In de DVD Achilleshiel van evolutie worden acht fatale zwakheden van de evolutietheorie besproken door 15 (gepromoveerde) wetenschappers. De achilleshiel is het zwakke punt van het betoog, ontleend aan de Griekse mythologie. Ondanks zijn schijnbare onoverwinnelijkheid had de machtige Achilles een zwakte: zijn hiel, die hem uiteindelijk fataal werd. De vergelijking met het evolutie-paradigma is goed gekozen. Wetenschappers die oog hebben voor de zwakten van het evolutionisme, zetten hun carrière op het spel.

Achilleshiel van evolutie

“Een professionele DVD, ook zeer nuttig voor evolutionisten.”

Aan de orde komen:

  • Natuurlijke selectie, genetica, de oorsprong van het leven, het fossielenbestand, de geologische tijdschaal, radiometrische datering, kosmologie en ethische implicaties. Ik selecteer enkele uitdagende aspecten:
  • Natuurlijke selectie zorgt niet voor nieuwe eigenschappen en maakt geen nieuwe genetische informatie aan. Natuurlijke selectie selecteert alleen wat al bestaat; het is geen evolutie.
  • Natuurlijke selectie plus mutatie is geen scheppend proces.
  • De verschillende ‘Galápagos-vinken’ zijn gewoon variaties van vinken die al die ingebouwde expressiemogelijkheden tot aanpassing tevoren al in zich hadden.
  • Grotsalamanders zonder zichtvermogen en Galápagos-aalscholvers die niet meer kunnen vliegen, tonen verlies van eigenschappen. Devolutie i.p.v. evolutie.
  • Darwins levensboomdiagram is een fictie. We zien geen nieuwe informatie en nieuwe structuren ontstaan. Er is slechts sprake van aanpassing en natuurlijke selectie binnen bepaalde grenzen.
  • De moderne genetica toont de immense complexiteit van de cel, voorzien van informatie, communicatie en taal. Dat zijn niet-materiele zaken. Die komen voort uit intelligentie. De cel laat ontwerp zien.
  • ‘Junk-DNA’ blijkt essentieel functioneel voor de cel te zijn. De term ‘Junk-DNA’ is een wetenschappelijke blunder en een voorbeeld van tunnelvisie.
  • Na decennia van intensief onderzoek blijkt de oorsprong van het leven een chemische onmogelijkheid.
  • In de geologische kolom mag de evolutionist een kolossaal bestand aan overgangsvormen verwachten. Die ontbreken echter. Drie beroemde overgangsfossielen vielen inmiddels af: Ida bleek gewoon een maki te zijn, geen overgang naar primaten. Puijila, de zogenaamde voorouder van de zeehond, bleek een otter. Tiktaalik viel na veel trompetgeschal af als overgangsvorm naar viervoetige landdieren.
  • Roodverschuiving als hypothetische maat voor de kosmische afstand, blijkt niet houdbaar.
  • DNA-houdend zacht weefsel in dinosaurusbeenderen pleit sterk voor een recente schepping.

De boeiende DVD (Engels gesproken, met Nederlandse ondertiteling), met geweldige animaties, sluit goed aan bij de huidige stand van onderzoek. Een professionele DVD, ook zeer nuttig voor evolutionisten.

Officiele trailer voor de film Achilleshiel van Evolutie

Deze DVD Achilleshiel van evolutie is ook in onze webshop te koop. Zie: http://webshop.logos.nl/winkel/dvds/achilleshiel-van-de-evolutie/

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. H. Bos is organisch chemicus en oud-directeur van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort.

47 Comments

Ed Vaessen

Ik heb bepaald nog geen exacte, wetenschappelijke informatie kunnen vernemen van de schrijver. Wie weet komt die nog?

Reply
Peter

(…) Het is nuttig bij de opsomming van punten even op wikipedia te kijken:
Ida, Darwinius masillae, is GEEN maki, maar een adapiform, en dat zijn nog steeds geen halfapen maar voorgangers daarvan.

Puijila darwini is een primitieve zeehond en een overgangsbeest “Unlike modern pinnipeds, it did not have flippers and its overall form was otter-like, albeit more specialized; its skull and teeth are the features that most clearly indicate that it is a seal.”

Tiktaalik roseae: “Tiktaalik is a monospecific genus of extinct sarcopterygian (lobe-finned fish) from the late Devonian period, about 375 Ma (million years) ago, having many features akin to those of tetrapods (four-legged animals).It and similar animals may possibly be the common ancestors of the broad swath of all terrestrial fauna: amphibians, reptiles, birds, and mammals.”

Reply
peter b

Peter, de Puijila darwini is morfologisch vrijwel niet te onderscheiden van een otter! Zo wordt de otter de voorouders van de zeehonden… Het hele verhaal [is] wetenschappelijk [niet] houdbaar. Het is zonder twijfel weerlegd door de moleculaire genetica.

Peter

Peter B zijn bewering over Puijila klopt niet met de publicatie in Nature in 2009. Dat artikel (citatie zie Wikipedia) is achter een betaalmuur, vandaar dat ik Wikipedia aanhaalde. In het artikel staat: “This analysis of Puijila and early arctoids (including pinnipeds, musteloids, ursoids and their fossil near-relatives) recovered a clade uniting Amphicticeps, Potamotherium and Puijila with Enaliarctos” – en dat betekent dat Puijila tot de pinnipeds, dat is de club zeehonden in de wijdste betekenis, behoort.

Puijila heeft zijn eigen website: http://nature.ca/puijila/index_e.cfm met oa ‘More seal than otter’ http://nature.ca/puijila/fb_so_e.cfm. Daar staat precies aangegeven wat er in de schedel zeehondachtig is.
Niemand beweert dat de otter een voorouder van de zeehond is. Anatomische studie is wat anders dan losse verklaringen: dit beest lijkt op dat Puijila is uit het Mioceen, en ik heb niets gehoord over moleculaire genetica van Puijila.

peter b

Als bioloog ben ik absoluut niet gebonden aan conclusies van andere biologen, met name niet als het heel erg beroerde conclusies betreft. Ik herken een otter op een kilometer afstand. Vergelijk even de volgende twee afbeeldingen (…):

pujlia–> https://en.wikipedia.org/wiki/Puijila#/media/File:Puijila_BW.jpg
otter–> http://de.depositphotos.com/40956269/stock-photo-otter-walking-along-the-waters.html

Gemeenschappelijke afstamming is compleet en geheel weerlegd door de moleculaire genetica, de genomica en de moleculaire biologie.

Hetty Dolman

Waarde heer Bos,
U schreef:
“Grotsalamanders zonder zichtvermogen en Galápagos-aalscholvers die niet meer kunnen vliegen, tonen verlies van eigenschappen. Devolutie i.p.v. evolutie.”

Het is in een grot evolutionair zeer onvoordelig om het gezichtsvermogen te behouden: men ziet toch helemaal niets, het kost alleen energie. Daarentegen hebben de beesten geïnvesteerd in andere zintuigen, ze hebben elektroreceptorische cellen, vooral rond hun kop, die prooidieren, vijanden of soortgenoten kunnen waarnemen, net als andere grotbewoners, die altijd aanpassingen hebben ter compensatie.

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Hetty, het (zichtbare) verlies van functie kan wel als bewijs worden gezien van verandering, er is echter geen bewijs voor het feit dat de “nieuwe zintuigen” zich spontaan door mutatie en selectie zouden hebben ontwikkeld. De nieuwe biologie geeft eerder aanleiding voor selectie van bestaande eigenschappen en het aan- of uitzetten daarvan. Kort gezegd: deze eigenschappen waren al in het genoom aanwezig, maar kwamen pas tot uiting toen ze nodig waren.

Hetty Dolman

Beste Douwe, waar ik op doel is dat het fenomeen ‘gezichtsverlies’ in geen enkel opzicht iets te maken heeft met een ‘achilleshiel”. voor de evolutietheorie, aangezien vissen die in het donker leven zich daarop hebben aangepast. gezichtsvermogen is onvoordelig in het donker.

Degeneratie gaat samen met evolutie, of aanpassing, zo je wilt. Als nieuwe functies optreden, moeten er wel oude afvallen waar een organisme in een nieuwe situatie niets meer aan heeft. Dat lijkt mij evident zowel voor creationisten als mensen die de evolutietheorie accepteren.

Reply
peter b

Het is maar de vraag of het een aanpassing is. Er is [namelijk] nooit onderzoek naar gedaan of het [gaat om] een aanpassing.

Het is net als het verlies van het vermogen om vitamine c te maken. Is dat een aanpassing bij apen, mensen, cavias en vleermuizen? Verlies mutaties die kanker veroorzaken na het dertigste levensjaar [zijn dat] allemaal aanpassingen? [m.i. niet]Dit aanpassingsverhaal kan niet standhouden in het licht van de nieuwe biologie.

[Bij natuurlijke selectie hebben] we te maken met genetische data-conservering. Wie mijn boek heeft gelezen weet dat er drie soorten data in het genoom zijn: 1) essentiele, 2) niet-essentiele, 3) redundante. Redundante en niet-essentiele data verdwijnen vrij gemakkelijk door mutatie omdat selectie ze niet kan conserveren. Selectie ziet deze data niet. Alleen de essentiële informatie, d.w.z. data die direct gelinkt zijn aan reproductie, blijven geconserveerd door natuurlijke selectie. Let wel: natuurlijke selctie is een missnomer, want het is natuurlijke conservatering). Ik raad Hetty aan mijn boek te lezen waarin dit uitvoerig wordt behandeld (Terug naar de oorsprong is nog verkrijgbaar bij het Logos Insitituut, maar wees er snel bij want de voorraad is bijna op).

Peter

Peter B.,
“Ik herken een otter op een kilometer afstand”, met plaatjes. Plaatjes zijn geen argument, het gaat om anatomische kennis, en die zegt dat Puijila bij de zeehonden hoort.

“Gemeenschappelijke afstamming is compleet en geheel weerlegd door de moleculaire genetica, de genomica en de moleculaire biologie.” Verklaring zonder argumentatie. Kan ik ook [andersom]. De moleculaire genetica, genomica en moleculaire biologie hebben onweerlegbaar aangetoond dat gemeenschappelijke afstamming de enig mogelijke verklaring voor de overeenkomst tussen beesten (etc.) is.

Reply
peter b

Peter, ik ben blij dat jezelf ook ziet dat de de otter als zeehond wordt gepresenteerd.

Pujila is anatomisch gezien ook gewoon een otter, geen zeehond. We hebben dus echt te maken met een otter (het skelet is bijna gelijk aan dat van de noordamerikaanse otter).

“De moleculaire genetica, genomica en moleculaire biologie hebben onweerlegbaar aangetoond dat gemeenschappelijke afstamming de enig mogelijke verklaring voor de overeenkomst tussen beesten (etc.) is.”

Er zijn sequenties in de genomen van organismen die geinterpreteerd kunnen worden als het resultaat van gemeenschappelijke afstamming, maar dan moet je wel een aantal specifieke aannames maken. Tevens zijn enorm veel genetische sequenties (nieuwe genetische informatie) die deze interpretatie weerleggen (zonder aannames te maken). We vinden bijvoorbeeld in de mens duizenden nieuwe genen (2700 HARs, 654 de novo genen, en ongeveer 1000 miRNA genen) die we niet in de chimp aantreffen. Daarmee is hun gemeenschappelijke afstamming feitelijk weerlegd. Dat is een harde klap voor neodarwinisme, maar ook de 19 verschillende eiwitcodes die het NCBI meldt weerleggen universele wetenschappelijke afstamming. Dit is de tijd van de nieuwe biologie, Peter, en de data mogen we opvatten als een openbaring van de Schepper aan de mensheid, opdat ook de moderne mens niet verloren gaat.

Hetty Dolman

“Darwins levensboomdiagram is een fictie. We zien geen nieuwe informatie en nieuwe structuren ontstaan. Er is slechts sprake van aanpassing en natuurlijke selectie binnen bepaalde grenzen.”

Het zou voor het creationisme beter zijn om mensen te informeren over nieuwe structuren, die genetisch blijkbaar al aangelegd zijn. We zien bijvoorbeeld bij de kamelen, dat de bulten nieuwe structuren zijn. aangezien zij afstammen van lama-achtigen. Er zijn talloze voorbeelden van nieuwe structuren, (die creationistisch gezien al genetisch aanwezig zijn) dus lijkt het mij beter om de tekst aan te passen.

Reply
peter b

Dit ben ik met Hetty eens. De biologische scheppingswetenschappen zouden baat hebben bij het jargon dat ik in mijn boek heb voorgesteld. We hebben te maken met cryptische bouwplannen, die verstopt zitten in de volgorde en mate van genetische expressie. De genetische programmas zijn reeds aanwezig als een soort legoblokjes bestaande uit informatie-exonen (in de mens zijn het ongeveer 250 duizend per genoom) en een oceaan van regulatoire elementen (in de mens zijn dat 10-50 miljoen per genoom). Het bouwplan kan heel snel worden aangepast door een andere volgorde en hoeveel van dezelfde informatie tot expressie te laten komen door de blokjes te varieren door translocaties uitgevoerd door transposonachtige elementen (VIGEs). Alle informatie voor variatie, adaptatie en speciatie zijn al in de genomen van organismen aanwezig schreef ik in 2009 in mijn boek. Verandering en adaptatie zijn eigenschappen van het schepsel zelf! Dat is het inzicht dat de Schepper mij gaf om wereldkundig te maken. Let wel: Als we tot deze inzichten komen, die geheel conform de biologie zijn, dan is (…) NeoDarwinisme overbodig geworden en hoeven Darwin en Christus niet verenigd.

Jan van Meerten

Geachte Peter, de besproken DVD is oorspronkelijk een uitgave van Creation Ministries International (CMI). Deze organisatie heeft op haar website een uitgebreidere beschrijving van de gegevens, door dr. Carl Werner: http://creation.com/puijila-s. Dezelfde auteur heeft op zijn eigen website ook nog een publicatie (wat een appendix is van zijn boek Evolution: The Grand Experiment): http://thegrandexperiment.com/Puijila.pdf. Op de DVD wordt Puijila darwini in minder dan een minuut besproken bij 00:45:33. De ondertitels geven: Puijila, de zogenaamde voorouder van zeehonden, maar die eruitziet als een moderne otter. Graag hoor ik van u waar deze beschrijvingen ‘fout’ gaan.

Reply
Peter

Werner verwijst naar figuur 4 uit het Nature artikel. Die figuur 4 geeft duidelijk aan dat Puijila in de Pinnipedia groep zit, het staat er met zoveel woorden bij. Werner en Peter B begrijpen niet wat de fylogenetische boom weergeeft, maar gaan zonder meer op een plaatje af. Het feit dat Puijila een langvormig beest is met vier pootjes laat niet zien dat het een otter is (een otter civet heeft ook dat soort vorm en een stokstaartje of een afrikaanse palm civet ook), maar dat het een overgangsbeest is.

Jan van Meerten

Geachte Peter, m.i. zet u de opponent te gemakkelijk als onkundig weg. Graag had ik een reactie gezien op de artikelen in zijn geheel. In tegenstelling tot de Nature-publicatie valt de Puijila darwini volgens nieuwere onderzoeken nu onder de Mustelidae. Zie ook mijn tweede reactie van maart 22nd, 2016. De bewijslast ligt hiermee aan uw kant.

Jan van Meerten

Geachte Peter, hierboven gaf ik twee referenties uit de creationistische literatuur. Maar ook uit de naturalistische literatuur valt op te maken dat Puijila darwini niet (meer) tot de Pinnipeds behoort. Een publicatie uit 2014 geeft aan: “Comparisons were also made with Enaliarctos, a representative of basal pinnipedimorphs, and some representatives of Mustelidae, such as Potamotherium, Lutra, Semantor, and Puijila.” Verderop in dezelfde publicatie: “Additionally, in contrast to the new taxon, all of the above representatives of the Mustelidae (Potamotherium, Lutra, Puijila) have premolars with accessory cusps.” Bron: Koretsky, I.A., Domning, D.P., 2014, One of the oldest seals (Carnivora, Phocidae) from the Old World, Journal of Vertebrate Paleontology, 34 (1): 224-229. In een recente publicatie (2016) wordt dit overgenomen: “Similarly, an early Miocene fossil from Devon Island, Canada, Puijila darwini, was originally described as a basal pinniped (Rybczynski et al., 2009) but was reidentified as a mustelid (Koretsky and Domning, 2014).” Bron: Peredo, C.M., Uhen, M.D., 2016, Exploration of marine mammal paleogeography in the Northern Hemisphere over the Cenozoic using beta diversity, Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 449: 227-235. Conclusie: Volgens deze paleontologen behoorde Puijila darwini tot de Mustelidae (marterachtigen). Of beschikt u over publicaties die het tegenovergestelde aantonen?

Reply
peter b

“Volgens deze paleontologen behoorde Puijila darwini tot de Mustelidae (marterachtigen).”

Precies, gewoon een otter dus!

Ik wil er hier nogmaals op wijzen dat de presentatie van een otter als een voorouder van de zeehonden [onjuist is]. Het probleem is dat deze otter zeer breed werd uitgemeten in de media als bewijs voor zeehonden-evolutie, maar dat de weerleggingen ervan niet door de media worden opgepakt. Zo lijkt het net alsof er steeds bewijs komt voor Darwinistische concepten, terwijl het tegendeel waar is.

Ed Vaessen

Kan Peter B ons een exacte definitie geven van de term ‘informatie’? Want zonder die definitie praten we hier nogal langs elkaar heen.

Reply
peter b

“Kan Peter B ons een exacte definitie geven van de term ‘informatie’? Want zonder die definitie praten we hier nogal langs elkaar heen.”

Geeft het niet te denken dat er geen enkel artikel beschikbaar is in de biologische literatuur dat een definitie geeft van biologische informatie? De mensen gaan het uit de weg, willen niet weten dat het genoom met informatie werkt. Informatie is namelijk een immateriele grootheid die men niet op een materialistische manier kan verklaren. Ik wil best wel een soort definitie geven:

“Informatie is (in het DNA aanwezig als) zinvolle data waarop levende systemen baseren, programmas en bouwplannen bestaande uit codes, die moleculaire boodschappen beschrijven, verzenden en ontvangen, en die begrepen worden zodat er zinvol op kan worden gereageerd.”

Een cel is een computer; een RNA computer met eiwitoutput.

Ed Vaessen

Ik denk dat geen enkele biologisch artikel het heeft over biologische informatie omdat ‘informatie’ hooguit als metafoor gebruikt kan worden.

Reply
peter b

Ed, er is dus geen informatie in het genoom? Geen codes? Geen genetische programma’s? Geen instructies om eiwitten te bouwen? Geen bouwplannen om ogen, organen en ledematen voort te brengen? Dat de cel informatie bevat moet ontkent worden omdat informatie een immateriele grootheid is en het bestaan van een Intelligente Schepper bewijst. Het ontkennen ervan (…) [laat m.i. een onbekendheid zien] m.b.t. de moderne biologie.

Peter

Peredo en Uhen (2016) halen Koretsky en Domning (2014) aan, dus zijn geen onafhankelijke bron. Koretsky en Domning (2014) beweren dat Puijila tot de wezelfamilie behoort, maar ze geven helemaal geen analyse. Ze stoppen Puijila in Mustelidae zonder argumentatie. Premolars met accesssory cusps zijn wijder verspreid dan alleen de Mustelidae en het kenmerk waarover ze het hebben is niet bekend voor de vroege Pinniped Enaliarctos. Binnen de Pinnipedia als geheel zijn de valse kiezen variabel van vorm. Zie http://www.nhc.ed.ac.uk/index.php?page=493.172.293 voor gebitsvariatie. Koretsky & Domning (2014) worden niet algemeen gevolgd, zie bijvoorbeeld Kelly en Pyenson (2015), Sciende 348: 301.

Op een los kenmerk af willen gaan is duidelijk niet state of the art. Wie Puijila anders wil indelen moet een nieuwe data matrix maken, met meer beesten en meer kenmerken en daarop een serie analyse runnen, met PAUP of MrBayes of zo. Dan heb je onderbouwing, nu niets.

De bekende creationist Todd Wood schreef: “Puijila is not an otter” en hij deed zijn eigen analyse: http://toddcwood.blogspot.nl/2009/05/puijila-is-not-otter.html
“Fine, I examined the same skeletal information using baraminic distances, and I found the same answer: Puijila clusters with the other pinnipeds but not with the otters. Don’t believe me? Get the supplemental data from nature.com and do the analysis yourself. Puijila is not an otter.”

Reply
peter b

Nou, dan moeten we het zelf maar weer analyseren, omdat niemand de data controleert, zelfs Todd Wood niet.

Laten we eens naar het algoritme kijken dat er wordt gebruikt (zie Nature supplemental data, het bevat 42 stappen)…ik neem er eentje op goed geluk:

33 *Number of adult lower incisors: 0, three; 1, two. Primitive carnivores possess three lower incisors, whereas the presence of two lower incisors is a synapomorphy of pinnipeds (Berta and Wyss, 1994).

Ze kiezen hier voor optie 2, namelijk dat de Pujila 2 snijtanden heeft in de onderkaak. [Vreemd] is natuurlijk dat dit deel van de kaak niet werd gevonden. Alleen de kiezen en de hoektanden werden opgegraven (zie figuur 3 Nature):
http://www.nature.com/nature/journal/v458/n7241/fig_tab/nature07985_F3.html

Otters, mensen, de meeste dieren hebben [er] 4. Die optie bestaat niet eens in dit algoritme. [Opmerkelijk] dat de reviewers van Nature dit niet hebben gezien (…). Er wordt gewoon toegewerkt naar een clade met de pinnipeds. Pujila is gewoon een otter als je de juiste en correcte algoritmen hanteert.

Peter

Het feit dat Puijila een morfologie heeft die vrij algemeen is voor roofdieren – lang lijf etc – samen met Pinniped details in zijn anatomie maakt duidelijk dat dit een beest is voor de overgang van vroeg zoogdier naar een beest dat in zee leeft. Zie Kelly en Pyenson (2015), Science 348: 301 voor meer overgangen van landbeest naar zeebeest. Zoek eens op Pezosiren of Thalassocnus. Of denk eens aan de otters en verwanten in de wezelfamilie: een ecologische en morfologische overgangsreeks van Europese nerts of moerasotter (Mustela lutreola) tot zeeotter, die niet eens het land op hoeft om het jong te werpen.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, bedankt voor het noemen van het artikel van Kelly & Pyenson. Deze zal ik doorlezen, om te zien waar zij Puijila darwini plaatsen. Dr. Todd C. Wood, waarvoor ik veel respect heb, heeft zich gebaseerd op de Nature-publicatie. Maar zoals de publicaties daarna laten zien moeten we ‘beyond Nature’ en dan zien we twee groepen: één die beweert dat Puijila darwini een Pinnipedia is en één die beweert dat Puijila darwini een Mustelidae is. De meest recente publicatie (2016) noemt Puijila darwini een Mustelidae. Helaas, zoals u terecht opmerkt, heb ik nog geen uitgebreidere onderbouwing gevonden. Maar zoals we ook in de naturalistische literatuur kunnen zien is het niet vreemd om de Puijila darwini onder de Mustelidae te scharen. Laten we daarnaast niet de doelpalen gaan verzetten maar onze focus eerst houden op die Puijila darwini.

Reply
Ed Vaessen

Peter B. schrijft:
“Ed, er is dus geen informatie in het genoom? Geen codes? Geen genetische programma’s? Geen instructies om eiwitten te bouwen? Geen bouwplannen om ogen, organen en ledematen voort te brengen? Dat de cel informatie bevat moet ontkent worden omdat informatie een immateriele grootheid is en het bestaan van een Intelligente Schepper bewijst. Het ontkennen ervan (…) [laat m.i. een onbekendheid zien] m.b.t. de moderne biologie.”

Het was niet mijn bedoeling om te beweren dat er geen informatie in DNA zit. Ik heb alleen moeite met het gelijkschakelen van processen die zich afspelen tussen DNA, mRNA en eiwitten met wat wij beschouwen als overdracht en verwerking van informatie. Het is zeker geen informatieoverdracht zoals we die kennen tussen mensen, zoals middels een gesprek, een boek of een tekening. Ook gaat de vergelijking mank met de meeste andere vormen van overdracht waarbij een boodschap wordt gecodeerd, verzonden en gedecodeerd. Bij eiwitten wordt de volgorde van de aminozuren daarnaast ook nog eens rechtstreeks bepaald door de volgorde van de basen in het DNA. Kopiëren in twee stappen, alhoewel het niet om letterlijke kopieën gaat, is m.i. een wat betere omschrijving dan coderen en decoderen. Die eiwitten, eenmaal gevormd, doen iets als ze gevormd zijn. Maar wat ze moeten doen staat nergens in het DNA. Er is ook niemand die de eiwitten interpreteert zoals een mens een bouwplan interpreteert.
DNA kan men ook slecht vergelijken met een bouwplan omdat bouwplannen geen deel vormen van de constructie die men op erop baseert.

Reply
peter b

Het DNA is de levende cel is niet alleen een RNA computer, het is eveneen een volledig autonoom bouwplan om die levende cel te bouwen, een organisme met 100 biljoen cellen, en het te onderhouden. Elke cel bevat het bouwplan en het deel dat van belang is voor de cel is actief, de rest van de programmatuur wordt afgesloten. Het is wel degelijk programmatuur en het is wel degelijk een bouwplan. En het is zo enorm geavanceerde nanobiotechnologie die er wordt aangewend om alles te coderen en te decoderen, alles te controleren en reguleren, dat we met een gerust hart ID mogen concluderen. (…) Darwins [hypothese, van] geselecteerd toeval, werd op alle fronten weerlegd. Informatie is [m.i.] de ultieme doodsteek voor elke naturalitisch materialsische benadering.

peter b

We weten sinds vandaag, dankzij Craig Venter, ook dat levende organismen minimaal 473 genen nodig hebben, die samen nodig zijn om een delende cel te maken. Deze cel kan zelf alleen maar delen en bezit verder niets. Hoewel, al deze genen nodig zijn weten we van een derde deel de functie niet.
[Zie:] http://science.sciencemag.org/content/351/6280/aad6253

We weten dus nu dat leven niet kan onstaan volgens een stap voor stap benadering. Reductionisme houdt hier op te bestaan. Een cel is een holistisch systeem en alleen dat al is een Godsbewijs.

Craig Venter verwoorde het als volgt: “We’re showing how complex life is, even in the simplest of organisms. These findings are very humbling.”

“Er bestaan geen simpele organismen” schreef ik in 2009 in mijn boek [Terug naar de oorsprong]. Venter zegt nu hetzelfde. We doen er dus goed aan te beseffen dat het leven daadwerkelijk zijn oorsprong heeft in een niet-naturalistische, niet-Darwinistische, maar holistische creatiedaad. Dat is nu zonder meer wetenschappelijk aangetoond.

Jan van Meerten

Geachte Peter, het bovengenoemde artikel van Kelly & Pyenson geeft betreffende Puijila darwini het volgende: ‘Unfortunately, the early histories of most other marine tetrapod lineages remain obscure. For example, the freshwater carnivoran Puijila darwini provides clues about the origins of pinnipeds, but it is geologically younger than other marine stem pinnipeds and is thus not likely a direct ancestor of modern pinnipeds.’. Bron: Kelley, N.P., Pyenson, N.D., 2015, Evolutionary innovation and ecology in marine tetrapods from the Triassic to the Anthropocene, Science 348 (6232): 301. Puijila wordt overigens genoemd in het online geplaatste uitgebreidere overzicht en niet in het Magazine zelf. Puijila kan volgens de onderzoekers niet gezien worden als een directe voorouder van de moderne pinnipeds omdat er dieren gevonden worden die naturalistisch gezien eerder gedateerd worden (Oligoceen) en overigens al in 1989 beschreven werden. Helaas gaan de auteurs van het bovengenoemde stuk niet in op de publicatie van Koretsky & Domning (2014).

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, het boek Marine Mammals: Evolutionary Biology spreekt ook over Puijila darwini. Op pagina 41 verwijzen ze naar de Nature-publicatie uit 2009. Op pagina 42 trekken ze de volgende conclusie, en noemen daarbij ook de otter: “Unlike Enaliarctos and the pinnipeds, Puijila did not possess flippers and more nearly resembled otters in its possession of a long tail and large, probably webbed feet (see figure 3.9).” Bron: Berta, A., Sumich, J.L., Kovacs, K.M., 2015, Marine Mammals: Evolutionary Biology (Amsterdam: Elsevier), p. 41-42.

Reply
Ed Vaessen

Peter B schrijft:
“Het DNA is de levende cel is niet alleen een RNA computer, het is eveneen een volledig autonoom bouwplan om die levende cel te bouwen, een organisme met 100 biljoen cellen, en het te onderhouden. Elke cel bevat het bouwplan en het deel dat van belang is voor de cel is actief, de rest van de programmatuur wordt afgesloten. Het is wel degelijk programmatuur en het is wel degelijk een bouwplan. En het is zo enorm geavanceerde nanobiotechnologie die er wordt aangewend om alles te coderen en te decoderen, alles te controleren en reguleren, dat we met een gerust hart ID mogen concluderen. (…) Darwins [hypothese, van] geselecteerd toeval, werd op alle fronten weerlegd. Informatie is [m.i.] de ultieme doodsteek voor elke naturalitisch materialsische benadering.”

Beste Peter, ik tel in deze tekst van jouw een aantal vergelijkingen. Vergelijkingen gaan mank. Dat is een oude wandtegelwijsheid.

Reply
Hetty Dolman

Hoi, Het lijkt mij op zich prima, en ook wetenschappelijk dat er over een fossiel wordt gediscussieerd, in dit geval Puijila darwini, maar er zijn toch wel talloze vondsten die onbesproken blijven, zoals de voorouders van roofdieren. (katachtigen, hondachtigen, beren) [Zie:] https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Miacidae

Reply
Peter

Beste Jan, Je twee aanhalingen geven hetzelfde als de oorspronkelijke publicatie in Nature. Ik zal dat boek dat je noemt nog moeten zoeken, maar het is duidelijk dat in Nature 2009 Puijila een lange staart heeft en achtervoeten maar geen flippers. Dus een dergelijke verwijzing spreekt vanzelf, en heeft niets te maken met in welke groep Puijila wordt ingedeeld. Zo te zien geeft dat boek dat je aanhaalt precies hetzelfde als Nature 2009. (Als dat boek vermeld had dat ze Puijila bij de wezelfamilie wilden indelen had je dat vast wel genoemd).Kelley & Pyenson 2015 geven hetzelfde als Nature 2009. Ook de oorspronkelijke beschrijving van Puijila in Nature 2009 zegt niet dat Puijila een directe voorouder van de pinnipedia is. In Nature 2009 staat: “Puijila itself appears to be a relict stem pinniped. It is the least aquatically specialized of all known pinnipeds (except possibly Amphicticeps, for which postcrania are unknown), yet it appears in the fossil record in the early Miocene, approximately contemporaneously with the more highly derived pinniped Enaliarctos, and not long before a significant radiation of other early marine pinnipeds.” (blz 1023). Dus je moet opzoeken wat een ‘stem species’ inhoudt, want als je dat niet weet haal je afstamming en verwantschap door elkaar. Een indeling geeft verwantschap, niet afstamming.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, wat u zegt over ‘directe voorouder’, dat klopt. Wat ik ermee bedoelde te zeggen is dat Puijila darwini minder interessant wordt als ‘overgangsbeest’ (zoals u het noemde op maart 17th, 2016) als er oudere (d.w.z. naturalistisch gedateerd in het Oligoceen) en meer ‘aquatically specialized’ pinnipeds worden gevonden. Ik ben erg benieuwd naar de afloop van de discussie tussen mustelidae en pinnipedia. Uit de literatuur blijkt dat paleontologen nog niet eensgezind zijn als het gaat om de duiding van Puijila darwini.

Reply
Peter

Hoofdstuk 3 van het boek van Berta, Sumich en Kovacs, 2015, Marine Mammals: Evolutionary Biology behandelt de Pinnepedia. Puijila staat 3x vermeld: (1, blz 41) onder 3.2.3 ‘Stem Pinnipeds’ als “either an early pinnipedimorph or an early arctoid, likely a pinniped relative” onder verwijzing naar Nature 2009. (2, blz 42) Als figuur 3.9 met skelet en reconstuctie door Carl Buell, de hoog gerespecteerde illustrator van fossiele en andere beesten; (3, blz 42) “Unlike Enaliarctos and the pinnipeds, Puijila did not possess flippers and more nearly resembled otters in its possession of a long tail and large, probably webbed feet (see Figure 3.9).” En als je naar de figuur kijkt zie je waarom er ‘more nearly’ staat: de lichaamsverhoudingen zijn anders.

Niets in dit boek geeft enige onderbouwing van verwantschap van Puijila met otters. Dat een vroege zeehond op weg van land naar zee er een beetje of nogal otterachtig uitziet is voor de hand liggend. Hoe zou een overgangsbeest van land naar zee dat vis eet er anders uitzien? Er is geen enkele reden uit dit boek of uit het Science artikel om Puijila bij de otters onder te brengen.

Trouwens, Berta, Sumich en Kovacs, 2015, Marine Mammals: Evolutionary Biology is een heel nuttig boek. Er staan veel fossiele overgangsvormen in. Het artikel hierboven zegt namelijk: ”In de geologische kolom mag de evolutionist een kolossaal bestand aan overgangsvormen verwachten. Die ontbreken echter” en dat blijkt dus direct niet te kloppen. Dit boek geeft een scala aan overgangsvormen, alleen al op het gebied van de zeezoogdieren. En let op, een ‘overgangsbeest’ hoeft helemaal niet ‘op volgorde’ te liggen om interessante informatie over hoe een overgang mogelijk is te geven. In totaal is het bestand aan overgangsvormen ‘kolossaal’.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, zoals gezegd wacht ik de verdere discussie tussen paleontologen af. Plaatjes van ilustrators (hoe bedreven die ook zijn) zijn mijns inziens niet erg sterk als argument. De tekst van het boek noemt kleine verschillen in eigenschappen tussen Mustelidae en Puijila darwini. Waarom kunnen deze eigenschappen niet verloren zijn gegaan en dat er een vorm van ‘degeneratie’ binnen de Mustelidae heeft opgetreden? M.i. wordt er teveel op de verschillen gefocust en te weinig op de overeenkomsten. Of ziet u dit anders? Verder past Puijila darwini niet goed in het rijtje van de Pinnipeds, zo komt bij mij de vraag op hoe Puijila darwini en Enaliarctos zich verhouden tot elkaar? Heeft u daar vergelijkingen van?

Reply
Peter

Beste Jan,
“M.i. wordt er teveel op de verschillen gefocust en te weinig op de overeenkomsten.” Bij het maken van een fylogenetische boom als in het Nature 2009 artikel gaat het over overeenkomsten. Volgens dat artikel zijn Puijila en Enaliarctos zustersoorten.

“Waarom kunnen deze eigenschappen niet verloren zijn gegaan en dat er een vorm van ‘degeneratie’ binnen de Mustelidae heeft opgetreden?” Omdat die ‘degeneratie’ nieuwe eigenschappen met zich meebrengt, zoals grotere zwempoten?

Otters worden ingedeeld als onderfamilie van de Mustelidae. Zijn dat soms gedegenereerde beesten? Otters laten een groot aantal aanpassingen aan leven in water zien. Allemaal degeneratie? Is het degeneratie dat de zeeotter het jong in het water kan hebben?

Dus, neem de familie Mustelidae en wees creationist. Dan moet je kennelijk van mening zijn dat alle wateraanpassingen van de otteronderfamilie in principe bij Noachs wezelpaartje aanwezig waren, bij de onderfamilie wezels verloren gingen, bij de otters op verschillende mate en verschillende manieren verloren gingen want otters verschillen onderling. Alle verschillende specialisaties van het gebit moeten in principe aanwezig zijn, en door ‘degeneratie’ krijgt de zeeotter een gespecialiseerd kraakgebit en een gespecialiseerd gedrag om mosselen te kraken. Of het gespecialiseerde gedrag om mosselen te kraken is door degeneratie verloren gegaan in alle andere soorten van de wezelfamilie, maar was aanwezig in Noachs wezelpaartje. Zoiets? Degeneratie? Hoe?

Reply
peter b

“Alle verschillende specialisaties van het gebit moeten in principe aanwezig zijn, en door ‘degeneratie’ krijgt de zeeotter een gespecialiseerd kraakgebit en een gespecialiseerd gedrag om mosselen te kraken.”

Dit soort reactie verwacht ik van mensen die zich niet hebben verdiept in het creatiemodel en nog steeds denken dat creationsten geloven in de onveranderlijkheid van organismen. Dat creationsten zouden geloven in de onveranderlijkheid van soorten was ook de denkfout van Darwin, die geloofde dat de biologen van Darwins tijd in onveranderlijkheid geloofden. Darwins gebrekkige kennis van de biologie, en met name van het werk van creationist Linnaeus, bracht hem tot het concept van evolutie door natuurlijke selectie. De biologen van zijn tijd wisten al lang beter, kenden het werk van Linaeus en van Blyth, en wisten dat selectie niet leidt tot nieuwe organen, strukturen en soorten. De biologische wetenschap werd echter genegeerd, Darwinisme en eugenetika gepropagageerd. We plukken er nog steeds de wrange vruchten van.

Het moderne creatiemodel is een flexibele evolutiemodel waarbinnen geschapen schepselen oertypen representeren die uitgerust zijn met een mechanisme om zich aan te passen aan verschillende niches. Er is dus een adaptieve radiatie mogelijk vanuit grondvormen (schepselen); geen universele gemeenschappelijke afstamming. Het is geheel conform de waarnemingen.

Jan van Meerten

Geachte Peter, Hartelijk bedankt voor uw antwoord. Ik beperk mij even tot de Puijila darwini. Waarom kan dit soort niet binnen de fylogenetische boom van de Mustelidae (of zo u wilt binnen de subfamilie Lutrinae) geplaatst worden, waarbij in de loop van de tijd eigenschappen veranderd zijn of zelfs verloren zijn gegaan, bijv. verandering in zwempoten? Ongeacht of men nu creationist of naturalist is zou dat een interessant onderzoek zijn. Overigens stel ik niet dat elke verandering, degeneratie of een verlies aan eigenschappen is. Zoals u ook terecht laat zien bij de zeeotter en zoals bijv. ook dr. Peter Borger en dr. Todd C. Wood in hun werken beschrijven.

Reply
Jan van Meerten

De geachte Peter schreef op 5 april 2016: ‘niet afstamming’. Toch wordt het dier door diverse naturalisten gezien als ‘afstamming’. Ik citeer dr. Richard Dawkins: Dit boek stond op het punt om naar de drukker te gaan toen er opwindend nieuws binnenkwam, via het tijdschrift Nature, over een nieuw fossiel uit het Canadese poolgebied, dat een gat dicht in de afstamming van de hedendaagse zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (gezamenlijk de Pinnipedia of vinpotigen geheten). (…) Puijila vormt in de afstammingslijn van de vinpotigen een mooie overbrugging van het gat tussen land en water. Ook hij vormt een fantastische aanvulling op onze groeiende lijst van ‘schakels’ die niet langer ontbreken. Bron: Dawkins, R., 2009, Het grootste spektakel ter wereld. Bewijs voor evolutie (Amsterdam: Nieuw Amsterdam), p. 161-162. Waarde Richard Dawkins noemt de Enaliarctos uit het Oligoceen echter niet en geeft zo een eenzijdig beeld van de ‘afstamming’ en het ‘overbrugde gat’. Ook het door Peter elders op deze website geroemde boek van Michael J. Benton spreekt heel kort over Puijila, en ook hij heeft het over ancestor. Hem valt ook de vergelijking met moderne otters op. Hij schrijft: “It has been hard to determine from modern taxa whether the arctoid ancestor of pinnipeds was bear-like or weasel-like. Puijila, an early Miocene enaliarctid from Arctic Canada (…) shows some superficial similarities to modern otters, so suggesting a possible ecological sequence of pinniped ancestry, and Alliance with musteloids rather than ursids. Bron: Benton, M.J., 2015, Vertebrate Palaeontology. Fourth Edition (Oxford: Wiley Blackwell), p. 382. Zoals eerder gesteld: “Waarom kan dit soort niet binnen de fylogenetische boom van de Mustelidae (of zo u wilt binnen de subfamilie Lutrinae) geplaatst worden, waarbij in de loop van de tijd eigenschappen veranderd zijn of zelfs verloren zijn gegaan, bijv. verandering in zwempoten?” Dat zou het zelfs voor een naturalist een stuk makkelijker maken.

Reply
Peter

(Benton) schrijft: “It has been hard to determine from modern taxa whether the arctoid ancestor of pinnipeds was bear-like or weasel-like. Puijila, an early Miocene enaliarctid from Arctic Canada (…) shows some superficial similarities to modern otters, so suggesting a possible ecological sequence of pinniped ancestry, and Alliance with musteloids rather than ursids.” Bron: Benton, M.J., 2015, Vertebrate Palaeontology. Fourth Edition (Oxford: Wiley Blackwell), p. 382.

Benton schrijft niet dat Puijila de ancestor is. Benton schrijft ook niet dat Puijila bij de wezelfamilie hoort. Benton schrijft dat de Pinnipedia eerder de zustergroep van de Musteloidea dan van de Ursidae zijn (“allied with musteloids rather than ursids”), gegeven het fossile Puijila. De Musteloidea zijn een wijdere groep dan de familie Mustelidae, met ook nog de families van stinkdieren, wasberen, kleine panda. Er staat dat voorouders van de huidige zeehonden een ecologie hadden die min of meer overeenkwam met een otter. (…) Een indeling geeft verwantschap, niet afstamming. Geen van de beesten in een indeling wordt beschouwd als voorouder van enig ander beest. De indeling geeft het patroon van verwantschap, zodat de voorouder op elke node gereconstrueerd kan. De voorouders op nodes die huidige beesten met Puijila verbinden gaan er dan met lange lijven en korte pootje uitzien. Benton geeft (…) een inleiding hoe [deze] indelingen te lezen [zijn]. (…)

Benton, M.J., 2015, Vertebrate Palaeontology. Fourth Edition (Oxford: Wiley Blackwell), p. 382 zegt precies wat in het Nature 2009 artikel staat.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, bedankt voor de reproductie van het citaat van Benton in de Nederlandse taal. Voor diegene die geen Engels zou kunnen lezen kan dat handig zijn. Het citaat van Benton laat zien dat deze, door mij gewaardeerde paleontoloog, niet alleen naar indeling kijkt maar ook wil weten hoe het met afstamming zit. Dat is het enige wat ik met het citaat wilde laten zien, wellicht had ik dat beter kunnen uitdrukken in het vorige comment. Ik heb overigens nergens beweerd dat Benton Puiijila ziet als ‘ancestor’. Jammer dat u (nog) niet reageert op de rest van mijn comment (citaat Dawkins en mijn vraag).

Peter

@Jan van Meerten juni 6th, 2016
Een indeling van een aantal beesten geeft de verwantschap tussen die beesten, niet dat ze van elkaar afstammen. Geen van de beesten in een indeling wordt beschouwd als voorouder van enig ander beest in die indeling. De indeling geeft het patroon van verwantschap. Verwantschap betekent afstamming ergens van eenzelfde voorouder, zodat de voorouder op elke node gereconstrueerd kan.
Dawkins in ‘The Greatest Show on Earth’ vertelt dit aan de hand van een indeling van de fossiele walvissen, op blz 171. (Puijila staat in deze Engelse versie op blz 172). Het gaat over figuur 14.16. De tekst boven figuur 14.16 geeft: “— showing a sequence of fossils in time. Note the careful way the picture is drawn. … But nobody can say, for example, that Ambulocetus was descended from Pakicetus. Or that Basilosaurus was descended from Rodhocetus. Instead, the diagram follow the more cautious policy of suggesting that, for example, whales are descended from a contemporary cousin of Ambulocetus which was rather like Ambulocetus (and might even have been Ambulocetus). The fossils shown are representative of various stages of whale evolution. … “

Dan komt de zeekoe met pootjes, Pezosiren. Dan zegt Dawkins over Puijila: “Puijila neatly straddles the gap between water and land in the ancestry of pinnipeds” (blz 173).

Net als wat Dawkins zegt over de walvissen, de fossielen van de pinnipedia laten stadia in de afstamming (ancestry) zien. Dus Puijila laat zien dat er een ecologisch stadium in de afstamming is met een lang lijf en korte pootjes. Dawkins beweert niet dat Puijila een voorouder (ancestor) is. Het Nature 2009 artikel zegt: “The discovery of Puijila and the results of the phylogenetic analysis presented here support the hypothesis that pinnipeds diverged from an arctoid ancestral population by the early Oligocene.”

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, ik ben op de hoogte van de manier van indelen. We hebben het overigens over Puijila en niet over walvissen. U schrijft: “de fossielen van de pinnipedia laten stadia in de afstamming (ancestry) zien.” Welke stadia worden laten zien met Puijila in de reeks? Waarom kan dit soort niet binnen de fylogenetische boom van de Mustelidae (of zo u wilt binnen de subfamilie Lutrinae) geplaatst worden, waarbij in de loop van de tijd eigenschappen veranderd zijn of zelfs verloren zijn gegaan, bijv. verandering in zwempoten?

Reply
Peter

Het boek van Benton, ‘Vertebrate Paleontology’, 4de editie, is op dit moment het standaard leerboek voor de paleontologie van de gewervelde dieren. Als Jan van Meerten op de eerste blz. begint en het helemaal leest, ziet hij dat er veel fossiele soorten zijn, een grote diversiteit soorten, en gesorteerd in de tijd, met goede tot redelijke documentatie van de afstammingslijnen (ancestry). (…)

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, we hebben geen discussie over het boek van Benton maar over Puijila. Het boek van Benton is lezenswaardig en geeft een goed beeld hoe er naturalistisch gedacht wordt over de fossielen, hun indeling en hun afstammingslijnen. Ik heb het boek dan ook helemaal gelezen.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over