De geomorfologie is een deelgebied binnen de geologie dat speciaal onderzoek doet naar het aardoppervlak en verklaringen zoekt voor de vorm van bergketens, plateaus en vlaktes. Het omvat ook de studie naar kleinschalige verschijnselen, zoals heuvels, valleien, hellingen en ravijnen. De individuele kenmerken worden binnen de geomorfologie landschapsvormen genoemd. De geomorfologie is een “goudmijn” van aanwijzingen voor de zondvloed.

Geomorfologie –een groot mysterie voor de seculiere geologie

Hoewel we allemaal de schoonheid van de bergen, rivieren en valleien van de aarde kunnen zien en ervan kunnen genieten, is het verbazingwekkend hoe veel moeite de seculiere wetenschap heeft om hun oorsprong te verklaren.1 Hun problemen doen zich voor, omdat ze uitgaan van incorrecte veronderstellingen over wat er in het verleden is gebeurd. Zij wijzen namelijk de Bijbelse zondvloed af en gaan uit van het uniformitarianisme, dat beweert dat gesteentes, fossielen en kenmerken van het aardoppervlak alleen verklaard kunnen worden door hedendaagse geleidelijke processen gedurende miljoenen jaren te laten plaatsvinden. Verhoogde, platte landschapsvormen, zoals hoogvlaktes en plateaus zijn niet minder lastig voor uniformitarianisten om uit te leggen.

Seculiere wetenschappers dachten ooit dat het makkelijk zou zijn de oorsprong van landschapsvormen te begrijpen, nadat ze de zondvloed hadden verworpen. In 1909 zei William Morris Davis, die een populair idee voor het ontstaan van landschapsvormen ontwikkelde, zelfverzekerd: “een algemeen geldende verklaring moet in de volgende eeuw [20e eeuw] worden aangenomen worden in alle takken van geografisch onderzoek…”2 Maar de tijd hielp hen niet. In 1974 was C.H. Crickmay, een Canadese geomorfoloog, verbaasd dat na al deze jaren landschapsvormen nog steeds onverklaard bleven: “De moeilijkheid waarmee de student [wie dan ook landschapsvormen bestudeert] nu mee wordt geconfronteerd, is dat, hoewel er genoeg hypothesen van geomorfische evolutie zijn, er geen één is die niet door een meerderheid van stemmen wordt afgewezen. Een op zich al opmerkelijke situatie binnen een respectabel wetenschapsgebied in de tweede helft van de 20e eeuw.”3

Crickmay is niet de enige die de trieste resultaten van de seculiere geomorfologie benoemt: “… het werd na 1960 steeds belangrijker dat de geomorfologische processen niet bevredigend verklaard konden worden…”.4 Vanuit het standpunt van de wetenschapsgeschiedenis, is dit een verbazingwekkende erkenning, en de situatie is vandaag de dag vrijwel hetzelfde.

Landschapsvormen die om een verklaring vragen

1. Gebergten

Ondanks dat ze misschien wel de meest belangrijke landschapsvorm op elk continent zijn, is de oorsprong van gebergten nog steeds onbekend. De evolutionaire geomorfologen Cliff Ollier en Colin Pain schreven een uitdagend boek in 2000: The Origin of Mountains. Hierin noemden ze twintig verschillende mechanismen die voor de opheffen van gebergten moeten hebben gezorgd. Geen van deze kan aangetoond worden.5

2. Afgevlakte gebieden

Verhoogde landvormen met een vlakke top zoals plateaus en tafelbergen zijn niet minder ingewikkeld voor de uniformitaristen om te verklaren. Vele bestaan uit geërodeerde restanten, gevormd uit horizontale lagen van sedimentgesteente. Andere zijn uitgesneden tot schuine sedimentlagen.
Evolutionaire geomorfologen vinden het moeilijk om uit te leggen hoe verhoogde, platte landvormen met schuine lagen zo glad afgesneden zijn dwars door afwisselend harde en zachte sedimentlagen. De platte, tafelachtige oppervlakte van de verhoogde tafelberg of plateau verandert niet met de hardheid van het onderliggende gesteente. Dat zou wel het geval moeten zijn, als het uniformitarianisme waar was. Normaal gesproken is erosie sneller en omvangrijker bij zacht dan bij hard gesteente. Volgens de orthodoxe geomorfologie zouden plateaus en tafelbergen op schuin gesteente een heuvelachtige, golvende toppen moeten hebben met het harde gesteente als richels en het zachtere gesteente in de valleien.

Deze relatief gladde gebieden worden afgevlakte oppervlaktes of erosieoppervlaktes genoemd.6 Zulke oppervlaktes worden vandaag de dag niet meer gevormd. In plaats daarvan zien we dat ze geleidelijk door erosie worden vernietigd. Dus het feit dat ze grote gebieden van de aarde bedekken, gaat in tegen het uniformitarianisme en suggereert een ander mechanisme.

3. Eilandbergen

Eilandbergen ook Inselbergen genoemd, zijn andere erosierestanten. Het zijn hoge, steilwandige heuvels of bergen die soms alleen staan op open vlaktes, waar ze, voor het oog, als kleine eilandjes die boven de zee uitrijzen. Ze kunnen ook gevonden worden in valleien of op bergwanden, of verspreid over platte oppervlaktes en pedimenten (zie hieronder).7 Ze kunnen variëren van een geïsoleerde rots of spits tot een kleine berg. Ze zijn soms afgerond of koepelvormig en hebben niet de platte top van tafelbergen. Aan deze erosierestanten zijn verschillende namen toebedeeld, maar de bekendste is “eilandberg”. Uluru/Ayers Rock in centraal Australië is waarschijnlijk de bekendste eilandberg. Men zegt gewoonlijk dat ze miljoenen jaren oud zijn, maar als dat waar was, dan zouden ze geheel weg geërodeerd zijn, aangezien verticale vlakken sneller eroderen dan horizontale vlakken.8

4. Pedimenten

Gladde, afgevlakte gebieden zien we in de buurt van bergen, richels of plateaus. Deze gebieden worden pedimenten genoemd. Het zijn geleidelijk aflopende, bijna-platte oppervlaktes van massieve rotsbodem die uitgesneden zijn door erosie en die zich uitstrekken vanaf de voet van de hogere landvormen, zoals gebergte of plateaus. Ze moeten niet verward worden met hellingen van los rotsachtig puin, want het zijn massieve rotsoppervlaktes. Zoals andere landvormen, worden pedimenten tegenwoordig niet meer gevormd; dus ook hier gaat het uniformitarianisme weer niet op. Wat we zien is het tegenovergestelde: pedimenten worden vernietigd door erosie. Voor uniformitarianistische geologen vormen pedimenten het zoveelste mysterie van de geomorfologie: “Het merkwaardige en alomtegenwoordige karakter van deze landvorm … verbijstert geologen al meer dan een eeuw.”9

5. Harde, afgeronde keien die over grote afstanden getransporteerd zijn

Een volgend opmerkelijk kenmerk van pedimenten en afgevlakte oppervlaktes is dat ze vaak bedekt worden door een laag van harde, geronde rotsen. Deze lagen kunnen zijn zelfs aanwezig op plateaus en bergtoppen, maar ook duizenden meters dik opgestapeld in diepe spleten van het aardoppervlak. Deze rotsen zijn duidelijk afgerond en afgezet door water.10 Sommige afgeronde keien zijn over grote afstanden verplaatst, tot zelfs meer dan 1000 km van hun oorspronkelijke locatie. Dit is onmogelijk te verklaren met de relatief geringe omvang en kracht van de beken en rivieren van tegenwoordig –zelfs als die plaatselijk overstromen.

6. Kloven en doorbraakdalen

Een ander mysterie voor de uniformitarische geologie is dat rivieren en beken vaak stromen in kloven –dit zijn smalle dalen met steile wanden. Deze kloven worden ook “canyons” genoemd. De Grand Canyon is waarschijnlijk de bekendste en het is met 1500 meter ook één van de diepste.11 Als een rivier door bergen of plateaus in diepe kloven gaat, wordt het een doorbraakdal genoemd.12 Een groot probleem voor uniformitarische geomorfologen is dat, als een rivier de Grand Canyon zou uitslijpen, de rivier bergopwaarts gestroomd zou moeten hebben! Om het mysterie nog merkwaardiger te maken, lijken veel van deze rivieren ervoor gekozen te hebben om door bergbarrières te stromen, terwijl er dichtbij een eenvoudige afdalende route rond de barrière was. Geomorfologen hebben hiervoor meerdere hypothesen ontwikkeld, maar geen daarvan is een goede verklaring voor wat we in werkelijkheid zien.

7. Onderzeegeomorfologie

De raadsels van de geomorfologie strekken zich uit tot onder de oceanen. Als eerste is er de zeer dikke rand van sedimentgesteente, genaamd de continentale rand, die elk continent en zelfs grote eilanden omgeeft. De rand bestaat uit de platte, brede continentale plaat en de continentale helling die op een gegeven moment onderduikt in het diepe bekken van de oceaan. Geomorfologen zijn er niet zeker van hoe deze stroken van sedimentgesteente gevormd zijn.

Op sommige plaatsen doorsnijden erosiekloven de continentale rand. De diepste onderzeese kloven beginnen op de continentale plaat en staan haaks op de kusten van de continenten. Ze kunnen duizenden meters diep en honderden kilometers lang zijn. Sommige zijn zelfs dieper dan de Grand Canyon. Zoals met de andere kenmerken van de continentale randen, hebben seculiere geomorfologen moeite met verklaren ervan.

Afvoer van het water van de Zondvloed kan landvormen verklaren

De zondvloed kan deze schijnbare mysteries wel verklaren. Het meeste van de erosie en afzettingsprocessen van het aardoppervlak vond plaats tijdens de afvoer van het water van de zondvloed, toen de gebergten en de continenten oprezen en de oceaanbekkens zonken. De eerste tijd, tijdens de Abatieve Fase, stroomde het water als brede stromen over de continenten.14 Landvormen werden eerst uitgesneden door de brede stromen van de Abatieve Fase en daarna door de manoeuvrerende stromen van de Dispersieve Fase. Snelstromend hebben brede rivieren het oppervlak vlak geschaafd en harde, afgeronde rotsblokken afgezet die tot honderden kilometers vanaf hun oorsprong werden getransporteerd. Plateaus en tafelbergen ontstonden in twee fases: eerst werden de topsedimenten vlak geschaafd door het oppervlakkig afvloeien van water. Daarna hebben waterstromen de omringende sedimenten weggespoeld, toen de continenten ten opzichte van het zeeniveau naar boven kwamen en de oceaanbekkens zonken, waardoor het waterpeil daalde. Deze restanten van de landformatie werden dus geïsoleerd en bleven met steile zijden over. Af en toe bleven hoge eilandbergen gespaard tegen afbraak, waardoor er op vlakke gebieden af en toe een oprijst. Het geërodeerde puin werd van de continenten geveegd en neergelegd op plekken waar stromingen vertraagden – in diep water bij de continentale rand, waar het het continentaal plat en de continentale helling werden gevormd.

Doordat het water tijdens de Dispersieve Fase steeds meer ingebed werd, ontstonden er valleien en kloven met steile wanden. Sommige kloven doorsneden rotsen die al snel bergketens, -randen en –plateaus gingen vormen. Dit verklaart waardoor tegenwoordig vaak stroomgaten door bergen en andere hoge gebieden gaan – op manieren die uniformitaristische geomorfologen niet begrijpen. Uiteraard neemt water tegenwoordig de makkelijkste route in normale rivieren en stromen – het stroomt nooit gebergte in, maar stroomt eromheen.

Snelle, ingebedde waterstromen stroomden valleien in en vormden brede, platte pedimenten en bedekten die met geronde rotsstenen. De ingeperkte stromen stopten niet toen ze de continenten verlieten, maar waren sterk genoeg om onderzeese canyons uit te snijden in de nieuw afgezette sedimenten op de continentale marge.

De zondvloed verklaart de “mysteriën” van de geomorfologie, zoals we hierboven besproken hebben. Deze “mysterieuze” landformaties worden wereldwijd gevonden en zijn een sterke bevestiging dat de Vloed wereldwijd was, zoals de Bijbel dit beschrijft.

Dit artikel is met toestemming vertaald en overgenomen uit Creation Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Oard, M.J., 2015, Geomorphology provides multiple evidences for the global flood, Creation 37 (1): 47-49 (Artikel).

Voetnoten

  1. Oard, M.J., Earth’s Surface Shaped by Genesis Flood Runoff, michael.oards.net, 2013; Oard, M.J., Flood by Design: Receding Water Shapes the Earth’s Surface, Master Books, Green Forest, AR, 2008; Oard, M.J., How the Earth Was Shaped,/em>, Creation Ministries International DVD, 2013.
  2. Davis, W.M., Geographical Essays (Johnson, D.W., editor), Dover Publications, Mineola, NY, p. 272, 1954. This is a republished version of the original (1909) book.
  3. Crickmay, C.H., The Work of the River: A Critical Study of the Central Aspects of Geomorphology, American Elsevier Publishing Co., New York, NY, p. 192, 1974.
  4. Green, C.P., The shape of the future; in: Jones, D.K.C., editor, The Shaping of Southern England, Institute of British Geographers Special Publication No. 11, Academic Press, New York, NY, p. 252, 1980.
  5. Ollier, C. and Pain, C., The Origin of Mountains, Routledge, London, UK, pp. 307–310, 2000.
  6. Oard, M.J., It’s Plain to See: Flat land surfaces are strong evidence for the Genesis Flood, Creation 28(2):34–37, 2006.
  7. Oard, M.J., The Lake Missoula flood—clues for the Genesis Flood, Creation 36(2):43–46, 2014.
  8. Pazzaglia, F.J., Landscape evolution models: in: Gillespie, Porter, A. R., S. C., and Atwater, B. F., (editors), The Quaternary Period in the United States, Elsevier, New York, NY, p. 249, 2004.
  9. Strudley, M.W., Murray, A.B., and Haff, P.K., Emergence of pediments, tors, and piedmont junctions from a bedrock weathering—regolith thickness feedback, Geology 34(10):805–808, 2006.
  10. Hergenrather, J., Noah’s long distance travelers: quartzite boulders speak powerfully of the Genesis Flood, Creation 28(3):30–32, 2006.
  11. Oard, M.J. (ebook), A Grand Origin for Grand Canyon, Creation Research Society, Chino Valley, AZ, 2014 at Creationresearch.org.
  12. Oard, M.J., Do rivers erode through mountains? water gaps are strong evidence for the Genesis Flood, Creation 29(3):18–23, 2007.
  13. Walker, T., A biblical geological model; in: Walsh, R.E. (Ed.), Proceedings of the Third International Conference on Creationism, technical symposium sessions, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, PA, pp. 581–592, 1994. Toen er meer bergen en plateaus boven het vloedwater uitstaken, werd het water gedwongen om rond deze obstakels te slingeren. Deze latere fase wordt de Dispersieve Fase genoemd.

    Wat we vandaag de dag nauwelijks kunnen voorstellen, is hoe grondig erosie de aarde tijdens de vloedafvoer heeft afgeschuurd.13Oard, M.J., Massive erosion of continents demonstrates flood runoff, Creation 35(3):44–47, 2013.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

De geomorfologie is een deelgebied binnen de geologie dat speciaal onderzoek doet naar het aardoppervlak en verklaringen zoekt voor de vorm van bergketens, plateaus en vlaktes. Het omvat ook de studie naar kleinschalige verschijnselen, zoals heuvels, valleien, hellingen en ravijnen. De individuele kenmerken worden binnen de geomorfologie landschapsvormen genoemd.

...
Read more

9 Comments

M.Nieuweboer

“als het uniformitarianisme waar was.”

Ook creationisten stellen graag de vraag hoe het komt dat onze natuurlijke realiteit uniform is. Het is de aanname waarop de vraag “wie of wat zorgt ervoor dat de natuurwetten geldig zijn?” berust. (…) Ik [zou] graag willen weten waar al het water vandaan kwam en waar het naartoe ging [dat] nodig [is] voor een wereldwijde Zondvloed. De creationist kan natuurlijk de schouders ophalen, zeggen uniformitarianisme onwaar is en de Wet van Behoud van Massa-Energie terzijde schuiven. Het resultaat is wel een cirkelredenering: “mijn conclusie op grond van de Bijbel is correct, dus verwerpen we uniformitarianisme, dus verwerpen we alle wetenschappelijke bevindingen die mijn conclusie tegenspreken, dus mijn conclusie is bevestigd.” Uniformitarianisme is nog heel wat meer dan de auteur hier [beschrijft]. Het is de aanname dat natuurwetten in onze natuurlijke realiteit overal en altijd geldig zijn. Daarop berust weer het idee dat wetenschappelijke theorieën aan waarnemingen getoetst moeten worden. Wie uniformitarianisme verwerpt zorgt ervoor dat zijn/haar eigen beweringen niet aan waarnemingen getoetst hoeven te worden. De creationist die wetenschappelijke resultaten aanhaalt om zijn/haar vooraf vastgestelde conclusie te bevestigen [is onjuist], want maalt alleen om toetsbaarheid als dat goed uitkomt. (…)

Reply
Ad Massar

Geachte M. Nieweboer,

“Ook creationisten stellen graag de vraag hoe het komt dat onze natuurlijke realiteit uniform is. Het is de aanname waarop de vraag “wie of wat zorgt ervoor dat de natuurwetten geldig zijn?” berust. (…) Ik [zou] graag willen weten waar al het water vandaan kwam en waar het naartoe ging [dat] nodig [is] voor een wereldwijde Zondvloed.”

Dit kan aan kinderen [worden] uitgelegd worden. Zie onderstaande link:
http://creation.com/seven-cs-3

Hetty Dolman

Titel: “de stille getuige van de zondvloed”

Het eerste wat [mij] opvalt is dat er geen enkele verklaring komt hoe landschapskenmerken en gebergten door de zondvloed tot stand kwamen. Dus de titel klopt niet. (…) In tegenstelling tot bovenstaande informatie worden landschapsvormen en bergvorming uitstekend verklaard door de geomorfologie. Bergvorming is een proces dat nog steeds gewoon plaatsvindt. in de zin van gebergten die ‘groeien’. Dit heeft alles te maken met tektoniek in tegenstelling tot wat Cliff Ollier and Colin Pain beweren. De hypothese van een uitdijende aarde is niet creationistisch te noemen [en] ook weerlegd. Terwijl de huidige tektonische krachten gebergtevorming gewoon bewijzen aangezien dit waarneembaar is: https://www.fossilhunters.xyz/natural-history-2/contraction-and-expansion-tectonics.html

Per tafelberg kan worden vastgesteld hoe [deze] is ontstaan. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tafelberg_(geomorfologie) Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ulu%E1%B9%9Fu#Geologie (…) Hoe is Ayers Rock volgens de zondvloed geologie ontstaan? Is daar een studie van die ik kan downloaden?

Reply
peter b

Ja die is er. Enige jaren gepubliceerd in J. Creation. Ik lees dat blad nu ongeveer 13 jaar en het publiceert interessante nieuwe hypothesen. [Mijn] advies is:] Neem een abonnement. Alleen door de opponent te kennen kun je hem weerstaan.

Peter

“van de bergen, rivieren en valleien van de aarde kunnen zien en ervan kunnen genieten, is het verbazingwekkend hoe veel moeite de seculiere wetenschap heeft om hun oorsprong te verklaren”

De ‘seculier wetenschap’ (…) [verklaart] de geomorfologie [veel beter. In] dit verhaal worden eerst een aantal zaken tot probleem verklaard die geen probleem zijn. Dan wordt beweerd: “Afvoer van het water van de Zondvloed kan landvormen verklaren”. Er komt een algemeen verhaal met uitspraken zonder onderbouwing. (…)

[Noot van de redactie: Beste Peter, de auteur van het ‘volgende artikel’ heeft aangegeven het debat graag te voeren met drs. Van den Berg alleen. Daarom is het artikel afgesloten. Dit artikel is niet de plaats om alsnog een discussie te beginnen over dat onderwerp. Wellicht een eigen blog beginnen?]

Reply
D. Mast

Ik heb al het boekwerk “Earth’s Surface Shaped by Genesis Flood Runoff” op http://michael.oards.net/GenesisFloodRunoff.htm bestudeerd. Dit verklaart ook duidelijk de landschapsvormen van de Eifel en de Belgische Ardennen die onderdeel zijn van het Rijn-leisteenplateau (Rheinisches Schiefergebirge).

Het Variscische ondergrond van deze massieven zijn in een eerdere fase van de Zondvloed ontstaan waarbij onder water afgezette klei- en kalklagen werden geplooid en over elkaar geschoven werden. Deze plooiingen en overschuivingen zijn duidelijk in het Rijn- en Moeseldal te zien, ook in andere rivierdalen van de Eifel en de Ardennen is dat te zien. Tijdens de Abatieve fase werden de bovenop het Variscische ondergrond afgezette lagen van het Mesozoïcum (Rotliegend, lagen uit het Krijt) weggespoeld en zijn de hoogvlaktes van de Eifel en de Ardennen ontstaan, tijdens de Dispersieve fase de diep ingesneden rivierdalen van o.a. de Rijn, de Moesel, Amblève, Ourthe, Ahr, enz.

Ondertussen vonden er ook breuktektoniek en vulkanisme plaats. Daarbij ontstonden de breuken van de Beneden-Rijnslenk met o.a. de Keulse Bocht en de vulkanen van de Vulkaaneifel die hoofdzakelijk na de Zondvloed en de daaropvolgende IJstijd zijn ontstaan. Laacher See barstte net na de IJstijd uit, deze eruptie was net zo heftig als die van de Pinatubo in 1991. Een nieuwe vulkaaneruptie in de Eifel is echt niet onmogelijk en vulkanologen houden daar ook rekening mee.

Zie https://de.wikipedia.org/wiki/Saxonische_Bruchschollentektonik “Saxonische Bruchschollentektonik” meer over de breuktektoniek in de Eifel, Ardennen en andere Duitse Middelgebergten.

Reply
Chan

Hetty,

“Hoe is Ayers Rock volgens de zondvloed geologie ontstaan? Is daar een studie van die ik kan downloaden?”

Mag die vraag wel gesteld worden? Is het niet zo dat de jonge aarde-creationisme nooit tot een sluitend model kan komen over hoe die schepping volgorderlijk verliep? Noch over welke natuurkundige mechanismen eraan ten grondslag liggen? Een zekere willekeur/ondoorgrondelijkheid (jouw perspectief), resp. een zekere keuze van de schepper (creationistenperspectef, denk aan de 6-dagen-volgorde) liggen daar immers per definitie aan ten grondslag. Ik zie het steeds mis gaan als de jonge aarde creationisten zich tot natuurkundige verklaringen laten verleiden.

Daar staat tegenover: als de jonge aarde-creationisten zich beperken tot het falsificeren van het ‘evolutiegeloof’ zij een zeer waardevolle, ja unieke, bijdrage geven aan het debat. Dan doen zij hun eigen zaak m.i. pas echt goed.

Hetty Dolman

Chan,
“Ik zie het steeds mis gaan als de jonge aarde creationisten zich tot natuurkundige verklaringen laten verleiden.”

Ik [ben dat met je eens].

“Daar staat tegenover: als de jonge aarde-creationisten zich beperken tot het falsificeren van het ‘evolutiegeloof’ zij een zeer waardevolle, ja unieke, bijdrage geven aan het debat. Dan doen zij hun eigen zaak m.i. pas echt goed.”

[Creationisten] zien dat [als] reductie van creationistische inspanningen (…): https://logos.nl/logos-instituut-opgericht-reactie-op-kinderboek/

Er bestaat geen debat. Hoogstens tussen individuen. ‘Weerleggingen’ van de evolutietheorie worden niet of nauwelijks gelezen door wetenschappers noch gehoord. Die mensen doen gewoon hun werk en hebben geen tijd om zich bezig te houden met alternatieve wetenschap. Vooral omdat zij internationaal overeenstemming hebben en niet bezig zijn met religie. Christelijke wetenschappers, hindoeïstische wetenschappers, islamitische wetenschappers, zijn voornamelijk bezig met wetenschap.

D Mast,

“Het Variscische ondergrond van deze massieven zijn in een eerdere fase van de Zondvloed ontstaan waarbij onder water afgezette klei- en kalklagen werden geplooid en over elkaar geschoven werden.”

In welke fase van de zondvloed? Welke kalklagen? En waar kwam al dat kalk vandaan? Schrijft hij dat erbij? (…) Naar mijn mening is er veel en veel te veel kalk op aarde om een jonge aarde te verklaren.

Reply
Leon van den Berg

Ayers Rock: een bijna geheel door sediment begraven bergkam https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/9/95/Schema_Kata_Tjuta_Uluru.png.

Evolutionaire geomorfologen vinden het “niet” moeilijk om uit te leggen hoe verhoogde, platte landvormen met schuine lagen zo glad afgesneden zijn dwars door afwisselend harde en zachte sedimentlagen.
fase 1: het gesteente plooit (wordt scheefgesteld) http://www.geol-alp.com/chartreuse/schemas_chartr/0_ensemble_chartr/coupes_chartr_coul_grand.gif
fase 2: alles wat boven water uitsteekt erodeert en zo wordt het na zéér lange tijd, het oppervlak weer plat http://2.bp.blogspot.com/-0fpTJIXGUKI/URhwGt-QMMI/AAAAAAAACos/hyv3Z8RaBLU/s1600/p13113gns.jpg
fase 3: bij een relief snelle daling van de zeespiegel snijden rivieren zich in https://pixabay.com/p-83161/?no_redirect
Waar is het probleem?

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over