Vraag

Hoe denken creationisten en evolutionisten over het water van de zondvloed? Waar het water vandaan kwam en waar het nu gebleven is?

Antwoord

Beste vragensteller,

De vraag of er ooit een wereld omspannende catastrofe is geweest waarbij de hele aarde bedekt werd met water, wordt al lange tijd bediscussieerd, evenals de vraag waar het water voor zo’n catastrofe vandaan kon komen en waar het gebleven is. Deze vragen heb ik hier enige tijd geleden al kort beantwoord.1 Mijn antwoord zal ik nu wat verder uitwerken. Daarbij ga ik geen poging doen om te beschrijven hoe evolutionisten en creationisten, en de vele stromingen binnen beide groepen, denken over een zondvloed. In plaats daarvan volg ik een wetenschappelijke benadering en vergelijk ik twee theorieën/modellen om de geologische kenmerken van de aarde te verklaren, evenals de rol die water daarbij speelt.

Vooraf wil ik markeren dat wetenschappelijke theorieën weerlegbaar en daarom toetsbaar moeten zijn. Daarom kunnen in wetenschappelijke theorieën geen goden, duivels, of spaghettimonsters een rol spelen, omdat je goden, duivels, of spaghettimonsters niet een laboratorium in kunt slepen om hun gedrag te onderzoeken. De theorie: “God bracht een zondvloed over de aarde” is dus niet wetenschappelijk maar een geloof, dat ik als christen onderschrijf.

Uniformitarianistisch model: Het gevestigde model om de geologische kenmerken van de aarde te verklaren gaat er van uit dat de geologische processen die we vandaag op aarde waarnemen al 4,6 miljard jaar in dezelfde vorm actief zijn en in een geleidelijk, stapsgewijs proces het uiterlijk van de aarde zoals we dat nu kennen hebben gevormd. Verondersteld wordt dat het water op de aarde in de loop van de tijd vanuit de ruimte is aangevoerd door meteorieten. In het sedimentaire gesteente, dat door water is afgezet en dat het grootste deel van het land van de aarde bedekt, worden fossielen gevonden. Volgens dit model zijn deze gevormd door geleidelijke bedekking van dode organismen door sedimenten in rivieren, meren en zeeën, of door landverschuivingen. In de loop van vele duizenden jaren zijn de organische moleculen in deze dode organismen vervangen door anorganische moleculen uit de sedimenten die ze bedekken en zijn zij veranderd in fossielen. Door een opeenstapeling van lokale overstromingen gedurende miljarden jaren zouden de uit talloze laagjes identiek sediment bestaande sedimentaire rotsen op aarde gevormd zijn. De fossielen in deze sedimentaire rotsen vormen volgens dit model een representatief historisch verslag van het leven op aarde over miljarden jaren.

Catastrofe model: Dit alternatieve model om de geologische kenmerken van de aarde te verklaren, is gebaseerd op het feit dat de aarde een nauwelijks afgekoelde bal vloeibaar gesteente is met een dun korstje (circa 1 procent van de straal). Na haar vorming samen met de andere planeten (minus Venus) vanuit een sliert uit een ster weggeslingerd plasma die in een aantal druppels uiteen is gevallen, wordt de aarde na een reis door het heelal gevangen in een baan rond de zon. Na haar vorming koelt de aarde snel af in de ijskoude ruimte (2 graden Kelvin), waarbij water vrij komt. Als al het nu op aarde aanwezige water (zie de afbeelding in voetnoot 2 om een indruk te krijgen van de hoeveelheid2) verdeeld wordt over het totale oppervlak van de bal vloeibaar gesteente waaruit de aarde is gevormd, dan bedekt het water de aarde met een laag van ongeveer 1300 meter dik. Tijdens het afkoelen van de aarde komt, door bewegingen in de onderliggende massa vloeibaar gesteente, op een gegeven moment een stukje gevormde aardkorst boven het water uit. Door het contact met de ijskoude ruimte koelt dit stukje versneld af, wordt steeds groter, en groeit uit tot het oer-continent Pangea. Door de draaiing van de aarde staat Pangea bloot aan centrifugale krachten die toenemen naarmate het oppervlak ervan groter wordt. Op zeker moment rukken de centrifugale krachten het uiteen, waarna de brokstukken als afzonderlijke continenten over het onderliggende vloeibare gesteente snel van elkaar schuiven, totdat een nieuw evenwicht ontstaat. (De grote snelheid van het van elkaar wegschuiven van de continenten is zichtbaar op de bodem van de oceanen aan het patroon van grote aantallen identieke, parallelle uitzettingsscheuren.) Tijdens het uiteenvallen van Pangea spuwen vulkanen vloeibaar gesteente uit en onder de aardkorst opgesloten water en vloeibaar zout stijgen op naar het aardoppervlak. De temperatuur op aarde daalt sterk doordat de aswolken van vulkaanuitbarstingen de zonnestralen afschermen, en de waterdamp die zich boven het water van de aarde bevindt condenseert. Door de sterke temperatuur daling ontstaat op beide polen van de aarde een uitgestrekte ijskap. Het oppervlak van de aarde beweegt sterk op en neer en heen en weer, en golft als een tafelkleed dat verschoven wordt; sommige platen aardkorst worden verzwolgen in het onderliggende vloeibare gesteente, andere platen botsen tegen elkaar, en er ontstaan bergen op de continenten. Door deze bewegingen van de aardkorst komt het water dat op het oppervlak van de aarde ligt in grote beroering, met vloedgolven die vele malen over de stukken uiteenschuivende aardkorst heen en weer gaan, en die daarop grote massa’s sediment afzetten, in vele lagen. Het heen en weer bewegende water vormt in de afgezette sedimenten kenmerkende macro-structuren, die vergelijkbaar zijn met de bobbels en ribbels die op micro-niveau gevormd worden op een bodem die onder invloed staat van de voortdurende bewegingen van eb en vloed, en die is opgebouwd uit talloze laagjes sediment die door het heen en weer bewegende water op elkaar zijn gestapeld. Wanneer de aardkorst geleidelijk tot rust komt, stroomt het water weg van de hoger gelegen delen naar de zeeën eromheen en vormt kenmerkende wegstroom-structuren (bijvoorbeeld de Grand Canyon), die vergelijkbaar zijn met wegstroom-structuren op micro-niveau die wegstromend water vormt in een waddengebied in vorm van slenken en geulen. Het wegstromende water laat grote keien achter en sliertvormige opeenhopingen van zand en grint, die vergelijkbaar zijn met de sliertvormige opeenhopingen van stenen of schelpen die op micro-niveau aangetroffen worden op een strand bij eb. Bij het wegstromen van het water vanaf het land blijven grote plassen water staan op plaatsen waar de aardkorst door het gewicht ervan is ingezakt (bijvoorbeeld de grote meren op de grens van de VS en Canada). Geleidelijk komen de vulkanen tot relatieve rust en verdwijnen de aswolken die de zon afschermen. Het wordt warmer en de ijskappen smelten voor een groot deel. De hoeveelheid water op de aarde blijft een dynamisch evenwicht tussen de vorming ervan tijdens de voortdurende afkoeling van het vloeibare gesteente waaruit de aarde grotendeels bestaat, en het verlies van waterdamp door diffusie naar het vacuüm van het heelal. Als de aarde grotendeels is afgekoeld stopt de vorming van water, de diffusie van water naar het heelal gaat door, en de aarde wordt net zo droog als de maan.

Vergelijking van het uniformitarianistische model en het catastrofe model

Het uniformitarianistische model wordt tegengesproken door de volgende feiten:

1. Een bal vloeibaar gesteente met een straal van 1 meter die geplaatst wordt in een omgeving met een temperatuur van 2 graden Kelvin, krijgt na korte tijd een dun korstje. Dat kan zijn na een uur, een dag of een week, maar in ieder geval na een jaar. Gebruik makend van een schalingsfactor van 6.400.000 krijgt een bol vloeibaar gesteente met de straal van de aarde een dun korstje na 6.400.000 uren, dagen of weken, maar in ieder geval na 6,4 miljoen jaar. Dit betekent dat de aarde onmogelijk 4,6 miljard jaar oud kan zijn.

2. Metingen aan de aardkorst wijzen uit dat onder het aardoppervlak geen gigantische, levensbedreigende kernreactor aanwezig is die het gesteente onder de aardkorst al 4,6 miljard jaar vloeibaar houdt.

3. De ‘aardplaten-tektoniek’ is het gevolg van de stromingen in het onderliggende vloeibare gesteente en niet de oorzaak ervan en van de hoge temperatuur van het vloeibare gesteente.

4. Normale, dagelijkse geologische processen kunnen niet het gedetailleerde uiterlijk van fossielen verklaren, waarvan vele in volledige 3D lichaamsvorm zijn uitgehakt uit het sedimentaire gesteente. Onder normale, uniformitarianistische omstandigheden wordt elk dood organisme dat in het water valt en geleidelijk bedekt wordt door sedimenten, na korte tijd opgegeten door micro organismen en verandert het in een 2D pannenkoek van botresten en slijm, die niet daarna in een duizenden jaren durend fossilisatie proces waarbij organische moleculen vervangen worden door anorganische moleculen uit het omhullende sediment, kan transformeren in een fossiel met een gedetailleerd uiterlijk en een 3D vorm.

5. Geleidelijke, alledaagse, lokale geologische processen kunnen niet de sedimentaire gesteenten verklaren die het grootste gedeelte van het land van de aarde bedekken, met een honderden meters dikke regelmatige opeenstapeling van identieke lagen, met daarin fossielen die slechts gevormd kunnen zijn na plotselinge, luchtdichte overdekking door sedimenten.

6. De meeste meteorieten verbranden in de dampkring en kunnen geen bezorgservice vormen voor het water op aarde. Als voor elke kubieke meter water in de oceanen een meteoriet de aarde heeft moeten bereiken, dan zou deze overdekt moeten zijn door meteorieten inslagen en meteorieten stof. Dat is niet het geval.

7. Erosie is een van de normale, dagelijkse geologische processen op aarde. Daardoor verliest een berg per jaar ongeveer 3 mm van zijn hoogte. Door het hoogte verlies van 3 km per miljoen jaar zouden de Alpen, waarvan de leeftijd geschat wordt op minimaal 34 miljoen jaar, al 30 miljoen jaar geleden weggeërodeerd zijn. In plaats daarvan zijn de toppen van de Alpen puntig en scherp.

Het catastrofe model is in overeenstemming met de feiten:
1. Het catastrofe model is gebaseerd op het feit dat de aarde een nauwelijks afgekoelde bal vloeibaar gesteente is met een dun korstje waarop door de chemische processen tijdens de afkoeling van het vloeibare gesteente een laagje water is gevormd.
2. Het land op aarde is grotendeels bedekt met afzettingsgesteente in vele dunne laagjes. In deze lagen worden gedetailleerde fossielen gevonden, waarvan vele in volledige 3D lichaamsvorm zijn uitgehakt. De gedetailleerde 3D fossielen kunnen alleen in catastrofale omstandigheden ontstaan waarbij een organisme in een oogwenk luchtdicht wordt afgesloten door een laag sediment, waarna het door fossilisatie omgezet kan worden in een fossiel.
3. De macro-structuren op het aardoppervlak komen overeen met de micro-structuren die door heen en weer bewegend water met sedimenten en wegvloeiend water gevormd worden.

Conclusies:
1. Het uniformitarianistische model wordt tegengesproken door een groot aantal empirische gegevens. Volgens de spelregels van de empirische wetenschap moet het verworpen worden en verwijderd worden uit het wetenschappelijke domein, ondanks de gevolgen die dat heeft voor de theorie dat (organische) moleculen een zelforganiserend vermogen hebben en zich in de loop van 4,6 miljard jaar spontaan zijn gaan ordenen tot steeds ingewikkelder moleculaire structuren met een steeds hoger energie niveau (DNA, cellen en organismen).
2. Het catastrofe model voor het ontstaan van de geologische kenmerken van de aarde sluit nauw aan bij de empirische feiten en de natuurwetten en geeft een valide verklaring voor de geologische kenmerken van de aarde.

3. Wat de Bijbel vertelt over een wereld omspannende vloed is in overeenstemming met het catastrofe model. Hetzelfde geldt voor de vele andere zondvloedverhalen van de mensheid, waarvan aangetoond kan worden dat ze onafhankelijk zijn van wat de Bijbel vertelt 3.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website RefoWeb. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. www.refoweb.nl/vragenrubriek/24947/kangoeroes-na-de-zondvloed/ en www.refoweb.nl/vragenrubriek/24975/verschillende-dateringen/.
  2. water.usgs.gov/edu/earthwherewater.html
  3. Tjarko Evenvoer, “De wereldwijde vloed; mythe of oergeschiedenis van de mensheid?” Uitgave Gideon, Hoornaar.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Wim De Jong

Written by

Dr. Ir. W.M. de Jong studeerde toegepaste Wiskunde aan de TU-Delft (1980) en promoveerde aan de Rijks Universiteit Groningen (1994) op een, op praktijkervaring reflecterend, proefschrift over het management van informatisering. Sinds 1999 werkt hij als onderzoeker en adviseur van verandering en innovatie bij INI-Research, respectievelijk INI-Consult. Hij is initiator van de Evoskepsis Association, een werkverband van kritische wetenschappers en praktijkmensen die skeptisch zijn over de empirische onderbouwing van de evolutietheorie. In 2011 publiceerde hij met dr. ir. H. Degens in het peer-reviewed Open Evolution Journal, het artikel The Evolutionary Dynamics of Digital and Nucleotide Codes: A Mutation Protection perspective.