De noordelijke band De bende van Baflo Bill zong ooit hartstochtelijk over steengrillen op ’t hunebed. Even gefascineerd kijk ik naar de grillen van de geologische verklaring. Miljoenen stenen en steentjes zijn getransporteerd van Zweden naar Noord-Nederland. De afstand is meer dan duizend kilometer! De dikste zwerfsteen ligt in Rottum, vierenveertig ton. Rehwinkel (De Zondvloed, 1951) achtte zondvloedwater hiervoor verantwoordelijk. Dat was toen lastig te verdedigen. De stenen liggen namelijk aan het oppervlak, terwijl ze dan onder de kilometersdikke vloedafzettingen verwacht worden.

Geologen zijn het erover eens dat er in de laatste twee miljoen jaar twintig ijstijden zijn geweest. Prof. Kroonenberg zei dit in een spreekbeurt in het Hunebedcentrum in Borger. Men verdedigt dus een transport door vier kilometer dik ijs in twintig etappes. Omdat men ook aangetroffen fossielen van krokodillen en nijlpaarden een plek in de tijdlijn moet geven, is bedacht dat de tussenliggende perioden warm zijn geweest. Alle stenen lagen dan op de grond, in afwachting van de volgende ijskapopbouw. En zodra het ijs erboven weer ging schuiven, ondergingen de stenen een gruwelijke erosie. Dit roept kritiek op: dit mechanisme is alleen geschikt voor het afleveren van vermalen gruis. Ook vindt het transport in het horizontale vlak plaats, terwijl gletsjers uitsluitend door de zwaartekracht bergafwaarts worden gestuurd. Daarom denken geologen dat het ijspakket op de noordpool, van Zweden tot Canada, onder het eigen gewicht zuidwaarts is weggedrukt. Neem even – in verhouding – een aan de grond vastgevroren, 4 millimeter dikke ijsplaat met een diameter van 6 meter in gedachten. Geologen beweren dat deze onder het eigen gewicht uitdijt tot een diameter van 8 meter… Dat dit idee gemeengoed kon worden, heeft te maken met een onderwaardering van natuurwetten. Tot de eeuwwisseling gold het vak natuurkunde niet als toelatingseis voor de geologiestudie. Nu gelukkig wel.

Geoloog Guy Gérard laat met een drone zien dat een enorme zuidwaartse waterverplaatsing onder ijs verantwoordelijk is voor erosiepatronen op rotsen in Canada. Voorheen werd dit toegeschreven aan schuivend ijs. Overal ten zuiden van de poolcirkel worden deze kenmerken gevonden. Volgens mij zijn identieke waterverplaatsingen verantwoordelijk geweest voor het stenentransport naar Noord-Nederland. Onder de Noordzee zijn zo (als magistrale zondvloedafsluiting) tot wel 700 meter diepe tunneldalen uitgesleten! Het bijzondere is dat nu ook seculiere geologen tunneldalen unaniem toeschrijven aan catastrofale waterverplaatsingen onder ijs. Volgens mij is het ijs na het vloedjaar langzaam gesmolten waardoor de dalen werden gevuld met de zoetwaterklei die nu onder de zoute Noordzee wordt aangetroffen. Zo grillig gaat het eraan toe in de geologie. We zijn weer terug bij Rehwinkel.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Heerema, S.J., 2016, Grillen rond het hunebed, Weet 42: 29.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by en

Stef Heerema doet sinds 2006 structureel onderzoek naar het ontstaan van zoutformaties en ijstijd verschijnselen. Zijn eerste wetenschappelijke publicatie dateert van 2009. Hij is lid van de Nederlandse Geologische Vereniging en van het Koninklijk Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap. Stef Heerema heeft nieuwe ontdekkingen gedaan over het ontstaan van de zoutlagen onder Noord-Nederland en ontdekte hoe de Bijbelse zondvloed hierdoor wordt bevestigd.