Het trommelvlies is een obstakel voor de evolutie van middenoorbeentjes bij zoogdieren.

Introductie

Gehoorbeetjes reptiel

Reptiel

  • squamosal = squamosum
  • quadrate = quadratum (vierkantsbeen)
  • articular = articulare (gewrichtsbeen)
  • dentary = kaakbeen
  • eardrum = trommelvlies
  • stapes = columella
  • inner ear = binnenoor

Zoogdier

  • squamosal =  squamosum
  • dentary = kaakbeen
  • eardrum = trommelvlies
  • malleus (articular) = hamer
  • incus (quadrate) = aambeeld
  • stapes = stijgbeugel
  • inner ear = binnenoor

Figuur 1 – Positie en namen van verschillende botten in de kaak van reptielen (Reptile) en het middenoor van zoogdieren (Mammal). Bron: University of California, Berkeley

Evolutionisten beweren dat zoogdieren geëvolueerd zijn van reptielen via een groep dieren die bekend staat als ‘zoogdierachtige reptielen’. Dit is een grote stap in het evolutiemodel. Ze geloven dat bepaalde kaak- en schedelbotten in reptielen evolueerden tot de middenoorbotten van zoogdieren. Twee botten, het articulare (gewrichtsbeen) op de uiterste punt van de onderkaak en het quadratum (vierkantsbeen) aan de basis van de schedel vormen het kaakgewricht bij reptielen, vogels, amfibieën en zoogdierachtige reptielen (zie figuur 1). In het zoogdier-embryo migreren deze twee botten naar het middenoor en worden ze hamer en aambeeld. Deze twee botten vormen samen met de stijgbeugel de drie botten van het middenoor. Bij reptielen is er echter maar één bot in het middenoor, namelijk de columella, dat overeenkomt met het stijgbeugelbot in het zoogdieroor.1

Evolutionisten noemen verschillende “zoogdierachtige” soorten waarbij verondersteld wordt dat deze botten overgangsvormen zijn tussen die van reptielen en zoogdieren. Maar is dit hierboven geschetste plaatje correct? Is er bewijs dat de reptielen schedel en kaak botten middenoor evolueerden naar het zoogdieroor?

Het feitelijke bewijs

In tegenstelling tot de evolutionaire verwachtingen, weten we nu dat deze botten zich in werkelijkheid ontwikkelen vanuit verschillende delen van het embryo en verschillende genetische regulatie gemeen hebben in zowel reptielen als vogels.

Tijdens de ontwikkeling van reptielen en zoogdieren, komen de botten van het binnenoor uit weefselblokken in het nekgebied van het embryo dat kieuwbogen wordt genoemd (zie figuur 2).2 De stijgbeugel in zoogdieren en columella in reptielen ontstaan uit weefsel in de tweede kieuwboog. Bij reptielen ontstaan de articulare (gewrichts-) en quadratum (vierkants-) beenderen alleen uit een specifiek deel van de eerste kieuwboog. Bij zoogdieren komt echter een deel van het malleus (hamer) en een deel van het incus (aambeeld) uit zowel de eerste als de tweede boog (zie tabel 1).3 Met andere woorden, deze structuren ontwikkelen zich vanuit verschillende delen van de anatomie in zowel reptielen als zoogdieren.

Hoe zouden deze botten van het ene naar het andere geëvolueerd kunnen zijn? Ten eerste, hoe is het mogelijk dat delen van de kaak en de schedel het trommelvlies kunnen passeren? Ten tweede, waarom zijn er geen soorten tussen reptielen en zoogdieren die slechts twee gehoorbeentjes hebben en niet drie? Ten derde, waarom zouden botten die betrokken zijn bij het kauwen in reptielen later gebruikt worden bij het overbrengen van geluid naar de hersenen bij zoogdieren?

kieuwboog mens

Figuur 2 – Positie van vier kieuwbogen in een menselijk embryo.

Sommige evolutionisten erkennen zelfs dat in vroege amnioten4 de rol van de stijgbeugel/columella bestaat uit het stabiliseren van de schedel tijdens het bijten.5 Andere evolutionisten beweren dat ook de drie middenoorbotjes zich in drie verschillende groepen van6 zoogdieren onafhankelijk ontwikkelden en niet eens met elkaar overeenkomen.7

De vorming van het kaakgewricht bij reptielen en zoogdieren wordt op gen-niveau op verschillende manieren geregeld. Bij vissen8 en amfibieën9 is een gen genaamd Bapx1 verantwoordelijk voor de vorming van het kaakgewricht, terwijl bij zoogdieren dit gen de vorming van weefsel in de milt, darm en wervelkolom beïnvloedt, en niet het middenoor.10

Conclusie

Volgens Genesis 1:25,  “… schiep God de dieren van de aarde naar hun aard en het vee in overeenstemming met hun aard, en alles wat op de grond kruipt volgens zijn aard. En God zag dat het goed was.” Dit betekent dat reptielen en zoogdieren fundamenteel anders zijn in hun anatomie, omdat het verschillende typen (“aarden”) dieren zijn. Dit omvat ook verschillen in de structuur van hun kaak, schedel en middenoor.

Het evolutionistische verhaal van de transformatie van botten van de kaak en de schedel naar de gehoorbeentjes in zoogdieren is problematisch. Om hun verhaal te laten kloppen, verschuiven evolutionisten alleen maar de positie en vervormen ze de botten waarvan ze denken dat ze veranderd zijn tussen reptielen en zoogdieren. Ze verklaren nooit de feitelijke oorsprong van botten, zoals het articulare, quadratum en andere. Ze kunnen evenmin de verschillende functies van het Bapx1-gen in reptielen en zoogdieren verklaren. Het idee dat de botten die de reptielenkaak vormen verwant zijn aan de middenoorbeenderen van zoogdieren, werd voor het eerst voorgesteld in 1837 door de Duitse anatoom Karl Reichert, lang voordat de kennis van de genetica zelfs maar daagde.11 Deze theorie is echter niet in overeenstemming met wat we nu weten van genetica en ontwikkelingsbiologie.

het bewijs van de evolutie van het middenoor van zoogdieren is daarom flinterdun. Er is geen reden om de Bijbel te wantrouwen.

Tabel 1. – Oorsprong gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel) in het middenoor bij reptielen en zoogdieren

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Creation Ministries International. https://creation.com/evolution-of-middle-ear-bones-does-evidence-bear-it-out (30 oktober 2019).

 

Voetnoten

  1. Sodera, V. One small speck to man, the evolution myth 2. Bekaam Printers Pte Ltd, Malaysia, 2009.
  2. Gewoonlijk zijn er vijf zogenaamde kiembogen bij de verschillende klassen gewervelde dieren en ze hebben een boogachtige vorm. Naast vele andere dingen vormen ze structuren in de kaak, middenoor en slokdarm/luchtpijp.
  3. Orozco, J.W., Gimeno A.I.C., Carpi J.J.U., Gotor C.Y., Solé J.G., del Puerto A.T., et al. Ontogenic peculiarities of the human tympanic ossicular chain. Acta Otorrinolaringol Esp. 54(1):1-10, 2003
  4. Anmioten zijn een groep dieren waar reptielen, vogels en zoogdieren toe gerekend worden.
  5. ucker, A.S. Major evolutionary transitions and innovations: the tympanic middle ear. Philos Trans R Soc Lond B Biol Sci. 372(1713): 20150483, 2017.
  6. Deze drie groepen zoogdieren zijn de eierleggende zoogdieren, de buideldieren en de placenta zoogdieren.
  7. Rich, T.H., Hopson, J.A., Musser, A.M., Flannery, T.F., Vickers-Rich, P. Independent origins of middle ear bones in monotremes and therians. Science. 307(5711):910-4, 2005.
  8. Tucker, A.S., Watson, R.P., Lettice, L.A., Yamada, G., Hill, R.E. Bapx1 regulates patterning in the middle ear: altered regulatory role in the transition from the proximal jaw during vertebrate evolution. Development. 131(6):1235-45, 2004
  9. Lukas, P. and Olsson, L. Bapx1 is required for jaw joint development in amphibians. Evol Dev. 20(6):192-206, 2018. | doi: 10.1111/ede.12267.
  10. Chatterjee, S., Sivakamasundari, V., Kraus, P., Yap, S.P., Kumar, V., Prabhakar, S., et al. Gene expression profiles of Bapx1 expressing FACS sorted cells from wildtype and Bapx1-EGFP null mouse embryos. Genom Data. 5:103-105, 2015.
  11. Anthwal, N., Joshi, L. and Tucker, A.S. Evolution of the mammalian middle ear and jaw: adaptations and novel structures. J Anat. 222(1):147-60, 2013. | doi:10.1111/j.1469-7580.2012.01526.x.