Dr. Krüger heeft in een brief aan Logos Instituut gereageerd op het commentaar wat er kwam op zijn korte video over de ‘oerknaltheorie’.1 Wij plaatsen deze brief, met toestemming van de auteur hieronder.

hubble

Beste mensen,

Als eerste is het niet vanzelfsprekend dat we gewoon terug kunnen extrapoleren van een uitdijend heelal om bij een initiële explosie in een nul-dimensioneel punt te komen. Een uitdijend heelal vindt zijn oorsprong uit de Hubble-wet, een van mogelijke verklaringen voor de roodverschuiving van sterrenlicht. Dit is echter niet de enige verklaring voor roodverschuiving. Mensen als Halton Arp hebben alternatieven voorgesteld. Er zijn van andere auteurs ook een aantal recente artikelen voor een statisch-heelal-model.2 Omdat Hartnett al in de discussie vermeld is, verwijs ik ook naar een artikel van hem: http://creation.com/is-there-evidence-for-expanding-universe. Ik wil hier niet mee zeggen dat de alternatieven meer betrouwbaar zijn dan de oerknaltheorie, want er is momenteel geen kosmologisch model zonder grote problemen. Het grote probleem met het uitdijend-heelal-model is dat de waarnemingen erop wijzen dat de uitdijing zich versnelt en om dit volgens het standaard kosmologisch model te verklaren zijn er twee ‘fudge factors’ nodig, namelijk donkere energie en donkere materie. En dan niet een kleine hoeveelheid, maar ~68% donkere energie en ~27% donkere materie (dus ongeveer ~5% van alle materie in het universum is in de vorm zoals wij deze kennen). Het is interessant wat Hartnett over donkere materie en donkere energie zegt.3

De stelling dat de totale hoeveelheid energie en materie in het universum precies nul is, roept een groot probleem op, namelijk dat men net zo veel antimaterie als ‘gewone’ materie zou moeten verwachten en dus nog veel deeltje-antideeltje-annihilatie in het universum zou moeten waarnemen. Dit is echter niet het geval, wat betekent dat ook tijdens de warme ‘oersoep’ er veel meer materie dan antimaterie was. Dit probleem heet baryogenese en wordt als een van de grootste problemen in de moderne natuurkunde beschouwd. Pogingen om een oplossing te vinden leiden tot vreemde postulaten, zoals asymmetrie in de natuurwetten doordat de natuurwetten deeltjes over antideeltjes prefereren.4 Terloops, negatieve arbeid heeft niets te maken met de wet van behoud van energie! Dus houd ik voet bij stuk bij de vraag ‘waar kwam alle energie dan vandaan?’ De vooronderstelling dat alle energie er al altijd was is een stelling op hetzelfde niveau als het kosmologisch argument (d.i. God als eerste oorzaak van alles), behalve dat er geen overtuigende verklaring is van waar de natuurwetten vandaan komen.
Haushofer benadrukt terecht het punt dat de oerknaltheorie gaat over de tijdsontwikkeling van het heelal en niet over het ontstaan ervan. Voor het brede publiek is de ‘knal’ zelf echter ook van groot belang, vandaar dat dit in mijn video ook de nadruk kreeg. De beginsingulariteit van de oerknaltheorie is een groot probleem, waar je een oneindig hoge dichtheid hebt en 0-dimensionale ruimtetijd opeens in 4-dimensionale ruimtetijd verandert. Uiteraard kan geen theorie dit verklaren. De oerknaltheorie begint vandaar bij een tijd van ongeveer 10^-43 s en beschrijft dan alleen de verdere gepostuleerde tijdsontwikkeling – vermijding van een probleem?

Wat betreft mijn stellingen over de vorming van de eerste protosterren is mijn argument gebaseerd op het feit dat zwaartekracht ongeveer 10^36 (!) keer zwakker is dan de Coulombkracht tussen twee protonen. Bovendien zijn die krachten onafhankelijk van de temperatuur. Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat atomen spontaan kunnen klonteren, ongeacht de temperatuur. Verder, als er wel op een manier een hoge druk gecreëerd zou kunnen worden, heb je een flinke toename in de temperatuur en de gevolgelijke stralingsdruk die naar buiten gericht is, schaalt met de vierde macht van de temperatuur. Alleen wanneer de Jeans-instabiliteit bereikt wordt, neemt zwaartekracht over en vindt er klontering plaatst. Om bij dit limiet (bij een hele hoge dichtheid!) te komen, is er een zeer sterke externe kracht voor nodig. Bij de eerste protosterren in het stellaire evolutiemodel wordt er normaliter vanuit gegaan dat deze kracht komt van de zwaartekracht van een grote hoeveelheid donkere materie en dat de donkere materie speciale (metafysische?) eigenschappen hebben zoals spontane klontering. Kijk ook weer naar wat Hartnett over dit onderwerp schreef5 (In boeken over stervorming worden belangrijke aannames vaak niet genoemd).

Met groet uit Zuid-Afrika,

Tjaart

Voetnoten

  1. http://logos.nl/klopt-de-oerknaltheorie/
  2. Bijv. https://arxiv.org/ftp/arxiv/papers/1405/1405.0275.pdf.
  3. Zie bijv. http://creation.com/dark-matter-crisis-for-big-bang.
  4. Zie bv. het boek dat Haushofer aanbeveelt: “Gravity from the ground up”, Schutz.
  5. http://creation.com/stars-dont-form-naturally.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Tjaart Krüger

Written by

Tjaart Krüger is Senior Lecturer in Biophysica aan de University of Pretoria in Zuid-Afrika

12 Comments

Haushofer

Tjaart,

Een paar korte opmerkingen hierover.

1) Het uitdijende heelal vindt zijn oorsprong in de algemene relativiteitstheorie, waarin je de Hubblewet kunt afleiden. Andere verklaringen voor roodverschuiving, zoals “tired light”, hebben nogal wat problemen, zoals je hier kunt lezen: http://www.astro.ucla.edu/~wright/tiredlit.htm.

2) De stelling dat de energiehoeveelheid van het universum precies 0 is, is inderdaad problematisch, maar om een heel andere reden dan jij noemt (die ik overigens niet begrijp): de deSitter oplossing heeft geen globale tijdachtige Killing vector, waardoor je geen globale definitie kunt geven van de hoeveelheid energie. Zie bijv. ook https://arxiv.org/abs/1405.6091, waarin nogal wat kritiek wordt gegeven op een populair boek van Krauss, “A universe from nothing”. Je weet ondertussen wat ik van dit soort uitspraken/titels vind: verwarrend. Je opmerking dat “negatieve arbeid” (je bedoelt negatieve potentiële energie?) niks te maken heeft met behoud van energie snap ik dan weer niet.

3) De alg. rel. theorie “vermijdt” singulariteiten omdat daar de theorie domweg niet meer opgaat, net zoals de klassieke mechanica niet meer opgaat in het punt r=0 bij potentialen V(r)~1/r. Theorieën komen altijd met een beperkt geldigheidsdomein. Singulariteiten kunnen alleen begrepen worden binnen kwantumzwaartekracht of andere extensies van de alg. rel. theorie.

4) Je argument dat protosterren niet kunnen vormen omdat “zwaartekracht zoveel zwakker is dan de elektrische kracht” deed mijn wenkbrauwen wel even fronzen; het getal wat je noemt wordt afgeleid tussen bijv. een elektron en een proton. Met jouw redenatie kun je je ook afvragen waarom we überhaupt op de aarde blijven; zou de elektrische kracht ons niet direct de ruimte in moeten bonjouren? Gaswolken bestaan grotendeels uit waterstofmolekulen bij lage temperatuur, dus lage druk, dus zwaartekracht neemt al snel de overhand; dat kun je zelf narekenen en simuleren! (zie bijv. Matthew Bate op YT)

Reply
Ed Vaessen

“De beginsingulariteit van de oerknaltheorie is een groot probleem, waar je een oneindig hoge dichtheid hebt en 0-dimensionale ruimtetijd opeens in 4-dimensionale ruimtetijd verandert. Uiteraard kan geen theorie dit verklaren. De oerknaltheorie begint vandaar bij een tijd van ongeveer 10^-43 s en beschrijft dan alleen de verdere gepostuleerde tijdsontwikkeling – vermijding van een probleem?”

Het lijkt me niet de vermijding van een probleem. Het is de erkenning van het probleem dat we iets (nog) niet weten.

John Hartnett [haalt] de theorie van Barry Setterfield over een afnemende lichtsnelheid onderuit, dezelfde Setterfield wiens op DVD gezette ‘theorie’ men tegen betaling bij het Logos Instituut kan betrekken.

Reply
peter b

@Ed V,
Het hele extreem-vroege BB verhaal is een [gedachte], berustend op inflatie-mathematiek, waarvoor geen enkele empirische bewijsvoering is. Hat wordt voor waar aangenomen omdat het de flatness van het universum “verklaart” (liever gezegd: includeert), want inflatie roept meer vragen op dan het beantwoord. Het was niet voor niks dat Fred Hoyle er mordicus tegen was.

@Haushofer,
Als uw embryo/foetus analogie ook opgaat voor de BB, dan missen we dus in de kosmologie een belangrijke factor: informatie. Een embryo/foetus ontwikkelt zich namelijk vanuit informatie die er op T=0 reeds is. Informatie is een afgeleide, niet materiele eigenschap. We zien na de BB dat deze informatie wordt verspreid over de materie.

“Je kunt dus niet zomaar Newtonse opvattingen hierover op kosmologische schaal toepassen wanneer de desbetreffende oplossing ….”

Maar is het dan wel toegestaan om Einstein op kosmische schaal toe te passen en dan donkere materie te veronderstellen om voor de gevonden afwijkingen te compenseren? Is dit niet met twee maten meten?

Haushofer

En wat betreft donkere materie, zie bijv.: https://medium.com/starts-with-a-bang/10-facts-everyone-should-know-about-dark-matter-1ce2b222cf08#.luigodnwb

Met name punt 3:
“You will not wake up one day and hear physicists declare it’s not there at all. (Well, you will, but those claims are rare, and those physicists are wrong.) The evidence is overwhelming: Weak gravitational lensing demonstrates that galaxies have a larger gravitational pull than visible matter can produce. Additional matter in galaxies is also necessary to explain why stars in the outer arms of galaxies orbit so quickly around the center. The observed temperature fluctuations in the cosmic microwave background can’t be explained without dark matter, and the structures formed by galaxies wouldn’t come out right without dark matter either. Even if all of this was explained by a modification of gravity rather than an unknown type of matter, it would still have to be possible to formulate this modification of gravity in a way that makes it look pretty much like a new type of matter. And we’d still call it dark matter.”

Maar ik mailde je al dat het in deze niet duidelijk is of de theorie, of de waarneming onvolledig is. Dat eerste geval wordt bijv. door Erik Verlinde beweert. Ik vraag me ook af wat je met je titel bedoelt. Verwacht je dat we ooit wel “kosmologische modellen” hebben “zonder problemen”? Moet je niet het verklarende vermogen afzetten tegenover de open vraagstukken?

Als laatste vraag ik me sterk af of je kritische houding voortkomt uit religieuze ideologie, of uit wetenschappelijke twijfels. Vind je het zelf niet [opvallend] dat zo ontzettend veel verwerpingen van de oerknaltheorie (en trouwens ook evolutietheorie) religieus gemotiveerd zijn? (…)

[Noot van de redactie: Beste Haushofer, de titel is afkomstig van de redactie.]

Reply
Haushofer

Een aardige analogie is de ontwikkeling van een embryo/foetus. Als je hierin de tijd t naar 0 stuurt, zou je uit de bijbehorende grafiek kunnen concluderen dat de embryo ooit een punt is geweest (“0 dimensionaal”). Maar we snappen dat de theorie die de groei van onze embryo beschrijft pas intreedt na de conceptie. Die limiet van t naar 0 duidt de conceptie aan; onze embryo is immers voortgekomen uit de samenkomst van 1 zaad- en eicel, en cellen vormen de basis. We concluderen niet dat onze foetus uit een singulariteit komt, anders zou elke man dagelijks tientallen miljoenen singulariteiten in z’n balzak mee moeten zeulen.

Reply
M.Nieuweboer

Inderdaad heeft Halton Arp zo’n 50 jaar geleden een alternatief voorgesteld. Sindsdien zijn nieuwe empirische data gevonden die niet door zijn alternatief kunnen worden uitgelegd.

“de waarnemingen erop wijzen dat de uitdijing zich versnelt”

Inderdaad – en dat weerlegt bepaalt niet de Oerknal, integendeel. Geen probleem als iemand vraagtekens bij donkere materie en donkere energie stelt. Doen natuurkundigen ook, die vraagtekens hebben geen invloed op de Oerknal.

“De stelling dat de totale hoeveelheid energie en materie in het universum precies nul is, roept een groot probleem op, namelijk dat men net zo veel antimaterie als ‘gewone’ materie zou moeten verwachten.”

(…) Ik schreef [dat] helemaal niet en die verwachting klopt ook volstrekt niet. Feit: bijna alle sterrenstelsels bewegen bij elkaar vandaan. Zwaartekracht is een aantrekkende kracht. We hebben dus massa die beweegt in een richting tegengesteld aan die kracht. Terug naar de middelbare school: Arbeid = kracht maal afgelegde weg. Richtingen tegengesteld betekent negatieve arbeid. En arbeid is een vorm van energie.
Dat levert de negatieve energie op, niet de antimaterie. Het antiproton bv. heeft precies dezelfde (positieve) massa als het proton.

Dat er problemen zijn met alle mogelijke natuurkundige theorieën (geldt voor de mechanica’s van Newton en Einstein net zo hard) is een open deur, maar levert geen weerlegging van de Oerknal op. Er is simpelweg geen natuurkundig model zonder Oerknal (…) dat alle bekende feiten net zo goed verklaart als de verschillende modellen met Oerknal. Steady State modellen kunnen nog wel zo aangepast worden dat de zich van elkaar verwijderende sterrenstelsels er in passen, maar niet de kosmische achtergrondstraling. Dhr. Krüger negeert die.

Reply
haushofer

Ja, die opmerking over antimaterie en negatieve energie snap ik ook niet; antimaterie heeft natuurlijk gewoon een positieve hoeveelheid energie. Maar zoals ik al zei: in de algemene relativiteitstheorie is de energiedichtheid van een zwaartekrachtsveld niet eenduidig bepaald door het equivalentieprincipe. Je kunt dus niet zomaar Newtonse opvattingen hierover op kosmologische schaal toepassen wanneer de desbetreffende oplossing (deSitter) geen globale tijdachtige Killingvector toelaat om de behouden lading mee te definiëren.

Reply
Ed Vaessen

“Het grote probleem met het uitdijend-heelal-model is dat de waarnemingen erop wijzen dat de uitdijing zich versnelt en om dit volgens het standaard kosmologisch model te verklaren zijn er twee ‘fudge factors’ nodig, namelijk donkere energie en donkere materie.”

Welk ‘probleem’ is er precies? (…) Heeft het ‘standaard kosmologisch model’ ooit gesteld dat een versnelde uitdijing nooit kon? De woorden ‘probleem’ en ‘fudge factors’ vallen op. Zij klinken mij niet [juist] in de oren. (…)

Reply
Haushofer

Nee. Een constante uitdijing kun je bewerkstelligen door de kosmologische constante. Een tijdsafhankelijk uitdijing, zoals bij inflatie, krijg je door een scalair veld (zoals het Higgsveld) in te voeren met een bepaalde potentiaal, waarvan de vacuumwaarde (vev) dienst doet als kosmologische ‘constante’. Dat is dus geen enkel probleem. Het hoe en waarom hiervoor is dan weer de volgende vraag natuurlijk.

Bovendien is donkere materie niet nodig om de versnelde expansie van de ruimte te kunnen verklaren. Donkere materie en donkere energie hebben, ondanks de beroerde naamgeving, zover we weten niks met elkaar te maken. Donkere energie, gevat in de kosmologische constante, is verantwoordelijk voor het versnelde uitdijen. Donkere materie is voor hele andere zaken nodig. Dus wat Tjaart daar zegt klopt niet.

Reply
Jan van Meerten

Geachte heer Haushofer, u schrijft: “Als laatste vraag ik me sterk af of je kritische houding voortkomt uit religieuze ideologie, of uit wetenschappelijke twijfels. Vind je het zelf niet [opvallend] dat zo ontzettend veel verwerpingen van de oerknaltheorie (en trouwens ook evolutietheorie) religieus gemotiveerd zijn?” ‘Het kan verkeren’ zou de bekende dichter G.A. Brederoo (1585-1618) gezegd hebben. Eerst was de ‘oerknal-hypothese’ religieus gemotiveerd (zie bijvoorbeeld Fred Hoyle, astronoom) nu zijn de tegenwerpingen (door Hartnett et al.) t.o.v. de ‘oerknal-hypothese’ religieus gemotiveerd. Welke waarde moeten we hiermee hechten aan het argument ‘religieus gemotiveerd’? Daarnaast zijn er gelovigen die de ‘oerknal-hypothese’ juist omarmen omdat dit zou passen bij het ‘Kaläm Cosmological Argument’, dan verliest het argument ‘religieus gemotiveerd’ m.i. toch zijn waarde in deze discussie. Deze opmerking doet overigens niets af aan het verdere van uw betoog waarin u de stand van zaken (met een focus op de mogelijk bevestigde punten) binnen de huidige naturalistische wetenschapsbeoefening schetst en de bronnen geeft waar verder uit geput zou kunnen worden om de naturalistische ‘oerknal-hypothese’ te begrijpen. Welk In-Depth boek zou u aanraden als verdieping in de naturalistische kosmologie?

Reply
Haushofer

De oerknalhypothese was helemaal niet religieus gemotiveerd. De grondlegger hiervan, Lemaitre, waarschuwde zelfs voor religieuze interpretaties hieromtrent. En dat als priester zijnde. Dus waar je dat vandaan haalt is mij een raadsel.

Een goed en toegankelijk boek voor de huidige stand van zaken in de kosmologie is bijv. Tegmarks “Our mathematical universe”. Een toegankelijk academisch boek waarbij je zo weinig mogelijk voorkennis nodig hebt is dat van Liddle; daar heb je geen algemene relativiteit voor nodig.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over