Stel dat u op een verlaten eiland zit, verstoken van enige kennis van de huidige wetenschap, met alleen een Bijbel. Stel, u begint te lezen bij het begin. Zou u dan tot de conclusie komen dat hier verhaald wordt van een langzame, graduele ontwikkeling van het leven die vele miljoenen jaren in beslag heeft genomen? Met ergens helemaal aan het eind van die onvoorstelbaar lange periode het ontstaan van ‘de moderne mens’?

Waarschijnlijk niet. Toch is dit vandaag de dag de lezing die er door vele christenen op na wordt gehouden. Dit komt doordat ‘de wetenschap’ inmiddels zou hebben aangetoond dat het leven is ontstaan uit een toevallige samenloop van omstandigheden, waarna het vanuit een enkele eerste levensvorm is ontwikkeld tot de verscheidenheid aan levensvormen die we nu kennen. Inmiddels zijn er al vele pogingen gedaan om dat wat Genesis 1 vertelt te rijmen met wat veel wetenschappers beweren. Theorieën die bijvoorbeeld een enorm onbesproken gat laten tussen vers 1 en vers 2 van Genesis 1, of die ervan uitgaan dat de scheppingsdagen enorm lange perioden beschrijven. Genesis 1 is volgens velen gewoon een soort mythische of allegorische weergave van onze ontstaansgeschiedenis. Over dit soort theorieën is al het nodige gezegd en geschreven en ik zal er in dit artikel niet verder op ingaan. Waar het mij hier om gaat, is op welke basis veel Christenen het toch overduidelijke scheppingsverhaal in hebben ingeruild voor de beweringen van de evolutiewetenschap, en welke gevolgen dat met zich meebrengt.

kurumgad-251539_1280

Waarom evolutie in plaats van schepping?

Het meest voor de hand liggende argument, is dat de Bijbelschrijvers nog niet op de hoogte waren van hoe de wereld werkelijk in elkaar zit en dat wij inmiddels beter weten. De bewijzen voor evolutie zijn algemeen geaccepteerd en eigenlijk staat het inmiddels wel onomstotelijk vast dat evolutie een feit is. Althans, dat is wat velen nu beweren. Er worden vaak drie lijnen van bewijs voor evolutie aangedragen: de opvallende uniformiteit van het leven, het bouwplan van dieren en de fossielen.1 De vraag is, of dit inderdaad bewijzen zijn voor evolutie en tegen een Schepper. Pas als een Schepper kan worden uitgesloten als mogelijkheid op basis van de waargenomen feiten (niet de aannames die hieruit voortvloeien, maar hierover verderop meer), en slechts evolutie overblijft als mogelijkheid, zou je kunnen redeneren dat er voldoende grond is om de evolutiewetenschap boven het Woord van God te stellen. Een belangrijk punt hierbij is dat wanneer men als evolutiebelijdende wetenschapper kijkt naar de bewijzen voor evolutie, in feite de aanname dat evolutie een feit is al bestaat. Sinds Darwin en zijn voorgangers, zoals zijn grootvader Erasmus Darwin (1731-1802), Benoit de Maillet (1656-1738) en Charles De Secondat Montesqieu (1689-1755), met hun theorieën op de proppen kwamen en in de negentiende eeuw de evolutiegedachte populair werd, is er veel werk verricht in de wetenschap om verder aan te tonen hoe dit proces zich ontwikkeld heeft. Maar de vraag of evolutie überhaupt inderdaad de wijze is waarop al het leven zich ontwikkeld heeft, is eigenlijk niet meer echt aan de orde geweest. Degenen die er hun twijfels bij hebben, worden gewoonweg niet serieus genomen.

In de wetenschap bestaat een principe dat ook wel wordt aangeduid als Ockhams Scheermes: bij verschillende hypothetische mogelijkheden, is de oplossing die de minste aannames behoeft meestal de juiste. Wat als we dit principe toepassen op de keuze tussen de Bijbelse schepping en evolutie? Het is duidelijk dat de levensvormen die we om ons heen zien, en zeker ook ons eigen lichaam, overduidelijke kenmerken van ontwerp vertonen. Alle onderdelen van het lichaam, maar ook de processen in de natuur, zijn op elkaar afgestemd. De voor de hand liggende conclusie zou dan ook zijn, dat er een ontwerper aan het werk geweest is. In de Bijbel wordt duidelijk gemaakt wie deze Ontwerper is. Niet voor niets schrijft Paulus in Romeinen 1 vers 20: ‘Want de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien, namelijk én Zijn eeuwige kracht én Zijn goddelijkheid, zodat zij niet te verontschuldigen zijn.’ Hoe verhoudt dit beeld zich tot de genoemde lijnen van bewijs voor evolutie?

De opvallende uniformiteit van het leven

Terug_naar_de_oorsprong

“Bioloog Peter Borger heeft inmiddels duidelijk aangetoond dat natuurlijke selectie een volstrekt incapabel mechanisme is om verantwoordelijk te worden gehouden voor de aangenomen toename in complexiteit van de verschillende levensvormen vanuit een eencellige voorouder.”

Op moleculair niveau komen de verscheidene levensvormen die wij kennen vaak sterk overeen. Aanhangers van de evolutietheorie zien dit vaak als bewijs voor uniforme afstamming. Echter, hoe sluit dit argument een Schepper uit? Alle levensvormen ademen dezelfde zuurstof in, gebruiken dezelfde voedingsstoffen, drinken hetzelfde water, absorberen dezelfde zonnestralen en hebben met dezelfde zwaartekracht en atmosfeer te maken. Het zou dus zeer vreemd zijn als ze heel erg zouden verschillen. Dit heeft niets te maken met uniforme afstamming, dit heeft te maken met het delen van dezelfde planeet als leefomgeving en een gemeenschappelijke Schepper. Dat de Schepper gebruik heeft gemaakt van dezelfde bouwstenen voor alle levensvormen, pleit gewoonweg voor een effectief en efficiënt ontwerp. Redeneren hoe de Schepper te werk zou zijn gegaan en hoe niet, impliceert kennis van Gods denkwijze. Als we die al ergens aan zouden kunnen ontleden, is het de Bijbel. Als we uitgaan van een gemeenschappelijke voorouder, heeft deze zich ontwikkeld tot complexere levensvormen die zich vertakt hebben onder druk van verschillende leefomstandigheden via een proces van toevallige mutaties in combinatie met natuurlijke selectie. Dat Darwin uitging van natuurlijke selectie als drijvende kracht is enigszins begrijpelijk, want in zijn tijd was de kennis van de biologie op moleculair niveau onvergelijkbaar met die van nu. Bioloog Peter Borger heeft inmiddels duidelijk aangetoond dat natuurlijke selectie een volstrekt incapabel mechanisme is om verantwoordelijk te worden gehouden voor de aangenomen toename in complexiteit van de verschillende levensvormen vanuit een eencellige voorouder.2 Het woord selectie impliceert ook dat er iets moet zijn om uit te selecteren. Vandaar dat de grote vraag is: waar kwam de oorspronkelijke informatie die codeert voor alle levensfuncties vandaan? Hier is vanuit de evolutiewetenschap geen goed antwoord op. Er zijn uiteraard de nodige hypothesen, maar de feitelijke waarneming is dat een ‘toename’ van functies van een organisme altijd gepaard gaat met vervorming of afbraak van het genetische materiaal van het organisme.3

Volgens het artikel 29+ Evidences for Macroevolution van biochemicus Douglas Theobald4 is het mogelijk een objectieve structuur te bepalen van geneste hiërarchieën op basis van het uitgangspunt van een gemeenschappelijke voorouder van alle levensvormen. Theobald redeneert dat, hoewel het mogelijk is van allerhande zaken geneste hiërarchieën samen te stellen, de enige bekende processen die specifiek unieke, geneste, hiërarchische patronen genereren, vertakkende evolutionaire processen zijn. Hij schrijft: ‘Gebaseerd op gedeelde afgeleide karakteristieken, kunnen nauw verwante organismen in één groep geplaatst worden (zoals een klasse), verschillende klassen kunnen worden gegroepeerd in één familie, verschillende families kunnen gegroepeerd worden in een orde, enzovoort.’ Dit idee komt sterk overeen met de taxonomie van de creationistische wetenschapper Carolus Linnaeus (1707-1778) en is dus geen evolutionistische voorspelling. Theobald hecht waarde aan de falsificeerbaarheid van zijn bewering: ‘Als het onmogelijk of zeer problematisch zou zijn om soorten in een objectief genest classificatieschema te plaatsen (…), zou macro-evolutie op doeltreffende wijze weerlegd worden.’5 Met andere woorden, vinden we een diersoort die zich niet in het fylogenetische vertakkingsmodel laat plaatsen zonder concessies te doen of arbitrair te werk te gaan, dan is macro-evolutie (laat ik de term voor het gemak even van Theobald overnemen) als theorie weerlegd. Een boude uitspraak. Helaas voor Dr. Theobald zijn er diverse ontdekkingen gedaan die zijn verhaal falsificeren. Enkele recente voorbeelden uit de seculiere evolutiewetenschap:

GalloperdixBicalcarataLegge.wikipedia

“Polyplectron en Galloperdix, een geslacht dat niet eerder gesuggereerd werd gerelateerd te zijn aan enige ooggetekende taxon, waren inderdaad zustergeslachten.”

  • Uit een wetenschappelijk artikel over spinnen van Cell: ‘Ondanks ecologische, biomedische en biomateriële importantie, blijven relaties tussen grote lijnen van afstamming van spinnen onopgelost of armoedig ondersteund.’6
  • Uit een ander wetenschappelijk artikel over spinnen van Nature: ‘De nieuwe studies gooien een decennia oud dogma overhoop, door aan te tonen dat spinnen die ronde webben weven niet allemaal nauw verwant zijn, met sommige soorten nauwer verwant aan soorten die hun prooi op andere wijze vangen.’7 Waarom zouden spinnen het weven van webben opgeven? Hierover zegt Matjaž Kunter, Slovenisch evolutionair bioloog in hetzelfde artikel: ‘Evolutie is onvoorspelbaar.’
  • Uit een wetenschappelijk artikel over pauwenveren van The Royal Society: ‘De drie geslachten met oogtekeningen vormden een sterk ondersteunde clade, maar elk ooggetekend geslacht was zuster van tenminste één geslacht zonder oogtekeningen. Polyplectron en Galloperdix, een geslacht dat niet eerder gesuggereerd werd gerelateerd te zijn aan enige ooggetekende taxon, waren inderdaad zustergeslachten. De hechte relatie tussen taxa met en zonder oogtekeningen suggereert meerdere toenames of verliezen. Onafhankelijke toenames, wat waarschijnlijk een eerder bestaande vooringenomenheid weerspiegelt voor oogachtige structuren onder vrouwtjes en/of het bestaan van een eenvoudige mutatieroute voor de oorsprong van oogtekeningen, lijkt de meest waarschijnlijke verklaring.’8 Let op de aanname dat oogtekeningen waarschijnlijk meermaals door mutaties zouden zijn ontstaan. Dit is zeer onwaarschijnlijk.9,10,11
  • Uit een wetenschappelijk artikel over insectenvleugels van Nature: ‘Duizenden onafhankelijke overgangen van een gevleugelde vorm naar vleugelloosheid zijn voorgekomen gedurende het traject van insectenevolutie; echter, een evolutionaire omkering van vluchtloosheid naar een volante vorm is nooit duidelijk aangetoond voor enige afstamming van pterygota (gevleugelde insecten, NvR). Een dergelijke omkering wordt hoogst onwaarschijnlijk geacht, omdat complexe interacties tussen zenuwen, spieren, scleriten (harde lichaamsdelen, NvR) en vleugelfolie nodig zijn om vliegen mogelijk te maken. We tonen hier aan dat wandelende takken (orde Phasmatodea) gediversifieerd zijn als vleugelloze insecten en dat vleugels subsidiair zijn afgestamd, wellicht vele malen. Deze resultaten suggereren dat de ontwikkelingsroutes van vleugels geconserveerd zijn in vleugelloze phasmiden, en dat ‘herevolutie’ van vleugels een niet-erkende rol speelt in insectendiversificatie.’12 Ook dit is een twijfelachtige redenering.13

Er zijn zo nog meer voorbeelden, maar het punt dat hiermee wordt aangetoond, is dat er blijkbaar de nodige gevallen zijn waarin het moeilijk, zo niet onmogelijk, is om objectieve geneste hiërarchieën samen te stellen om gemeenschappelijk afstamming te bewijzen. Volgen we de redenering van Dr. Theobald, dan is ‘macro-evolutie’ dus weerlegd. Een tweede punt is dat het samenstellen van dendrogrammen per definitie uitgaat van de vooraanname van gemeenschappelijke afstamming en derhalve altijd arbitrair van aard is. Zoals biologen Reinhard Junker en Siegfried Scherer stellen: ‘Een reconstructie die vrij is van aannamen is ook in de moleculaire systematiek niet mogelijk.’14

Het bouwplan van een dier

Gray793.wikipedia

“Het argument is dat een kortere route veel handiger zou zijn en dat de overeenkomst van deze ‘onhandigheid’ in alle zoogdieren duidt op een gemeenschappelijke afkomst. Echter, er zijn redenen voor deze ‘inefficiëntie’ die zowel onwikkelings- als ontwerpbeperkingen omvatten. Er is hier juist sprake van intelligent ontwerp.”

Hoewel het woord ‘bouwplan’ planning impliceert, zien aanhangers van de evolutietheorie hierin bewijs voor evolutie. De redenering kom hierop neer: de mens vertoont bepaalde overeenkomsten met de bouw die we in dieren waarnemen en deze overeenkomsten wijzen op een gemeenschappelijke afstamming. Was er sprake van een Ontwerper, dan waren bepaalde overeenkomsten een voorbeeld van een ‘slecht ontwerp’, wat de mogelijkheid van een alwetende en omnipotente Schepper uitsluit. Dit principe geldt voor de gehele dierenwereld. Een voorbeeld dat wel wordt aandragen is het vermeende merkwaardige verloop van de strottenhoofdzenuw. De strottenhoofdzenuw (nervus vagus) komt vanuit de hersenen en heeft een aftakking naar het strottenhoofd (nervus laryngealis). ‘De strottenhoofdzenuw loopt vanuit de halsstreek eerst naar beneden, maakt in de borstholte een bocht om de aorta en loopt dan weer omhoog om te eindigen in het strottenhoofd.’15 Volgens de auteurs van het boek Evolutie: wetenschappelijk model of seculier geloof is dit ‘merkwaardige verloop’ toe te schrijven aan ‘ons evolutionaire verleden als vis’. Wat volgt is de uitleg van het verloop van de zenuwen in vissen (die opvallend genoeg kennelijk wel efficiënt ontwerp kennen). Vervolgens baseren zij hun redenering op het aangenomen evolutionaire verloop van vissen, via amfibieën en reptielen, naar de zoogdieren, waaronder de mens. Dit argument wordt ook gebruikt door bijvoorbeeld zoöloog Richard Dawkins.16

Het argument is dat een kortere route veel handiger zou zijn en dat de overeenkomst van deze ‘onhandigheid’ in alle zoogdieren duidt op een gemeenschappelijke afkomst. Echter, er zijn redenen voor deze ‘inefficiëntie’ die zowel onwikkelings- als ontwerpbeperkingen omvatten. Er is hier juist sprake van intelligent ontwerp. Ten eerste, zo geeft embryoloog Erich Blechschmidt aan, is deze omweg noodzakelijk tijdens de embryonale ontwikkeling en dient deze niet te worden geïnterpreteerd als evolutionaire historische overdracht.17 Er is dus een verklaring vanuit de ontogenie die tegenover de verklaring vanuit de fylogenie kan worden gesteld. Ten tweede bedienen de vertakkingen van de terugkerende zenuw verschillende andere organen, met inbegrip van de bovenste slokdarm, de luchtpijp, de inferieure keelholte en de circopharyngeus, en bieden daarmee zowel motorische als sensorische vertakkingen die dit ontwerp nodig hebben.18 Het lijkt er sterk op dat de vertakking van deze zenuw verschillende stemreacties reguleert. Inmiddels is van veel zogenaamde ‘rudimentaire organen’, zoals het wormvormig aanhangsel, het knipvlies, het stuitbeen, hoektanden, het tuberkel van Darwin en het elkaar kruisen van slokdarm en luchtpijp, een functie ontdekt en lijkt er eerder sprake van ontwerp dan van een overblijfsel vanuit een evolutionair verleden.19

De fossielen

Het fossielenbestand wordt vaak opgevoerd als sterk bewijs voor evolutie. Aanhangers van de theorie interpreteren gevonden fossielen als bewijzen voor de graduele ontwikkeling van een gemeenschappelijke voorouder naar alle huidige levensvormen (inclusief inmiddels uitgestorven soorten). Fossielen ontstaan door inbedding van organismen, waardoor de zuurstoftoevoer wordt afgesloten en er geen ontbinding plaatsheeft. Het gaat hier om een plotselinge bedelving van het hele organisme, want anders zouden aaseters en bacteriën hun werk kunnen doen. Charles Darwin (1809-1882) voorspelde in zijn baanbrekende boek On the Origin of Species (1859) dat er een enorme hoeveelheid fossiele overgangsvormen zou worden gevonden: ‘Maar evenwijdig aan de proporties waarin dit proces van uitroeiing op een enorme schaal heeft plaatsgehad, moet het aantal tussenvormen, dat eerder bestaan heeft, werkelijk enorm zijn. Waarom zit dan niet elke geologische kolom of elke laag vol met zulke overgangsvormen? De geologie vertoont zeker geen verfijnde graduele organische ketting; en dit is, wellicht, het meest voor de hand liggende en serieuze bezwaar die kan worden gemaakt tegen de theorie.’20

archeopteryx_artist_impression.wikipedia

“Over veel aangedragen fossielen, zoals Archeopteryx, Pakicetus en Tiktaalik, is al het nodige geschreven vanuit een kritische positie.”

Ruim 150 jaar later zijn tenminste 250.000 fossiele soorten en talloze miljarden exemplaren bekend.21 Hiertussen zit echter slechts een handjevol dubieuze overgangsvormen. In 2001 schreef toonaangevend bioloog Ernst Mayr (1904-2005): ‘Gegeven het feit van evolutie, zou men verwachten dat de fossielen een constante graduele verandering zouden laten zien van voorouderlijke vormen naar afstammelingen. Maar dit is niet wat paleontologen vinden. In plaats daarvan, vindt hij of zij gaten in zo’n beetje elke fyletische reeks.’22 De inmiddels overleden Colin Patterson, paleontoloog (fossielenexpert) van het prestigieuze British Museum of Natural History, stelde, toen iemand hem vroeg waarom er in zijn boek Evolution geen afbeeldingen van overgangsvormen staan: ‘Ik ben het helemaal eens met uw commentaar op het ontbreken van directie illustraties van evolutionaire overgangsvormen. Als ik er enkele kende, fossiel of levend, zou ik ze zeker hebben ingesloten (…). Ik zal open kaart spelen – er is niet één zo’n fossiel waarvoor men een waterdicht argument kan maken.’23 Over veel aangedragen fossielen, zoals Archeopteryx, Pakicetus en Tiktaalik, is al het nodige geschreven vanuit een kritische positie24, en hetzelfde geldt voor de veronderstelde ontwikkeling van een gezamenlijke voorganger met de apen naar de mens25. Het punt is, dat ondanks het gigantische fossielenbestand geen graduele ontwikkelingslijn valt te ontdekken.

Hoe komt men er dan toe toch een dergelijke lijn samen te stellen, zoals die in musea vaak te zien valt? Kort gezegd: door er al bij voorbaat van uit te gaan dat deze lijn bestaat. Verschillende vondsten worden op basis van menselijke interpretatie, een graduele ontwikkeling indachtig, samengesteld. Dat hierbij de wens de vader der gedachte is, tonen twee videofragmenten pijnlijk aan.26,27 Is het werkelijk zo dat elke levensvorm via kleine stapjes ontwikkeld is tot de volgende, dan zou van elk van deze levensvormen theoretisch gesproken een exemplaar gevonden moeten kunnen worden. Wat men echter vindt, is fossielen die aanmerkelijk van elkaar verschillen. Als het fossielenbestand al iets van ontwikkeling toont zijn het grote sprongen, geen kleine stapjes. Bovendien begint het fossielenbestand conform de evolutionaire tijdslijn met een veelvoud aan complexe levensvormen, waarvoor geen goede verklaring is. Ook ontbreken de fossielen van de enorme hoeveelheid mensen die geleefd zouden moeten hebben, net als de talloze zaken als graven die een intelligente mens zou hebben voortgebracht. Dit, in combinatie met het gegeven dat fossielen ontstaan door plotselinge bedelving, correspondeert met de Bijbelse zondvloed, die alle mensen vernietigd heeft en het leven op aarde catastrofale wijze heeft bedolven.

Wanneer, zoals hierboven betoogd, bewijzen in een andere richting duiden dan een graduale evolutionaire ontwikkeling, wordt echter de theorie zelf nooit verworpen. Inmiddels zijn er zoveel kunstgrepen uitgehaald om bewijsvoering weg te redeneren (denk aan zaken als convergente evolutie in verband met homoplasie en punctuated equilibrium (‘onderbroken evenwicht’) als verklaring voor de Cambrische explosie), dat van falsificeerbaarheid geen sprake meer is. De theorie is simpelweg te rekbaar geworden, omdat de basisaanname als dogma staat.

bijbel manuscript

Theologische consequenties

Als we op basis van bovenstaande argumentatie ervoor kiezen het Woord van God te verwerpen op het gebied van onze oorsprong, is dat in principe geen zaak van behoud. Zoals de Bijbel zegt, wordt een ieder die Jezus aanneemt behouden. Wat is dan mijn probleem met theïstische evolutie? Het probleem is, dat door de feilbare wetenschap boven de Bijbelse geschiedschrijving te stellen, men in feite Gods glorie probeert te ondermijnen door zijn scheppingswerk teniet te willen doen. Bovendien zou het impliceren, dat Jezus zelf het bij het verkeerde eind had, wat zijn goddelijkheid ondermijnt, en daarmee de gehele basis voor het christelijke geloof. In Mattheus 19 vers 4 en 5 citeert Jezus uit de scheppingsgeschiedenis van Genesis: ‘En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.’ Zie ook Marcus 10 vers 6 en 7. Verder verwijst Jezus in de Bijbel diverse malen naar Genesis als ontstaansgeschiedenis (zie bijvoorbeeld Mattheus 23:35, Lukas 11:51, Mattheus 24:37-39 en Lukas 17:26-27). Deze uitspraken gaan duidelijk uit van een historische lezing van Genesis.

Ook Paulus, die veelvuldig teruggrijpt op de historische ontstaansgeschiedenis van Genesis, zou het volkomen mis hebben gehad, net als Mozes. Als dit het geval zou zijn, zou het aan goddelijke inspiratie voor de Bijbelschrijvers kennelijk ontbroken hebben. Hiermee worden het gezag en de betrouwbaarheid de Bijbel als geheel tenietgedaan. Ware God werkelijk te werk gegaan door evolutie als mechanisme te gebruiken, dan zou dat betekenen dat er voor de zondeval al miljoenen jaren sprake was van dood en verderf en dat Adam en Eva, en met hen wij allemaal, niet speciaal naar Gods beeld gecreëerd zijn, maar slechts het product zijn van toeval. Dit idee ondermijnt de hele basis van het evangelie, waarin Christus is gestorven voor onze zonde die door Adam en Eva in gang is gezet. Al met al strookt het hele idee van theïstische evolutie, om terug te komen op het begin van dit artikel, toch echt niet met het beeld van God dat Hij zelf geeft in zijn Woord.

Voetnoten

  1. Driessen, A. en G. Nienhuis (red.), Evolutie: wetenschappelijk model of seculier geloof, Uitgeverij Kok, Kampen, 2010.
  2. Borger, P., Terug naar de oorsprong, De Oude Wereld, 2009. Dit boek is in de webshop van Logos Instituut te koop.
  3. https://answersingenesis.org/genetics/mutations/evolution-is-just-mistakes/
  4. http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/
  5. http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/
  6. http://www.cell.com/current-biology/abstract/S0960-9822(14)00750-7
  7. http://www.nature.com/news/spider-gene-study-reveals-tangled-evolution-1.15578.
  8. http://rspb.royalsocietypublishing.org/content/281/1790/20140823.
  9. http://creation.com/the-beauty-of-the-peacock-tail-and-the-problems-with-the-theory-of-sexual-selection.
  10. http://creation.com/the-evolution-of-feathers-a-major-problem-for-darwinism.
  11. http://creation.com/peacock-poppycock.
  12. http://www.nature.com/nature/journal/v421/n6920/abs/nature01313.html.
  13. http://creation.com/images/pdfs/tj/j18_2/j18_2_91-97.pdf.
  14. Junker, R. en S. Scherer, Evolutie – Het nieuwe studieboek, De Oude Wereld, 2010. Dit boek is te koop in de webshop van Logos Instituut.
  15. Driessen, A. en G. Nienhuis (red.), Evolutie: wetenschappelijk model of seculier geloof, Uitgeverij Kok, Kampen, 2010.
  16. Dawkins, R., The Greatest Show on Earth: The Evidence for Evolution, Free Press, New York, p. 360, 2009.
  17. Blechschmidt, E. en Freeman, B., The Ontogenetic Basis of Human Anatomy: A Biodynamic Approach to Development from Conception to Birth, North Atlantic Books, New York, p. 188, 2004.
  18. http://creation.com/recurrent-laryngeal-nerve-design
  19. Junker, R. en S. Scherer, Evolutie – Het nieuwe studieboek, De Oude Wereld, 2010. Dit boek is te koop in de webshop van Logos Instituut.
  20. Darwin, C., On the Origin of Species, pp. 264-5, eerste ed., John Murray, Londen, 1859.
  21. Junker, R. en S. Scherer, Evolutie – Het nieuwe studieboek, De Oude Wereld, 2010. Dit boek is te koop in de webshop van Logos Instituut.
  22. Mayr, E., What Evolution Is, Basic Books, New York, p. 14, 2001.
  23. C. Patterson, brief aan Luther D. Sunderland, 10 april 1979, zoals gepubliceerd in Darwin’s Enigma (Green Forest, AR: Master Books, vierde ed. 1988), p. 89.
  24. http://creation.com/fossils-questions-and-answers
  25. http://creation.com/anthropology-and-apemen-questions-and-answers
  26. https://www.youtube.com/watch?v=EeO0JlZsXio
  27. https://www.youtube.com/watch?v=R7e6C6yUqck

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Stel dat u op een verlaten eiland zit, verstoken van enige kennis van de huidige wetenschap, met alleen een Bijbel. Stel, u begint te lezen bij het begin. Zou u dan tot de conclusie komen dat hier verhaald wordt van een langzame, graduele ontwikkeling van het leven die vele miljoenen jaren in beslag heeft genomen?

...
Read more

54 Comments

E. van der Klift

Als ik op een eiland zou zitten met de kennisbagage die Nathan beschrijft dus ook geen kennis van heb tijd, van dagen, weken, maanden, jaren, eeuwen enzovoort maar dan toch wel zou kúnnen lezen? Dan zou ik, net als nu, wel begrijpen dat JHWH alles en alles geschapen heeft! Maar wel geschapen heeft in Zijn tijden, in Zijn ‘dagen’ maar ook dan zou ik, net als nu, niet weten welke tijdspanne dat omvat omdat het, [m.i.] als totaal niet relevant, niet in de Bijbel vermeld wordt. Tijd is voor JHWH van geen enkel belang omdat Hij eeuwig is, tijd is een enge begrenzing die niet geldt voor JHWH. Ook dat zou ik als niets ‘wétende’ begrijpen op dat eiland als ik de Bijbel las én bestudeerde. Want voor JHWH zijn duizend jaren gelijk een dag en een dag gelijk duizend jaar. Wil dat zeggen dat alles geschapen is in dagen van duizend jaar? Nee, het is alleen maar een aanduiding dat menselijke tijd voor JHWH van geen enkele betekenis is. Zijn ‘rustdag’ duurt immers nu al enige duizenden menselijke jaren, dús JHWH heeft [naar mijn mening] niet geschapen in zes menselijke dagen van slechts vier en twintig uur maar in ‘dagen’ van Zijn tijdloosheid. Die ‘tijd’, Zijn tijd, is ons mensen onbekend!

Reply
Peter

Nathan zegt: “De vraag is, of dit inderdaad bewijzen zijn voor evolutie en tegen een Schepper.”

De kern van theïstische evolutie is dat bewijzen voor evolutie zijn geen bewijzen zijn tegen een Schepper. [Zie bijvoorbeeld] theologen als v.d. Brink en Paas (…).

Reply
peter b

[Mijn] probleem met theologen als Van den Brink is dat ze evolutieleer als neodarwinisme hebben gedefinieerd. [Maar] die leer is [m.i.] onhoudbaar en niet verenigbaar met de wetenschappelijke waarnemingen. Dit is wat v.d Brink op zijn website zegt:

“Mijn huidige onderzoeksproject hanteert als werkhypothese dat de evolutietheorie op een niet-sciëntistische en niet-atheïstische manier geduid kan worden. Concreet richt ik mij op de vraag hoe een constructieve verhouding mogelijk is tussen de evolutietheorie (c.q. de zogeheten neodarwinistische synthese) en christelijk geloof.”

Hij heeft zich, [naar mijn mening] foutief, achter neodarwinisme geschaard, samen met een aantal andere neodarwinistische christenen (Dekker, Fransen en dr. De Jong). Ik heb hun allen meermaals [hierop] aangesproken, onderbouwd met een uitvoerige wetenschappelijke bewijsvoering waar en waarom neodarwinisme wetenschappelijk wordt weerlegd, maar [ik] krijg van hun geen enkele respons. Voor christenen, voor niemand, is er [m.i.] ook maar een wetenschappelijke, dan wel mathematische reden om achter [het] neodarwinisme aan te blijven [lopen]. Biowetenschappers weten dat [ook] het [onjuist] is. Zie ook hier:

http://www.thethirdwayofevolution.com/

Hoe biologische evolutie en Christus verenigd kunnen worden, beschreef ik impliciet in [Terug naar de Oorsprong]. Het vergt een andere interpretatie van de biologie, eentje die [wat mij betreft] conform de wetenschappelijke data is, [in tegenstelling tot het] Darwinisme.

Alfred

[Mijn] probleem [met] dit artikel begint al in de introductie met een [naar mijn mening] onnavolgbare analogie, die van het onbewoonde eiland. Ik zou er een heel verhaal over kunnen schrijven, maar kort gezegd [raakt deze] analogie naar mijn mening kant noch wal.

[Mijn] grootste probleem [met] het stuk is als de auteur beweerd dat: ‘Pas als een Schepper kan worden uitgesloten als mogelijkheid op basis van de waargenomen feiten (niet de aannames die hieruit voortvloeien, maar hierover verderop meer), en slechts evolutie overblijft als mogelijkheid, zou je kunnen redeneren dat er voldoende grond is om de evolutiewetenschap boven het Woord van God te stellen.’

De werkelijkheid is [m.i.] exact andersom, ten eerste zal duidelijk moeten zijn wat het concept ‘God’ uberhaupt is. Als we een werkbaar concept hebben vastgesteld weten we natuurlijk nog steeds niet of deze overeenkomt met het idee van Christenen en of de Bijbel ‘Zijn’ woord is.

Natuurkundige Sean Carroll verwoordt dat [wat mij betreft] heel goed: ‘We’re adding an entirely new metaphysical category [God], whose relation to the observable world is unclear. This doesn’t automatically disqualify God from consideration as a scientific theory, but it implies that, all else being equal, a purely naturalistic model will be preferred on the grounds of simplicity.’ [Bron:] https://www.preposterousuniverse.com/writings/dtung/

Reply
Bart Klink

Stel dat u op een verlaten eiland zit, verstoken van enige kennis van de huidige wetenschap, met alleen een Bijbel. Stel, u begint te lezen bij het begin. Zou u dan tot de conclusie komen dat hier verhaald wordt van een uitdijend universum, waarin de aarde slechts een kleine planeet is, draaiende om een van de miljarden zonnen? Zou je niet veeleer denken – net als de tekst van Genesis zegt – dat de hemel als een gewelf over de aarde staat, waarin de hemellichamen zitten die om de aarde draaien?

Reply
Bart Klink

[Ik sla altijd] de bronnen van de citaten die creationisten aanhalen erop na. [En dan blijkt m.i. dat] de citaten in de juiste context een heel ander beeld geven van wat de aangehaalde biologen zeggen!

Voor het citaat van Patterson, zie: http://www.talkorigins.org/faqs/patterson.html

Het citaat van Mayr wordt gevolgd door een uitleg van dit kleine stukje tekst en voorbeelden van fossiele overgangsvormen. Dit is te zien op pagina 13-19 van zijn boek (https://books.google.com/books?isbn=0465044263). Waarom worden deze citaten uit hun context gehaald, waardoor [m.i.] een verkeerde indruk ontstaat?

Reply
Ed Vaessen

Nathan: “De vraag is (…) tegen een Schepper.“

Een aanwijzing voor evolutie hoeft [m.i.] niet per se een aanwijzing tegen een Schepper te zijn.

Nathan: “Pas als een (…) God te stellen.”

De vraag is of christenen die de evolutie als feit beschouwen de evolutiewetenschap boven het Woord van God stellen. (…) Mogelijk interpreteren zij dat Woord van God anders.

Nathan: “Een belangrijk punt (…) is al bestaat.”

Als wetenschapper ‘belijdt’ men [naar mijn mening] geen evolutie, net zo min als men [ee]n geloof in een ronde aarde belijdt. Een wetenschapper kan de opvatting huldigen dat de aanwijzingen voor evolutie zo sterk zijn dat hij/zij deze als feit aanvaardt.

Nathan: “Het is duidelijk (…) werk geweest is.”

Het tonen van kenmerken van ontwerp is niet hetzelfde als [dat er] een ontwerp [is]. Er is weliswaar een analogie tussen door mensen ontworpen zaken en complexe, biologische systemen, maar [naar mijn mening] gaan vergelijkingen mank. Omgekeerd kan uit de talloze voorbeelden van ‘slecht’ ontwerp, zoals bijvoorbeeld de schijnbaar niet functionele spieren bij mensenoren, [dat er wat mij betreft] niet zomaar de conclusie getrokken [kan] worden dat er geen Schepper is of dat die Schepper een knoeier is.

Nathan: “Bioloog Peter Borger (…) een eencellige voorouder.”

Het staat de bioloog Peter Borger vrij zijn bevindingen voor te leggen aan collega wetenschappers die over kunnen oordelen.

Nathan: “Op moleculair niveau (…) en efficiënt ontwerp.”

In principe sluit de uniformiteit van leven geen Schepper uit. [Wat mij betreft] is het wel een sterke aanwijzing voor evolutie en de verwantschap van leven. Het is [m.i.] echter niet een aanwijzing voor een almachtige Schepper, aangezien die niet gebonden is aan voorwaarden van effectiviteit en efficiency en vrijelijk zou kunnen ontwerpen.

Reply
Nathan van Ree

Heren, bedankt voor uw input. Ik zal er heel kort op ingaan, verder spreekt het artikel denk ik voor zich, u kunt het er natuurlijk mee oneens zijn.

E. van der Klift: waarom zou een dag, met een avond en een morgen, een heel andere duur moeten hebben in Genesis 1 dan elders in de Bijbel?

Peter: ik doelde op de Schepper zoals die in Genesis 1 beschreven wordt.

Alfred: de analogie doelt simpelweg op het onbevangen lezen van wat er in Genesis 1 staat. Welk concept was er bij de Christenen eerder, God of evolutie? Mijn artikel gaat niet over wat ‘de wetenschap’ als concept van God heeft en of dat ‘werkbaar’ is, maar om het feit dat aan de Schepper zoals beschreven in Genesis 1 concessies gedaan worden met name sinds de evolutietheorie populair geworden is.

Bart: over het hemelgewelf (een ander onderwerp) hebben we het hier al gehad: http://logosnl.wpengine.com/aarde-is-niet-plat-in-de-bijbel/. Wie de Bijbel leest, leest niet dat er een solide koepel is geplaatst. Er is wel een boek waarin zoiets duidelijk beschreven wordt, [en] dat heet Under the Dome en is van Stephen King. Over de gebruikte quotes: [heb je de] de bronnen van de citaten [zelf geraadpleegd] of [alleen] wat Talkorigins erover zegt? Secundaire literatuur vanuit creationistische hoek hierover (…): http://creation.com/that-quote-about-the-missing-transitional-fossils. Het punt is [m.i.] de strekking van de quotes, er zijn meer [quotes te noemen].

Ed: ik ben blij dat we het er kennelijk over eens zijn dat er een Schepper is. Mijn artikel ging niet om het bestaan van de Schepper, maar op welke grond we kunnen concluderen dat die anders te werk is gegaan dan Genesis 1 beschrijft.

Reply
Ed Vaessen

“Ed: ik ben (…) Genesis 1 beschrijft.”

Als atheïst geloof ik niet in jouw Schepper. Ter zake van de discussie wil ik de mogelijkheid van het bestaan ervan wel aanvaarden. Puur ter zake van de discussie. De redenen om te denken dat die Schepper anders te werk is gegaan dan wat een letterlijke lezing van Genesis ons vertelt zijn [naar mijn mening] vele en wetenschappelijk zijn ze goed onderbouwd. Wil men die redenen bekritiseren, dan moet men [m.i.] met zeer goede argumenten komen. Dat doet men [wat mij betreft] niet door bijvoorbeeld met een citaat van Colin Patterson te komen. Al 19 jaar geleden was [hier] dat de heer Patterson [op gereageerd] (…). Hij schreef dat [stuk toen] zelf.

Nathan: “Vandaar dat de (…) van het organisme.”

Dit is [m.i.] het argument van God-van-de-gaten. De evolutiewetenschap hoeft daarnaast geen antwoord te geven op de oorsprong van het leven. Wetenschap is om praktische redenen ingedeeld in behapbare disciplines die uiteraard wel samenhang en verbanden kennen.

Nathan: “Dit idee komt sterk (…) geen evolutionistische voorspelling.”

Maar het is [m.i.] een aanwijzing voor de gemeenschappelijk afstamming. Zo gaat dat met wetenschap: men zoekt aanwijzingen.

Nathan: “Hoewel het woord ‘bouwplan’ planning impliceert, zien aanhangers van de evolutietheorie hierin bewijs voor evolutie.”

Bouwplan is een metafoor. Ook hier gaat [naar mijn mening] de vergelijking mank.

Nathan: “Hoe komt men (…) deze lijn bestaat.”

Vroeg in de 18e eeuw ging men nog helemaal niet uit van zo’n lijn, het was dus niet bij voorbaat. Je zou kunnen zeggen dat men zich net geestelijk moest losmaken van het idee dat alle fossielen ooit min of meer tegelijk hadden geleefd. De lijn werd duidelijk toen men zag dat er een groot tijdsverloop in het leven moest zitten en dat de levensvormen naar het verleden toe steeds meer af begonnen te wijken van moderne vormen. Nee, die lijn is [m.i.] in het geheel niet vreemd en werd ook op andere manieren bevestigd. Zoals het dan in de wetenschap gaat zal men de lijn niet gaan verwerpen als er gaten voorkomen in het fossielenbestand.

Reply
Nathan van Ree

Beste Ed,

Ik wist niet dat je atheïst bent, bedankt voor de verduidelijking. Mijn betoog gaat juist om het wel of niet verwerpen van de al bestaande lezing van Genesis 1, met een God die op dag zus en dag zo de vogels, de zee- en landdieren en de mens schept door te spreken, laatstgenoemde naar Zijn beeld, op basis van de evolutietheorie. [M.i.] niet andersom, of we de evolutietheorie moeten verwerpen door naar een god-of-the-gaps te grijpen. Het citaat van Patterson is daarbij op zich niet nodig, het had ook niet gebruikt kunnen worden (of desnoods had een ander citaat gekozen kunnen worden), het is slechts bedoeld ter illustratie van het gegeven argument. Als Patterson vindt dat hij wat anders bedoelde, ook prima, maar dit is wat hij blijkbaar gezegd heeft.

Dat biologische evolutie zich niet bezig houdt met de oorsprong van het leven is mij bekend, maar dat neemt de vraag niet weg waar de informatie vandaan komt die nodig is om bepaalde complexe structuren te genereren die de eencellige niet heeft.

De lijn in het fossielenbestand, voor zover die er is, wordt door de creationist op andere wijze verklaard dan door de evolutionist, maar [naar mijn mening] niet genegeerd.

Beste Peter,

Kun je uitleggen in welke zin [iets] anders [staat]? Heeft God volgens jou het leven geschapen? Zo ja, hoe dan volgens jou? Hoe moeten we Genesis 1 lezen?

Bart Klink

Nathan, Ik weet dat jij en M.J. Paul menen dat de ‘raqia’ geen koepel is, en in die discussie heb ik [m.i.] laten zien waarom dat we degelijk zo is. Vrijwel elke expert op dit gebied onderschrijft dit.

Wat de bronnen betreft: Patterson licht dat citaat persoonlijk toe in het stuk op Talk.Origins en het citaat van Mayr kun je zo in context lezen door op [de] link naar Google Books te klikken. In beide gevallen blijkt duidelijk dat de door jou aangehaalde citaten een verkeerde indruk geven van wat deze biologen werkelijk bedoelen. De nieuwe link die je aanhaalt maakt het [naar mijn mening] alleen nog maar erger: de creationist die dit schrijft (…) [geeft verkeerd weer wat] evolutiebiologen bedoelen met overgangsvormen. Dat blijkt uit het feit dat hij het heeft over ‘missing-links’, [dat is m.i.] een populaire, maar misleidende term die evolutiebiologen al lang niet meer gebruiken. Zie verder: https://ncse.com/creationism/analysis/icon-5-archaeopteryx. Verder wordt ook nog een citaat van Gould uit zijn context gehaald (zie http://www.talkorigins.org/faqs/quotes/mine/part3.html) en [wordt] punctuated equilibrium [verkeerd weergegeven]. (…)

Bedenk tot slot dat deze citaten al weer van een tijd geleden zijn. Ondertussen zijn er veel meer fossielen gevonden, waardoor verschillende evolutionaire transities nu zeer goed gedocumenteerd zijn. Uiteindelijk gaat het daarom. Zie voor een toegankelijk goed overzicht daarvan en een goede uitleg “Evolution: What the Fossils Say and Why It Matters” van paleontoloog Don Prothero.

Reply
Nathan van Ree

Beste Bart,

Over ‘raqia’ zijn we het oneens, ook over ‘vrijwel elke expert’, maar genoeg daarover wat mij betreft, het heeft [m.i.] niet met de essentie van mijn artikel te maken.

Het vermeende ‘quote mining’ ook niet. Het artikeltje waarnaar ik linkte is m.i. niets mis mee, het geeft de kern van de zaak aan. Waarom bestaat punctuated equilibrium als theorie? Hier een artikeltje van door jou genoemde Prothero hierover: http://www.skeptic.com/eskeptic/12-02-15/#feature. De term ‘missing link’ staat in het door mij gegeven artikeltje niet voor niets tussen aanhalingstekens, en met enig doorklikken wordt [m.i.] duidelijk dat men prima op de hoogte is van de status van deze term. Het boek van Prothero biedt niets nieuws onder de zon en heeft [naar mijn mening] nogal de neiging stromannen en gedateerde ideeën te bestrijden als het om creationisme gaat.

Beste Alfred,

Ik denk dat ik jouw punt wel begrijp. Mijn betoog gaat er echter niet om dat wetenschappelijke verklaringen aan het scheppingsverhaal kunnen worden ontleend. De Bijbel gebruikt fenomenologische taal en is niet als wetenschappelijk boek bedoeld. Testbare resultaten tonen tot dusver aan dat er grenzen zijn tussen typen dieren en dat er geen mechanisme bekend is waardoor een eencellige tot al het andere leven ontwikkeld kan zijn. Dat strookt met het scheppingsverhaal. Het punt van mijn artikel is dan ook de vraag of de beschrijving van Genesis 1 anders moet worden gelezen dan dat God schept door te spreken, de planten op dag 3, de vogels en de zeedieren op dag 5, de landdieren en de mens op dag 6, vanwege de evolutietheorie. Dat even los van eerdere afwijkende inzichten.

Peter

Nathan zegt: “ik doelde op de Schepper zoals die in Genesis 1 beschreven wordt.”

(…) De Schepper van Genesi[s] 1 is een andere [dan Nathan beschrijft].

Reply
Alfred

Nathan,

Onbevangen een boek lezen, maar dat had ook de Edda kunnen zijn, daar staat ook een scheppingsverhaal in. Je punt blijft [voor] mij een compleet mysterie, is het niet gewoon beter om af te gaan op de zintuigen die we hebben?

Welk concept er eerder was lijkt me niet echt relevant, het gaat om welk concept testbare resultaten oplevert. De bijbel geeft [m.i.] geen enkel antwoord op hoe er zo’n rijke variatie aan soorten is ontstaan, of wat het effect is van de maan op onze planeet, hoe virussen veranderen en hoe kanker ontstaat.

En wat betreft concessie doen, ik heb dat al eerder gezegd, de YEC variant is niet de enige en is het ook nooit geweest. Ook niet vóór de evolutietheorie, zie bijvoorbeeld St. Augustinus.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Alfred, u schrijft: En wat betreft concessie doen, ik heb dat al eerder gezegd, de YEC variant is niet de enige en is het ook nooit geweest. Ook niet vóór de evolutietheorie, zie bijvoorbeeld St. Augustinus. Augustinus ging uit van een jonge aarde (in zijn tijd 6.000 jaar oud), een historische zondeval en een wereldwijde zondvloed. Hoe hij Genesis 1 las daar is veel discussie over geweest en de meesten gaan ervan uit dat de schepping volgens hem in één oogwenk gebeurde.

Reply
Alfred

Geachte Jan, Augustinus ging voornamelijk uit van een allegorisch Genesis (zie o.m. De Genesi ad literam 1:19–20, Chapt. 19), dat hij bepaalde ideeën had over zondeval en wereldwijde vloed, dat zal best. Een letterlijke interpretatie van de Bijbel is iets dat vooral door de reformatie tot stand is gekomen en het effect werd verder versterkt door de Verlichting (o.m. Peter Enns en Karen Armstrong).

E. van der Klift

Beste Nathan,

De ‘tijd’ of ‘dagen’ van JHWH zijn, zoals Ps. 90:4 en 2 Petr. 3:8 duidelijk maken, enigszins anders dan die van ons mensen. Dan een ander [naar mijn mening] sterk gegeven [is] Zijn ‘rustdag’, de formulering “het was avond geweest en het was morgen geweest” ontbreekt bij deze ‘dag’ dat wil zeggen dat deze ‘dag’ nog steeds duurt en al enige duizenden jaren duurt. Hier wil ik het voor nu voorlopig bij laten maar u krijgt van mij nog een reactie op de huidige [hier] gevoerde argumenten (…).

Reply
Nathan van Ree

Beste E. van der Klift,

Bedankt voor de toelichting. Psalm 90 zegt: ‘Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbij gegaan is, en als een nachtwake.’ (Statenvertaling). Ik zie dat als referentie aan de ons bekende duur van een dag, waarvan wordt duidelijk gemaakt dat duizend jaar voor God zijn als voor ons de lengte van een dag (‘… als de dag van gisteren…’). Met andere woorden: wat voor ons lang lijkt, is voor God niet lang. In 2 Petrus 3:8 staat: ‘… dat één dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag.’ (Statenvertaling). Als een dag iets anders betekent dan wat wij als dag kennen (met een avond en een morgen, grofweg vierentwintig uur), heeft het m.i. geen zin deze vergelijking te maken. Er staat niet voor niets ‘bij de Heere’. Bij ons is een dag kennelijk korter.

De vraag is, of dit betekent dat we de dagen van Genesis 1 om deze reden anders moeten interpreteren dat rotatiedagen van de aarde, met een avond en een morgen, die de duur hebben van wat wij nu als ‘dag’ beschouwen. Gaat het hier om andere dagen dan die bij ons bekend? Zo ja, waarom zou God daar onduidelijk over zijn, terwijl Hij verder het juist niet duidelijker had kunnen verwoorden? Als het zou gaan om ‘duizend jaar’, dan zou de schepping zesduizend jaar in beslag genomen hebben, wat ook niet veel zoden aan de dijk zet voor evolutie. Als de dagen ontzettend lang waren, dan klopt in elk geval de volgorde niet, want dan zouden bijvoorbeeld planten op dag 3 het ontzettend lang zonder zon hebben moeten stellen, om maar wat te noemen. Ecosystemen werken dan niet.

M.i. ontbreekt dezelfde ‘afsluiting en opening’ simpelweg omdat de schepping klaar was. Genesis 2:1-3 geven m.i. ook geen reden om te menen dat dag 7 nog steeds aan de gang is. Vergelijk ook Exodus 20:11, m.i. wijst dat ook niet op een nog voortduren. Maar ik ben benieuwd naar uw verdere reactie op de gevoerde argumenten.

Reply
E. van der Klift

(…) Het gaat er [m.i.] niet om dat JHWH wil laten weten dat een ‘dag’ duizend jaar of een ‘nachtwake’ of vierentwintig uur zou duren maar dat tijd voor Hém totaal geen betekenis heeft omdat Hij eeuwig is! En JHWH is nooit onduidelijk! De mens maakt [naar mijn mening] Zijn Schrift onduidelijk (…) omdat Zijn wáárheid niet aanvaard wil worden! Vandaar ook die niet te geloven (of juist wél!) enorme hoeveelheid aan religieuze richtingen in de zich ‘christelijk’ noemende wereld. Religie[s] die zich heel ‘gelov[ig]’ noemen maar het [wat mij betreft] niet zijn omdat er maar één geloof mogelijk ís volgens JHWH. [Zie:] Gal. 1:6-10. Religie[s] in ontelbare richtingen die zich [m.i.] niets van Gal. 1:6-10 aantrekken en daardoor scheuring op scheuring blijven veroorzaken tegen de geboden van JHWH in. Onder de leus “eenheid in verscheidenheid”! (…) De wérkelijk[e] eenheid is alleen mogelijk in JHWH en Zijn Zoon Jezus de Christus onze Heer! Hier wil ik het bij laten.
Wat atheïsten zeggen of denken is [naar mijn mening] van geen enkel belang omdat het menselijke dus onbelangrijk ís! Voor mij is wat mensen zéggen en geloven of doen, vaak heel sterk, verschillend want [m.i.] zijn óók de fanatiekste, JHWH loochenende, atheïsten tóch enigszins ‘gelovig’. (…) [En daarbij denk ik dat diegene die] op voorhand niet overtuigd wíl worden, nooit wordt overtuigd!

Bart Klink

Nathan, ook als jouw citaten van Patterson en Mayr “niet met de essentie van [jouw] artikel te maken” hebben, lijkt het me niet meer dan eerlijk om citaten zo weer te geven dat ze weergeven wat auteur ervan wil uitdrukken. Dat is hier niet het geval. Dat is ook niet het geval bij het citaat van Gould dat het creation.com artikel aanhaalt. Gould zelf heeft over dit ‘quote mining’ van creationisten gezegd: “Since we proposed punctuated equilibria to explain trends, it is infuriating to be quoted again and again by creationists—whether through design or (…), I do not know—as admitting that the fossil record includes no transitional forms. Transitional forms are generally lacking at the species level, but they are abundant between larger groups.”

Het boek van Prothero laat zien hoe veel overgangsvormen er zijn tussen verschillende grote groepen dieren (wat creationisten zullen zien als afzonderlijke ‘baramins’). Daar gaat het [mij] om. Eerder heb ik hier ook al uitgelegd waarom Archaeopteryx daar een mooi voorbeeld van is. Ook legt Prothero goed uit wat cladistiek is en wat dat voor het idee van overgangsvormen betekent. (…)

Reply
Nathan van Ree

Beste Bart,

Eerlijkheid is zeker belangrijk, ik heb nergens de intentie gehad oneerlijk te zijn. Er staat niet voor niets een bronvermelding in mijn artikel, mensen kunnen gerust alle bronnen controleren en zelf zien wat de context is van een quotatie. Laten we even kijken naar de Patterson-quotatie (de limiet van 2000 tekens staat even niet meer toe).

Ik geef dit weer in mijn artikel: “Ik ben het helemaal eens met uw commentaar op het ontbreken van directie illustraties van evolutionaire overgangsvormen. Als ik er enkele kende, fossiel of levend, zou ik ze zeker hebben ingesloten (…). Ik zal open kaart spelen – er is niet één zo’n fossiel waarvoor men een waterdicht argument kan maken.”

In de reactie op Talkorigins schrijft Patterson:
“(…) I seem fated continually to make a fool of myself with creationists. The specific quote you mention, from a letter to Sunderland dated 10th April 1979, is accurate as far as it goes. The passage quoted continues “… a watertight argument. The reason is that statements about ancestry and descent are not applicable in the fossil record. Is Archaeopteryx the ancestor of all birds? Perhaps yes, perhaps no: there is no way of answering the question. It is easy enough to make up stories of how one form gave rise to another, and to find reasons why the stages should be favoured by natural selection. But such stories are not part of science, for there is no way to put them to the test. I think the continuation of the passage shows clearly that your interpretation (at the end of your letter) is correct, and the creationists’ is false. (…)”

Patterson zegt: “The passage quoted continues … a watertight argument.” Dat heb ik ook in de quotatie staan. Hij onderschrijft ook hier de reden die ik heb voor het gebruik van zijn eigen woorden: “The reason is that statements about ancestry and descent are not applicable in the fossil record.” Verder onderschrijft Patterson hier [m.i.] wat ik ook betoogd heb over Archaeopteryx.

Jan van Meerten

Geachte Alfred, u schrijft: ‘Augustinus ging voornamelijk uit van een allegorisch Genesis (…)’ Dit is [m.i.] onjuist. Zoals hierboven kort geschetst ging Augustinus ging uit van een jonge aarde, een historische zondeval en een wereldwijde zondvloed. Hij ontwikkelde een erfzondeleer op basis van de val van Adam (alhoewel hij niet de eerste was die over ‘een oorspronkelijke zonde’ sprak zoals veel (moderne) theologen ons laten geloven). Zijn boekwerk met als titel ‘De stad Gods’ is aan te bevelen. Ook zijn eenvoudiger werk voor de opvoeders met als titel ‘Goed onderwijs’ is goed om door te lezen. Dat hij de Schrift naast literair-historisch ook allegorisch (symbolisch) las is niet verschillend met de huidige creationisten. Zie mijn definitie van creationisten en hun lezing hier. U schrijft: ‘Een letterlijke interpretatie van de Bijbel…’ Niemand leest de Bijbel letterlijk, mogelijk bedoelt u de literair-historische lezing van de Schrift. Ik waardeer het van u dat u de literair-historische lezing wortels geeft in de Reformatie, dit wordt namelijk door veel theïstisch evolutionisten nog wel eens anders voorgesteld (zie bijvoorbeeld hier). Maar wat mij betreft is dat ook een te late datering. De oorsprong ligt mijns inziens zelfs ver voor de kerkvaders. Het boek van de kerkhistoricus dr. William VanDoodewaard met als titel ‘The quest for the historical Adam’ is [m.i.] hier een eye-opener. Ik wist overigens niet dat Karen Armstrong ook geschreven had over de geschiedenis van de literair-historische lezing van Genesis.

Reply
Peter

“U schrijft: ‘Een letterlijke interpretatie van de Bijbel…’ Niemand leest de Bijbel letterlijk, mogelijk bedoelt u de literair-historische lezing van de Schrift. Ik waardeer het van u dat u de literair-historische lezing wortels geeft in de Reformatie, dit wordt namelijk door veel theïstisch evolutionisten nog wel eens anders voorgesteld (zie bijvoorbeeld hier).”

Het gaat om een letterlijke lezing van de hele Bijbel als geschiedenis en daar is [naar mijn mening] niets literairs aan. [Ook hier] gooit Jan van Meerten de theologische lezing van de Bijbel op éen hoop met de [creationistische] historicerende lezing. De theologische lezing heeft diepe wortels, de creationistische lezing doet pas recent opgang. Het heeft [wat mij betreft] geen zin daarvoor mensen van vóór 1850 te blijven claimen.

Jan van Meerten

Geachte Peter, de literair-historische benadering met een diepere symbolische/geestelijke dimensie is inderdaad de lezing van een creationist. Daarnaast claimen creationisten [m.i.] geen mensen, maar auteurs roepen door de eeuwen heen herkenning op. Door 1850 als grens te noemen wordt door u naar mijn mening alle creationistische theologie als reactie op Darwin weergegeven. Juist dan wordt [m.i.] theologie op ‘een hoop gegooid’ met wetenschap, namelijk theologie als reactie op naturalistische wetenschap. Ik blijf er echter bij dat er onderscheid (als onderdeel van het scheppingsreferentiekader) gemaakt moet worden tussen scheppingsleer en scheppingsmodel en dat beide papieren terug gaan tot ver voor de tijd van Darwin en de opkomst van het uniformitarianisme. Hierbij gooi ik wat mij betreft niets op een hoop maar wil onderscheiden verdedigen dat zowel het scheppingsmodel als de scheppingsleer oude papieren hebben. Onder (theïstisch) evolutionisten hoor ik verschillende jaartallen betreffende het ontstaan van de scheppingsleer van creationisten. Het ontstaan is mijns inziens echter veel vroeger te dateren dan dat deze groepering het doet. Qua scheppingsleer voor 1850 kun je bijvoorbeeld de (nadere) Reformatie noemen. Qua scheppingsmodel kun je bijvoorbeeld de zondvloedgeologen en scriptural geologists noemen. Over het scheppingsmodel schreef ik hier en over de scheppingsleer hier. De discussie past wat mij betreft niet onder dit artikel en ik verzoek u ook verder te reageren onder de voorgenoemde artikelen.

Reply
Bart Klink

Nathan, mijn probleem zit in het feit dat twee verschillende betekenissen van overgangsvormen door elkaar lopen. Er is een zeer nauwe: de exacte afstammingslijn van voorouder-afstammeling (jij bent de overgangsvorm tussen jouw ouders en je kinderen (als je die hebt)). Het fossielenbestand zou nooit gedetailleerd genoeg kunnen zijn om dergelijke overgangsvormen te identificeren. Dit zou zelfs al onmogelijk zijn met de botten in een recent familiegraf (tenzij je het DNA gaat analyseren misschien). Daarom menen biologen dat we dergelijke overgangsvormen (nauwe zin) dus niet als zodanig kunnen identificeren (en in de cladistiek is dat ook niet nodig). Dat is waar Patterson en Mayr het over hadden in hun citaten, zoals uit de context/uitleg blijkt. Zie ook de uitleg over “lineal and collaterale ancestors” in dit stuk: https://ncse.com/creationism/analysis/icon-5-archaeopteryx

Meestal heeft het woord overgangsvorm echter een ruimere betekenis, zeker in de discussie over evolutie-creationisme: een morfologisch continuüm tussen verschillende grote groepen dieren, bijvoorbeeld vis-landdier en dino-vogel. Deze overgangsvormen kunnen volgens creationisten immers niet bestaan! Patterson en Mayer (en Gould) ontkennen echter geenszins dat dergelijke overgangsvormen bestaan, ze geven er zelfs voorbeelden van in hun werk!

Mijn probleem met jouw stuk is nu dat jij deze twee betekenissen door elkaar haalt. Jij beweert dat overgangsvormen in de ruime zin niet bestaan. Om dat te ondersteunen, citeer je echter biologen die beweren dat overgangsvormen in de nauwe zin niet bestaan. Hierdoor ontstaat dus [naar mijn mening] een verkeerde indruk.

Reply
Nathan van Ree

Beste Bart,

Jij zegt dat ik collateral ancestors bedoel en dat in de gegeven citaten lineal ancestors worden bedoeld, en daarom zeg je dat de gegeven citaten misplaatst zijn. Om te beginnen, ik maak dat onderscheid hier niet. En voor zover ik kan zien, valt dit ook helemaal niet af te leiden uit de context van de citaten van zowel Patterson als Mayr. Patterson heb ik inmiddels toegelicht. Hij maakt daar geen onderscheid, hij geeft aan dat de duiding van een fossiel als overgangsvorm niet waterdicht gemaakt kan worden. Als hij spreekt van Archaeopteryx als ‘ancestor of all birds’ geeft dat m.i. ook duidelijk aan dat hij het hier niet heeft over de directe verwanten van de gevonden fossiele exemplaren.

Mayr maakt in de context waaruit zijn citaat komt, pagina 14 van zijn boek, ook nergens het door jou genoemde onderscheid. Hij eindigt de alinea waaruit het genoemde citaat komt zo: “This raises a puzzling question: Why does the fossil record fail to reflect the gradual change on would expect from evolution?” Dit is precies wat ik betoog als ik hem citeer. In de volgende alinea wijt hij dit aan het gebrekkige fossielenbestand en schrijft hij: “Fortunately, occasionally a rare fossil is found that fills the gap between ancestors and modern descendants. (…) Fossils that fill a large gap are referred to as missing links.” Wat volgt, is een relaas over Archaeopteryx. Ook hier: precies waar ik het ook over heb in mij artikel wanneer ik hem citeer. NCSE schrijft: “Second, there is no such thing as a “missing link,” and paleontologists are not looking for them.” [Is hun] artikel [bruikbaar] tegen mijn citaat van Mayr?

Wie googelt op lineal ancestry/ancestor, zal merken dat dit in vrijwel alle gevallen resultaten oplevert die te maken hebben met familiestambomen. Twee uitzonderingen hierop kwam ik tegen: NCSE en het boek ‘Evolution vs. Creationism’ van Eugenie Scott, de oprichtster van NSCE die, zoals ik al eerder heb gezegd, [beiden] m.i. een anticreationistische agenda hebben.

Eppie

Beste Bart. Zoals je weet, is het voor een creationist geen enkel probleem dat er dieren zijn die een evolutionist als overgangsvorm zou betitelen. Je zin “Deze overgangsvormen kunnen volgens creationisten immers niet bestaan” is [naar mijn mening] dan ook volkomen uit de lucht gegrepen.
Met het includeren van zijsporen in de “overgangsvormen” maakt men het zich [m.i.] van evolutionaire zijde wel makkelijk. Zo kun je van alles een overgangsvorm maken. Het aantal zogenaamde overgangsvormen blijft echter [wat mij betreft] ook dan armzalig en van een continuum is geen sprake.

Peter

Eppie: “Zoals je weet, is het voor een creationist geen enkel probleem dat er dieren zijn die een evolutionist als overgangsvorm zou betitelen” Zou je dan kunnen uitleggen wat creationisten met de overgangsvormen doen? Vooral omdat er [m.i.] zoveel overgangsvormen zijn. De afstammingslijnen worden [naar mijn mening] per jaar gedetailleerder.

Peter

“Qua scheppingsmodel kun je bijvoorbeeld de zondvloedgeologen en scriptural geologists noemen.”

Dat is [m.i.] niet het scheppingsmodel waarover de discussie is, maar zijn 18de en vroeg 19de eeuwers die nog in de traditie van wat hier de ‘scheppingsleer’ staan. Het scheppingsmodel is een 20ste eeuwse reaction op de natuurwetenschap.

Reply
peter b

Patterson: “…Perhaps yes, perhaps no: there is no way of answering the question. It is easy enough to make up stories of how one form gave rise to another, and to find reasons why the stages should be favoured by natural selection. But such stories are not part of science, for there is no way to put them to the test….”

Precies. Maar in deze eeuw van de nieuwe biologie kun je [hierover m.i.] geen verhalen meer bedenken, want alles kan direct worden gemeten in het DNA. Er zijn (…) [naar mijn mening geen Darwinistische verhalen] mogelijk voor het verklaren van nieuwe unieke genetische informatie, zoals bijvoorbeeld de ongeveer 2500 genen veschil tussen mens en chimp (mens heeft 650 unieke eiwitcoderende en 1000 unieke miRNA genen, chimp 740 uniek eiwitcoderende en nog een onbekend aantal uniek miRNA genen).

Reply
Bart Klink

Nathan, Patterson maakt [m.i.] wel degelijk een onderscheid, [zie] zijn reactie op mijn link naar het Talk.Origins-artikel. Daarin schrijft hij dat “statements about ancestry and decent” (lineaire afstamming dus!) niet vastgesteld kunnen worden in het fossielenbestand. We kunnen er dus niet zeker van zijn dat Archaeopteryx letterlijk de voorouders is van alle vogels. Dit doet [naar mijn mening] echter niets af aan het feit dat een dier als Archy, gezien zijn morfologie, een overgangsvorm is tussen dino’s en vogels. Dit zal Patterson, en geen enkele ander evolutiebioloog, ontkennen. Alleen deze betekenis van overgangsvorm is [m.i.] relevant in de evolutie-creationisme-discussie, en ook in jouw stuk. Patterson bedoelt dus wel degelijk wat anders dan wat jij suggereert met zijn citaat.

Mayer heeft het over “a gradual steady change from ancestral forms to the descendants” en zegt daarover “this is not what the paleontologist finds” (p. 14, dit citeer jij). Dit gaat wederom over afstammingslijnen, en die zijn dus niet of zeer lastig vast te stellen in het fossielenbestand, zoals ook Patterson al aangaf. Mayr legt ook verder uit waarom het logisch is dat het fossielenbestand fragmentarisch is. Ook hij ontkent zeker niet dat er overgangsvormen zijn in de relevante betekenis (tussen grote groepen dieren), want hij geeft er zelf een aantal voorbeelden van! Ook Mayr bedoelt dus [m.i.] wat anders dan wat jij suggereert met zijn citaat.

Eppie, dat overgangsvormen, zoals die tussen dino en vogel, volgens creationisten niet kunnen bestaan, is te vinden op allerhande creationistische sites. Het hele idee van ‘baraminologie’ is gebaseerd op [de gedachte] dat er gescheiden ‘baramins’ bestaan, en dus geen overgangsvormen daartussen.

Reply
Nathan van Ree

Beste Bart,

Lees mijn tekst en zie dat ik het exact over deze zaken heb. Ik geef zelf ook wat voorbeelden, dat is ook het probleem niet. Ik laat het hierbij, de zaak is wat mij betreft duidelijk.

Eppie

Beste Bart, waarom zou een zogenaamde overgangsvorm niet in een al dan niet uitgestorven baramin passen?

Ed Vaessen

Peter B.:
“Precies. Maar in deze eeuw van de nieuwe biologie kun je [hierover m.i.] geen verhalen meer bedenken, want alles kan direct worden gemeten in het DNA. Er zijn (…) [naar mijn mening geen Darwinistische verhalen] mogelijk voor het verklaren van nieuwe unieke genetische informatie, zoals bijvoorbeeld de ongeveer 2500 genen veschil tussen mens en chimp (mens heeft 650 unieke eiwitcoderende en 1000 unieke miRNA genen, chimp 740 uniek eiwitcoderende en nog een onbekend aantal uniek miRNA genen).”

God-van-de-gaten is [m.i.] nooit een argument. Dat is het al niet sinds Vikingen, die niets van elektriciteit wisten, donder en bliksem trachten te verklaren als de handeling van Thor die met een magische hamer smeet.

Nathan: “Een belangrijk punt hierbij is dat wanneer men als evolutiebelijdende wetenschapper kijkt naar de bewijzen voor evolutie”

Dus men ‘belijdt’ [iets binnen de] wetenschap.

Reply
Bart Klink

Nathan, jammer dat je [naar mijn mening] niet inziet dat jij met jouw tekst wel degelijk wat anders bedoelt met overgangsvormen dan de evolutiebiologen die je aanhaalt. Hierdoor blijft het (…) beeld bestaan dat de aangehaalde biologen denken dat er geen fossielen zijn die de grote groepen dieren morfologische met elkaar verbinden. Ook zou je het gebruik van het woord gradueel beter moeten toelichten. Veel evolutiebiologen bedoelen met het niet-gradueel verlopen van evolutie dat het tempo van evolutie niet constant is (zie punctuated equilibrium). Jij suggereert echter dat ze bedoelen dat de ene soort niet via klei[n]en stapje verandert in een andere soort (en over lange tijd in andere families enz.). Er is echter geen enkele moderne evolutiebioloog die dát zal ontkennen. Het fossielenbestand is helaas in veel gevallen niet gedetailleerd genoeg om zulke kleine veranderingen (soms in relatief korte tijd) waar te nemen, waardoor we graduele evolutie vaak niet terugzien. Dat is dus heel wat anders dan zeggen dat het niet bestaat. Ook op dit punt geef je de aangehaalde evolutiebiologen [m.i. verkeerd] weer. Zelfs met het zeer onvolmaakte fossielenbestand kunnen we morfologische continua vaststellen tussen bijvoorbeeld dino’s en vogels – (…) zelfs met creationistische methode – zoals ik hier heb toegelicht: http://logosnl.wpengine.com/stammen-vogels-van-dinos-af/.

Reply
Nathan van Ree

Beste Bart,

Ik zie prima in wat ik bedoel, ik heb de tekst namelijk zelf geschreven. Alleen maak jij er [m.i.] iets anders van. Ik ontken nergens dat evolutiebiologen als bijvoorbeeld Patterson en Mayr overgangsvormen of graduele evolutie erkennen. Ik schrijf dat we die graduele ontwikkeling niet in de fossielen terugzien. Iets wat jij hier nu zelf ook in grote mate toegeeft. Als jij bepalen gaat wat ik wel of niet bedoel of welke betekenis ‘gradueel’ hier heeft, kan ik daar niet zoveel mee.

Ed Vaessen

Bart:
“Nathan, ook als jouw citaten van Patterson en Mayr “niet met de essentie van [jouw] artikel te maken” hebben, lijkt het me niet meer dan eerlijk om citaten zo weer te geven dat ze weergeven wat auteur ervan wil uitdrukken. Dat is hier niet het geval.”

Nathan citeert [naar mijn mening] Colin Patterson waar dat niet zinvol is. Patterson heeft het over het feit dat je nooit zeker kunt weten of een overgangsvorm een directe voorouder is. Dat is [m.i.] iets heel anders dan wat Nathan op schrift heeft gesteld en waar hij het citaat van Patterson voor gebruik[te] (…). Dit immers zijn de woorden van Nathan:
“Gegeven het feit van evolutie, zou men verwachten dat de fossielen een constante graduele verandering zouden laten zien van voorouderlijke vormen naar afstammelingen. Maar dit is niet wat paleontologen vinden. In plaats daarvan, vindt hij of zij gaten in zo’n beetje elke fyletische reeks.”

Nathan:
“Een belangrijk punt hierbij is dat wanneer men als evolutiebelijdende wetenschapper kijkt naar de bewijzen voor evolutie,”

[Naar mijn idee] ‘belijdt’ [men] geen evolutiewetenschap. Wetenschappers doen dat [m.i.] al net zo min als het ‘belijden’ van de rondheid van de aarde of de atoomtheorie. De evolutietheorie wordt [m.i.] ondersteund door de meerderheid der wetenschappers vanwege het feit dat ze de aanwijzingen voor evolutie zo overtuigend achten dat ze het als feit zijn gaan accepteren.

Nathan:
“Over veel aangedragen fossielen, zoals Archeopteryx, Pakicetus en Tiktaalik, is al het nodige geschreven vanuit een kritische positie.”

Hoe precies luidt die kritiek en hoe relevant is hij in wetenschappelijk opzicht? (…)

Reply
Nathan van Ree

Beste Ed,

Dat zijn niet mijn woorden, maar die van Ernst Mayr. Patterson geeft aan waarom fossielen niet als lineaire voorouder of nakomeling kunnen worden geduid, weer [een] iets andere invalshoek. Beide voor mij relevant. Met ‘evolutiebelijdend’ bedoel ik die acceptatie, [die m.i. een mate van geloof in niet-waarneembare zaken omvat. Voor de kritiek, zie bijvoorbeeld voetnoot 24. Vermoedelijk niet erg relevant geacht binnen de evolutiewetenschap.

Jan van Meerten

De geachte heer Klink schrijft: ‘zelfs met creationistische methode’. Daar heb ik onder een ander artikel die hier te vinden is op gereageerd.

Reply
Bart Klink

Nathan, ik geef het op. In jouw stuk gaat het overduidelijk over overgangsvormen in de brede zin van fossielen die grote groepen dieren morfologisch met elkaar verbinden (die bestaan volgens creationisten immers niet), terwijl je biologen aanhaalt die overgangsvormen bespreken in een specifieke context. Dit is [m.i.] hetzelfde als zeggen dat in de Bijbel staat “er is geen God”, zonder daarbij te vermelden dat daarvoor staat “De dwaas zegt in zijn hart:” (Ps. 14:1). Degene die dat doet heeft letterlijk gelijk, maar wekt [daarmee] wel een verkeerd beeld.

Reply
Ed Vaessen

Nathan:
“Met ‘evolutiebelijdend’ bedoel ik die acceptatie, [die m.i. een mate van geloof in niet-waarneembare zaken omvat.”

Geloof in niet waarneembare zaken is [m.i.] geen probleem in de wetenschap mits onderbouwd. Waar het om gaat is of er een causaal verband is met de aanwijzingen en hoe sterk die zijn in aard en qua aantal.

Reply
Ed Vaessen

Nathan:
“Voor de kritiek, zie bijvoorbeeld voetnoot 24. Vermoedelijk niet erg relevant geacht binnen de evolutiewetenschap.”

Kan je die kritiek toelichten? Door alleen maar een link te noemen blijft het [naar mijn mening] wel erg vaag. Ongetwijfeld heb je hem grondig bestudeerd. Kun je in weinige zinnen de relevante zaken eruit presenteren[?] Daar kan ik nog aan toevoegen dat [de] natuurwetenschap niet werkt vanuit de conclusies naar de feiten toe maar [m.i.] andersom. Vandaar dat inzichten kunnen veranderen. De kracht van natuurwetenschap is [naar mijn mening] dat ze zich niet vast blijft bijten op een dood spoor. Creation Ministeries daarentegen neemt [m.i.] letterlijke interpretatie van Genesis als onwrikbaar, ‘wetenschappelijk’ uitgangspunt. [Dit wordt daardoor] als bron niet serieus genomen worden in de natuurwetenschap.

[Zie bijvoorbeeld:] http://creation.com/is-evolution-scientific

We lezen [daar]:
Evolutionists are religious too. Religion is defined as:
1. A set of beliefs concerning the cause, nature, and purpose of the universe.
2. A specific fundamental set of beliefs and practices generally agreed upon by a number of persons.

Hoe komen ze daar nu bij? [Naar mijn mening] doen ze hier aan ‘quote-mining’ van de de woordenboeken. (…)

Reply
Nathan van Ree

Beste Ed,

De link geeft een startpunt voor diverse artikelen over ‘overgangsvormen’ vanuit creationistisch perspectief. Mijn invalshoek: fossielen met combinaties van meerdere groepen zijn mozaïekvormen, bestempeling als overgangsvorm is interpretatie vanuit de fylogenetische theorie. Een echte overgangsvorm zou m.i. een langzame verandering van deze afzonderlijke kenmerken moeten laten zien. Ook moet hij op het juiste moment optreden, juist als er een nieuwe groep ontstaat. M.i. voldoen genoemde voorbeelden daar niet aan. Via genoemde link vind je artikelen die in meer detail op o.m. genoemde voorbeelden ingaan.

Het gedeelte van de evolutiewetenschap dat bij experimenten bij herhaling omvat, waarbij verschillende onderzoekers dezelfde resultaten moeten kunnen behalen, toont m.i. aan dat gemeenschappelijke afstamming op geen enkele wijze plausibel gemaakt kan worden, waarmee m.i. dus van overgangsvormen in die zin ook geen sprake kan zijn. Bovendien kun je m.i. uit fossielen te weinig opmaken om overgangsvormen hard te maken.

Wat creation.com betreft: ik neem aan dat ze in gegeven artikel doelen op het gedeelte van de evolutiewetenschap dat zaken uit het niet-waarneembare verleden omvat. De Bijbel als uitgangspunt is denk ik het kenmerk van het creationisme. Aangezien de seculiere wetenschap God buiten de mogelijkheden laat, zal het daar niet relevant worden geacht. Hoe TE’ers daar precies in staan weet ik niet zo goed, misschien kan een van hen dat hier nog eens nader toelichten.

Ed Vaessen

Nathan:
“Een echte overgangsvorm zou m.i. een langzame verandering van deze afzonderlijke kenmerken moeten laten zien.”

Wat is precies een ‘langzame verandering’? Waarom is het een criterium en in welk opzicht voldoen bijvoorbeeld Tiktaalik en Archaeopteryx hier niet aan?

Wat je bron betreft het volgende: CMI pleegt [naar mijn mening] quote mining op een woordenboek [en voor mij is het daarmee een] instituut dat zich niet houdt aan de wetenschappelijke plicht. (…) Dat ze de letterlijke interpretatie van Genesis als uitgangspunt nemen maakt hen [naar mijn mening] nog onwetenschappelijker omdat ze niet meer van hun conclusies wensen te wijken, wat ware wetenschap [m.i.] wel doet waar het nodig is. Christelijke wetenschappers stapten al in de 19e eeuw af van de letterlijke interpretatie van Genesis omdat die als model niet langer meer houdbaar was. Ze bleven niet dogmatisch vasthouden aan iets dat in hun ogen niet kon kloppen.

Reply
Nathan van Ree

Beste Ed,

Een langzame verandering is het niet plotseling opduiken van eigenschappen die volledig ontwikkeld en functioneel zijn. Tiktaalik is een mozïekvorm; heeft gespecialiseerde kenmerken, die een overgangspositie tegenspreken, en die duiken plotseling op. Theoretische tussenstadia zouden functioneel zinloos zijn. De ‘poten’ zouden in het water ontwikkeld zijn. Onder welke selectiedruk? Er is bovendien sprake van homoplasie.
Tiktaalik zou samen met Panderichtys en Elginerpeton een overgang vormen tussen Eusthenopteron en Acanthostega. De bouw van de vinnen staat dit echter in de weg en geldt als evolutionaire noviteit. Hoe zijn vinnen überhaupt ontstaan?

Volgens bepaalde onderzoekers zit Panderichtys qua morfologie dichter bij de tetrapoden. Er zijn afdrukken van een tetrapode gevonden die eerder gedateerd zijn dan Tiktaalik, Panderichtys en Eustenopteron (http://www.nature.com/nature/journal/v463/n7277/full/nature08623.html), (http://www.nature.com/nature/journal/v463/n7277/edsumm/e100107-01.html).

Archaeopteryx is ook een mozaïekvorm, met volledig ontwikkelde vliegveren en vliegvermogen. Moeten we aannemen dat beide door mutaties en selectie ontwikkeld zijn? Hoe? Theropoden komen niet snel in aanmerking om vanaf de grond te gaan vliegen. De theropoden die het meest op vogels lijken zijn bovendien veel jonger dan Archaeopteryx (en Confuciusornis). Verder is er sprake van veel convergenties die moeten worden aangenomen, evenals de overgang van koud- naar warmbloedig, verschuiving van de ‘vingers’, reptielen- naar vogellongen, de ontwikkeling van poten geschikt om als een vogel te landen, aanhechtingsmogelijkheden voor vliegspieren, een hersencapaciteit uniek voor vogels, etc. Onder welke selectiedruk en via welk mechanisme?

Over de vermeende ‘quote mining’ van CMI: dit is de bron die ze geven, ze korten het in, maar de essentie is hetzelfde: http://www.dictionary.com/browse/religion. Over Genesis is op Logos al het nodige geschreven. Ik laat het hierbij.

Ed Vaessen

Nathan:
“Een langzame verandering is het niet plotseling opduiken van eigenschappen die volledig ontwikkeld en functioneel zijn. Tiktaalik is een mozïekvorm; heeft gespecialiseerde kenmerken, die een overgangspositie tegenspreken, en die duiken plotseling op.”

Helder. Maar langzame verandering tussen fossielen is natuurlijk helemaal geen criterium voor het herkennen van een overgangsvorm. Wat is een overgangsvorm? Dat wat bijvoorbeeld Tiktaalik is. Die heeft kenmerken van zowel vissen als amfibieën. Dat het fossielenbestand gaten kent is bekend en dat is zeer goed verklaarbaar. Het bestaan van gaten is echter geen criterium. Het is een ander onderwerp.

“Onder welke selectiedruk en via welk mechanisme?”

Deze heeft niets te maken met wat een overgangsvorm definieert.

Peter:
“Nathan van Ree geeft een standaard creationistische (…) weergave van Patterson. Hier staat de volledige versie:
http://www.talkorigins.org/faqs/patterson.html”

Nathan citeert Patterson op [een onjuiste] manier in zijn artikel. Zoals het er staat lijkt het alsof Patterson bedoelde er geen overgangsvormen zijn. Maar Patterson zei alleen maar dat je nooit kunt weten of een fossiel een directe voorouder is of dat het er alleen maar aan verwant is.

Reply
E. van der Klift

(…) Hoelang [gaan we] nog [door met] deze discussies? De evolutie is géén feit, het is een theorie! Maar een theorie die rammelt [van alle kanten] (…). Dat JHWH álles geschapen heeft is een feit maar helaas voor de gelovige een, aan de ongelovige, niet te bewijzen feit [en daarmee] voor de óngelovige geen vaststaand feit.

Peter

E. van der Klift,

In de natuurwetenschappen is een theorie een allesomvattende verklaring voor een bepaald onderzoeksveld, zie bijvoorbeeld de atoomtheorie, de electromagnetismetheorie en de evolutietheorie. Een dergelijke theorie geeft de samenhang tussen feiten.

“Dat JHWH álles geschapen heeft is een feit”

OK, maar [dan] wel zoals de natuurwetenschap zegt.

Nathan van Ree

Beste Ed,

Als je een ‘tussenvorm’ interpreteert als afstammingshistorische overgang tussen groepen organismen, noem je het een ‘overgangsvorm’. Het criterium is dus niet slechts kenmerken die overeenkomen, maar er moet afstammingshistorie kunnen worden aangetoond. Wil je aannemelijk maken dat er sprake is van afstammingshistorie, dan heeft dit er wel degelijk mee te maken. Anders is er slechts sprake van een ‘tussenvorm’ en is de rest ongefundeerde aanname.

[Ed:] “Nathan citeert (…) verwant is.

“I think the continuation of the passage shows clearly that your interpretation (at the end of your letter) is correct, and the creationists’ is false…”. Helaas zien we genoemde brief aan P. niet op Talkorigins, dus wordt niet duidelijk wat Patterson precies bedoelt. Kennelijk niet mijn interpretatie. Wat hij beweert is waar het mij om ging bij gegeven citaat. Het sluit aan op dit van Mayr: “Gegeven het feit van evolutie, zou men verwachten dat de fossielen een constante graduele verandering zouden laten zien van voorouderlijke vormen naar afstammelingen. Maar dit is niet wat paleontologen vinden. In plaats daarvan, vindt hij of zij gaten in zo’n beetje elke fyletische reeks.” Het feit dat je uit ‘overgangsvormen’ geen afstamming kunt opmaken, wat Patterson dus beaamt, geeft het dubieuze aan. Ik schrijf niet dat hij beweert dat overgangsvormen ontbreken.

Talkorigins: “It may have been a species on a side-branch. (…), and if there was no link between reptiles and birds then Archaeopteryx would not exist, whether it is directly ancestral or not.” Hier is niets wetenschappelijk aan. Het verhaal kan dus alle kanten op en de laatste zin is circulair redeneren. Ik laat deze discussie verder voor wat hij is, want op de door mij in de voetnoot gegeven bronnen wordt niet ingegaan vanwege ‘onbetrouwbaarheid van de bron’, op de door mij gestelde vragen wordt geen antwoord gegeven en de beweringen waarmee de discussie begon worden herhaald zonder op de gegeven tegenargumenten in te gaan.

[Ed:] “En nogal wat christelijke gelovigen accepteren de evolutietheorie als verklaring voor de diversiteit van het leven.”

Daar gaat het artikel juist over.

[PS] Kleine aanvulling op eerdere reactie: “Kennelijk niet mijn interpretatie.” slaat op ‘the creationists’ interpretation’ die Patterson noemt en waar de mijne hier kennelijk mee verward wordt.

Ed Vaessen

En nogal wat christelijke gelovigen accepteren de evolutietheorie als verklaring voor de diversiteit van het leven.

Reply
Ed Vaessen

Nathan:
“Als je een ‘tussenvorm’ (…) de rest ongefundeerde aanname.”

Wat bedoel je met het aantonen van een afstammingshistorie? Betekent dat dat er geen enkel gat mag zitten in het fossielenbestand en dat elk fossiel ook nog een uittreksel van het geboorteregister op zak moet hebben?

“Talkorigins: “It (…) is circulair redeneren.”

(…) Het is gewoon wetenschappelijk om het feit vast te stellen dat je van een fossiel niet zeker kunt weten of het een rechtstreekse voorouder is of alleen maar een naaste verwant. En er zit ook niets circulairs in de opmerking dat Archaeopteryx niet gevonden zou kunnen worden als de link tussen vogels en reptielen er niet was.

Reply
Ed Vaessen

“Bioloog Peter Borger heeft inmiddels duidelijk aangetoond dat natuurlijke selectie een volstrekt incapabel mechanisme is om verantwoordelijk te worden gehouden voor de aangenomen toename in complexiteit van de verschillende levensvormen vanuit een eencellige voorouder”

Bioloog Peter Borger staat het vrij om dat voor te leggen aan zijn gespecialiseerde collegae.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over