Dr. Neil Huber gaf jarenlang les aan de vooraanstaande seculiere Wisconsin State University. De toegewijde docent evolutionaire antropologie is sinds 1981 christen en inmiddels ook overtuigd creationist. Huber groeide op in totale onkunde van de Bijbel. „Alles wat ik wist over Christus, kende ik van toneelstukken, kerstfeest en soortgelijke dingen. Mijn familie was sterk gekant tegen het christendom. Zoals mijn vader vaak zei: echte wetenschappelijk verlichte mensen behoren niet meer in dat soort dingen te geloven.

Ik doceerde nog enthousiast evolutie aan de universiteit toen een paar studenten aan me vroegen om eens in de Bijbel te gaan lezen. Ik werd direct gegrepen door de historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament. Op sommige punten moedigde de Bijbel me aan om na te denken over de werkelijke feiten en de problemen die de evolutietheorie daarmee heeft. Bovendien zijn de uitkomsten van de evolutietheorie schadelijk voor de wetenschap. Ze kunnen niet eens wetenschappelijk worden getoetst zoals de theorie van elektriciteit of hydrodynamica of welke andere theorie dan ook.”

Huber was destijds nog in geen enkel opzicht creationist, maar hij was wel bezorgd over de evolutietheorie en de deugdelijkheid van de dingen die hij doceerde. „Ik werd, wat je zou kunnen noemen, een heel klein beetje agnost voor wat betreft evolutie.”

Het leidde ertoe dat Huber ontslag nam van de universiteit en een eigen bedrijf opstartte. Zijn vrouw was christen geworden en nam hem ook geregeld mee naar de kerk. „Mijn bekering was geen ervaring zoals Saulus meemaakte op weg naar Damascus, een plotselinge ommekeer of zo. Nee, ik worstelde lange tijd met een heleboel problemen.” Verreweg het grootste was het vraagstuk van de ouderdom van de aarde.

„Ik groeide op in een wereldbeschouwing dat alles erg oud was, dat dinosauriërs erg oud zijn, en dat fossielen erg oud zijn enzovoort. Ik leerde dat niet alleen thuis, maar ook op het voortgezet onderwijs, lang voordat ik naar de universiteit ging.”

Tot ongeveer 10 jaar na zijn bekering tot het christendom, meende Huber dat Genesis 1 tot en met 11 figuurlijk moest worden opgevat. „Ik was er tevreden mee dat ik die hoofdstukken kon beschouwen als een metafoor. Ik realiseerde me echter plotseling dat dit overduidelijk strijdig was met mijn vertrouwen in het Nieuwe Testament. En dat verwarde me enorm. De evolutietheorie bleek bij nader inzien absoluut in tegenspraak met de manier waarop God Zijn werken openbaart in de Bijbel.”

Huber begon het Oude Testament even zorgvuldig te bestuderen als hij het Nieuwe Testament gedaan; in het bijzonder verdiepte hij zich in Genesis. „Ik vergeleek de feiten die het Oude Testament presenteert. Dat leverde mij een zeer consistent beeld op van de betrouwbaarheid van God.” Hij raakte er van doordrongen dat het hele Bijbelboek Genesis letterlijke historie bevat. „Mijn zorgvuldige studie van de Pentateuch, inclusief Genesis, werd gezegend; ik kreeg een volledig vertrouwen in de kracht en geloofwaardigheid van de orthodoxe, ‘fundamentalistische’ interpretatie van het scheppingsverslag. En eveneens in het belang daarvan. Het hele bouwwerk van alle basale leerstukken is er op gefundeerd: de schepping, Adam en Eva, de val, de vloek op de schepping, de belofte van de Zaligmaker, de zondvloed, het huwelijk, de erfzonde, enzovoort. Dit gaat echter lijnrecht in tegen de evolutietheorie, en weerspreekt al het langeperiodendenken in het algemeen (Romeinen 5:12). Als Genesis 1 tot en met 11 een mythe zou zijn of geen betrouwbare geschiedenis, dan zou het christendom –wat God verhoede– als een kaartenhuis ineenstorten.”

Eva de eerste wetenschapper

De afgelopen twintig jaar onderwees Huber jong en oud dat het Oude Testament consistent en betrouwbaar is. Ook tijdens het interview laat hij in een aantal boeiende illustraties zien dat de Bijbelse openbaring superieur is aan de menselijke wetenschap.

„Eva is te beschouwen als de eerste wetenschapper.1 Ze bestudeerde de boom (der kennis des goeds en des kwaads, red.). Wellicht niet zoals een hedendaagse botanicus, maar ze deed observaties. (Genesis 3:6a) En je kunt zeggen dat haar wetenschap goed was, omdat haar waarnemingen in overeenstemming waren met hoe God de boom beschouwde, namelijk goed. Toen maakte ze echter de grote fout haar oor te lenen aan de sprekende slang die haar aan het twijfelen bracht. De slang zei eigenlijk: Is het werkelijk waar dat God gezegd heeft: Jullie mogen niet eten van alle bomen in deze tuin? Eva antwoordde dat ze misschien wel zouden sterven als ze van die ene boom zouden eten; en daar zit het grote probleem: ze twijfelde in ongeloof aan Gods Woord.

En zij gaf Adam en zei tegen hem: Kom, laten we hiervan eten. Laten we de proef op de som nemen. Toen deden ze een experiment en ze kwamen er achter dat hun conclusies fout waren. Hun waarnemingen waren correct maar hun conclusies waren fout.

Laten we nu ook eens kijken naar de geschiedenis op de berg Moria; (Genesis 22) die laat het omgekeerde zien. Abraham en Izak wisten wat vuur was, daar hadden ze de wetenschap van. Al wisten ze niets van kernfysica, ze kenden het vuur en beseften wat het doet bij het verbranden van een offer. Toen zei God: „Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria; en offer hem aldaar tot een brandoffer op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal.” Abraham moet geweten hebben met de kennis die hij had wat de gevolgen zouden zijn. Maar Abraham en Izak gingen de berg Moria op, volledig vertrouwend op de belofte van God, ondanks hun kennis van wat vuur is en wat het doet. Dit is een diepgaande, schokkende geschiedenis. Maar de boodschap is helder: ze vertrouwden op de belofte van God in plaats van op hun eigen kennis.”

Als fysisch antropoloog aan een topuniversiteit heeft Huber te maken gehad met een aantal van de meest gevierde menselijke overblijfselen die in de wetenschap bekend zijn. Hij is er echter niet van onder de indruk.

„Er leven veel verkeerde meningen in de wetenschap. Ik heb de originelen van sommige van de beroemdste fossielen in mijn handen gehad. Zoals de vermaarde Steinheimschedel2 en andere fossielen uit de tijd van de neanderthalers.3 Veel van deze botten waarmee nogal sterk de publiciteit mee werd gezocht, zijn afkomstig van –en ik vind het vervelend om het te moeten zeggen– van dubieuze oorsprong. Veel ervan waren aangetroffen in een onnatuurlijke positie of vorm, of waren vergruisd en later weer op een willekeurige manier samengevoegd. Veel van deze vondsten zijn bovendien foutief geïnterpreteerd door mensen die bekend staan als dé grote wetenschappelijke autoriteit.

Een orthodoxe naturalist zal altijd zeggen dat deze voorwerpen ‘giljoenen’ jaar oud zijn. Maar neem de zogeheten Steinheimschedel als voorbeeld. Die is overduidelijk niet afkomstig van een typisch modern mens. Wat het dan wel is? Dat zou ik niet met zekerheid kunnen zeggen. Misschien een variant op de moderne mens, zoals we vandaag de dag ook verschillende hondensoorten kennen; van een type dat inmiddels uitgestorven is? Er zijn zoveel dingen die we niet weten. Moet ik dan een hele filosofie, een complete wereldbeeld bouwen op iets dat ik niet volledig begrijp, zoals deze Steinheimschedel?”
Op die manier berust het hele bouwwerk van de evolutietheorie op een verzameling van opvattingen van wetenschappers, van feilbare mensen; wellicht zijn ze gebaseerd op goede waarnemingen of fenomenen, maar op zijn best berusten ze op indirect bewijs en meestal foutieve afleidingen van de wetenschappelijke gegevens.”

Hoe zou u het gesprek met een evolutionist willen aangaan?

„Het is een regel in de wetenschapsfilosofie dat wetenschappers een gevestigd paradigma zullen verdedigen totdat er iets beters komt dat het kan vervangen. Als iemand mij biologisch bewijs had laten zien ten gunste van het scheppingsgeloof terwijl ik evolutiebiologie zou doceren, zou ik alles hebben gedaan om die visie te bestrijden.

Proberen om de Bijbel te bewijzen met wetenschappelijke feiten, vind ik geen goede benadering. De juiste is om te starten met de aanname dat de Bijbel absolute autoriteit heeft. Vanuit dat startpunt moet je je wetenschap opbouwen, gefundeerd op de Bijbelse waarheid. Vervolgens kun je laten zien hoe buitengewoon consistent de feiten uit de echte wereld zijn met het Bijbelse verslag. Daarop moeten we ons richten en die benadering wil ik steunen.”

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Creation Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Wieland, C., Batten, D., 2002, Evolution abandoned. A talk with physical anthropologist Dr Neil Huber, Creation 24 (2): 44-45 (Artikel).

Voetnoten

  1. Het is te verdedigen dat Adam de eerste wetenschapper was toen hij optrad als taxonoom bij het geven van namen aan de dieren (Genesis 2:19–20).
  2. Een schedel die in Duitsland werd gevonden en de naam Homo steinheimensis (alias H. heidelbergensis, alias H. erectus), ook beschouwd als een “archaïsche Homo sapiens”. De herseninhoud is 1150–1250 cc, binnen de range van moderne mensen, en zeer overeenkomend met de Neandertaler, behalve dat de laatste met gemiddeld 1450 cc een grotere herseninhoud heeft dan moderne mensen. Creationisten beschouwen al deze vondsten als variëteiten op de mens van na de zondvloed.
  3. Dit beschrijft een cultuur, gebaseerd op soorten werktuigen en artefacten, in het algemeen (maar niet exclusief) toegeschreven aan Neandertalers.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by , en

Dr. Neil Huber gaf jarenlang les aan de vooraanstaande seculiere Wisconsin State University. De toegewijde docent evolutionaire antropologie is sinds 1981 christen en inmiddels ook overtuigd creationist. Huber groeide op in totale onkunde van de Bijbel. „Alles wat ik wist over Christus, kende ik van toneelstukken, kerstfeest en soortgelijke dingen.

...
Read more