In het binnenste van de aarde vinden radioactieve vervalprocessen plaats, die helium en warmte produceren. De uittredende hoeveelheid helium is echter slechts 4%, van wat men op basis van de uittredende warmte mag verwachten. Een mogelijke verklaring voor deze tegenstrijdigheid is, dat het grootste gedeelte van de helium in het binnenste der aarde zou achterblijven. Een andere mogelijkheid is, dat de aarde nog uit de ontstaanstijd een grote warmtevoorraad in zich heeft (hetgeen betekent, dat niet alle warmte door radioactief verval ontstaat). Beide mogelijkheden zijn nauwelijks met het model van een oude aarde in overeenstemming te brengen.

Uit het binnenste van de aarde stroomt tengevolge van radioactieve vervalprocessen helium. Tegelijk ontstaat warmte, die eveneens naar het aardoppervlak ontwijkt. Onomstreden is het verval van uranium, thorium en kalium. Nu heeft men de warmte- en heliumaanvoer vanuit het binnenste der aarde gemeten:

Bij het verval van uranium, thorium en kalium ontstaan de edelgassen helium en argon. De door het vervalproces geproduceerde warmtehoeveelheid moet corresponderen met de hoeveelheid helium, die uit de aardkorst naar buiten komt. Ter opwekking van een Joule warmte moeten in het binnenste der aarde 10^12 He-atomen en 2×10^11 Ar-atomen geproduceerd worden. De warmtestroom, die in het gebied van de zeeën uit de aardkorst komt, bedraagt 0,1 W/m2. De hoeveelheid helium, die in het gebied van de zeeën uit het binnenste der aarde komt, bedraagt 4×10^9 heliumatomen per vierkante meter per seconde. De daaruit berekende helium/warmte verhouding is 4×10^10 atomen per Joule, wat slechts 4% uitmaakt, van wat men op basis van de uittredende helium verwacht.1

Twee alternatieven en twee problemen in het model van een 4,5 miljard jaar oude aarde

a)     Laten we ons voorstellen, dat er zich op tijdstip nul geen helium in het binnenste der aarde bevindt. Wanneer we nu een vervalproces starten dat zoveel warmte produceert als we heden vaststellen, dat zou het inderdaad te verwachten zijn, dat aanvankelijk slechts een klein deel van de helium de weg naar het aardoppervlak vindt. Het grootste gedeelte zou in de aardkorst achterblijven. Na verloop van tijd zou echter een evenwicht moeten ontstaan. Het is niet voor te stellen, dat na 4,5 miljard jaar nog steeds een mismatch bestaat tussen het geproduceerde en uittredende helium. 

b)     Laten we ons voorstellen, dat de uittredende warmte slechts voor een klein deel door radioactieve vervalprocessen veroorzaakt wordt. Ook dit is in het model van een miljarden jaar oude aarde nauwelijks denkbaar. Het is moeilijk voor te stellen, dat de aarde in deze lange tijd nog steeds niet afgekoeld zou zijn.

Helium in de aardatmosfeer

Interessant is in dit opzicht ook het feit, dat zich in de atmosfeer van de aarde minder helium bevindt, dan het model van een oude aarde voorspelt. Dit hoeft echter nog niet veel te betekenen, aangezien nog niet duidelijk is, hoeveel helium uit de atmosfeer naar de ruimte ontwijkt en hoeveel heliumkernen door de zonnewind in de atmosfeer terechtkomen.2

Voetnoten

  1. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  2. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek “Het ontstaan van soorten” op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden.

De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen.

Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

2 Comments

M.Nieuweboer

“tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen”

Vooralsnog met heel wat minder succes dan Luther zo’n 500 jaar geleden. (…)

Reply
Peter

Onder deze stelling staan twee verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur. Het grootste deel van de stelling lijkt gebaseerd op de eerste van de twee artikelen: Oxburgh en O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588. Na 1987 zijn er in de 80 artikelen verschenen die dit artikel aanhalen. Gesteld al dat dit artikel van 1987 accuraat is weergegeven, wat hebben die volgende 80 artikelen daar dan mee gedaan? Het andere artikel is van 1957. Het is nu 2017.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over