Mooie dingen schrijft Rolinka Klein Kranendonk over wat de Bijbelse verhalen met je doen (Nederlands Dagblad, 6 juni). Maar als zij de tegenstelling maakt ‘wel waar, maar geen feitelijke geschiedenis’, dan ontspoort háár verhaal. Want de Bijbel wil ons wel degelijk vertellen hoe God heeft ingegrepen in onze geschiedenis.

Eerst in Israël en uiteindelijk in Jezus Christus: zijn komst op aarde, zijn dood en opstanding. Over de manier waarop dat vorm heeft gekregen in de verhalen van de Bijbel, is het nodige te zeggen. Maar als je de feitelijkheid wegstreept, houd je geen grond onder de geloofsvoeten over. Om met
dominee-dichter Geert Boogaard te spreken: “Wanneer het niet waar is dat er iemand in de wereld is gekomen die de naam Immanuel draagt, kan niemand leven. Ik kan niet leven met schuld als er geen komst is. En niet met een lichaam dat vergaat, als ik in zijn handen geen sleutel weet die past op de deur van mijn graf.” Of met de apostel Paulus: “als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw
geloof nutteloos.”

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Nederlands Dagblad. De originele bronvermelding luidt: Steenbergen, W., 2017, Feitelijke Bijbelse geschiedenis, Nederlands Dagblad 73 (19.554): 13.