In 1953 probeerde promovendus Stanley Miller aan te tonen dat natuurlijke processen waterstof, stikstof en koolzuurgas kunnen omvormen tot een steeds geconcentreerdere oersoep van aminozuren. Het artikeltje ‘De proef van Miller is volksverlakkerij’1 laat zien dat Miller feitelijk een primitieve aminozuurfabriek bouwde, en gaf aanleiding tot een aantal reacties.

De reacties waren als volgt:

  1. Het werk van Miller is succesvol herhaald. Zie: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/oersoep-experiment-onverwacht-succesvol/.
  2. Niet onderzochte resultaten van Millers experiment zijn alsnog onderzocht en succesvol gebleken. https://dekennisvannu.nl/…/Onbekend-Miller…/5721
  3. Aminozuren, bouwstenen van leven, ontstaan gewoon en zijn ook in de ruimte gevonden. https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2016/06/‘bouwstenen-van-het-leven’-kunnen-ontstaan-in-de-ruimte
  4. Het Miller experiment is achterhaald, omdat we inmiddels meer weten over de situatie op de wereld van toen. Recent onderzoek wijst uit dat de vroegere atmosfeer noch reducerend noch oxiderend was. De samenstelling van de oeratmosfeer blijkt anders geweest te zijn dan in het eperiment werd aangenomen en bestond waarschijnlijk vooral uit stikstofgas en koolstofdioxide.
  5. We weten inmiddels veel meer over chemische evolutie en hebben Millers experiment niet meer nodig https://www.youtube.com/watch?v=fgQLyqWaCbA; en ook hebben we veel geavanceerdere experimenten, bijvoorbeeld die van Sijbren Otto (2018) https://www.youtube.com/watch?v=B8M_VLEWIZk.

Ad 1.
Opmerkelijk is dat in het Nemo-experiment, dat 5 jaar duurde, niet de primitieve aminozuur fabriek is nagebouwd die Miller in tweede instantie construeerde, maar de aanvankelijke proefopstelling met één gesloten kolf. En opnieuw blijkt, ook na 5 jaar vonken sturen door de kolf, dat er geen steeds geconcentreerdere oersoep ontstaat. Inderdaad zijn in de kolf een aantal aminozuren gevormd, maar ook teer en tal van cyanide verbindingen die bedreigend zijn voor levende organismen. Maar dat mag het grote publiek helaas niet weten.

Ad 2.
Miller deed eerst groot aantal pogingen met één gesloten kolf. De aanslag die in de kolf ontstond, deed hij in reageerbuisjes en borg die weg. Die buisjes zijn 65 jaar later teruggevonden en geanalyseerd met de geavanceerde technieken van nu. Het blijkt dat er veel meer soorten aminozuren waren gevormd, dan Miller aanvankelijk dacht. Maar een steeds geconcentreerdere oersoep was niet ontstaan. Daarvoor moest Miller een primitieve aminozuurfabriek bouwen. Wanneer met de geavanceerdere analyse technieken ook gezocht zijn naar cyanide verbindingen en andere levensbedreigende moleculen, dan zouden die in grote getale zijn gevonden.

Ad. 3
Inderdaad kunnen ook in de ruimte aminozuren ontstaan uit eenvoudige basismoleculen door invallende straling. Maar na hun vorming zal nieuwe straling vroeg of laat die aminozuren ook weer vernietigen, zoals Miller met zijn aanvankelijke proef heeft aangetoond. Hoe groter de gevormde moleculen, des te sneller.

Ad.4
Ongeacht de precieze samenstelling van de oer-aardatmosfeer, zal invallende straling simpele moleculen laten samenklonteren tot complexere moleculen, die vroeg of laat weer uiteenvallen door nieuwe straling; hoe groter hoe sneller.

Ad. 5
a) Chemische evolutie is de theorie dat dat (organische) moleculen een spontaan zelf-organiserend vermogen hebben waardoor simpele moleculen zich samenvoegen tot steeds complexere structuren met een steeds hoger energieniveau. Deze theorie is eenvoudig te weerleggen: wanneer deze theorie juist zou zijn, dan zou energie gratis ter beschikking komen. Iedereen begrijpt dat dit niet kan. Daaruit volgt volgens de regels van de logica dat de theorie onjuist is (‘proof by contradiction’; zie Wiki).
b) Onze fysieke werkelijkheid wordt niet gekenmerkt door spontane zelforganisatie van moleculen, maar door precies het tegenovergestelde(!): door spontane desintegratie. Deze basiseigenschap van onze werkelijkheid is de bestaansgrond van de chemische industrie, van bouwvakkers, onderhoudsmedewerkers, ingenieurs, kunstenaars en ondernemers.
c) De theorie van chemische evolutie, is feitelijk het pre-victoriaanse alchemisten geloof in een nieuw, wetenschappelijk jasje, namelijk dat simpele, goedkope moleculen zichzelf spontaan kunnen omvormen tot kostbare, ingewikkelde moleculen, mits de juiste omstandigheden worden gecreëerd. Dit alchemisten geloof is aantoonbaar onjuist, maar Darwinisten en Naturalisten vinden hun geloof kostbaarder dan de empirische feiten en de wetten van de natuurkunde. Zie bijvoorbeeld: https://www.evoskepsis.nl/dutch/publicaties.php#alchemistengeloof
d) Het pre-victoriaanse alchemisten geloof van naturalisten is onwankelbaar en immuun voor weerlegging, bijvoorbeeld door de experimenten van Miller (1953) en Otto (2018), die aantonen dat voor de productie van een steeds grotere hoeveelheid aminozuren, respectievelijk kunstvezels, een (primitieve) fabriek gebouwd moet worden.

Voetnoten

  1. https://logos.nl/de-proef-van-miller-is-volksverlakkerij/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Wim De Jong

Written by

Dr. Ir. W.M. de Jong studeerde toegepaste Wiskunde aan de TU-Delft (1980) en promoveerde aan de Rijks Universiteit Groningen (1994) op een, op praktijkervaring reflecterend, proefschrift over het management van informatisering. Sinds 1999 werkt hij als onderzoeker en adviseur van verandering en innovatie bij INI-Research, respectievelijk INI-Consult. Hij is initiator van de Evoskepsis Association, een werkverband van kritische wetenschappers en praktijkmensen die skeptisch zijn over de empirische onderbouwing van de evolutietheorie. In 2011 publiceerde hij met dr. ir. H. Degens in het peer-reviewed Open Evolution Journal, het artikel The Evolutionary Dynamics of Digital and Nucleotide Codes: A Mutation Protection perspective.