Het artikel van Professor Veenstra in het ND van dinsdag 13 oktober 2015 heb ik met belangstelling gelezen, maar roept bij mij wel enkele vragen op. De belangrijkste vraag die ik heb naar aanleiding van het artikel is de vraag naar de grenzen van de wetenschap. Het lijkt er op dat wetenschap in de manier waarop hij die hanteert enorme pretenties krijgt. Alsof er een laatste waarheid aan het licht wordt gebracht. Wetenschap is naar zijn aard begrensd, doordat uitspraken worden gedaan op basis van veronderstellingen en aannames, en afhankelijk zijn van de context waarbinnen wordt gewerkt. In het college wetenschapsleer aan de Erasmus Universiteit werd dat ons duidelijk gemaakt aan de hand van een potlood. De hoogleraar vroeg of hij de uitspraak kon doen dat het potlood recht was. Dat leek inderdaad het geval. Tot dat hij het potlood in een glas water deed en dan door het glas heen keek. Opeens leek het potlood niet meer recht maar vertoonde een breuk. Daarmee werd duidelijk gemaakt dat in de wetenschap weliswaar geldige uitspraken kunnen worden gedaan, maar dat die uitspraken geheel afhankelijk zijn van de context waarbinnen men werkt. Wetenschappelijke uitspraken zijn naar hun aard altijd betrekkelijk, afhankelijk van een context, gebaseerd op modelmatige aannames, geabstraheerd van veel dimensies, en daardoor een reductie van de volle werkelijkheid.

Wetenschap kan leiden tot ‘geldige uitspraken’, maar dat is nog iets anders dan dat we van ‘waarheid’ kunnen spreken. Uitspraken als ‘evolutie is een realiteit’, ‘het bewijs is waar’ en ‘ik ben overtuigd van evolutionaire schepping’, gaan naar mijn idee dus veel verder dan op basis van de wetenschap verwacht kan worden. De hier bedoelde ‘realiteit’ van evolutie is een begrensde uitspraak, binnen de aannames en de context waarbinnen men heeft onderzocht. Terwijl het nu geponeerd wordt als een ‘laatste waarheid’, of tenminste op
hetzelfde niveau wordt gebracht als uitspraken die in de Bijbel staan. Terwijl de Bijbel ons het handelen van God vertelt als een realiteit die veel en veel verder reikt dan de begrensde en modelmatige wereld waarin wetenschap zich afspeelt. Wetenschappelijke uitspraken laten zich dus niet vergelijken met de volle rijkdom van het Bijbelse spreken over Gods werkelijkheid. En laten naar mijn mening niet toe dit als ‘laatste waarheid’ te verkondigen. Veel gesprekken over geloven en wetenschap gaan naar mijn oordeel mank aan een overschatting van de aard en betekenis van wetenschap. Door het niet in acht nemen van de grenzen ervan komen er hoge pretenties mee, en die brengen mensen onnodig in verwarring.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Drs B.P. Vreugdenhil is bedrijfseconoom en voormalig bankmedewerker. Pro Deo is hij bestuurder bij verschillende kerkelijke en maatschappelijke instellingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over