Sinds enige jaren verschijnen in de media vele populair wetenschappelijke artikelen, waarin menselijke en dierlijke gedragingen in de context van de evolutietheorie worden verklaard. Heel vaak gaat het daarbij om onderzoek van het menselijk seksueel gedrag. Veel conclusies over de evolutionaire vorming van cognitieve mechanismen blijken cirkelredeneringen te zijn. Andere zijn zo vaag en algemeen geformuleerd, dat men ze slechts als geloofwaardig klinkende bedenksels kan beschouwen, die niet te bewijzen of te weerleggen zijn.

Waartoe dient het vrouwelijk orgasme? Is de hoeveelheid orgasmen bij vrouwen, die een partner met een hoger inkomen hebben, groter? Hoe hebben zich geestelijke fenomenen zoals “genegenheid” en “zorg voor de eigen kinderen” ontwikkeld? Is ons verstand het product van een langdurig proces van aanpassingen?

Vragen zoals deze worden binnen het model van de evolutietheorie aan de hand van de evolutietheorie afgehandeld en kunnen op meerdere manieren heel geloofwaardig worden beantwoord. Op gelijke wijze handelen in God gelovende filosofen en theologen, wanneer zij binnen het model van een door God geschapen wereld aan de hand van de Bijbel of andere geschriften hun religieuze visies verdedigen. In beide gevallen kan nauwelijks van een bewijsvoering in eigenlijke zin gesproken worden.

Definitie en geschiedenis van de evolutionaire psychologie

De evolutionaire psychologie is een tak van onderzoek, waarin de herkomst van de menselijke geest aan de hand van de evolutie verklaard moet worden. De evolutionaire psychologie is inhoudelijk niet begrensd. Veeleer moet zij op alle gebieden van de psychologie als een nieuwe methodische werkwijze ter beschikking staan. Zij moet op elk gebied van de psychologie toepasbaar zijn.1

In de evolutionaire psychologie spelen klassieke psychologische gegevens ook verder een grote rol, maar zij worden aangevuld, bijvoorbeeld door aannames over de menselijke evolutie, “jagers en verzamelaars”- studies of economische modellen. Enige bespiegelingen gaan terug tot Charles Darwin, maar pas door samenwerking van de psychologe Leda Cosmides met de antropoloog John Tooby ontwikkelde de evolutionaire psychologie zich in de vroege 1990er jaren tot een zelfstandige en invloedrijke werkwijze.2

Een voorbeeld voor de “scheppingspsychologie”

Indien men enige honderden vrouwengezichten driedimensionaal vastlegt en daarna een typisch gemiddeld gezicht berekent, dan ziet men een vrouw, die men zich in het algemeen als perfecte schoonheid voorstelt. De neiging een “mooie” levenspartner te kiezen, zou men “scheppingspsychologisch” zo kunnen interpreteren, dat elk levend wezen naar zijn soort geschapen werd en de individuen proberen hun soort gemiddeld te behouden.

Daartegenover zou vanuit evolutionair oogpunt te verwachten zijn, dat helemaal geen neiging of een “experimenteerlustige” wens zich te ontwikkelen in nieuwe, “buitengewone” richtingen, herkenbaar is.

Voetnoten

  1. Aaron Sell, Edward H. Hagen, Leda Cosmides und John Tooby, Evolutionaire Psychology: Applications and Criticisms, inLynn Nadel´s Encyclopedia of Cognitive Science, John Wiley & Sons, Hoboken, 2006, S. 54.
  2. Jerome H. Barkow, John Tooby, Leda Cosmides, The Adapted Mind: Evolutionary Psychology and The Generation of Culture, Oxford University Press, Oxford, 1992.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.