Vandaag de dag leer je op de universiteit en in de media dat de sterren en planeten in het universum voor zwaartekracht zijn ontstaan. Er zijn echter nogal wat problemen met die theorie. Daarom zijn er ook wetenschappers op zoek naar alternatieven. Eén daarvan is het model van een elektrisch universum. Hierin is niet de zwaartekracht de hoofdrolspeler, maar elektromagnetische krachten. Mooie bijkomstigheid: dit model geeft krachtige argumenten voor een jong zonnestelsel.

PLANETEN IN BEWEGING

David Talbott en Wallace Thornhill stellen dat het heelal enorm in beweging is geweest. Zij zijn niet de eersten die dit beweren. In 1971 verscheen het boek Werelden in Botsing van Immanuel Velikovsky. Hij zei dat het zonnestelsel er niet altijd zo uit heeft gezien als nu. De planeten zouden tegenwoordig op andere plekken staan dan een paar duizend jaar geleden. Op basis van grottekeningen en symbolen voor Saturnus, Venus en Mars nemen Talbott en Thornhill deze ideeën over.

  • Mars, Venus en Saturnus zouden op één lijn hebben gestaan met de as van de aarde en duidelijk zichtbaar zijn geweest, ook overdag.
  • Na een poosje werd de helder stralende Venus (die stralen zouden plasmastrengen zijn geweest) instabiel. De planeten begonnen ten opzichte van elkaar te bewegen naar de huidige posities.
  • Daarbij kwamen Venus en Mars bij elkaar in de buurt, waardoor er sterke elektrische stromen oversloegen tussen de twee planeten.

Binnen de kosmologie kunnen de waarnemingen in verschillende modellen worden ingepast. In welk model passen de gegevens het beste? In het standaardmodel doet de zwaartekracht al het werk. Door de zwaartekracht blijven de planeten in een baan om de zon. Door de zwaartekracht worden kometen en asteroïden aangetrokken tot planeten en manen, en vormen zo kraters wanneer ze inslaan. En door de zwaartekracht zouden sterren zijn ontstaan. Enorme wolken van waterstof en helium zouden daarbij onder hun eigen zwaartekracht ineengestort zijn om zo de eerste generatie sterren te vormen. Die zouden na miljarden jaren zijn geëxplodeerd om zodoende de bouwstoffen te leveren voor de volgende generatie sterren. Maar een fysisch probleem is dat dit doorgaans niet de manier is waarop een gas in een vacuüm zich gedraagt. Het wil zich dan namelijk juist verspreiden. Anders gezegd, de afstotende krachten tussen de gasmoleculen zijn veel groter dan de aantrekking door de zwaartekracht. Om hier een beeld van te krijgen zou je het een beetje kunnen vergelijken met een bus deodorant. Als je op het knopje drukt, gaat de deo naar buiten toe, omdat de druk in de fles hoger is dan die daarbuiten. Als het standaardmodel zou kloppen, moet je je voorstellen dat de zwaartekracht in de bus dan zó hoog moet zijn dat de deodorant niet naar buiten wordt gedreven, maar dat de lucht juist naar binnen wordt gezogen… Op aarde zijn geen voorbeelden bekend waarmee je dit kunt laten zien. Dus waarom zou dit dan wel werken op de enorm grote schaal van interstellaire gaswolken?

Per saldo is de elektromagnetische kracht veel sterker dan de zwaartekracht. De statische elektriciteit van je wollen trui zorgt er bijvoorbeeld voor dat een ballon aan je mouw kan blijven hangen. Een elektromagneet kan zelfs hele auto’s optillen. In beide gevallen wint een klein beetje elektromagnetische kracht het van de zwaartekracht van de hele aarde!

Elektrisch universum

De bedenkers van het elektrisch universum-model zijn de Noor Kristian Birkeland en de Zweed Hannes Alfvén. Naar Birkeland zijn de Birkeland-stromen genoemd. Dat zijn elektrische stromen die langs de magnetische veldlijnen bij de polen lopen. Alfvén kreeg in 1970 de Nobelprijs voor zijn werk. Gerenommeerde wetenschappers dus. Desondanks is hun werk rond het elektrisch universum-model nauwelijks bekend. Reden temeer om er eens wat dieper in te duiken.

De laatste tijd timmert de Electric Universe-beweging actief aan de weg, met mensen als elektrotechnisch ingenieur Donald Scott en Anthony Peratt. Peratt is werkzaam in het Los Alamos high energy lab waar hij met twee of meer plasmastrengen allerlei vormen van sterrenstelsels (van bol tot spiraal) kon creëren die ook in het heelal te zien zijn. David Talbott en Wallace Thornhill zijn seculiere publicisten die ook congressen organiseren en enkele boeken uitbrachten. Op die manier presenteren zij dit alternatieve model aan een breed publiek.

De bedenkers van het elektrisch universum-model stellen dat de gas- en stofwolken die je op de mooie plaatjes van de NASA ziet niet uit gas bestaan, maar uit plasma. Het verschil tussen een gas en een plasma is dat een gas elektrisch neutraal is, terwijl een plasma geladen deeltjes (ionen) bevat. In de plasmastrengen krijg je op natuurlijke wijze verdichtingen. Dat zijn volgens deze wetenschappers de plekken waar sterren en sterrenstelsels kunnen ontstaan.

Elegant model

Het elegante aan het elektrisch universum-model is dat je je daarin niet hoeft te beroepen op zaken als ‘donkere energie’ en ‘donkere materie’. Beide zijn nog nooit waargenomen (vandaar ‘donker’) maar ze moeten in het standaardmodel een plaats krijgen omdat het model anders niet overeenkomt met de werkelijkheid. Donkere energie zou de extra uitdijing van het heelal moeten verklaren. Donkere materie wordt ingeschakeld om onbegrepen bewegingen van sterrenstelsels te begrijpen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de berekening van de structuur van sterrenstelsels. De buitenste delen van de spiraalarmen hebben dezelfde hoeksnelheid als de kern. Dit kan niet verklaard worden door de zwaartekracht alleen, en daar is dus een correctiefactor voor nodig: donkere materie. In een elektrisch universum heb je deze correcties helemaal niet nodig. Daar is het immers niet de zwaartekracht die al het werk moet doen, maar de veel sterkere elektromagnetische kracht.

Mars

Ook in het Melkwegstelsel kun je volgens Thornhill en Talbott de gevolgen zien van een elektrisch universum. Mars is daarvan een mooi voorbeeld. Er zijn veel geologische kenmerken van Mars die niet verklaard kunnen worden met de bekende geologische processen op aarde; zelfs niet als je Mars met een vloed helemaal onder water zou zetten.

Mariner Vallei

De Mariner Vallei (vernoemd naar de Mariner 9-sonde die Mars in 1971 bezocht) is één van de grootste ravijnen in het zonnestelsel. Hij is ruim 4.000 kilometer lang, 200 kilometer breed en 7 kilometer diep. Als dit ravijn het resultaat is van uitslijting door water, zou je verwachten dat daar sporen van te vinden zijn, zoals geërodeerd gesteente. Maar nergens op Mars tref je zulke sporen aan. Ook zijn de zijkanalen te kort en te steil om door water te zijn uitgesleten. Daarom stellen Talbott en Thornhill een radicaal nieuw idee voor: de vallei is uitgesleten door een enorme elektrische stroom die oversloeg tussen Mars en een andere planeet – Venus (zie kader links onderaan). De elektrische activiteit zou niet alleen deze canyon hebben uitgesleten, maar ook de laaglanden op het noordelijk halfrond. Veel van het materiaal werd de ruimte in geslingerd. Sommige stukken vielen weer terug op Mars. Daarom is de planeet bezaaid met grote en kleine rotsblokken. Andere stukken werden kometen of meteoroïden. Er zijn al ruim 130 meteorieten op aarde geïdentificeerd als Marsmeteorieten. Onbetwist is dat Phobos, één van de twee kleine manen van Mars, uit hetzelfde materiaal bestaat als de planeet zelf. Dat blijkt uit data van de ESA. Dit ondersteunt de hypothese dat Phobos van het oppervlak van Mars is losgeraakt.

Berg Olympus

Naast één van de grootste valleien heeft Mars ook nog eens de grootste berg in het zonnestelsel: Berg Olympus (Olympus Mons) torent 27 kilometer boven het oppervlak van de planeet uit. Dat is ruim drie keer zo hoog als de Mount Everest! De gangbare interpretatie is dat Olympus Mons een schildvulkaan is. Boven in de berg zitten namelijk cirkelvormige depressies die de kraters van de vulkaan kunnen zijn. Maar de berg lijkt niet op de schildvulkanen op aarde. Wat opvalt is dat aan de voet van Olympus Mons een 4 kilometer hoog klif is. Bij schildvulkanen krijg je geen kliffen. De vorm van Olympus Mons lijkt nog het meest op wat je krijgt als bliksem inslaat in een positief geladen oppervlak. Je krijgt dan een ophoging met bovenin een cirkelvormige impressie. Laboratoriumexperimenten op kleine schaal vertonen precies dezelfde vormen als op Mars. Dit is een sterke aanwijzing dat elektrische activiteit een rol speelde bij de vorming van het oppervlak van de planeet.

Venus

Thornhill en Talbott zijn van mening dat Venus de oorzaak is van de geologische littekens op Mars. In het verleden zouden de planeten dicht bij elkaar hebben gestaan. Venus en Mars zouden dan allebei een andere elektrische lading hebben gehad. Hierdoor ontstonden enorme ontladingen die als plasmastrengen oversloegen. De aanwijzingen voor dit model halen de bedenkers uit grottekeningen en volksmythen. Dat afgoden aan planeten werden gekoppeld is al langer bekend. Veel symbolen uit de oudheid zouden dan de plasmastrengen zijn tussen de planeten, zoals de bliksemschicht van Zeus of de speer van Athene.

Kritische noot

Niet alleen heidense afgoden, maar ook Bijbelse symbolen worden door de aanhangers van dit model weg verklaard. Verder houden ze geen rekening met de voorouderverering die in de periode na de zondvloed op begon te komen. Ze schrijven alles toe aan de bewegingen van de planeten. Er is ook geen mechanisme bekend waardoor de planeten naar andere banen zouden gaan en verder van de aarde af zouden komen te staan. Omdat de planeten geen zichtbare sporen achterlaten in de ruimte, is dit model erg moeilijk te controleren. Maar of het nu Venus of een andere oorzaak was, het lijkt erop dat elektriciteit inderdaad een grote rol heeft gespeeld bij de vorming van het zonnestelsel.

KRATERVORMING
Op het eerste gezicht lijken de hoog- en laaglanden van Mars vlak, maar als je dichterbij gaat kijken dan zie je dat de hele planeet bezaaid is met kraters. Die kraters zijn niet willekeurig verdeeld. Ze liggen in parallelle lijnen over het oppervlak. En dat is niet het enige opmerkelijke…

Alle kraters op Mars zijn nagenoeg perfect rond. Dat is ook een aanwijzing voor elektrische activiteit. Meteorieten laten alleen perfect ronde kraters achter als ze recht van boven komen, anders zijn ze ovaal. Experimenten op microscopische schaal laten zien hoe de kraters op Mars gevormd kunnen zijn. Vonkverspaning is een methode waarbij door middel van elektrische vonken heel nauwkeuring materiaal uit een (metalen) werkstuk kan worden geërodeerd. Wanneer je onder de microscoop naar het ‘landschap’ kijkt dat zo ontstaat, dan zie je dezelfde vormen als op Mars!

Wanneer kraters niet allemaal door inslagen van meteorieten zijn gevormd, heeft dat gevolgen voor de ouderdom van de planeet. Men gaat er nu van uit dat het aantal inslagen per jaar ongeveer constant is. Als je vervolgens kraters telt, kun je berekenen hoe oud een hemellichaam is. Maar als die aanname niet klopt, en je uitgaat van het elektrisch universum, dan zegt het aantal kraters helemaal niets meer over de leeftijd van Mars.

In het elektrisch universum-model worden geen uitspraken gedaan over de ouderdom van het heelal, maar een jong heelal en een jonge aarde passen er prima in.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: 2015, Het elektrisch universum. Een nieuwe manier om naar de vorming van het heelal te kijken, Weet 31: 32-35.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Weet-Magazine. Regelmatig wisselen we artikelen uit met het tijdschrift Weet Magazine. Abonnee worden? Klik dan hier.