Geest en Kosmos – Boekbespreking Deel 5

by | jun 29, 2022 | Evolutie

Geest en kosmos4 Waarde.

4.1

Het idee van teleologie houdt in dat er een vorm van waarde is in het resultaat waar zaken naar onderweg zijn. Zelfs als de teleologie z’n doel mist, is die waarde er dan toch wel. Werkelijke waarde is niet op het eerste gezicht in overeenstemming te brengen met evolutionair naturalisme. Het probleem van waarde omvat ook het probleem van bewustzijn en cognitie, maar het gaat verder dan dat. Het heeft te maken met het praktische domein: beoordeling van en beheersing over gedrag. Zelfs als bewustzijn en cognitie een bepaalde plaats hebben gekregen in de natuurlijke orde, heeft waarde iets extra’s en heeft waarde consequenties die even diepgaand zijn. Hierbij is het wel van belang of men realist is of subjectivist, ofwel gelooft men dat waarde echt bestaat of niet. Subjectivisme op het gebied van waarde komt veel voor.

Een verfijnde vorm is die in de humeaanse traditie. Nagel onderscheidt het waarderealisme hiervan. Het subjectivistische standpunt is, dat morele waarheid afhangt van onze motivationele instelling en reacties. Het realistische standpunt is, dat onze reacties de evaluatieve waarheid proberen weer te geven, met een al dan niet juiste verwijzing. Er is een juist antwoord, en dat antwoord proberen we te vinden. Nagel is een waarderealist. Hij beschrijft dat de meest plausibele vormen van waardesubjectivisme zijn gebaseerd op Hume’s opvattingen van de passies: Morele oordelen zijn gebaseerd op een motivationeel systeem dat verfijnder en reflectiever is dan onze basislusten en instincten. Het is een kalme passie, een onbevooroordeelde welwillendheid. Waardeoordelen zijn niets meer dan de uitdrukking van een dergelijk gevoel. Het realistische standpunt ontkent dat de waarheid afhangt van onze disposities.

4.2

Een vraag van een subjectivist zou zijn; wat zou maken dat belangen van anderen een reden zijn om te handelen, als we niet door welwillendheid zouden worden gemotiveerd? Dit is echter een onjuiste vraag. Het impliceert dat er iets anders dan waarde is, dat waardeoordelen waar of onwaar maakt. Subjectivisten zien de basis voor de waarheid van waardeoordelen in psychologische feiten over motivationele disposities. Realisten ontkennen dit. Realisme is geen metafysische theorie, behalve dan in negatieve zin, dat het ontkent dat alle basiswaarheid hetzij natuurlijk, hetzij wiskundig is. Het stelt niet dat waardeoordelen waar of onwaar worden gemaakt door iets anders, natuurlijk of bovennatuurlijk. Maar realisten geloven wel dat morele oordelen kunnen worden verklaard door fundamentelere waarheden in combi met onderliggende feiten. De realist ziet ons morele besef als een eigenschap die tot doel heeft de feiten te bepalen die voor of tegen acties pleiten. Feiten met betrekking tot de gevolgen van bepaalde handelswijzen. De realist voegt niets toe, maar stelt dat bepaalde zaken waar zijn vanuit zichzelf. Tenslotte moet iedereen toestemmen dat er waarheden zijn die niets anders als basis hoeven te hebben, zolang er maar zoiets als waarheid bestaat.

Verfijnd subjectivisme kan zeggen dat infanticide verkeerd is, ook als niemand het verkeerd zou vinden. Maar toch ontkent ook zulk subjectivisme dat waardeoordelen waar kunnen zijn vanuit zichzelf, en dat komt niet overeen met ons beste denken over het begrip waarde. Er is geen doorslaggevend argument voor het realisme van waarde. Hume  gebruikte een reden om het realisme af te wijzen door te stellen dat morele waarheden alleen kan bestaan op een wijze zoals andere feiten zijn dat ook doen. Op die wijze bestaan ze echter niet, dus dan bestaan ze voor Hume ook niet. Een positieve steun voor het realisme is gelegen in de vruchtbaarheid van evaluatief en moreel denken. De realistische interpretatie kan alleen overtuigend zijn als het een betere verklaring is dan het subjectivistische of sociaal-constructivistische alternatief.

4.3

De vraag die naar boven komt: welke implicaties hebben nu de verschillende opvattingen van waarde voor de natuurlijke orde?  Nagel is het met Sharon Streets eens, dat moreel realisme niet in overeenstemming kan worden gebracht met de darwinistische verklaring van de evolutionaire invloed op ons vermogen tot moreel oordelen. Aangezien moreel realisme waar is, moet de darwinistische verklaring onwaar zijn.

De implicaties zijn echter nog veel groter. Onze opvatting van de natuurlijke orde moet worden uitgebreid. Ook onze opvatting van de kosmos moet dit kunnen verklaren. Nagel heeft het dan in navolging van Street over non-naturalistische versies van waarderealisme: evaluatieve feiten zijn niet herleidbaar tot natuurlijke feiten van welke soort dan ook en vergen geen mysterieuze extra eigenschappen in het heelal. Door selectie ontstane evolutionaire vermogens zijn niet in staat een van de geest onafhankelijke morele waarheid op te sporen. Ze dragen niet bij aan reproductief geschikt zijn. Dit is bij het darwinisme anders dan bij realisme ten opzichte van de fysische wereld. Ten opzichte van de fysische wereld zou realisme wel selectief voordeel kunnen bieden. Met betrekking tot waarden echter niet. In een darwinistische verklaring is het vervelende van pijn volstrekt overbodig. Voor natuurlijke selectie zou pijn net zo goed positief kunnen zijn en plezier negatief. Een realist kan deze mogelijkheden niet als betekenisloos van zich af zetten, zoals een subjectivist.

4.4

Nagel stelt met Street, dat vanuit Darwinistisch perspectief  onze indrukken van waarde, realistisch geïnterpreteerd volkomen ongefundeerd zijn. Als dat speelt voor de fundamentele reacties, dan geldt dat ook voor het verfijnde bouwwerk dat daarop is gebouwd. Toch blijft Nagel er van overtuigd dat pijn echt naar is en niet alleen maar iets waar we een hekel aan hebben, en dat plezier echt goed is en niet alleen iets wat we fijn vinden. Volgens het darwinisme is dat een illusie. Wat is dan het realistische alternatief? Plezier en pijn zijn adaptief, maar ze zijn meer dan dat. Ze zijn goed en slecht op zichzelf. Dat is een reden om tot actie over te gaan en dit leidt tot morele principes. Als we de vermogens een darwinistische verklaring konden geven, zouden we de realistische interpretatie kunnen weerleggen.

4.5

Het probleem van waarde heeft net als bij bewustzijn en cognitie zowel een constitutief als een historisch aspect. De cognitieve vraag gaat over: wat voor soort wezens zijn we als het realisme waar is? De historische vraag is, hoe dit heelal eruit moet zien om dergelijke wezens voort te brengen. De opvallendste constitutieve consequentie zou zijn dat de mens niet alleen waarde kan bespeuren maar er ook door kan worden gemotiveerd. Wat is dan dat motivationele vermogen? En dan niet als extra metafysisch component van de wereld? Er is een bewuste aansturing nodig. Een vrije wil.  Nagel laat de kwestie van het determinisme voor wat het is. Waarderealisme impliceert de opvatting dat menselijke wezens worden gemotiveerd door hun bevattingsvermogen van waarden en redeneren. Het bestaan ervan is een fundamenteel soort waarde en niet herleidbaar tot iets van een andere vorm, psychologisch of fysisch.

Menselijke actie wordt dus niet alleen verklaard door fysiologie of verlangen maar ook door oordelen. Het vermogen tot oordelen is een hogere ontwikkeling van onze natuur als bewuste schepsels. Wordt gevraagd naar reductieve of emergente verklaringen, dan lijkt het bestaan van een reductieve verklaring heel onwaarschijnlijk. Net als bij cognitie, lijkt de reactie op waarde alleen zinnig in geünificeerde staan en niet als combinatie van de reacties van de aparte onderdelen. Er is een geünificeerde bewuste subject nodig dat ziet wat hij zou moeten doen. Deze noodzaak tot eenheid is op elk niveau onverzoenlijk met het psychofysisch monisme. Een realistische visie op de praktische rede heeft als belangrijkste metafysische aspect dan bewustzijn niet passief en slechts epifenomenaal is maar dat het een passieve rol in de wereld speelt.

4.6

Nagel heeft geen oplossing voorgesteld voor de constitutieve vraag vanuit het standpunt van het waarderealisme, maar alleen voorwaarden geschetst. Voor de historische vraag doet hij hetzelfde. In tegenstelling tot het realisme, leent het subjectivisme zich wel voor een darwinistische verklaring. Het darwinisme zou moeten verklaren dat er wezens ontstonden die hun acties kunnen beheersen in reactie op redenen, dat moet samen gaan met natuurlijke selectie en er toch niet door worden verklaard. Waarderealisme moet verdisconteren dat de bewuste schepsels het gevolg waren van chemische en natuurkundige processen. Het evolutieproces bevat een grote hoeveelheid pijn en plezier. Ook van de ontwikkeling van waarde en moreel begrip zal ze een verklaring moeten geven. Het proces lijkt op dat van een heelal dat langzaamaan ontwaakt. Wat is de werkelijke geschiedenis van waarde in het heelal? Allereerst moeten er bij verschijnen van leven entiteiten ontstaan die iets goeds hebben, waarvoor iets goed of slecht kan gaan. Dan ontstaan bewustzijn, reflectie en zelfbewustzijn, herkennen van goed en kwaad en redenen herkennen om iets te mijden of na te jagen. Alleen wezens met rede hebben redenen voor actie, en waarde kan worden herkend als de verklaring van de redenen die we hebben.

Twee dingen moeten worden uitgelegd: 1) Het verschijnen van waarde in levensvormen en 2) Het verschijnen van redenen tot actie en wezens die het kunnen herkennen en er naar handelen. Dit is veel meer dan alleen een algemeen cognitief vermogen. Als waarde aan het leven verbonden is, dan zal ze afhankelijk zijn van de vorm van dat leven. Ze hangt inderdaad heel sterk af van de biologische kenmerken van onze levensvorm. Waarde moet worden gezien als iets pluralistisch, het is net zo gevarieerd en rijk als de hele variëteit aan levensvormen. Waarde is onontkoombaar werkelijk. Onze gevoeligheid voor goede en kwade aspecten speelt een essentiële rol in onze overleving. Maar ze zijn ook goed en slecht op zichzelf en wij kunnen deze waarden herkennen en wegen. Het stopt met herkennen niet bij ons zelf. Als we ons de drie potentièle historische verklaringen herinneren: causaal, teleologische en intentioneel, dan is het moeilijk te bedenken dat een causale verklaring mogelijk kan zijn en lijkt een teleologische verklaring betere papieren te hebben. Nagel gaat niet in op een intentionele verklaring.

In een teleologische verklaring heeft de natuurlijke wereld de geneigdheid om wezens te laten ontstaan waarvoor iets goed of slecht is. Als waarde een emergent verschijnsel zou zijn, zou zowel goed als kwaad emergeren. Ze is dan geen kandidaat voor een puur positieve teleologische verklaring. Als we niet in staat waren tot het herkennen van waarde en alleen gedreven waren door onze verlangens om goed te doen, zouden we geen waardenrealist hoeven zijn. Maar als we ons idee van objectieve waarde beschouwen als wezenlijk correct, dan moet het verschijnen ervan in de evolutie veel meer zijn dan die van de darwinistische lezing. Vanuit realistisch perspectief kan het vermogen om zich te richten op het goede niet een toevallig bijeffect van natuurlijke selectie zijn. En volgens de teleologische verklaring is waarde geen toeval. Zo is waarde niet maar een bijeffect van leven, juist andersom: er is leven omdat dit een noodzakelijke voorwaarde voor waarde is. De teleologische gedachte dat waarde mee bepaalde in het ontstaan van leven dat er uiteindelijk wezens zouden ontstaan die naar waarde kunnen handelen, zal tegenwoordig in de wetenschap niet erg serieus worden genomen.

Een vorm van teleologie zou echter een alternatief voor een wonder zijn, hetzij  in de zin van een volslagen onwaarschijnlijk toeval, hetzij in de vorm van een goddelijke tussenkomst. Nagel geeft zelf aan dat hij niet veel positieve overtuigingen kan geven voor een teleologische verklaring. Aan de andere kant is hij overtuigd van de negatieve bewering, dat als we waarden en redenen reëel verstaan, ze niet het resultaat zijn van vermogens die door toeval plus natuurlijke selectie uit het niets zijn ontstaan of toevallige bijeffecten zijn, of het product van genetic drift. Er was al eerder gesteld dat men van oordeel kan zijn dat zintuigen betrouwbaar zijn omdat dat bijdraagt aan geschikt-zijn. Maar men kan niet oordelen dat onze rede betrouwbaar is, omdat dit bijdraagt aan geschikt-zijn. Dit is incoherent. In het geval van waarde is het echter coherent om subjectivistisch te zijn. Dat alle indrukken van waarde illusoir zijn en dat al die processen van morele afweging niet anders zijn dan een verfijnde beslismethode wat men eigenlijk wil. Het accepteren van waarderealisme heeft radicale consequenties.

Conclusie

Filosofie maakt vergelijkenderwijs voortgang. Tegenwoordig is het wetenschappelijk naturalisme dominant dat krachtig is gebaseerd op de speculatieve darwinistische verklaringen van praktisch alles. Het zou een stap in de goede richting zijn, als we de huidige cultuur zich zou kunnen losmaken van materialisme en darwinisme-van-de-gaps, om te variëren op een van hun eigen pejoratieve clichés. Nagel heeft een voorzet gedaan. Hij klaagt over eigen gebrek aan verbeeldingskracht. Hij benadrukt dat we snel geneigd zijn het wezenlijke verschil tussen het subjectieve en objectieve te vergeten. Het is heel wel mogelijk dat de waarheid voor ons niet bereikbaar is, gezien onze intrinsieke cognitieve beperkingen. Toch acht nagel het zinvol om door te gaan met zoeken naar systematisch begrip. Nagel pleit daarbij geduldig tegen reductief materialisme. Hij vindt de neodarwinistische verklaring van de geest a priori ongelooflijk. Een heroïsche triomf van ideologische theorie over gezond verstand. Maar de menselijke wil om te geloven is onuitputtelijk. 

Reflectie door EvE

Vorig jaar las ik in een boek van C.S. Lewis een betoog waarin hij aangaf dat mensen morele waarden hebben en dat dit een sterk argument is voor een Opperwezen. Een uittreksel hiervan is te lezen bij Logos. Het interessante is dat Nagel ook uitgaat van de realiteit van normen en waarden en dat ziet als sterk argument tegen het neodarwinisme. Tegenwoordig zijn veel mensen, mede gegrond op de evolutietheorie waardesubjectivist. Voor dergelijke mensen is het bestaan van morele waarden geen argument tegen het neodarwinisme, want waarden bestaan niet “echt”. Is men echter waarderealist, dan is er een levensgroot probleem. Een orthodox christen is waarderealist. Die zal op grond daarvan een levensgroot probleem met het neodarwinisme hebben.

Nagel is het duidelijk zat dat in oppervlakkige wetenschap het neodarwinisme wordt toegepast om over zo’n beetje alles een verhaal te kunnen vertellen. Hij heeft het laatdunkend over darwinisme-van-de-gaps. Omdat evolutionisten het nog wel eens hebben over god-of-the-gaps hebben als ze een christen verbieden om met een bovennatuurlijke oorzaak voor een gebeurtenis te komen. Als we die lijn doortrekken dan is Darwin de god van de evolutionist. Nagel is geen liefhebber van het theïsme. Hij voert een groot aantal punten in de werkelijkheid op die vanuit een theïstisch kader opgelost kunnen worden, maar hij wil die weg niet gaan. Dat is jammer. Het is waardevol dat hij in zijn diepgaande analyse de pijnpunten van het materialisme heeft blootgelegd. Daar zouden veel mensen een voordeel mee kunnen doen, als ze zich deze kennis eigen zouden maken. Maar voor Nagel zelf zou het toe te wensen zijn dat hij uiteindelijk toch zou buigen voor de God van Abraham, Izak en Jacob.

Erik van Engelen

M
"

Artikelen

Artikelen