“Vrijdag 19 mei 19.25 uur: Atlantic (2/3), aflevering: Diepzeegebergten. De romantiek, de brute kracht en de schoonheid van de Atlantische Oceaan wordt [sic] belicht.”1 Opgenomen en zaterdagavond tijdens een eenvoudige maaltijd met de kinderen, per wekelijkse uitzondering voor de televisie, genieten van weer een fraai stuk Schepping. Fijn dat de EO dit soort series uitzendt.

Al snel na aanvang een bekende frase van de commentaarstem: “Volgens de evolutietheorie…” Het wordt er weer keurig bij vermeld, denk ik nog. Het kroost is blijkbaar nog te klein om bij dit moeilijke woord stil te staan, maar onwillekeurig spits ik de oren. Wat volgens de evolutietheorie gebeurd is, is kennelijk dat de Mid-Atlantische rug zo’n zestig miljoen jaar geleden ontstaan is, zo meldt het verhaal. En die Mid-Atlantische rug, gaat het verder, zorgt voor de enorme diversiteit aan leven, een oase in een enorme blauwe woestijn. We zien black smokers, David Hasselhoff-krabben (ze bestaan) en nog veel meer fraais. Dan duikt de grauwe haai op.

De grauwe haai (Hexanchus griseus) behoort volgens Wikipedia tot de primitiefste haaiensoorten.2 Het dier behoort tot de mariene fauna die zich rond de Mid-Atlantische rug ophoudt. Die rug die sedert een jaar of zestig miljoen de diversiteit aan leven veroorzaakt, zoals zonet vernomen. We horen het volgende commentaar: “De grauwe haai. Deze vijf meter lange haaiensoort is gedurende 200 miljoen jaar niet noemenswaardig veranderd.” Stasis is de term die hiervoor vaak gebruikt wordt. Een ‘stilstand’ in de evolutie. Niet ongebruikelijk, denk aan bijvoorbeeld de vele zogenaamde ‘levende fossielen’ en andere hoegenaamd onveranderde diersoorten. Maar de grauwe haai houdt zich hier op in een nogal uitzonderlijk gebied: de Mid-Atlantische rug. Eronder komt naar verluidt mantelgesteente naar boven, waarvan op 100 kilometer diepte een gedeelte begint te smelten, waardoor nieuw basalt wordt gevormd. De onderzeese bergen worden aan weerskanten gedeeltelijk omhooggestuwd, schuiven opzij, koelen af en krimpen. Rond de hydrothermale schoorstenen die black smokers worden genoemd, wemelt het van het leven, dat zich voedt met het mineraalrijke water dat door de spleten poriën de nieuwe oceaankorst in sijpelt.3 En die Mid-Atlantische rug, zo hadden we even eerder vernomen, is zo’n zestig miljoen jaar geleden ontstaan.

Nu wringt hier een schoen. Want als we de evolutietheorie mogen geloven, bestaat er een verschijnsel als adaptieve radiatie: de snelle productie van nieuwe soorten uit één oorspronkelijke soort, komt vooral voor als een grote verandering in milieu ecologische niches opent.4 Mij dunkt dat daar hier sprake van is. Alleen… pas sinds 140 miljoen na het vermeende ontstaan van deze haaiensoort, die zich niettemin hier ophoudt. En waarschijnlijk al langer dan vandaag.

Er zal ongetwijfeld een verklaring zijn. Ik heb het zo gek nog niet voorbij zien komen, of er is een verhaal bij. Creativiteit kan evolutionisten niet ontzegd worden wat mij betreft. Al zal dit niet voorspeld zijn. Men is er dan ook nog steeds niet uit hoe het nu precies zit met die haaien, zo blijkt uit bijvoorbeeld een wetenschappelijk artikel van Jürgen Kriwet, Wolfgang Kiessling en Stefanie Klug:

“Although great progress has been accomplished in recent years with regard to resolving the interrelationships within sharks and batoids, the monophyly and systematic position of several groups (e.g. Hexanchiformes, Squaliformes, Batoidea) are still debated (e.g. Shirai 1992, 1996; de Carvalho 1996). Morphological data suggest, for instance, that batoids and sharks are monophyletic, and that batoids are derived sharks, joined with saw sharks and angel sharks in the clade Hypnosqualea (figure 1a; Shirai 1992; de Carvalho 1996; de Carvalho & Maisey 1996), whereas molecular analyses using larger sets of gene sequences support the interpretation of batoids representing the basal sister of sharks within a monophyletic clade Neoselachii (figure 1b; Douady et al. 2003; Winchell et al. 2004). This interpretation is also supported by the fact that molecular phylogenies are more congruent with the fossil record (figure 1), whereas phylogenetic hypotheses based on morphological characters (e.g. de Carvalho 1996) require long ghost lineages to be congruent with the fossil record (figure 1). The major issue here is that most neoselachians clades are characterized by high amounts of plesiomorphic morphological characters. Additionally, it is obvious that the systematic position of batoids is not trivial.”5

Voor wie liever geen Engels leest: er is, kort gezegd, nog het nodige debat over de plek van de grauwe haai binnen het evolutieverhaal. En verhalen zijn er om verteld te worden. Dat de EO dat doet is weer een andere kwestie.

Voetnoten

  1. EO: Visie nr. 19, 13 t/m 20 mei 2017, pagina 89.
  2. https://nl.wikipedia.org/wiki/Grauwe_haaien.
  3. Fellows, Mark en Nicholas Battey: Evolutietheorie in 30 seconden. Kerkdriel: Librero (2015), pagina 96.
  4. Redfern, Martin: 50 inzichten aarde. Diemen: Veen Media (2012), pagina 58.
  5. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2664366/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

“Vrijdag 19 mei 19.25 uur: Atlantic (2/3), aflevering: Diepzeegebergten. De romantiek, de brute kracht en de schoonheid van de Atlantische Oceaan wordt [sic] belicht.” Opgenomen en zaterdagavond tijdens een eenvoudige maaltijd met de kinderen, per wekelijkse uitzondering voor de televisie, genieten van weer een fraai stuk Schepping.

...
Read more

7 Comments

Stef Heerema

Mooi artikel Nathan! De EO [zou niet] zo ongenuanceerd de leugen van evolutie moeten mixen met Gods scheppingswerk. [Laat] ze komen luisteren naar de sprekers op de Betteld, 25-28 mei, 2017.

Reply
Nathan van Ree

Bedankt Stef. Misschien tijd voor een nieuwe versie van ‘Adam of aap’.

J

@Nathan: Heb je er over nagedacht dat deze haai misschien sowieso kan overleven hier? Dan is er geen sprake van adaptieve radiatie, maar van flexibiliteit van deze soort t.o.v. zijn leefomgeving.

Reply
J

Beste Nathan,

Ik wil niet al te veel beweren over wat je als auteur bedoeld hebt te zeggen, maar ik kan het niet terugvinden. Je hebt het over adaptieve radiatie in paragraaf 3, dat is iets anders dan flexibiliteit. De galapogos-vinken zijn een voorbeeld van adaptieve radiatie. Een spin die zowel onder een steen leeft, maar ook prima in het raamkozijn kan overleven is een voorbeeld van flexibiliteit. Een haai die zowel in deze Atlantische Oceaan leeft, als ook in andere gebieden, zou ook een voorbeeld daarvan kunnen zijn.

Jij denkt dat hier sprake is van adaptieve radiatie (zie paragraaf 3). Een alternatieve hypothese is dus flexibiliteit in leefomgeving, wat onderscheiden moet worden van adaptieve radiatie (aangezien dat soortvorming impliceert). Is hier sprake van soortvorming?

Dus naar mijns inziens gaat het artikel niet over flexibiliteit, maar postuleer je adaptieve radiatie als een verklaring. Dus mijn vraag, opnieuw: Wat denk je van die alternatieve verklaring die ik aandraag?

Nathan van Ree

Beste J,

Bedankt voor je input. Ik denk dat ik misschien duidelijker had moeten schrijven wat ik bedoel in dat geval. Ik bedoel met deze zinsnede: “(…) als een grote verandering in milieu ecologische niches opent.4 Mij dunkt dat daar hier sprake van is. (…)” het volgende. Er is hier sprake van een ecologische niche. Doorgaans is er dan kennelijk sprake van adaptieve radiatie, maar in het geval van de grauwe haai dus blijkbaar niet. Dat maakt het een opvallend geval. Bij de grauwe haai is geen sprake van noemenswaardige verandering gedurende 200 miljoen jaar, ondanks de verschijning van de niche 60 miljoen jaar geleden. Waar je wellicht adaptieve radiatie verwacht, treedt die kennelijk nu niet op. Ik postuleer adaptieve radiatie dus niet als verklaring, ik postuleer de vraag waarom die in dit geval niet opgetreden is.

Flexibiliteit is zeker een mogelijke verklaring in dit geval. Het achterliggende vraagstuk is waarom in het ene geval een soort 200 miljoen jaar nagenoeg onveranderd blijft, ondanks bewoning van een ecologische niche, en bij andere haaien wel soortvorming optreedt. Waarom de ene haai flexibel en de andere adaptief?

Beste M. Nieuweboer,

Dit artikel gaat niet over de schepping van God als verklaring voor wat dan ook, evenmin over hoogmoedige wetenschappers. Zie [hierboven] in mijn reactie aan J nader verklaard waarover het wel gaat. Over de evolutionele relaties van Hexanchformes valt al het een en ander te lezen in het artikel. Ik ben bekend met het feit dat er de nodige hypotheses zijn.

M.Nieuweboer

“Creativiteit kan de Evolutietheorie niet ontzegd worden wat mij betreft.”

Spijker op de kop! “God schept alle levende wezens” verklaart daarentegen alles en dus niets. (…) Wetenschap stelt toetsbare hypotheses op en als u op Evolutionary Relations of Hexanchiformes googelt vindt u er een paar.

“er is nog het nodige debat”

Klopt ook helemaal. Dat hoeft niet te verwonderen – wetenschappers zijn niet zo hoogmoedig te denken dat ze na ruim 200 jaar (sinds de laatste wetenschappelijke revolutie) alles al weten. Optimistische schattingen komen op minder dan 10% uit. Wetenschappers [trekken] daaruit [geen] conclusies t.a.v. God.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over