Het verslag van de schepping in Genesis 1 en 2 beslaat tweeënvijftig verzen, terwijl het verslag van de zondvloed in Genesis 6-9 eenentachtig verzen in beslag neemt – bijna 50 procent meer. Er zijn boekwerken vol geschreven over de theologie van de schepping, maar erg weinig over de theologie van de zondvloed. Preken over de schepping zijn veel meer gemeengoed dat die over de zondvloed. De zondvloed lijkt van weinig significantie te zijn voor moderne christenen. Waarom?

water_zee_Las_Palmas.pixabay
  1. Voor veel mensen speelt de zondvloed slechts een marginale rol als kinderverhaal. Ondanks het feit dat het hier gaat om de meest gruwelijke, grootschalige massaslachting in de geschiedenis, wordt hij gezien als ideaal zondagsschoolmateriaal, wellicht omdat hij zich leent voor de opwindende plaatjes van dieren.
  2. Voor volwassen wordt de zondvloed, als deze wordt aangehaald, onderwezen als een op zichzelf staand verhaal over oordeel: zonde leidt tot veroordeling en degenen die op God vertrouwen worden gered. Hoewel dit ontegenzeggelijk juist is, geeft het de zondvloed geen bijzonder belang. Er staan in de Bijbel vele andere verhalen die dezelfde les leren, dus vanuit dit oogpunt bezien zou er niets substantieels verloren gaan als Genesis 6-9 uit de Bijbel zou worden verwijderd.
  3. Theïstische evolutionisten hebben de neiging erg weinig aandacht te schenken aan de zondvloed. Zo wijdt Alexander (2008) er in zijn boek één enkele paragraaf aan. Hoewel Alexander en gelijkgestemden geloven dat de zondvloed een historische gebeurtenis was, hechten zij er vooral belang aan de historische en geologische impact ervan te minimaliseren door erop te hameren dat het een lokale overstroming betrof, niet een wereldwijde catastrofe.
  4. Creationisten onderkennen tot op zekere hoogte het belang van de zondvloed. Interessant genoeg noemden Whitcomb en Morris (1961) hun invloedrijke boek “The Genesis Flood”, niet “The Genesis Creation”. Maar over het algemeen is de belangstelling van creationisten voor de zondvloed vooral toegespitst op het vinden van tekstuele argumenten waarom de zondvloed beter als wereldwijd kan worden beschouwd dan als een lokale gebeurtenis – met andere woorden, tegenspraak bieden aan hun theïstisch-evolutionistische critici. Dit is het voornaamste doel van de Bijbelse hoofdstukken in Whitcomb en Morris (1961) en in de meer recente herziening door Snelling (2009). Er wordt weinig aandacht besteed aan het theologische belang van de zondvloed.

Het feit dat wij ons als creationisten te weinig bezig houden met de theologie van de zondvloed is een tekortkoming, omdat het de notie versterkt dat de vloed van minimaal theologisch belang is. Dat beïnvloedt de wijze waarop creationistische argumenten voor een wereldwijde zondvloed worden gehoord. De tekstuele argumenten voor een wereldwijde zondvloed zijn erg sterk, maar ze worden meestal genegeerd door theïstische evolutionisten, omdat ze als onbelangrijk worden beschouwd. Als wordt aangenomen dat er theologisch gezien weinig op het spel staat als het gaat om het wereldwijd zijn of niet van de zondvloed, is er weinig stimulans om zich bezig te houden met argumenten van creationisten.

schaakbord_spel.pixabay

In dit artikel toon ik aan dat de sterkste argumenten voor een wereldwijde zondvloed niet steunen op losstaande bewijsteksten, maar op centrale Bijbelse thema’s. Ik doe dit door te kijken naar de plaats van de zondvloed binnen de grote verhaallijn van de Bijbel: het verhaal dat ons leidt van schepping naar herschepping via het kruis en de opstanding van Jezus Christus. Ik plaats de zondvloed niet eenvoudigweg binnen de verhaallijn (zoals je zou kunnen aantonen hoe een bepaalde Bijbelse figuur binnen de Bijbelse tijdlijn past), maar laat zien waarom de zondvloed essentieel is voor de samenhang van de verhaallijn van de Bijbel en derhalve voor het evangelie zelf. Kort gezegd leg ik uit waarom de zondvloed ertoe doet.

(1) Allemaal geschiedenis: de zondvloed binnen het verhaal van schepping tot herschepping

De zondvloed is theologisch gezien van groot belang, want zonder de zondvloed missen we een gedeelte van de Bijbelse verhaallijn van waaruit we de gehele geschiedenis interpreteren. 2 Petrus 3:3-10 geeft een tijdlijn voor het verhaal van de Bijbel. Er zijn drie scheppingsdaden die plaatshebben door het woord van God: de eerste schepping, waarin land en water worden gescheiden, de zondvloed die deze scheiding terugdraait (een daad van “deschepping”), waardoor de wateren opnieuw de aarde bedekken voordat herschapen wordt wat nu onze wereld is. Als derde wordt onze huidige wereld op een dag gereinigd door vuur en herschapen. De zondvloed is daarom een van de mijlpalen van de geschiedenis: de wereld vóór de zondvloed, de huidige wereld en de nieuwe schepping. De wereld waarin we nu leven is anders dan de oorspronkelijke schepping vanwege de zondvloed.
Het idee dat met de zondvloed een nieuw tijdperk in de geschiedenis begon, werd aangenomen in het joodse denken. Petrus zelf gaat ervan uit in 2 Petrus 2, waarin Petrus Noach ten voorbeeld stelt, een rolmodel, voor de christenen aan wie hij schreef. Bauckham (1983) vat de boodschap van 2 Petrus 2:5-9 als volgt samen:

“Noach, behouden uit de oude wereld om het begin te zijn van de nieuwe wereld na de zondvloed, is van het type gelovige christenen dat behouden zal worden vanuit de huidige wereld om de nieuwe wereldorde te erven na het oordeel.”

Deze gedachtegang komt uit Genesis zelf. In 7:11 wordt de zondvloed precies gedateerd in het zeshonderdste levensjaar van Noach, op de zeventiende dag van de tweede maand. Deze mate van precisie is erg ongewoon in de Bijbel en is consistent met de zondvloed als begin van een nieuw tijdperk. Daarbij komt dat de beschrijving van de zondvloed er een is van deschepping. Schepping wordt ongedaan gemaakt. De mate van vernietiging in Genesis 7:21 weerspiegelt de volgorde van de schepping in de dagen 5 en 6. Maar de wereld wordt dan opnieuw geordend door daden van herschepping. Droog land verschijnt opnieuw vanuit het water (8:1-5). Planten beginnen te groeien (8:11). Noah is als een tweede Adam vanuit wie de wereld opnieuw bevolkt wordt en het scheppingsbevel om “vruchtbaar te wezen, talrijk te worden en de aarde te vervullen” (9:1) wordt opnieuw gegeven. Noach wordt heerschappij over de wereld gegeven (9:2) en alle volkeren stammen af van Noach (9:19). Noach lijkt ook in die zin op Adam dat hij wordt geportretteerd als een gehoorzaam man (6:22, 7:5) die later in zonde vervalt (9:21).

The Subsiding of the Waters of the Deluge (Het terugtrekken van de wateren van de vloed) door Thomas Cole 1829

Petrus ziet in de deschepping en herschepping van de zondvloed een parabel met de deschepping en herschepping die verband houden met de wederkomst van Jezus. En Jezus legt zelf deze link in Zijn eigen onderricht (bijvoorbeeld Mattheüs 24:37-39). Wat treffend is in wat zowel Petrus als Jezus zegt, is dat de originele schepping uit het niets niet het paradigma is voor de nieuwe schepping, maar de herschepping van de zondvloed waar een nieuwe wereld wordt gemaakt van bestaand materiaal. Dit is in lijn met de leer van het Nieuwe Testament dat onze lichamen in de nieuwe schepping veranderde versies zijn van onze bestaande lichamen.

Het op juiste wijze verstaan van de zondvloed op zijn plek binnen de Bijbelse verhaallijn heeft belangrijke gevolgen voor de schaal ervan. Er loopt een rode draad door Genesis 1-11, die nodig is voor de Bijbelse verhaallijn. Davidson (1996) zegt hierover:

“De theologie van de zondvloed is de spil van een verbonden – maar divers – universeel thema dat door Genesis 1-11 loopt en door heel de rest van de Schrift: schepping en het karakter van de Schepper, in Zijn oorspronkelijke doel met de schepping; deschepping, in de afkeer van de Schepper door de mens, de universele verspreiding van de zonde, eindigend in een universeel eschatologisch oordeel; en herschepping, in de eschatologische redding van de overgebleven gelovigen en de universele vernieuwing van de aarde.”

Met andere woorden, de zondvloed moet van dezelfde universele omvang zijn als de oorspronkelijke schepping en de nieuwe schepping (zoals ook wordt gesuggereerd in 2 Petrus 3:5-7, waar deze gebeurtenissen worden samengebracht). Intuïtief lezen we Genesis 1 als de beschrijving van de schepping van de gehele aarde en de vernietiging de zondvloed wordt beschreven als het wegvagen van wat God heeft geschapen in hoofdstuk 1 (Genesis 6:6-7, 7:4), oftewel: de zondvloed is zo grootschalig als de oorspronkelijke schepping (Davidson, 2000). Dus als beweerd wordt dat de zondvloed een lokale gebeurtenis was, moet de schepping die beschreven wordt in Genesis 1 ook de schepping van een klein deel van de wereld betreffen.1

(2) Alle volkeren: de zondvloed luidt een tijdperk van grote genade in

De wederkomst van Christus behelst een finaal oordeel, maar er is meer dan dat: het is de start van een zondevrije wereld. Zo was ook de zondvloed een verschrikkelijk, wereldwijd oordeel, maar was het ook het begin van een tijdperk van genade om te verzekeren dat de zonde niet zou overwinnen. De periode tussen de zondvloed en de wederkomst is een tijdperk van overvloedige genade gecentreerd rond de dood en de opstanding van Christus.

kuang_si_falls.pixabay

Voor de zondvloed was er genade (Henoch wandelde bijvoorbeeld met God, Genesis 5:24), maar de wereld degenereerde richting snel om zich heen grijpend geweld en perversiteit – een wereld die uit de bocht vloog richting zelfvernietiging (Genesis 6:5 en 12). De hoop die werd geïnspireerd door Enos (Genesis 4:26) “toen men de naam van de HEERE begon aan te roepen” is al lang en breed verdwenen. Aan genade, zo lijkt het, is bijna een eind gekomen. De neerwaartse spiraal is zeer treffend uitgekomen door het feit dat er slechts acht rechtvaardige mensen over waren tegen de tijd dat de zondvloed kwam. De mensen Gods waren op de hele aarde teruggebracht tot slechts één gezin.

Maar na de zondvloed treedt er een verandering op: God maakt een nieuw (talrijk) volk door Abraham. Gods mensen worden talrijker en tegen de tijd dat we aan het eind van het verhaal komen, is het aantal mensen Gods een menigte die niemand tellen kan (Openbaring 7:9). Er zit ook een expliciete les in de tekst die wijst op een tijdperk van genade dat begint bij de zondvloed. Ten eerste, als de zondvloed zijn hoogtepunt bereikt “denkt God aan Noach” (Genesis 8:11). Dit is de eerste keer in Genesis dat van God wordt gezegd dat Hij ergens “aan denkt”, een woord dat beladen is met significantie voor redding: het betekent een belofte om te houden (Exodus 2:24).

Ten tweede is er een schril contrast tussen wat God vóór de zondvloed zegt (Genesis 6:5-7) en wat Hij na de zondvloed zegt (Genesis 8:21). Vóór de zondvloed is God bedroefd door de zonde en Zijn reactie is een oordeel. Na de zondvloed doet God de woorden van 6:5 weerklinken over de mens die ongeneesbaar en blijvend zondig is, maar zegt Hij dat er nu een reden is waarom er niet weer een zondvloed zal komen.2 Dus vóór de zondvloed is de zonde een reden voor het brengen van een oordeel, na de zondvloed is de zonde een reden om genade te tonen (Moberly, 2009). Deze belofte van genade is de reden dat er geen eindeloze cyclus van toenemende zonde is, gevolgd door een universeel oordeel. De afwijkende respons is voorzegd door Noachs offer (Genesis 8:20), een offer dat vooruitwijst naar het kruis.

We bevinden ons nog steeds in dit tijdperk van genade dat begon met de zondvloed, zoals 2 Petrus 3:9 duidelijk maakt. De “vertraging” van de wederkomst is om meer tijd te bieden tot berouw. Het tijdperk van genade wordt weerspiegeld in veranderingen in de schepping zelf als een gevolg van de herschepping van de zondvloed. Deze herschepping leidt niet tot een zondevrije wereld als de nieuwe schepping, maar leidt wel tot een wereld die beter op zonde berekend is dan de originele schepping. Het is een wereld waarin de schade en vernietiging die zonde teweeg kan brengen beperkt is, zodat de mensheid zichzelf niet compleet vernietigt. De dramatische teruggang in leeftijd na de zondvloed was een vorm van genade in die zin, dat het de schade beperkte die een enkel individu kan veroorzaken. Stelt u zich eens een leider als Stalin voor die negenhonderd jaar leeft. Bovendien zullen de klimaatveranderingen en frequente natuurrampen na de zondvloed het moeilijker hebben gemaakt om voedsel te telen, waardoor meer menselijke energie moest worden besteed aan overleven in plaats van aan ruziemaken. De schepping van volkeren zou ook helpen de concentratie van macht te beperken (zie Gods zorgen in Genesis 11:6).

In 2 Petrus 3:7 staat dat het onze huidige wereld is, de wereld die door de zondvloed is vormgegeven, die vernietiging wacht (en herschepping, 3:13) wanneer Jezus terugkomt. Het is onze wereld die de verrijzenis van het leven al heeft meegemaakt, de inbreuk van nieuwe schepping, niet de wereld van voor de zondvloed. Zelfs het lijden dat in onze wereld van na de zondvloed aanwezig is, wordt door Jezus verstaan als “weeën” van de nieuwe schepping (Mattheüs 24:7-8).3 Met andere woorden, de herschepping van de zondvloed is de eerste stap die in de richting wijst van hoop op de geboorte van de nieuwe schepping, wanneer Jezus terugkomt.

zon_wolken_oranje-pixabay

Tot dusver heb ik onder dit tussenkopje beargumenteerd dat de zondvloed een tijdperk van overvloedige genade inluidt. Ik zal er nu toe overgaan te overwegen wie bij dit tijdperk van genade inbegrepen zijn. Genesis is heel expliciet. De beloften van na de zondvloed zijn van toepassing op Noach en zijn nakomelingen en de dieren die gered zijn in de ark (Genesis 9:9-10). Als er andere mensen en dieren waren die niet de gevolgen van de zondvloed hadden ondervonden (wat het geval zou zijn als er sprake was van een lokale zondvloed), dan zou het verbond dat God na de zondvloed met de mensen sloot, gesymboliseerd door de regenboog (9:12), niet op hen van toepassing zijn.

Dit heeft directe implicaties voor ons vandaag de dag, vanwege de evangelische belofte aan Noachs nakomeling Abraham in Genesis 12:3: “(…) en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.” Welke “geslachten” zijn bij deze belofte inbegrepen? Gegeven de context, moet dit refereren aan de naties die verschenen na de verwarring van Babel (11:9), volkeren waarvan expliciet wordt gezegd dat ze afstammen van Noachs zonen (9:19, 10:32). Met andere woorden, de belofte van een Redder, een nakomeling van Abraham, is voor de volken (naties) die afstammen van Noachs zonen. Als de zondvloed slechts een lokale gebeurtenis was, zouden er vandaag vele mensen leven die geen afstammeling van Noach zouden zijn. De belofte aan Abraham zou niet voor hen gelden. We kunnen slechts op basis van een wereldwijde zondvloed, die alle mensen heeft vernietigd behalve Noachs familie, consistent de belofte van Jezus om “al de volken te onderwijzen” (Mattheüs 28:19) als universeel duiden, toegepast op de gehele mensheid inclusief volkeren die niet bekend waren bij de schrijvers van het Nieuwe Testament.

Samengevat, als we de plek van de zondvloed binnen de Bijbelse verhaallijn begrijpen, is het duidelijk dat alleen een wereldwijde zondvloed een consistente basis vormt voor de beloften die zijn gedaan aan Noach en Abraham, toegepast op alle volken van de wereld van vandaag de dag.
Onder dit tweede tussenkopje heb ik mij toegespitst op de antropologische universeelheid van de zondvloed. In het laatste gedeelte zal ik mij richten op de theologische significantie van de zondvloed die de hele aarde beïnvloedt, niet alleen mensen.4

(3) Alle dingen: redding betreft de gehele schepping

Christus’ reddingswerk betreft de verzoening van “alle dingen” (Kolossenzen 1:20). Redding gaat niet alleen over individuele zondaars die vergeving vinden en een lichaamloos leven in de hemel tegemoet gaan, maar over een nieuwe schepping waarin gelovigen fysiek herrezen lichamen hebben in een kosmos die is herschapen. De zondvloed is waar deze hoop op een fysieke wereld expliciet gemaakt is.

cross.pixabay

Vanzelfsprekend heeft de zondvloed op meer zaken effect dan alleen de mensheid. Dieren zijn gedood. Planten zijn vernietigd. De grond zelf is niet langer droog land. In Genesis 6:13 zegt God expliciet dat Hij zowel de aarde als de mensen en dieren gaat vernietigen. Zoals eerder besproken is de zondvloed een daad van deschepping, een oordeel over de schepping zelf. Maar waarom valt de schepping naast de mensheid onder het oordeel? Als het probleem slechts de menselijke zonde was, dan zou het toch zeker een passend oordeel zijn om alle mensen te doden door een plaag of iets dergelijks? Het feit dat God een zondvloed zendt geeft aan dat er iets mis is met de gehele schepping. Genesis 6 maakt duidelijk dat niet slechts de mensheid het probleem vormt. In Genesis 6:11 staat dat de aarde “verdorven” was geworden, een duidelijk contrast met Genesis 1:31 waar alles dat God gemaakt had “zeer goed” was (Clines (1972-3) p. 133). Alle vlees5 was verdorven (6:12) – een term die binnen de zondvloed gedefinieerd wordt als zowel dieren als mensen omvattend (7:15, 16, 21). Dieren waren net als mensen gewelddadig (6:13) en dit verklaart waarom God er in Genesis 6:7 berouw van had dat hij zowel dieren als mensen had gemaakt. Met andere woorden, de dieren gedroegen zich niet zoals Hij ze vanaf het begin had gemaakt. Dieren zijn van hun geschapen toestand onder de mens in zonde overgegaan en terwijl ze eerst vegetarisch waren (Genesis 1:30), jagen ze nu op mensen (9:5).

Dieren zijn duidelijk niet zondig in de zin van morele wezens die er bewust voor kiezen Gods geboden niet te gehoorzamen, maar ze maken deel uit van een schepping die is gaan rebelleren tegen zijn schepper vanwege de zonde van de mens. Het is een wereld waarin “natuurwetten verbroken worden door geschapen wezens van elk niveau” (Clines (1972-3) p. 134). Gegeven het feit dat het gedrag van dieren en de zondige handelingen van mensen beide antischepping zijn – de grenzen en orde overstijgend die door de schepper gesteld zijn – is het oordeel van de zondvloed, dat de schepping afbreekt, een passende straf. Met de zondvloed is de grens tussen land en zee doorbroken, de “levensadem” (2:7) weggenomen (7:22) en is de aarde die “verdorven” (letterlijk “te gronde gericht”) is, zelf te gronde gericht (6:13) (Clines (1972-3) p. 135).

In de verhaallijn van de Bijbel is de zondvloed het eerste van vele oordelen waarbij de schepping buiten de mens is inbegrepen (bijvoorbeeld Exodus 7:14-11:5, Jeremia 7:20, Zefanja 1:2-3, Openbaring 8:7-12). Maar het is ook de eerste keer dat de redding van de schepping wordt onthuld. God “denkt aan” de dieren zowel als aan Noach (8:1) als het water begint te bedaren. De herschepping van de aarde na de zondvloed is essentieel voor Noachs eigen redding. God had Noach en zijn gezin kunnen redden door ze van de aarde te nemen om in een geestelijke wereld te laten leven. In plaats daarvan redt Hij ze met een boot van hout en maakt Hij een nieuwe fysieke wereld voor ze om in te leven. Het is door de daden van een rechtvaardig man (6:9) dat de schepping gered is. Treffend genoeg betekent de naam van Noach (5:29) troost of rust, als het brengen van rust van de vloek die de grond heeft aangetast. Met andere woorden, het was Noachs missie niet alleen om het menselijk leven te behouden en het menselijke geweld te beperken, het was het geven van de hoop dat de schepping van het gezwoeg dat door de vloek ervan teweeggebracht was, bevrijd zou worden.
Het is niet moeilijk om in Noach een typering van Christus te zien, Wiens offer aan een houten kruis ons van het oordeel redt en Wiens lichamelijke opstanding de belofte van een nieuwe schepping aankondigt. Maar Noach laat ook de verwachting zien van de “zonen van God” wier lichamelijke opstanding vergezeld zal gaan van de bevrijding van de gehele schepping (Romeinen 8:19-23).

schepping_regenboog-pixabay

De zondvloed is de eerste keer dat we erachter komen dat de belofte die in Genesis 3:15 gedaan is niet alleen de geestelijke redding betreft van de zielen van individuele zondaars, maar de verlossing van de gehele schepping. God houdt van de schepping. De Christelijke hoop is fysiek. We zullen met God leven, in herrezen lichamen, in een nieuwe schepping.

Conclusie

Als deze theologische lessen voortvloeien uit de zondvloed, dat moet de zondvloed, inclusief zijn reikwijdte, ertoe doen. Als er theologisch gezien zoveel op het spel staat, zijn we verplicht wetenschappelijke modellen te ontwikkelen die consistent zijn met een wereldwijde zondvloed in de menselijke geschiedenis. En we zijn ook verplicht de zondvloed een veel belangrijkere plaats te geven binnen onze theologie van schepping en redding.

Literatuur

Alexander, D.R. “Creation or Evolution: Do we have to choose?” Monarch, Oxford (2008), p. 242.

Bauckham, R.J. “World Biblical Commentary: Jude, 2 Peter.” Thomas Nelson, Nashville (1983), p. 250.

Clines, D.J.A. “Faith and Thought, 100.” (1972-3), p. 128-142.

Davidson, R.M. “Flood, the.” In: Elwell, W.A. (ed.) “Evangelical Dictionary of Biblical Theology.” MI: Baker, Grand Rapids (1996), p.261-263.

Davidson, R.M. “Biblical evidence for the universality of the Genesis flood.” In: Baldwin, J.T. (ed.) “Creation, Catastrophe and Cavalry: Why a global flood is vital to the doctrine of the atonement.” MD: Review and Herald, Hagerstown (2000), p. 79-92.

Moberly, R.W.L. “The theology of the book of Genesis.” Cambridge University Press, Cambridge (2009), p. 111-118.

Ramm, B. “The Christian view of Science and Scripture.” Paternoster, Londen (1955), p. 131-133.

Snelling, A.A. “Earth’s Catastrophic Past, vol. 1.” Institute for Creation Research, Dallas (2009).

Whitcomb, J.C. en Morris, H.M. “The Genesis Flood: The biblical record and its scientific implications.” Presbyterian and Reformed, Philipsburg (1961).

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Origins. De volledige bronvermelding luidt: Lloyd, S.J., 2014, Flood Theology: why does Noah’s flood matter?, Origins 59: 4-8 (Artikel).

Voetnoten

  1. De idee van een lokale schepping is geopperd door John Pye Smith in 1840. De argumenten tegen de interpretatie van Smith zoals uiteengezet door bijvoorbeeld Ramm (1955) werken net zo goed tegen het begrip van de beschrijving van een lokale zondvloed in Genesis 6-8.
  2. De New International Version (NIV) probeert de spanning van dit vers wat glad te strijken door te suggereren dat God genade toont ondanks de zonde van de mens in plaats van vanwege de zonde van de mens. Dit omdat zonde als reden voor genade naar menselijke maatstaven niet logisch lijkt, maar dat is het hele punt van Gods genade – deze gaat het menselijke begrip de boven!
  3. Interessant genoeg zijn de problemen die Jezus noemt (nationale oorlogsvoering, aardbevingen en hongersnoden) allemaal kenmerken van de wereld van na de zondvloed. (Aangenomen dat hongersnoden het gevolg zijn van een gecorrumpeerd weerspatroon na de zondvloed).
  4. De zondvloed kan de schepping buiten de aarde beïnvloed hebben. In dit gedeelte, zelfs waar ik de algemenere term “schepping” gebruik, ligt mijn nadruk op de aarde, omdat het de effecten op aarde zijn die in de Bijbelse tekst expliciet worden gemaakt.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Het verslag van de schepping in Genesis 1 en 2 beslaat tweeënvijftig verzen, terwijl het verslag van de zondvloed in Genesis 6-9 eenentachtig verzen in beslag neemt – bijna 50 procent meer. Er zijn boekwerken vol geschreven over de theologie van de schepping, maar erg weinig over de theologie van de zondvloed.

...
Read more

21 Comments

Stef Heerema

Het is inderdaad van vitaal belang dat bijvoorbeeld christengeologen laten zien aan hun seculiere collega’s dat de Bijbelse zondvloed in de kilometersdikke afzettingen met fossielen is te herkennen. Maar de meeste christengeologen durven niet. Het lijkt voor hun positie veiliger de zondvloed te ontkennen of te negeren. Gelukkig zijn er een handvol creationisten overgebleven.

Ik mis in dit artikel de theologische betekenis van 1 Petr 3:19. Daar getuigt Petrus dat de eerste daad van Christus, na zijn overwinning aan het kruis, was, het goede nieuws te brengen aan de slachtoffers van de vloed. En Christus woorden keren niet leeg weer! Voor een deel van hen geldt dat hun zonden door het vloedwater werden afgewassen, omdat ze in het water, onder belijdenis van schuld, om verlossing hebben gevraagd. En de Verlosser kwam! Goed nieuws dus voor de mensheid van na de vloed. In Christus is verlossing voor ieder die gelooft.

Reply
Hetty Dolman

Beste Stef Heerema, je schreef:
“Het is inderdaad van vitaal belang dat bijvoorbeeld christengeologen laten zien aan hun seculiere collega’s dat de Bijbelse zondvloed in de kilometersdikke afzettingen met fossielen is te herkennen.”

Geologen die seculier zijn opgeleid herkennen in de afzettingen zelden de bijbelse zondvloed, maar geologische perioden. Er bestaat geen universiteit waar creationistische professoren een zondvloed geologie doceren. Afgestudeerde studenten zijn meestal van plan om in praktijk te brengen wat ze geleerd hebben en gaan vanuit die visie op onderzoek uit. Als creationisten een volwaardige universitaire opleiding zouden aanbieden aan studenten geologie kan het probleem opgelost worden. Het heeft dus niets te maken met ‘niet durven’ maar met een gebrek aan creationistisch onderwijs.

Reply
Stef Heerema

Beste Hetty,
In de VS zijn meerdere uitstekende universiteiten waar creationistische professoren les geven. Enkele daarvan heb ik in 2013 naar Assen gehaald (Prof dr Leonard Brand, Dr Art Chadwick). Omdat hier toen de oudste overgeleverde originele tekst met Genesis 1:1 en ook zondvloedgeschriften in het Drents Museum werden tentoongesteld. Inderdaad loopt Nederland achter ten aanzien van dit onderwijs op universiteiten. Een goed idee van je dit probleem te benoemen. Er zou een creationistische professor aangesteld moeten worden op een Nederlandse universiteit. We worden immers overspoeld met bewijzen dat deze vloed heeft plaatsgevonden, maar geen universiteit die er iets mee doet.

Peter

`dat de Bijbelse zondvloed in de kilometersdikke afzettingen met fossielen is te herkennen.`‘We worden immers overspoeld met bewijzen dat deze vloed heeft plaatsgevonden’

In http://logos.nl/waggelden-er-pinguins-rond-leefomgeving-dinosauriers/ worden vier ‘zondvloedmodellen’ genoemd, vier mogelijke grenzen. Als de Bijbelse zondvloed werkelijk te herkennen zou zijn, zouden er geen vier modellen voorgesteld zijn; dan zouden de creationisten met één model komen dat ook nog in overeenstemmig is met de fossielen. Nu zijn alle vier zondvloedmodellen door de fossielen gefalsifieerd. Christengeologen weten heel goed dat het zondvloedmodel geen enkele grond heeft.

Reply
Hetty Dolman

Beste stef,

“In de VS zijn meerdere uitstekende universiteiten waar creationistische professoren les geven.”

Die geven geen les in creationisme of de zondvloedgeologie. Het zijn geen creationistische universiteiten.

“We worden immers overspoeld met bewijzen dat deze vloed heeft plaatsgevonden, maar geen universiteit die er iets mee doet.”

Misschien heb je een lijstje met bewijzen? Geologisch gezien is er geen wereldwijde vloed geweest. Paleontologisch niet en biologisch zeker niet. De huidige wetenschappelijke inzichten vormen met elkaar één groot bewijs tegen een wereldwijde zondvloed.

Reply
Jaqeline

Zijn er inderdaad mensen die serieus denken dat er kangoeroe’s en pinguïns ruim 12.000 kilometer hebben afgelegd om van de berg Ararat terug te lopen naar hun huidige leefomgevingen? (om het over de heenreis nog niet te hebben) En aangezien ze daar waarschijnlijk meerdere generaties over gedaan hebben, ook nog netjes al hun botten en overige resten keurig hebben opgeruimd? Wie kan mij dat uitleggen?

Reply
Bert van der Slag

Of guppies die helemaal vanuit Zuid Amerika de Atlantische Oceaan zijn overgezwommen om ook mee te mogen met Noach en zijn familie? En dan heb ik het nog niet eens over alle diersoorten die niet alleen doodgaan in zeewater, maar zelfs helemaal niet kunnen zwemmen!

Van alle Orthodox Christelijke [gedachten] vind ik het Zondvloedverhaal toch wel [bijzonder]. Een voorbeeld: vorig jaar bouwden gelovigen een “Life Size Noah’s Ark” in Kentucky – USA, voor meer dan $100.000.000. Oorspronkelijk was het de bedoeling om die Ark ook te voorzien van levende have, maar dat bleek praktisch gezien helaas niet haalbaar. “Answers in Genesis had initially planned to put real animals inside the ark [but] admitted there was simply not enough space.” Bron: http://www.dailymail.co.uk/news/article-3663211/If-build-come-Huge-100m-life-size-Noah-s-Ark-complete-baby-dinosaurs-aboard-prepares-finally-open-Kentucky-s-newest-tourist-attraction.html Waarna werd besloten tot een compromis: 30 paar “life size” modellen van fantasie beesten. Dat kon de Ark van honderd miljoen nog net hebben.

[Cognitieve dissonantie is] waarom het [mij] nooit zal lukken om creationisten van hun denkbeelden te bevrijden:
“In tegenstelling tot wat velen denken, verandert men niet gemakkelijk van gedachten als je hardnekkige feiten aan ze voorlegt. Als je diepste overtuigingen worden uitgedaagd door tegenstrijdig bewijsmateriaal, versterkt dat je overtuigingen alleen maar, blijkt uit meerdere experimenten. Zo werden er bijvoorbeeld bewust onjuiste artikelen over verschillende Amerikaanse politieke kwesties gepubliceerd in een krant. Zodra de proefpersonen een onjuist artikel hadden gelezen, kregen zij de gecorrigeerde en feitelijk juiste versie te lezen. Personen die het op voorhand eens waren met de onjuiste informatie uit het eerste stuk, waren er na het lezen van het tweede stuk nog meer van overtuigd dat hun mening klopte. Dit noemt men ook wel cognitieve dissonantie.” Bron: http://fitzonderfabels.nl/article/geloven/

Stef Heerema

Het is allang aangetoond dat de migratie na de vloed vanaf de Ararat heeft plaatsgevonden door waterstromingen. Ook direct na de vloed heeft God de dieren beschermd. Hij bracht ze middels vlotten op waterstromingen exact daar waar Hij hun biotoop had voorzien. Zie dit onderzoek van Dominic Statham, in 2013 gepresenteerd in Assen: https://www.youtube.com/watch?v=rmxF1_uq1h8

Peter

“Ook direct na de vloed heeft God de dieren beschermd. Hij bracht ze middels vlotten op waterstromingen exact daar waar Hij hun biotoop had voorzien.”

Kennelijk zijn dus ook de wilde yak, het sneeuwluipaard, het muskushert en de andere Himalaya beesten per vlot bovenop de Himalaya gekomen, net als dat het Przewalskipaard per vlot naar Mongolië kwam.

Peter

Bij Heerema 6-3:
“Het is allang aangetoond dat de migratie na de vloed vanaf de Ararat heeft plaatsgevonden door waterstromingen.”… “Hij bracht ze middels vlotten op waterstromingen exact daar waar Hij hun biotoop had voorzien”

Direct na de vloed? Direct na de vloed waren er alleen beesten per baramin, een paartje dat de voorouder van de baramin/familie moet worden. Dus er is één paartje ‘algemene’ beer. De noordpoolse ijsbeer, de midden-chinese reuzenpanda, de maleisische honingbeer en de zuid-amerikaanse brilbeer zijn dan allemaal afkomstig van dat ene paartje beer van 4000 jaar geleden. Werden ze volgens Heerema allemaal op een ander vlot gezet? Werden ze ijsbeer, reuzenpanda, honingbeer en brilbeer voordat ze op een vlot gezet werden? Dan zouden we wat fossielen van overgangsvormen in de buurt van de Ararat moeten vinden. Of werden ze ijsbeer, reuzenpanda, honingbeer en brilbeer nadat hun vlot op de plaats van bestemming gearriveerd was? Dan zouden we eerste generatie jongen van dat paartje van Noach op elke plaats moeten vinden, en trouwens een rijke fossielen verzameling in de buurt van de Ararat, omdat er toch wat jongen moeten komen voor dat je gaat verdelen over biotoopen.

“Zie dit onderzoek van Dominic Statham, in 2013 gepresenteerd in Assen: https://www.youtube.com/watch?v=rmxF1_uq1h8

Statham presenteert geen onderzoek over verspreiding van beesten door middel van vlotten vanaf Ararat. Hij geeft een bewering zonder onderbouwing en zonder details [over] hoe [het] dan [gegaan is].

Stef Heerema

Beste Peter,

We hebben bij de ontscheping op de Ararat te maken met een groep dieren van onschatbare waarde. Ze zijn namelijk de enige overlevenden en hun nageslacht moet zich voortplanten over de gehele aarde. Waarom zou dat moeten leiden tot een stapel botten bij de Ararat?

Bovendien zijn fossielen met name in catastrofale afzettingen van de vloed te vinden. Na de vloed is het ontstaan van fossielen zeer zeer uitzonderlijk. Dat blijkt wel uit het feit dat er nauwelijks (of zelfs geheel geen?) fossielen jonger dan 4500 jaar van de noordpoolse ijsbeer, de midden-chinese reuzenpanda, de maleisische honingbeer en de zuid-amerikaanse brilbeer zijn gedocumenteerd. Het nazondvloedse migratiemodel middels vlotten past dus wel degelijk binnen de ons bekende feiten.

Peter

Heerema zei: “En helaas is dit ongeloof zich in toenemende mate aan het verspreiden binnen het christelijke volksdeel.”

Hier geeft Heerema een feit, naast zijn interpretatie.

Het zou aan te bevelen zijn als Heerema zijn vlottheorie [verder] doordenkt. Tot nu toe heeft hij geen enkel idee gegeven hoe die verspreiding werkt. Welke beesten wil hij wanneer waar vinden? Is verscheidenheid binnen baramin bij de Ararat ontstaan of ter plaatse? Als de verscheidenheid bij de Ararat onstaan is, waarom vinden we dan de (sub)fossielen van die uitwaaiering niet bij de Ararat? Als de verscheidenheid ter plaatse is ontstaan, waarom vinden we dan geen identieke (sub)fossielen op elke plek? Wat was de route van die vlotten, om midden in een steppe 5000 kilometer van de zee beesten af te zetten, of hoog in de bergen? Dat is wat Heerema [zou] moet[en] aangeven, niet dat hij ervan overtuigd is dat er een vloed was, en dat er dan wel een of andere manier van verspreiding vanaf de Ararat geweest is die geen sporen naliet. Er zijn immers geen sporen van verspreiding van beesten vanaf de Ararat, en de standaard conclusie is dan dat er dus geen verspreiding vanaf de Ararat geweest is. Net als Statham geeft Heerema geen onderzoek over verspreiding van beesten door middel van vlotten vanaf Ararat. Hij geeft een bewering zonder onderbouwing en zonder details over hoe het dan gegaan is. Dat is niet voldoende om [mij] enige wetenschappelijke indruk te maken.

Dit terwijl er goede fossielen van voorouders van reuzenpanda’s zijn, niet uit een of andere vloed, maar uit landafzettingen. Bijvoorbeeld Kretzoiarctos, http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0048985.

Verder zijn er genoeg gegevens van Holocene botten: bijvoorbeeld
https://www.researchgate.net/publication/233439599_Remains_of_Holocene_giant_pandas_from_Jiangdong_Mountain_Yunnan_China_and_their_relevance_to_the_evolution_of_quaternary_environments_in_south-western_China Die jonge botten zijn er, [dat is] geen probleem.

peter b

“Tot nu toe heeft hij geen enkel idee gegeven hoe die verspreiding werkt.”

Het lijkt erop, dat Peter ervan uit gaat, dat de biogeografie wel zou worden verklaard door evolutionisme. Niets is minder waar. De biogeografie ondersteunt slechts lokaal het graduele ontwikkelingsprogramma van de Darwinsten, maar wordt gekenmerkt door de vele uitzonderingen. Denk alleen maar eens aan het verspreidingsgebied van Tapirs. Ze komen op een aantal Indonesische eilanden voor en in Zuid Amerika. Voor een verdergaande analyse: http://creation.com/biogeography Alle darwinstische argumenten zijn al honderd keer aangedragen en tweehonderd keer weerlegd. (…) Hier wordt met twee maten gemeten. Peter, hoeveel modellen zijn er wel niet bedacht voor de wereldwijde extincties die de seculiere geologie overal erkent. Vulkanen in India, niet bestaande vulkanen in Siberië, ingeslagen Kometen, meteorieten, virussen, killerpredators, klimaatverschuivingen, verdwijnende ozonlagen, zonneuitbarstingen, kosmische straling, total earth crust shifts, onderwater vulkanisme, CO2, aliens, O2, verijzing, etc. Allemaal [speculatie], maar een wereldwijde vloed, een enorm sterke verklaring voor extincties, mag niet omdat, ja waarom mag het eigenlijk niet?

@Bert vd Slag,

Als ik denk aan mijn discussies met de Darwinisten dan komt mijn conclusie aardig in de buurt van wat jij eerder schreef. “In tegenstelling tot wat velen denken, veranderen ze niet van gedachten als je hardnekkige feiten aan hen voorlegt. Als hun diepste overtuigingen worden uitgedaagd door tegenstrijdig bewijsmateriaal, versterkt dat hun overtuigingen alleen maar….”

Er zijn enorm veel boeken gepubliceerd die aantonen dat Darwinisme op alle fronten werd weerlegd door de biologische realiteit. [Darwinisme staat dus] helemaal los van de biologische werkelijkheid.

peter b

“Zijn er inderdaad mensen die serieus denken dat er kangoeroe’s en pinguïns ruim 12.000 kilometer hebben afgelegd om van de berg Ararat terug te lopen naar hun huidige leefomgevingen? (om het over de heenreis nog niet te hebben) En aangezien ze daar waarschijnlijk meerdere generaties over gedaan hebben, ook nog netjes al hun botten en overige resten keurig hebben opgeruimd? Wie kan mij dat uitleggen?”

Ik wil dat wel uitleggen. Ten eerste, waren er ten tijde van Noah geen Pinguïns en Kangaroes zoals we die nu kennen, en Antarctica en Australie bestonden voor de vloed niet, want de continenten zoals we ze nu kennen onstonden na de vloed (middels versnelde plaat-tectoniek en -subductie). We weten uit de biologie dat organismen enorm snel kunnen adapteren en aanpassen omdat er voor evolutie geen nieuwe genetische informatie nodig is. Dat wat ons wordt aangeleerd, nl darwinisme, heeft niets met de biologische realiteit te maken heeft, maar is slechts een foute interpretatie van een 19e eeuwse theoloog, Darwin. Alle soorten Pinguïns kunnen dus biologisch gezien in zeer korte tijd onstaan zijn vanuit één pluripotent organisme door herrangschikking van genetische informatie. Zo ook de Kangaroos. We weten dat dit kan, want in het Victoriameer ontstonden binnen enige duizenden jaren 500 verschillende soorten vissen vanuit een paar oervissen (cycliden). Het Victoriameer was bestond namelijk tijde van de Ijstijd niet. Hoe ze hun weg naar Antarctica en Australie hebben gevonden? Zwemmend, lopend en meegenomen door mensen? Puinguïns van Antarctica zijn ook in de Noordelijke ijszee gespot, dus zwemmen willen ze wel. [Als je] mijn boek TndO leest, dan snap je hoe de Biologie werkt en al je vragen worden beantwoord.

Peter

Net als Statham en Heerema geeft Peter B. geen onderzoek over verspreiding van beesten na de zondvloed, maar een serie ononderbouwde meningen (…). Dat blijkt duidelijk wanneer Peter B ze[g]t: “Hoe ze hun weg naar Antarctica en Australie hebben gevonden? Zwemmend, lopend en meegenomen door mensen?” Heeft Peter B. geen verklaring voor de verspreiding van de kangoeroes etc.[?] (…) Peter B.’s verklaringen over ‘pluripotent organisme’ heeft trouwens enige biologische achtergrond. Pinguïns van Antarctica in de Noordelijke Ijszee? [Heb je] een referentie?

Hetty Dolman

Jaqeline en Bert, creationistisch gezien bestond Zuid-Amerika nog niet zo’n 4,500 honderd jaar geleden, want creationistisch gezien zijn tijdens de zondvloed binnen 1 jaar alle continenten ontstaan. Ik ga even niet in op de problemen die dit met zich meebrengt. Er zijn talloze sites die dit allemaal uitleggen. Google op hydroplaattheorie bijvoorbeeld, dan kun je zelf de geloofwaardigheid van dit soort hypotheses beoordelen. Hoe na de zondvloed alle pinguïns op het zuidelijk halfrond zijn terechtgekomen zonder enige sporen na te laten wordt dan weer niet verklaard.

Reply
Bert Van Der Slag

De zinsnede “[Cognitieve dissonantie is] waarom het [mij] nooit zal lukken om creationisten van hun denkbeelden te bevrijden” die middels enige creatieve “tekstbewerking” aan mij wordt toegeschreven is feitelijk onjuist [bewerkt].

Het is niet mijn bedoeling gelovigen van hun (in mijn optiek foute) denkbeelden te bevrijden, het is mijn bedoeling hen door middel van het presenteren van onomstotelijk vaststaande feiten op bepaalde onlogische, incosequente en tegenstrijdige onderdelen van hun argumenten te wijzen.

De bewezen ongeschiktheid van de de nota bene door gelovigen nagebouwde Ark voor het huisvesten van dieren is daarvan een voorbeeld. Volgens alle moderne wetenschappelijke en praktische inzichten is de Ark zoals die in de bijbel beschreven is een onmogelijkheid. En als je daaraan twijfelt; kijk maar eens hoeveel tijd, mankracht en geld er gaat zitten in het draaiende houden van een dierentuin! (En dat dan ook nog eens, een jaar lang, dobberend op volle zee!)

Iedereen die dat op een neutrale [en] objectieve manier beziet zal het er mee eens zijn dat zoiets niet kan. Het is niet het ene geloof tegen het andere geloof, wat sommige Christenen schijnen te denken, het is gewoon het gebruiken van je gezond verstand!

Reply
Stef Heerema

Beste Bert,
Inderdaad leeft er bij ongelovigen een grote zekerheid dat de zondvloed niet kan hebben plaatsgevonden. En helaas is dit ongeloof zich in toenemende mate aan het verspreiden binnen het christelijke volksdeel. Met afkalving van de kerk tot gevolg. Christus zelf refereerde namelijk vrijmoedig aan de vloed. Hij moet ook wel, want hij stamt namelijk af van Noach. Die afstamming wordt lastig als Noach een mythische figuur zou zijn. Bovendien is de terugkeer van Christus en ook de doop gekoppeld aan de vloed. De vloed schrappen vanwege vermeende ongeloofwaardigheid betekent het einde van het christelijke geloof. En dat is precies de reden dat creationisten zich inspannen de vloed weer op het netvlies te krijgen bij de gehele samenleving. Ik denk dat Johan Huibers een goede bijdrage heeft geleverd ter onderbouwing van het probleem dat jij aanvoert. Daarnaast is er een overstelpende hoeveelheid bewijs voor vloedafzettingen in de geologie verzameld. Daar heb ik zelf een bijdrage aan geleverd, en er volgt meer binnenkort. En wat te denken van de vele referenties in schriftelijke bronnen van jouw voorouders en van andere voorouders die overal ter wereld aan hun nageslacht getuigen van de vloed?

Bert van der Slag

Stef schreef:
“Inderdaad leeft er bij ongelovigen een grote zekerheid dat de zondvloed niet kan hebben plaatsgevonden. En helaas is dit ongeloof zich in toenemende mate aan het verspreiden binnen het christelijke volksdeel. Met afkalving van de kerk tot gevolg.”

Daar gaat het mij niet eens om. Wat ik probeer uit te leggen is dat trachten de “zondvloedtheorie” “wetenschappelijk” te verklaren gedoemd is te mislukken. Het is gedoemd te mislukken omdat het gebaseerd is op volgens de universeel geldende natuurwetten onmogelijke processen en gebeurtenissen. Vandaar dat “zondvloed wetenschap” ook niet serieus genomen wordt door de reguliere wetenschap.

Als je de bijbel letterlijk wilt interpreteren is dat wat mij betreft helemaal ok, maar je zult dan als gelovige ook moeten accepteren dat God tijdens de bijbelgeschiedenis een aantal Wonderen teweeg heeft gebracht, die wetenschappelijk niet verklaard kunnen worden. Zo is bijvoorbeeld de splijting van de Rode Zee niet een door God aangewend natuurverschijnsel, maar een wonderbaarlijke toverkunst, die zich geheel aan de door ons gekende natuurwetten onttrekt. En als je dat als christen kunt accepteren hoef je je i.b.t vervolg ook niet meer zo druk te maken over de wetenschappelijke uitleg van de bijbel.

Reply
Stef Heerema

Beste Bert, mijns inziens is het helemaal niet OK de Bijbel letterlijk te nemen. Dan kom je hopeloos in de problemen met bijv. zoiets als: ‘Christus is de weg’. Maar voor onze discussie is belangrijker je te realiseren dat alle onderbouwing ten gunste van de evolutietheorie omvalt, zodra de zondvloed weer wordt erkend. De zondvloed verklaart namelijk de aardlagen en de fossielen daarin. Kilometers dik sediment, vulkanisch zout, fossiele brandstoffen, enzovoorts. Het is de keuze van de mens die tegen zijn Schepper is opgestaan om willens en wetens te negeren dat de huidige aarde resultante is van zondeval en zondvloed. De moderne oorsprongswetenschappen negeren [deze] feiten en verkondigen [onjuistheden].

Hetty Dolman

Beste Stef,

“onze discussie is belangrijker je te realiseren dat alle onderbouwing ten gunste van de evolutietheorie omvalt, zodra de zondvloed weer wordt erkend. De zondvloed verklaart namelijk de aardlagen en de fossielen daarin”

De zondvloed zal nooit worden erkent door de wetenschap[pers], omdat het een wonder is. Het kan geen 40 dagen regenen op de hele wereld, meteorologisch gezien, wanneer wij de waterkringloop erkennen. Ergens moet water verdampen om elders weer neer de vallen in regen of sneeuw.

“zondvloed verklaart namelijk de aardlagen en de fossielen daarin. Kilometers dik sediment, vulkanisch zout, fossiele brandstoffen, enzovoorts”

Er is geen enkel spoor van een wereldwijde zondvloed te bekennen, alles wat je noemt, van steenzout tot fossielen wordt uitstekend verklaard door de geologie, paleontologie en de biologie. Ik kan herhaalde bergvorming aanvoeren, zoals bewezen. Ik kan aanvoeren dat er veel te veel diersoorten hebben geleefd op de aarde die als fossielen keurig op volgorde worden gevonden, of dat er sprake is van een wonder als er snel na de zondvloed, (al voor de zondvloed) dieren in Amerika en Australië leven. (…)

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over