Soevereiniteit houdt in, dat iemand zelf kan beslissen in alle dingen en niemand uitleg verschuldigd is. Voor onze tijdsgeest is zulk een situatie onaanvaardbaar. De geschiedenis van Job laat echter zien, dat een mens God niet op het matje mag roepen. Gods soevereiniteit heeft als gevolg, dat Hij bepaalt wat juist is. Omdat God goed is, zijn Zijn beslissingen en voorschriften automatisch goed. Wanneer een mens daarmee problemen heeft, kan hij niet beslissen om God niet meer als God te zien. Grof gezegd: God is er nu eenmaal en met die God moet je het doen. Je kunt niet tegenover Hem in staking gaan. Als mensen zijn beleid onrechtvaardig vinden, is er niets aan de hand met Gods beleid, maar met het rechtvaardigheidsgevoel van die mensen.

Gods soevereiniteit houdt in, dat Hij met ons leven mag doen, wat Hij wil. Hij is niet verschuldigd aan wie dan ook geluk te geven. Ook op dit punt is de geschiedenis van Job overduidelijk. Dat er martelaren zijn, wijst in dezelfde richting. De geschiedenis van Job laat tegelijk zien, dat God (tegenover de duivel) belangen heeft. Deze kunnen belangrijker zijn dan ons geluk en ons leven en sterven. God kan daardoor dingen doen die voor mensen raadselachtig zijn, omdat Hij normaal geen uitleg geeft. Job kreeg die uitleg uiteindelijk wel, wij normaal niet. Omdat God goed is, is Gods handelen op dit terrein ook goed.

Gods soevereiniteit houdt verder in, dat Hij alles wat zich voordoet, ofwel beschikt heeft, ofwel toegelaten heeft. Zo heeft God beslist om de zonde toe te laten en de duivel en Zijn vrienden kansen te geven in het leven op aarde. Hij heeft daarmee tegelijkertijd toegelaten, dat er zaken
gebeuren die niet in overeenstemming zijn met Zijn voorschriften. Mensen heeft Hij niet gemaakt als goedheidsrobotten. Hierdoor is een vrije ruimte ontstaan voor mensen om het goede of het verkeerde te kiezen.

Een verkeerde houding tegenover God kan ook een raadselachtige situatie voor mensen laten ontstaan. Deuteronomium 32: 18-20 laat zien, dat God kan zeggen: “Doe maar op! We zullen wel zien wat ervan komt”. Ook hier is het geluk van de mensen ondergeschikt aan Gods belangen.

Indien mensen het verkeerde doen, verhindert dat God niet om zijn plannen uit te voeren. Hij gebruikt zelfs verkeerde daden van mensen om zijn plannen te volvoeren. Dat Jozef door zijn broers naar Egypte verkocht werd, was een slechte daad. Toch heeft God dit kwade positief gebruikt. Ook Jezus’ dood was onrechtvaardig en daardoor een slechte daad van mensen. Toch gebruikte God dit slechte voor het beste wat Hij voor zondige mensheid heeft gedaan.

God laat zich verbidden ten goede en God laat toe, dat mensen Zijn beloften niet aannemen of tegenwerken. Zo staat het duidelijk in Jeremia 18: 7-10. De Bijbel leert, dat God onveranderlijk is. Dit betekent dus kennelijk niet, dat Hij aanvankelijke toezeggingen nooit wijzigt. Wel gaat het over de onveranderlijkheid van zijn reactie op zonde en goede keuzen. De onveranderlijkheid gaat ook over de uitvoering van zijn grote plannen. Dat de slechtheid van mensen Gods plannen doorkruist, betekent niet, dat Hij zijn plannen niet uitvoert. Hij kiest alleen een andere weg – plan B, zouden wij nu zeggen.

Althans zo ziet de mens dat. Omdat God buiten de tijd staat, kent Hij de beslissingen die wij nemen van tevoren. Hij kan zelfs Johannes op Patmos buiten de tijd halen en laten zien wat tientallen eeuwen later gaat gebeuren. Daardoor bestaat er bij God een situatie die voor onze begrippen onbegrijpelijk is – zeker als het gaat over zijn plannen en de uitvoering daarvan.

Een God die zo reageert op de vrije ruimte die mensen hebben om het goede of het slechte te kiezen, is super-soeverein, super-wijs en super-alert.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.