Er zijn tal van signalen in onze cultuur dat orthodoxe christenen de schaamte voorbij zijn. Er was nogal wat valse schaamte onder christenen voor ‘de’ antichristelijke wetenschap, zodat zij zich in een hoek lieten drukken en niet verder kwamen dan wat aarzelende woorden ter verdediging van het christelijk geloof. Dit tij begint te keren..1

God_bewijzen

“Het is duidelijk dat de auteurs juist ook de ongelovige mede-Nederlander op het oog hebben. De uitgave bij de Balans spreekt boekdelen.”

Stefan Paas en Rik Peels zijn voorbeelden van zelfbewuste christenen die de uitdaging met wetenschappelijke pretenties tegen het christelijke geloof graag aangaan. Ze doen dat heel knap. In een toegankelijke schrijfstijl weten ze een enorm arsenaal aan kennis te presenteren, terwijl de subtiele zinswendingen laten zien dat men het academische discours beheerst en de wetenschappelijke nuance niet uit het oog verliest. Wat dit betreft, niets dan lof.

En een geestelijke spade dieper: ik hoop van harte dat dit boek bijdraagt aan een zelfbewustere houding onder christenen enerzijds en dat anderzijds niet-christenen zich nog eens achter de oren krabben over hun vanzelfsprekende ongeloof. Het is duidelijk dat de auteurs juist ook de ongelovige mede-Nederlander op het oog hebben. De uitgave bij de Balans spreekt boekdelen. Het is tegelijk tekenend voor de passie van Paas en Peels.

Na deze positieve inzet, wordt het tijd om iets over de inhoud te vertellen. Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk is tegelijk kenmerkend voor de grondtoon van het geheel. De schrijvers beginnen niet met de bezwaren tegen het christelijk geloof, om vanuit een verdedigingshouding over het geloof te schrijven, maar ze presenteren het christelijke geloof als een reële optie en als de normaalste zaak van de wereld. Evenals kunst, muziek, seksualiteit en taal behoort religie tot de menselijke realiteit. De rollen worden gewoon omgedraaid: Degene die God ontkent, heeft iets uit te leggen. Dit betekent ook dat niet het christelijk geloof, maar het atheïsme een product is van indoctrinatie. In deze inzet verraadt zich het hoge ‘Plantinga-gehalte’ van dit boek. De filosofische inzichten van Alvin Plantinga worden als het ware omgesmolten in pasmunt.

Het volgende hoofdstuk gaat in deze lijn verder als het verdedigt dat we niet overal een wetenschappelijke verklaring voor te hoeven hebben om zonder bewijs te geloven. In dit hoofdstuk blijkt onderhuids vooral een discussie met Dawkins die stelt dat je in de gekste dingen kunt geloven als je zonder bewijs dingen aanvaardt. Nadat de tegenwerpingen ontrafeld zijn en de ongelijksoortigheid van het geloof in een vliegende theepot en God is aangewezen, concluderen de schrijvers dat er intellectueel niets mis is met religieus geloof.

In het derde hoofdstuk laten de schrijvers argumenten tegen het bestaan van God de revue passeren. In dit langste hoofdstuk uit het boek komen argumenten langs als: wij geloven gewoon in één god minder, als je in Jakarta geboren was, was je moslim geweest, alles kan wetenschappelijk verklaard worden, gebedsexperimenten laten zien dat God niet bestaat, God zou nooit zoveel lijden toelaten, ed.

"In het volgende hoofdstuk worden we in een hypothetische gedachtegang meegenomen naar een wereld zonder God."

“In het volgende hoofdstuk worden we in een hypothetische gedachtegang meegenomen naar een wereld zonder God.”

In het volgende hoofdstuk worden we in een hypothetische gedachtegang meegenomen naar een wereld zonder God. De grondstelling van de auteurs is dat ongelovigen in de Westerse wereld eigenlijk nog steeds het christelijke kapitaal aan het verteren zijn en daarop parasiteren. Als het ongeloof evenwel echt op eigen benen komt te staan, is er geen toekomst voor de moraal. Na de dood van God is er geen moreel leven meer te verwachten.

Het laatste hoofdstuk behandelt bekende argumenten voor het bestaan van God, zoals het kosmologische godsbewijs, de finetuning van het heelal, de wonderen en het ontologische godsbewijs.

Is er ook kritiek te leveren? De titel vind ik niet gelukkig. Terwijl de auteurs betogen dat ze niet willen spreken over bewijzen van God, klinkt dit wel in de hoofdtitel door. Dat zou nog vanuit een ‘marketing-perspectief’ te verdedigen zijn, maar de ondertitel doet net alsof argumenten voor en tegen het geloof als gelijkwaardig naast elkaar staan, terwijl dit bepaald niet zo is.

Ik vraag me ook af of de ‘Free Will Defense’ voor het kwaad heel sterk is aangezien er in het eschaton geen kwaad kan zijn, terwijl er toch de hoogste mate van vrijheid zal zijn.

Er wordt verwezen naar een onderzoek van de biografieën van bekende atheïsten. Het blijkt dat in het merendeel sprake was van een afwezige vader of een verstoorde vaderbinding. Ik kan mij voorstellen dat een rasechte atheïst zo’n verwijzing als retoriek kwalificeert, hoewel het de vraag is of dit terecht is. Overigens heeft dit boek veel meer gewicht dan de goedkope retoriek van Dawkins.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Theologia Reformata. De volledige bronvermelding luidt: Vlastuin, W. van, 2014, God bewijzen. Argumenten voor en tegen geloven, Theologia Reformata 57 (1): 103-105.

Voetnoten

  1. Boekgegevens: Stefan Paas en Rik Peels, God bewijzen: argumenten voor en tegen geloven (Amsterdam: Balans, 2013), 381 p., € 19,95 (ISBN 9789460037245).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Willem van Vlastuin

Written by

Dr. W. van Vlastuin studeerde na de middelbare school Technische Natuurkunde in Delft. In 1984 begon hij de theologische studie aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. In 1988 rondde hij deze studie af, terwijl hij twee jaar later zijn kerkelijk examen deed. Van 1990-1994 stond ds. Van Vlastuin in Wouterswoude, in 1995 vervolgde hij zijn predikantschap in de gemeente van Opheusden, en in 1999 werd hij bevestigd in de Nederlandse Hervormde Kerk te Katwijk aan Zee. In 2002 verdedigde hij zijn dissertatie over de leer van de Heilige Geest in de opwekkingstheologie van Jonathan Edwards aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn. Diverse andere studies verschenen van zijn hand. In 2014 publiceerde hij een boek over persoonlijke vernieuwing: Be renewed. A theology of personal renewal (Göttingen: Vandenhoeck &Ruprecht, 2014). Hij was lid van het moderamen van de Hersteld Hervormde Kerk sinds mei 2004 tot zijn benoeming als Universitair Docent systematische theologie aan de VU te Amsterdam in 2005 ten behoeve van het Hersteld Hervormd Seminarium. Sinds 2007 is hij rector van dit seminarium en per 1 januari 2015 is hij aan de VU benoemd als hoogleraar theologie en spiritualiteit van het gereformeerd protestantisme. Verder is hij directeur van het Jonathan Edwards Centre Benelux, Research Fellow aan de University of the Free State in Bloemfontein (Zuid-Afrika) en voorzitter van de Bonisa-zending. Hij is getrouwd met Wilma Gerda Wiersma. Samen hebben zij zes kinderen: Tonny, Hennie, Jan, Meindert, Marianne en Willem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over