De huidige gegevens over de bevolkingsgroei van de wereldbevolking staan haaks op de veronderstelde ouderdom van de mensheid van ongeveer 2 miljoen jaar. De gegevens sluiten echter goed aan bij een leeftijd van maximaal 10.000 jaar. Uitgaande van het model van de evolutietheorie begint de lange geschiedenis van de mens minstens 2 miljoen jaar geleden. Dit stoelt men voornamelijk op radiometrische dateringen. Als we echter naar deze gegevens kijken vanuit het oogpunt van onderzoek naar de groei van de bevolking (demografie), dan komt er de zwaarwegende vraag op: Hoe is het te verklaren dat de wereldbevolking tot ongeveer 10.000 jaren geleden bijna niet is gegroeid? Een ouderdom van maximaal 10.000 jaar voor de mensheid die we uit de Schriften kunnen halen past veel beter bij de bekende gegevens over de bevolkingsgroei dan de twee miljoen jaren die we zo vaak horen noemen.

Het probleem: Twee miljoen jaren met nauwelijks bevolkingsaanwas

audience-828584_1280

“Een ouderdom van maximaal 10.000 jaar voor de mensheid die we uit de Schriften kunnen halen past veel beter bij de bekende gegevens over de bevolkingsgroei dan de twee miljoen jaren die we zo vaak horen noemen.”

De Oude Steentijd (Paleolithicum), die in het model van de evolutietheorie 99,5% van de totale geschiedenis van de mensheid omvat, duurde van ongeveer twee miljoen jaren tot ca.10.000 jaren geleden. Gedurende die tijd leefden op aarde slechts een relatief klein aantal mensen, die geen akkerbouw of veeteelt bedreven, maar als jagers en verzamelaars aan hun voedsel kwamen. Hun aantal nam extreem langzaam toe, met een gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei1 van maar ongeveer 0,0004% per jaar.2 Dat is nagenoeg een nulgroei. Een duidelijke versnelling in de bevolkingsgroei kwam op gang aan het eind van de Oude Steentijd en in de Jonge Steentijd (Neolithicum). Dat was niet alleen in het Midden-Oosten het geval, maar ook in andere delen van de wereld. Het probleem van de berekende lage toename tijdens de Oude Steentijd wordt door de antropologe Pennington (2001) als volgt omschreven: “Uitgaande van wat we weten over hoe zelfs onder slechte omstandigheden onze voortplantings- en overlevingsmogelijkheden zijn, is het een raadsel dat er van ons mensen gedurende zo lange tijd van onze geschiedenis zo’n klein aantal waren.”

Om dit probleem op te lossen zijn verschillende verklaringen aangedragen, die we hieronder zullen bespreken.

Optie 1: Invloed van de voedselvoorziening op de bevolkingsgroei

cow-431729_1280

“De wijdverbreide opvatting dat de toenmalige jagers onder karige en slechte omstandigheden leefden en dat voedselgebrek de groei van de populatie onmogelijk maakte, wordt ontkracht door deze gegevens over hun vitaliteit. De voedselvoorziening kan dus geen verklaring zijn voor geringe bevolkingsgroei.”

Om een oplossing voor het probleem te vinden is het goed om eens naar hedendaagse van de jacht levende stammen te kijken en daarbij te letten op die levensomstandigheden die van belang zijn voor hun bevolkingsgroei. De twee belangrijkste gegevens hiervoor zijn: het geboortecijfer en het overlevingcijfer. Het geboortecijfer is het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw tijdens haar leven krijgt. Het overlevingscijfer heeft betrekking op het aantal leden van de groep die een bepaalde leeftijd bereiken. Bij hedendaagse jagers ligt het gemiddelde geboortecijfer op 6. Het wisselt echter afhankelijk van de voedselsituatie, de lichamelijke inspanning en de zoogtijd tussen de 2,8 en 8. Daarbij moet men bedenken dat het traditionele groepen betreft waar geen gebruik gemaakt wordt van geboortebeperkende middelen. Het overlevingscijfer varieert ook zeer sterk. Zo bereiken bij de Philipijnse Agta slechts ongeveer 20% van de volwassenen een ouderdom van 50 jaar, terwijl dit bij de, in betere omstandigheden levende, Ache in Paraguay meer dan 40% is. Meer dan tweemaal zoveel mensen bereiken daar een hogere ouderdom.

Hiermee komen we gelijk bij de vraag naar de omstandigheden waarmee de jagers uit de Oude Steentijd werden geconfronteerd en met welke van de huidige jagers en verzamelaars ze het beste vergeleken kunnen worden. Voor dit doel maken we gebruik van een zeer goed gedocumenteerde indicator voor het welzijn bij de mens: de lichaamsgrootte. Door de uitstekende voedselvoorziening en medische zorg hebben de mensen in het Westen een grote gemiddelde lengte gekregen. Ook bij de nu levende jagers is een duidelijke relatie tussen voedingsomstandigheden en groei vast te stellen. Zo zijn de al genoemde Ache, die grotere en meer veelzijdige voedselbronnen hebben, gemiddeld 8 cm langer dan de Agta, resp. 1,56 m en 1,48 m. Beide volken blijven, in vergelijking met de huidige Europeanen, aan de kleine kant. Echter, dit geldt niet voor de mensen van de Oude Steentijd. Hoewel in de loop van de tijd hun lichaamsgrootte afnam, behoorden zij tot de grootste mensen op aarde. Daarom kunnen we er wel zeker van zijn dat het levensonderhoud van de jagers in de Oude Steentijd goed verzekerd was. In tegenstelling tot de latere en huidige jagers leefden zij niet aan de rand van de bestaansmogelijkheden. Ze konden zich tegoed doen aan voedselrijke grote dieren en konden de beste woongebieden voor zich uitkiezen. Daarom zullen zowel hun geboorte- als overlevingscijfers nabij de huidige waarden hebben gelegen. De wijdverbreide opvatting dat de toenmalige jagers onder karige en slechte omstandigheden leefden en dat voedselgebrek de groei van de populatie onmogelijk maakte, wordt ontkracht door deze gegevens over hun vitaliteit. De voedselvoorziening kan dus geen verklaring zijn voor geringe bevolkingsgroei.

Optie 2: Regelmatig optredende catastrofes leidden tot decimering van de bevolking

spain-1263879_1280

“Deze drie factoren zouden slechts plausibel zijn als de toenmalige jagers en verzamelaars slechts op een klein gebied samengeleefd hadden, wat gezien de bekende bevolkingsaantallen en archeologische vondsten niet het geval is geweest.”

Om de bijna nulgroei te verklaren is ook geopperd dat er regelmatig wereldwijde bevolkingscatastrofes plaatsvonden. Zelfs indien men uitgaat van een gering geboortecijfer van 6 en een overlevingscijfer van 50 % tot de volwassenleeftijd, zou ongeveer elke 50 jaar zo’n catastrofe, waarbij 60% van de bevolking omkwam, nodig zijn om een nulgroei te veroorzaken. In de loop van de 2 miljoen jaar van de menselijke geschiedenis zou zulk grootschalig omkomen ongeveer 40.000 maal moeten hebben plaatsgevonden. Dat is nooit vastgesteld en is bij een lage bevolkingsdichtheid, zonder oorlogen, epidemieën of wereldwijd voedseltekort, ook niet waarschijnlijk. Deze drie factoren zouden slechts plausibel zijn als de toenmalige jagers en verzamelaars slechts op een klein gebied samengeleefd hadden, wat gezien de bekende bevolkingsaantallen en archeologische vondsten niet het geval is geweest. Bovendien zouden 40.000 massaslachtingen ook in de archeologie zijn opgevallen. Dat is eveneens niet zo.

Optie 3: In de cultuur was sprake van zelfdecimering

Een andere poging om de nulgroei te verklaren is de hypothese dat de mensen in de Oude Steentijd zelf hun aantalstoename beperkten, bijvoorbeeld door kinderen te doden. Hiervoor bestaat echter geen enkele aanwijzing, noch in de archeologische vondsten en ook niet in wat bekend is van de Oude Steentijd cultuur. Een bewuste sturing van de bevolkingsgroei met het doel om een zeer laag groeicijfer te krijgen, is bovendien uiterst moeilijk. Want, bij kleine aantallen en in een geïsoleerde situatie, is het gevaar heel groot dat hierbij de populatie uitsterft. In zo’n geval kan bijvoorbeeld een onverwacht overschot van een bepaald geslacht desastreus zijn. De enige mogelijkheid om dit te voorkomen is regelmatige uitwisseling van individuen met andere groepen. Regelmatige ontmoetingen en vermengingen zijn echter juist niet aangetoond tijdens het begin van de Oude Steentijd. In tegendeel, aan de hand van de verspreiding van voorwerpen kan getraceerd worden dat mensen in die tijd slechts kleine afstanden overbrugden en ze elkaar verhoudingsgewijs maar zelden ontmoetten. Kuhn & Stiner (2001) schrijven daarover: “De mensen van de Midden Steentijd leefden in wijdverspreide kleine groepen en waren geen onderdeel van grotere verbanden zoals de huidige jagers. Zij hadden weinig contact met hun directe buren, en zo dat het er al was, was dat slechts een oppervlakkig contact.” Er is dus niets dat erop wijst dat er bij de mensheid sprake was zelfdecimering. Het zou ook praktisch niet uitvoerbaar zijn geweest.

Optie 4: Ziekten die de vruchtbaarheid verminderen waren de oorzaak van de geringe groei

baby-784608_1280

“Vruchtbaarheid verminderende ziekten kunnen dus ook geen oorzaak zijn voor de geringe bevolkingsgroei.”

Bij de verhoudingsgewijs hoge overleving van de jagers uit de Oude Steentijd treedt pas een afname van de bevolking op als het geboortecijfer onder de 4 daalt. De al genoemde antropologe Pennington meent dat een veelheid aan geslachts- en andere vruchtbaarheid verminderende infectieziekten de oorzaak zouden zijn van minimale geboortecijfers. Deze ziekten zouden dus geen recent fenomeen zijn en zonder die kan, volgens haar, de geringe bevolkingsgroei niet verklaard worden. Pennington noemt dus zelf al dat volgens de gegevens zulke ziekten eigenlijk een vrij jong verschijnsel zijn. Bovendien komen ze slechts voor in gemeenschappen met bepaalde seksuele praktijken. De epidemieën zijn opvallend genoeg aan het einde van de Oude Steentijd snel verdwenen, hoewel juist toen de omstandigheden daarvoor in grotere mate aanwezig waren, door de opkomst van de landbouw en de bouw van steden, waar mensen dicht opeen woonden en veelvuldig prostitutie plaatsvond. Vruchtbaarheid verminderende ziekten kunnen dus ook geen oorzaak zijn voor de geringe bevolkingsgroei.

Het is duidelijk dat, uitgaande van een geschiedenis van de mensheid van 2 miljoen jaren, er grote problemen zijn om de waarnemingen in een evolutietheoretisch kader in te passen. Noch slechte voedselvoorziening of geslachtsziekten, noch andere mogelijke verklaringen kunnen de openstaande vragen beantwoorden.

Verkorting van de tijdsduur als verklaring

De vele problemen die opdoemen als we uitgaan van 2 miljoen jaar menselijke geschiedenis, roepen de vraag op of we niet ten onrechte uitgaan van zo’n hoge ouderdom van de mensheid en dat in dit geval de radiometrische gegevens een foutief beeld geven. Daarvoor zijn vele aanwijzingen. Ervan uitgaande dat de mensheid slechts enkele duizenden jaren oud is, kan de onrealistisch lage bevolkingsgroei vervangen worden door een natuurlijke en exponentiële groei. Dit wordt ook bevestigd door het geringe aantal archeologische vondsten uit deze periode.3 Zou de mensheid al 2 miljoen jaren de aarde bewoond hebben, dan zouden er veel meer aanwijzingen van dat langere verblijf moeten zijn.

Literatuur

Blaxter K. (1986) People, food and resources, Cambridge.
Gamble C. (1996) Die Besiedlung Europas: 700000-40000 Jahre vor heute, in: Cunliffe B. (Hg) Illu-strierte Vor- und Frühgeschichte Europas. Frankfurt, 13-54.
Kuhn S.L., Stiner M.C., Reese D.S. & E. Güleç (2001) Ornaments of the earliest Upper Paleolithic: New insights from the Levant, Proceedings of the National Academy of Sciences USA 98, 7641-7646.
Pennington R (2001) Hunter-gatherer demography, in: Panter-Brick C., Layton R.H. & Conwy P. (eds) Hunter-gatherers: An interdisciplinary perspective, Cambridge, S. 170-204.
Trinkaus E. (1995) Neanderthal mortality patterns, Journal of Archaeological Science 22, 121-142.
Weniger G.C. (1982) Wildbeuter und ihre Umwelt, Tübingen

Andere artikelen bij Wort und Wissen over gerelateerde onderwerpen

Hoe konden vanuit de familie van Noach de verschillende rassen ontstaan?, Hoe zijn de fossielen van Homo erectus in de Bijbelse geschiedenis van de mens in te passen?, Bewijst de aanwezigheid van koolstof-14 in miljoenen jaren oud genoemde steenkool dat de aarde eigenlijk in werkelijkheid jong is?, Waardoor komt het dat fossiele resten van mensen alleen in de bovenste bodemlagen worden gevonden?, Is de oorspronkelijke schepping zonder dood wel voorstelbaar? Het zou toch tot een grote overbevolking geleid hebben?, Waar kwam Kaïn aan zijn vrouw?, Zijn de hoge ouderdommen van mensen, zoals in de Bijbel beschreven, biologisch gezien wel mogelijk? en Bewijzen de primitieve werktuigen niet dat de mensen vroeger niet zo hoog ontwikkeld waren? Deze zijn te raadplegen op de website van Wort und Wissen.

Dit artikel is gebaseerd op het boek Wie alt ist die Menschheit? door Michael Brandt (3e druk 2009; isbn 3-7751-4487-0). Het artikel is met toestemming overgenomen van Wort-und-Wissen. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. De bevolkingsgroei wordt berekend volgens Nt = N0(1+r)^t, Nt = bevolkingsaantal na t jaren, N0 = bevolkingsaantal in het beginjaar, r = groeipercentage
  2. Hoe laag dat is en hoelang de tijdspanne van 2 miljoen jaar is, wordt duidelijk met het volgende rekensommetje. Zelfs met die extreem lage gemiddelde jaarlijkse toename van slechts 0,0004% groeit een bevolking van 10.000 mensen in 200 jaar naar 10.080 personen, maar na 300.000 jaar zouden zijn dat er 1,6 miljard zijn, laat staan wat het aantal na 2 miljoen jaar is! (Nb in de jaren 60 van de vorige eeuw was er een maximaal vastgestelde groei van de wereldbevolking van 2,2%.)
  3. Zie: http://www.genesisnet.info/schoepfung_evolution/i43662.php

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. M. Brandt is arts. Hij is verbonden aan de studiegemeenschap Wort und Wissen en heeft diverse boeken en artikelen op zijn naam staan waaronder Wie alt ist die menschheit.

13 Comments

Peter

In de tekst staat 0,0004% bevolkingsgroei per jaar, in de noten 0,004%. De formule Nt = N0(1+r)t van noot 1 geeft niet de getallen van noot 2. Ik heb het even in Excel gestopt.

Dit gaat natuurlijk niet alleen over de mens, maar voor alle populaties voor alle soorten. We zien niet in de natuur dat soorten exponentieel in aantal toenemen, zoals hier verondersteld wordt. Misschien heeft (…) van het begrip ‘carrying capacity’ gehoord?

Reply
Radagast

Beste Peter,
Als ik goed lees, gaat het hele artikel over de vraag of de lage bevolkingsgroei door draagkracht verklaard kan worden. Uit het feit dat de bevolking sterk toenam in het Neolithicum, blijkt dat die draagkracht niet was bereikt en dus geen goede verklaring is. Dat is de conclusie van Brandt.

peter b

Dr. Brandt gaat altijd zeer minutieus te werk en zijn onderzoeken staan bekend om zijn Deutsche Gruendlichkeit. Zijn boek Wie alt ist die menschheit echt is een echte aanrader. Hij toont [hiermee m.i.] zonder meer aan dat er iets heel erg mis is met 5 miljoen jaren humane evolutie. Ikzelf kom via de biologische, genetische weg tot vrijwel dezelfde conclusies als Brandt. Die vijf miljoen jaren [is m.i.] onnodige en foutieve [constructie] van het Lyell/Darwin paradigma.

Reply
Peter

“Hun aantal nam extreem langzaam toe, met een gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei van maar ongeveer 0,0004% per jaar”

Waar komt dat getal vandaan? (…) [Noot 2 houdt] Nt = 10080 bij 200 jaar, r=0.00004 [in], dus 0,004%, niet 0,0004% zoals er nu twee keer staat[.]

“Ze konden zich tegoed doen aan voedselrijke grote dieren en konden de beste woongebieden voor zich uitkiezen. Daarom zullen zowel hun geboorte- als overlevingscijfers nabij de huidige waarden hebben gelegen”.

Wat zijn de huidige waarden, welke huidige waarden, en waarom wordt er hier ‘daarom’ gezegd? Er is hier aanname van een constante bevolkingsgroei over wat de tijdlengte ook wezen mag. Waar is dat op gebaseerd? Het is duidelijk dat technologie en landbouw grote invloed hebben op de bevolkingsgroei. Het evenwichtsaantal mensen (‘draagkracht’) verandert daardoor met de voedselvoorraad, en dat is met de uitvinding van de landbouw in het Neolithicum en de toename van de voedselvoorraad het geval. We moeten het dus hebben over de aantallen mensen in het Paleolithicum.

Met de formule voor exponentiële groei kun je alle kanten op, Nt = N0(1+r)^t is bijzonder gevoelig voor r. Bijvoorbeeld, met N0=8 en r=0.0045 krijg je N200=20, N1000=713, N1500=6730 en N4500=4 762 388 997: als we een zondvloed hadden 4500 jaar geleden en exponentële groei met een vaste snelheid en omstreeks 5 miljard (met een beetje speling). Dus, Noach 4500 jaar geleden, exponentële populatie groei met r=0.0045 betekent 713 mensen op aarde ongeveer ten tijde van Abraham en ten tijde van David 6730. (…) Wie denkt er dat [het bijzondere idee van] exponentiële groei [hier] opgaat?

Reply
Radagast

Beste Peter,

Het vraagstuk in dit artikel is of het klopt dat de draagkracht van de hominiden al bereikt was tussen 3 miljoen en 10.000 jaar geleden. Zo ja, dan is dit een verklaring voor de extreem lage bevolkingsgroei. Op Wikipedia lees ik het volgende:

“Colin McEvedy and Richard Jones chose bounds based on gorilla and chimpanzee population densities of 1/km² and 3-4/km², respectively, then assumed that as Homo erectus moved up the food chain, they lost an order of magnitude in density. With a habitat of 68 million km² (“the Old World south of latitude 50° north, minus Australia”), Homo erectus could have numbered around 1.7 million individuals. After being replaced by Homo sapiens and moving into the New World and de-glaciated territory, by 10,000 BC world population was approaching four million people.”

Ik ben bang dat ik de twee geleerden niet helemaal kan volgen. Op dit moment is de populatie mensapen krap 500.000. Maar nog niet lang geleden zal dit het dubbele of driedubbele geweest zijn. Dat betekent dat er evenveel Homo erecti waren als mensapen, verspreid over een veel groter gebied. Ik vraag me ook af of de Homo erectus in de voedselketen steeg. Is bekend dat hij geen plantaardig voedsel meer at? Wat betreft de 4 miljoen mensen: vergeleken met 40 miljoen nomaden in de huidige wereld durf ik nog steeds niet van een bereikte draagkracht te spreken. Mijn conclusie: de draagkracht van de hominiden was tussen 3 miljoen en 10.000 jaar geleden vermoedelijk niet bereikt.

[Een tip:] Peter zou [je] het met dr. Brandt over zijn bevindingen [willen] hebben[?] Zijn e-mailadres is hier te vinden: http://atlantisforschung.de/index.php?title=Michael_Brandt. Tenslotte is hij de auteur van dit artikel en kan hij het beste op Peters kritiek ingaan.

Peter

[Ook de reguliere] (…) wetenschap [schrijft] het een en ander over de aantallen mensen. Ik geef een voorbeeld voor de Chinese populatie, omdat dat een recente open access studie is: Inferring the Dynamics of Effective Population Size Using Autosomal Genomes
Hou et al Scientific Reports 6 2016 20079 http://www.nature.com/articles/srep20079

Kijk naar Figure 1: Changes of Ne in the Han Chinese population since 25,000 YBP. Er zijn drie tijd perioden: (1) van 25,000 YBP (years before present) tot het einde van het Laatste Glaciale Maximum (15,000 YBP); (2) van 15,000 YBP tot het begin van het Neolithicum (8,000 YBP) – beide Paleolithicum; (3) van 8,000 YBP tot nu, Neolithicum tot modern, de periode met landbouw. In de eerste periode, Paleolithicum, is er een ongeveer constant aantal of heel langzame aantalstoename. Er is een sterke aantalstoename na het begin van de landbouw. Kijk naar Supplementary Figure S5. The dynamics of Ne from present to 300,000 YBP. Dan blijkt het aantal mensen voor de voorouders van de Han Chinezen omstreeks 7500 voor 280 000 jaar.

Reply
Peter

Radagast verwijst naar https://en.wikipedia.org/wiki/Demographic_history Dat geeft een vrij oude bron, Atlas of World Population History, 1978. Ik heb geen enkel idee hoe betrouwbaar de schattingen voor Homo erectus daar zijn.

Mensen begonnen omstreeks 2 miljoen jaar geleden vlees te eten, nog wat voor Homo erectus. De oudste werktuigen, stenen met scherpe rand, werden gebruikt om vlees van botten te schrapen. Er zijn botten met kerfsporen. Een aanhaling is: Ferraro et al, 2013. Earliest Archaeological Evidence of Persistent Hominin Carnivory. PLoS ONE 8(4): e62174. doi:10.1371/journal.pone.0062174 (open access). Ook heeft Homo erectus geen plantenetersbuik – dat kun je aan de vorm van de ribben zien. Hoeveel vlees Homo erectus at ten opzichte van knollen is niet zeker, maar niet een totale vleeseter maar een omnivoor. Vleeseters staan hoger in de voedselketen en hebben daarom lagere aantallen dan planteneters; mensen zijn eerder omnivoor dan carnivoor. Met vleeseten werden de beschikbare voedselbronnen uitgebreid.

Tot voor vrij kort geleden – 25000 jaar – hadden chimp, gorilla en ora[n]g-oetan grotere populaties dan mensen. De studie is: Prado-Martinez et al, 2013. Great ape genetic diversity and population history. Nature 499: 471-475, zie figuur 3.

Reply
Radagast

Wat we m.i. natuurlijk moeten doen is berekenen of de draagkracht al bereikt was gedurende de 3 miljoen jaar waar Brandt het over heeft. Ik heb zelf al even gezocht, wellicht kan Peter helpen, naar wat de gemiddelde populatiegrootte van de verschillende menssoorten gedurende die tijd was. Als er in totaal 1 miljoen mensapen zijn, als het regenwoud 10% van het aardoppervlak besloeg en als de hominiden een trap omhooggingen in de voedselpiramide en hun populatiegrootte daardoor met 90% afnam, zouden we een absolute minimumpopulatie van 5 miljoen mensen verwachten als de minimum draagkracht.

Tussen haakjes: als ik voor Nt 4 miljoen neem, voor N0 500,000 en voor t 3 miljoen, kom ik op een groeipercentage van 0,0005%. Maar Nt en N0 zijn nogal onzeker, dus daar kun je van alles voor invullen.

Ed Vaessen

Het zal mij (…) benieuwen hoe het artikel van de arts Brandt het doet in de peer review van antropologen. Daar kunnen [z]e [m.i.] de wetenschappelijke relevantie beter beoordelen. (…)

Reply
Peter

Radagast,
Het Nature artikel “Great ape genetic diversity and population history” is open access. Tabel 1, figuur 3 geeft aantalsschattingen over de tijd voor mens, chimp, gorilla en orang-oetan. De aantallen zijn veel lager, zelfs als we bedenken dat dit Ne is en geen census aantal. Het gaat om bijvoorbeeld 15 000 mensen. Voor het verschil zie tussen Ne en de getelde aantallen zie: http://www.scientificamerican.com/article/humans-might-have-faced-extinction/ .

Reply
Radagast

Beste Peter,

Om te controleren of Brandt gelijk heeft, moeten we twee dingen doen:
1. Uitzoeken hoeveel mensen er gemiddeld leefden tussen 3 miljoen en 10.000 jaar geleden. Dat heb jij nu gedaan (15.000 mensen bijv.).
2. De draagkracht van mensen berekenen. Ik heb een minimum schatting van 5 miljoen gemaakt. Maar die schatting kan nog beter.
Wanneer 1. lager is dan 2., was de draagkracht niet bereikt en heeft Brandt dus gelijk dat de enorm lage groeisnelheid een anomalie is. Als de draagkracht wel bereikt was, moet zijn punt worden verworpen.

Reply
Peter

Er is geen enkele methode om enige zinnige schatting van de draagkracht voor aantal Australopithecinen of Homo erectus te maken.

Reply
Radagast

Beste Peter,
Ik weet niet wat jij onder ‘een zinnige schatting’ verstaat, maar wat mij betreft is een enorm ruwe schatting voldoende. Ik heb zo’n enorm ruwe schatting van 5 miljoen gegeven. En ook al is die schatting ruw, je kunt nog altijd zien dat het mijlenver van de 55.500 vandaan ligt. Als er 55.500 Homo erecti waren, dan betekent dat 0,0008 Homo erecti per vierkante kilometer (uitgaande van het oppervlak dat hier gegeven wordt: https://en.wikipedia.org/wiki/Demographic_history#Historical_population_of_the_world). Als we er van uit gaan dat maar 10% van het oppervlak geschikt was om te leven voor de Homo erectus, dan heb je dus 0,008 Homo erecti per vierkante kilometer. Volgens bovenstaande link leeft er gemiddeld 1 gorilla per vierkante kilometer en 3-4 chimpansees per vierkante kilometer. Laten we wat speling gunnen en zeggen dat er minstens 0,8 mensapen per vierkante kilometer zijn. Dat zou dan betekenen dat de Homo erectus twee trappen in de voedselpiramide gestegen is! Dat vind ik toch wel heel bijzonder. Optie 1 is daarmee afgewezen, dus wat mij betreft gaan we over tot een bespreking van optie 2, 3 en 4.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over