De wetenschappers van het project ENCODE publiceerden in juli in vakblad Nature een reeks indrukwekkende getallen. Zo blijkt het menselijke genoom ongeveer 4 miljoen schakelaars te bevatten die de ontwikkeling en het gedrag van cellen, organen en weefsels sturen.

Maar ze noemen nog meer getallen. Om een idee te geven: ze hebben 2.157.387 open chromatinegebieden gevonden, en 750.392 gebieden met gewijzigde histonen (mono-, di- of tri-methylering van histon-H3 tot lysine-4 (H3K4me1, H3K4me2 of H3K4me3) of acetylering van histon-3 tot lysine-27 (H3K27ac)), eiwitten waar het DNA omheen is gewikkeld. Deze regio’s fungeren als zogeheten epigenetische schakelaars: ze regelen de toegang tot het genoom. Daardoor bepalen ze of het DNA al dan niet kan worden overgeschreven (transcriptie).

Daarnaast worden er 1.224.154 DNA-sequenties en 845.000 RNA-subregio’s bezet door regulerende schakeleiwitten. Bovendien bleken meer dan 130.000 regio’s directe langeafstandscontacten te hebben op andere chromosomen. Deze resultaten bevestigden eerdere berichten van ENCODE dat meer dan 80 procent van het genoom een bepaalde functie heeft. De darwinistische gemeenschap vecht sinds 2012 tegen deze bevindingen. Ze gelooft niet dat 80 procent van het genoom functioneel is, zoals ENCODE dat heeft aangetoond.

Waarom nemen deze wetenschappers de resultaten van ENCODE niet over? Omdat het aantal mutaties –spontane toevallige veranderingen aan het DNA– dat per generatie optreedt veel te hoog is. Meer dan honderd per persoon.

De evolutiebioloog H. J. Muller berekende dat één mutatie per persoon al te veel is om mensen door een evolutieproces te laten ontstaan. Zelfs niet wanneer Muller extreme selectie toepaste. Dit komt doordat mensen te weinig kinderen krijgen om het degeneratieve proces van mutaties tegen te gaan. Een andere evolutiebioloog, A. S. Kondrashow, schreef in een wetenschappelijk tijdschrift: „Waarom zijn we al niet 100 keer uitgestorven?” Ook hij realiseerde zich dat het aantal mutaties per persoon veel te hoog is voor een darwinistisch evolutieproces. Hij beschreef alle mutaties samen „als een tijdbom”; de gewervelden zijn ten slotte gedoemd tot uitsterven.

Als vrijwel het hele genoom functioneel is, zoals ENCODE aantoonde, zullen vrijwel alle mutaties van het DNA een negatieve invloed hebben. En dan kan het genoom alleen maar achteruitgaan. Volgens de evolutietheorie moet slechts een heel klein deel van het genoom functioneel zijn; anders zouden alle mutaties schadelijk zijn. En dat leidt onherroepelijk tot een genetische ramp. Daarom hebben de evolutietheoretici ”junk-DNA” nodig. ”Junk-DNA” is niet-functioneel DNA; daar mogen mutaties plaatsvinden. Ze kunnen er toch geen schade aanrichten.

Evolutiebiologen moeten daarom de uitkomsten van ENCODE wel in twijfel trekken: hoe minder ”junk-DNA”, hoe onwaarschijnlijker evolutie is. De evolutiebioloog Dan Graur heeft daarom bedacht dat niet meer dan 25 procent van het genoom functioneel is. Maar ook dan kan het genoom alleen maar achteruitgaan; het gaat alleen iets minder snel. ENCODE maakt ook dan een eind aan 160 jaar van darwinistische dwalingen in de biologie.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Borger, P., 2020, Evolutiebiologen: Mensheid gedoemd tot uitsterven, Reformatorisch Dagblad 50 (156): 21 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Peter Borger is moleculair bioloog, specialist in signaaltransductienetwerken en genregulatie-systemen, tevens auteur van Terug naar de Oorsprong. Hij is één van de grensverleggende wetenschappers binnen de nieuwe biologie. Daarin staat onder meer centraal dat soortenvorming daadwerkelijk plaatsvindt, omdat het genoom daarvoor is geprogrammeerd, maar dat alle verschillende soorten niet allemaal dezelfde voorouder hebben. Ook wordt vanuit deze tak van de biologie duidelijk dat er geen genetische informatie-toename nodig is om nieuwe soorten voort te brengen. Alle informatie om nieuwe soorten te vormen was reeds aanwezig in het genoom vanaf de tijd dat de oervormen werden geschapen.