), soort. Dat woord alleen al sluit evolutie uit: alles brengt alleen maar voort ‘naar zijn soort’. Er is dus geen verandering van de ene ‘aard’ in de andere.

Zuivere intenties

In zijn boek schetst Van den Brink redelijk goed het probleem waar het om draait. Er zijn (in zijn ogen schijnbaar) onverenigbare tegenstrijdigheden tussen de evolutietheorie en de Bijbel. Zijn intenties zijn zuiver. Hij wil christenen die met hun geloof in de knoop komen doordat ze over evolutie horen een oplossing aanreiken, net als Cees Dekker met Topnerd Tycho beoogde.1 De aanpak is echter helemaal verkeerd. Door de evolutietheorie serieus te nemen kom je in grote problemen met de Bijbel, zoals ook blijkt uit het boek.

Bijbel ondergeschikt

Bewust of onbewust stelt Van den Brink de Bijbel onder de wetenschap, als het gaat om de schepping althans. Want over de kern van het christelijk geloof zegt hij:

[Jezus Christus bleef] ook tijdens zijn incarnatie ‘volkomen en waarachtig God’. Het christelijk geloof draait van begin tot eind om deze persoon van Jezus Christus aan wie het zijn naam ontleend. (p. 21)

Amen! Jezus is dus volgens Van den Brink God Zelf, Die naar de aarde kwam. Maar dat kan toch niet, volgens de wetenschap? God kan niet naar de aarde komen, dat is niet wetenschappelijk. Mensen kunnen niet uit de dood opstaan, of over water lopen. Dat is allemaal even onwetenschappelijk als een zesdaagse schepping. En als Jezus echt ‘volkomen en waarachtig God’ is, waarom zou je Hem dan niet geloven als Hij spreekt over de schepping?2 Van den Brink is dus nogal selectief als het op het volgen van de wetenschap aankomt. Wees dan consistent en volg de wetenschap in alles. Of nog beter – stel de Bijbel waar hij hoort: boven de wetenschap.3

Onbevangen bronnen?

Meerdere keren schrijft Van den Brink dat hij ‘zo onbevangen mogelijk’ naar de evolutietheorie wil kijken. Een mens kan niet onbevangen zijn. Elk mens heeft zijn eigen vooronderstellingen. Van een onbevangen kijk is geen sprake. En dat blijkt ook wel uit de bronnen die Van den Brink raadpleegt. De meeste werken die hij citeert over de kwestie schepping/evolutie zijn van theïstisch evolutionisten uit het ForumC-kamp, zoals Cees Dekker, Ab Flipse en René Fransen. Zijn mening over creationisten baseert Van den Brink schijnbaar voornamelijk op twee bronnen: 40 questions, waarin een creationist en een theïstisch evolutionist met elkaar in gesprek gaan, en The Creationists van (evolutionist) Ronald Numbers. Een sprekend voorbeeld is noot 14 van hoofdstuk 4 (p. 115): Zie voor korte beschrijvingen van de hiaattheorie en andere varianten van het creationisme René Franssen, Gevormd uit sterrenstof. Van den Brink citeert geen creationistisch werk jonger dan 20 jaar, met uitzondering van Coming to grips with Genesis dat hij laat buikspreken.

Het boek der natuur

In zijn boek beschrijft Van den Brink regelmatig hoe theologen in de afgelopen 150 jaar tegen de evolutietheorie aankeken. Persoonlijk vind ik de mening van dode theologen ondergeschikt aan wat de levende God zegt.4 Hierbij behandelt Van den Brink uiteraard ook artikel 2 van de Nederlandse geloofsbelijdenis5, waarin staat dat we God kunnen kennen door de natuur (gebaseerd op Romeinen 1:206), maar nog meer door de Bijbel. Terecht stelt Van den Brink:

Het blijkt dus dat we in het hart van de christelijk-theologische traditie een positieve houding aantreffen tegenover de natuurlijke werkelijkheid en de bestudering daarvan – en in het verlengde hiervan tegenover wetenschappelijk onderzoek. (p. 80)

Het ‘boek van de natuur’, om die frase maar te blijven gebruiken, kan ons veel over God leren. Maar dat boek moet wel gelezen worden, net als de Bijbel. Van den Brink laat zich klaarblijkelijk niet de Bijbel voorlezen door (atheïstische!) wetenschappers als het over Jezus gaat. Waarom laat hij zich dan wel het boek van de natuur voorlezen door atheïsten?

Valse analogie

En de aarde bracht voort staat vol valse analogieën: vergelijkingen die niet opgaan. Zo doet Van den Brink alsof de kwestie schepping of evolutie van gelijk niveau is als de vraag rondom het geocentrisch wereldbeeld. De Bijbel leert niet dat de zon om de aarde draait, dat dacht men omdat de filosofieën van Aristoteles werden toegevoegd aan de kerkelijke leer. Daarbij, de teksten die je als zodanig kunt interpreteren komen uit de poëtische boeken. Genesis is proza. Dat is dus appels met peren vergelijken. Een theoloog van formaat als Van den Brink zou beter moeten weten.

Twee waarheden

Van den Brink pleit ervoor de wetenschappelijke ‘waarheid’ van evolutie los te zien van de Bijbelse waarheid: de Bijbel vertelt over het waarom van de schepping, en de wetenschap mag het ‘hoe’ uitzoeken. Hiermee wordt de Bijbel gereduceerd tot een boek dat losstaat van de realiteit. Maar is dat wel terecht? Jezus zegt immers in Johannes 3:12: Als Ik aardse dingen tegen u zei en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik hemelse dingen tegen u zeg? Als we de Bijbel niet meer kunnen vertrouwen over aardse zaken als de schepping, waarom dan wel over hemelse zaken als verlossing en eeuwig leven?

Heldere problemen, wazige antwoorden

De kern van het boek behandelt de problemen die opkomen bij het mengen van Bijbel en evolutionisme. Van den Brink besteedt veel woorden om weinig nieuws te zeggen. De antwoorden die hij geeft zijn veelzeggend. Hoe kan een goede God toestaan dat er miljoenen jaren van lijden en zijn geweest? (H. 5) Van den Brink (geparafraseerd) (hierna VdB): Omdat ‘goed’ in Genesis 1 niet ‘goed’ betekent, maar ‘geschikt’ (‘goed genoeg’). Lijden past dus bij die ‘goede schepping’. WaaromSchepping’s reactie (hierna WS): Wat hierbij opvalt is dat Van den Brink naar Genesis 1 kijkt door de bril van een reeds gevallen wereld. Dat geeft een vertekend beeld.

Is de geëvolueerde mens ‘naar Gods beeld’? (H. 6) VdB: Vanwege zaken als kunst en religie zijn mensen ‘unieker’ dan dieren, maar dat zou je niet concluderen op basis van biologie. WS: Van den Brink voegt hierbij geestelijke eigenschappen toe aan de evolutietheorie. Evolutie kan het ontstaan van dit soort eigenschappen niet verklaren. Daar is God voor nodig. Maar waarom dan niet gewoon volgen wat God Zelf zegt?7

Hoe zit het met Adam, de zondeval, erfzonde en verlossing? (H. 7) VdB: ‘Adam en Eva’ waren een groep van ongeveer 10.000 mensen die zo’n 45.000 jaar geleden Gods beeld ontvingen en voor Hem konden leven, maar het niet deden. WS: Terecht merkt Van den Brink op dat de zondeval een essentieel onderdeel is van de heilsgeschiedenis. Maar die zondeval interpreteert hij heel losjes. Het was niet bij Adam en Eva, zoals de Bijbel leert. De evolutietheorie laat echter geen ruimte voor Goddelijk ingrijpen. Er zit geen verschil tussen Van den Brinks vermeende mensengroep en hun voorouders. Hij vergelijkt het met het uitkiezen van Abram en Saraï in Genesis 12.8 Maar waarom staat het dan zo omslachtig in de Bijbel? Het uitkiezen van ‘Adam’ had net zo goed op een soortgelijke manier opgeschreven kunnen worden in Genesis 1-3. Van den Brink moet de gangbare lezing van de Bijbel verdraaien en verkrachten om bij zijn theïstisch evolutionisme uit te komen.

Hoe zit het met evolutionair ‘toeval’ en Gods voorzienigheid? (H. 8) VdB: Toeval vind je vooral op de kleine schaal, maar het overkoepelende proces wordt door God geleid. Convergente evolutie duidt daar ook op. WS: Natuurlijke selectie is niet perse anti-Bijbels. Die selectie is er. Maar natuurlijke selectie leidt niet tot nieuwe eigenschappen, ze kan alleen maar selecteren wat er al was. De nieuwe eigenschappen zouden voortkomen uit tal van mutaties. Dat deze meestal destructief zijn (genen kapotmaken, niet nieuwe genen maken) heeft Van den Brink blijkbaar niet ingezien.
En dan doet hij iets leuks: hij pakt een evolutionair probleem bij de haren en schrijft dat toe aan God. Evolutionisten geloven namelijk dat alle organismen netjes gegroepeerd kunnen worden in een ‘levensboom’. Maar soms ontstaan eigenschappen in die levensboom meerdere malen, onafhankelijk van elkaar (zoals echolocatie bij dolfijnen en vleermuizen, of de snavel bij vogels, papegaaivissen en de Gigantoraptor). Dan spreken evolutionisten van ‘convergentie’. Van den Brink schrijft dat toe aan Gods voorzienigheid. Het gevaar hierbij is dat wanneer evolutionisten met een andere theorie komen dan convergentie, Van den Brink zich hierbij ineens niet meer op God kan beroepen. Van den Brink gebruikt hier feitelijk een god-van-de-gaten, iets wat hij eerder sterk veroordeelt (p. 59).

Is evolutie verenigbaar met moraliteit en waar komt religie vandaan? (H. 9) VdB: Je moet de gevolgen van sociaal darwinisme, inclusief de holocaust, los zien van de evolutietheorie. De oorsprong van religie heeft geen goede evolutionaire verklaring. Wetenschap kan nooit bewijzen dat God niet bestaat. WS: Zonder evolutietheorie geen sociaal darwinisme. Als je mensen maar vaak genoeg vertelt dat ze een uit de boom gevallen aap zijn, gaan ze zich ook zo gedragen. De acceptatie van evolutie heeft daar een direct verband mee. Terecht stelt Van den Brink dat wetenschap z’n beperkingen heeft en God niet kan wegverklaren. Van den Brink schrijft dat God heeft zich door de geschiedenis heen aan mensen geopenbaard. Daarvoor doet hij een beroep op de Bijbel. Hier zien we weer de twee gezichten om de hoek kijken: aan de ene kant het geloof in de Bijbel, aan de andere kant het geloof in evolutie.

Wat bij al deze hoofdstukken opvalt is een frase als dat ‘een christen hier zich geen zorgen over hoeft te maken’ over evolutie. Zo van: accepteer het maar. Alles komt goed. Je zult je geloof niet verliezen. De praktijk wijst anders uit.

Aan de vruchten herkent men de boom

De titel van deze recensie is meer dan een zinspeling op ‘En de aarde bracht voort‘. Het is tegelijk een test. Welke vruchten zal dit boek afwerpen? Ik verwacht dat Van den Brink zal bereiken wat hij betoogt: dat veel christenen die hem als persoon hoog achten de evolutietheorie gaan omarmen, ‘omdat Van den Brink zegt dat het geen probleem is voor mijn geloof’. Wat hij echter gratis en voor niets, maar tegen een ontiegelijk hoge prijs, erbij zal krijgen, is dat hiermee voor deze orthodoxe christenen de eerste stap naar ongeloof is gezet. Want als je God niet meer kunt vertrouwen op bepaalde delen van Zijn Woord, waarom zou je de rest dan nog wel kunnen vertrouwen? Dit boek zal bittere vruchten afwerpen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website WaaromSchepping. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. https://waaromschepping.wordpress.com/2015/10/05/was-het-logboek-maar-geheim-gebleven-recensie/.
  2. http://herzienestatenvertaling.nl/teksten/markus/10/6.
  3. http://herzienestatenvertaling.nl/teksten/spreuken/1/7.
  4. https://waaromschepping.wordpress.com/2016/06/19/bijbelstudie-briefje-uit-de-hemel-ex-2011/.
  5. http://www.online-bijbel.nl/belijdenisgeschrift/nederlandse-geloofsbelijdenis/.
  6. http://herzienestatenvertaling.nl/teksten/romeinen/1/20.
  7. http://herzienestatenvertaling/teksten/exodus/31/17.
  8. http://herzienestatenvertaling.nl/teksten/genesis/12.
M
"

Artikelen

Artikelen