Waarom hebben evolutionisten altijd ongelijk? En waarom zijn ze altijd zo zeker van zichzelf? Door de onstuitbare vooruitgang van de wetenschap blijken de voorspellingen van de evolutie, waarvan evolutionisten overtuigd waren, gewoon steeds fout te zijn. De recent opgemerkte misser blijkt de wijdverbreide stelling dat de energiecentrale van de eukaryoten (organismen waarvan de cellen een celkern hebben -red.) – de mitochondriën – een gemeenschappelijke voorouder deelt met de alphaproteobacteriën. Lang geleden, zo gaat het verhaal, fuseerde die bacteriële gemeenschappelijke voorouder met een vroege eukaryote cel. En deze twee entiteiten, die toevallig bij elkaar kwamen, hebben toevallig elkaar nodig. Het was evolutie net gelukt die vroege bacterie en die vroege eukaryoot, op zo’n manier te creëren, dat ze elkaar nodig hadden en er enorm van konden profiteren. En, gelukkig, deze twee entiteiten werkten samen. De bacterie zou toevallig de chemische energie produceren die de eukaryoot nodig heeft, en de eukaryoot zou toevallig de benodigde materialen leveren. Het maakte de weg vrij voor meercellig leven met al zijn fantastische ontwerpen. Eén probleem: het verhaal blijkt niet te kloppen.

Het verhaal dat mitochondriën zijn geëvolueerd uit de lijn van alfaproteobacteriën is meermaals met grote overtuiging verteld. Zie bijvoorbeeld Michael Gray1 die in zijn document stoutmoedig begint met de ondubbelzinnige waarheidsclaim: “Bekeken door de lens van het aanwezige genoom, heeft het mitochondrion ongetwijfeld bacteriële afkomst, en is het afkomstig van het bacteriële fylum α-Proteobacteriën (Alphaproteobacteria).”

Er was geen twijfel mogelijk. Gray volgde het klassieke evolutionaire denken: overeenkomsten hebben een gemeenschappelijke oorsprong. Dat is het model van de gemeenschappelijke afkomst. Evolutionisten zeggen dat als je eenmaal naar de biologie kijkt vanuit de visie van een gemeenschappelijke afkomst, alles op zijn plaats valt. Maar dat doet het niet.

Telkens weer moeten evolutionisten hun theorie herschrijven. Overeenkomsten waarvan men ooit dacht dat ze van een gemeenschappelijke voorouder stamden, blijken in tegenspraak te zijn met het model van de gemeenschappelijke afstamming. Evolutionisten moeten toegeven dat de overeenkomsten onafhankelijk zijn ontstaan. En grote verschillen, ooit gedacht alleen in verre soorten op te treden, blijven verschijnen in verwante soorten.

Biologie blijkt vol te zitten met eenmalige, speciale gevallen en anomalieën. Het evolutionaire boommodel klopt niet. In een nieuw artikel2 wordt aangetoond dat de mitochondriën en alphaproteobacteriën niet zo mooi op elkaar aansluiten als oorspronkelijk gedacht. Die “onbetwiste bacteriële afkomst” blijkt, fout, verkeerd. Het artikel concludeert dat mitochondriën niet evolueerden van de veronderstelde alfaproteobacteriële voorouder, noch vanuit “enige andere momenteel erkende alfaproteobacteriële afstamming.” Het artikel komt echter met een nogal schokkende bewering. De auteurs schrijven: onze analyses duiden erop dat mitochondriën zijn geëvolueerd uit een proteobacteriële afstammingslijn die is vertakt vóór het opsplitsen van alle onderzochte alfaproteobacteriën.

Zijn mitochondria geëvolueerd vanuit proteobacteriën vóórdat de alfaproteobacteriën ontstonden?

Dat is een verrassende stelling, omdat er, eenvoudig gezegd, geen bewijs voor is. Het gebrek aan bewijs wordt alleen overtroffen door het vertrouwen van de evolutionist. Let op de tekst: “duiden erop”. De analyses van de evolutionisten duiden op deze nieuwe waarheid. Hoe kunnen de evolutionisten zo zeker van zichzelf zijn in de afwezigheid van letterlijk enig bewijs? Het antwoord is, omdat zij evolutionisten zijn. Ze zijn er absoluut zeker van dat evolutie waar is. En aangezien evolutie waar moet zijn, moeten de mitochondria ergens vandaan zijn geëvolueerd. En hetzelfde geldt voor de alphaproteobacteriën. Ze móéten geëvolueerd zijn vanuit iets anders. En in beide gevallen moet dat ergens in de eerdere proteobacteriële lijn zijn. Er zijn gewoon geen goede andere evolutionaire kandidaten.

Gelukkig kan deze nieuwe claim niet worden getest (en daarom ook niet worden gefalsificeerd), omdat de ‘proteobacteriële afstamming’ niets anders is dan een evolutionair idee. Evolutionisten kunnen bij mogelijk bestaande soorten zoeken naar hints voor een gemeenschappelijke voorouder met de mitochondriën. Maar als het niet lukt om iets te vinden kan dat altijd worden toegeschreven aan het uitsterven van de gemeenschappelijke voorouder.

Dit is waar de evolutietheorie zo vaak op uitdraait: mislukkingen leiden uiteindelijk tot onfalsificeerbare waarheidsaanspraken. Omdat dit niet is toegestaan, moeten we de theorie zelf ter discussie stellen. Religie drijft de wetenschap, en dat is belangrijk.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website Darwin’s God. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3428767/.
  2. https://www.nature.com/articles/s41586-018-0059-5.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. C.G. Hunter heeft een Ph.D. in Biophysics and Computational Biology van de University of Illinois. Hij is momenteel adjunct professor science and religion aan Biola University.