Toen Charles Darwin zijn theorie publiceerde, dat alle ons bekende levende wezens familie van elkaar zijn, oogstte hij van de kant van paleontologen voornamelijk hoofdschudden. Reeds toen was te onderkennen, dat de noodzakelijke overgangsvormen tussen de afzonderlijke basissoorten systematisch ontbraken. Tegenwoordig kan men dat hiaat, op basis van waarnemingen, wel het hoofdkenmerk van het fossielenverslag noemen. Onder het hiaat verstaat men, dat geen nieuwe vormen en organen ontstaan en de basissoorten fundamenteel over de gehele geschiedenis van de aarde onveranderd zijn gebleven.

puzzelstuk-pixabay

Op basis van het systematisch ontbreken van essentiële gerichte veranderingen  bij de fossielen, moet de veronderstelde evolutie van de levende wezens als mythe worden beschouwd. In de ontwikkeling van de meeste fossiele soorten vertonen zich twee wezenlijke kentekenen, die een langzame en in kleine stapjes verlopende ontwikkeling (gradualisme) duidelijk weerspreken: het hiaat en het plotseling verschijnen van nieuwe soorten.

Hiaat

De meeste soorten vertonen geen doelgerichte veranderingen in het verloop van geologische lagen waarin zij opduiken. Vanaf het tijdstip van hun eerste verschijning tot hun verdwijnen zijn slechts begrensde en richtingloze veranderingen vast te stellen.

Plotseling verschijnen van nieuwe soorten

Binnen de geologische tijdlijn verschijnen nieuwe soorten in de regel plotseling en als “volledig ontwikkelde” soorten. Men heeft nog nooit fossielen gevonden, die het proces van een geleidelijke transformatie van één soort naar een andere aantonen.1 Onder de beroemde ammonieten zijn enkele stapsgewijze veranderingen aantoonbaar. Bij deze fossielen hebben zich echter slechts de grootte en de structuur van het oppervlak veranderd (micro-evolutie).

Historische achtergrond

2

“Wij paleontologen hebben gezegd, dat de geschiedenis van het leven (de stelling van een geleidelijke verandering door aanpassing) ondersteund wordt door het fossielen verslag, terwijl wij de in feite de hele tijd wisten, dat dit niet waar is”, geeft de beroemde paleontoloog Niles Eldredge toe. Zo heeft zich in de loop van de tijd een feitelijk beroepsgeheim bij paleontologen ontwikkeld, dat deze evolutionaire tussenvormen niet bestaan.

ringstaartmakis-pixabay

“Het blijkt, dat elke nieuwe generatie enige jonge paleontologen oplevert, die ertoe verleid worden, voorbeelden van de evolutionaire verandering in hun fossielen te documenteren. De veranderingen, waarnaar zij zochten, zullen natuurlijk van een geleidelijk voortgaande soort zijn. In de meeste gevallen zijn hun inspanningen niet met succes bekroond – hun fossielen schijnen feitelijk onveranderd te blijven, in plaats van de verwachte evolutionaire vormen te vinden…”, geeft Eldredge ons verder te denken.

Deze buitengewoon grote constantheid in de fossielen ziet er voor paleontologen, die persé bewijzen voor de evolutionaire verandering willen vinden, uit alsof er geen evolutie plaatsgevonden heeft. Maar omdat het basisconcept van de evolutie als vanzelfsprekend geldt, wordt het hiaat gewoonlijk als “voor de resultaten irrelevant” beschouwd en de missende fossiele tussenvormen met “Lacune in het fossielenverslag” verklaard.

Gelijkblijvende soorten

3

Onder gelijkblijvende soorten verstaat men planten- en diersoorten, die gedurende de gehele geologische tijd bijna of volledig onveranderd zijn gebleven. Bijvoorbeeld:

–  Virussen, bacteriën en schimmels sinds het Precambrium
–  Sponzen, slakken en kwallen sinds het Cambrium
–  Mossen, zeesterren en wormen sinds het Ordovicium
–  Schorpioenen en koralen sinds het Siluur
–  Haaien en longvissen sinds het Devoon
–  Varens en kakkerlakken sinds het Carboon
–  Kevers en libellen sinds het Perm
–  Dennen en palmen sinds het Trias
–  Krokodillen en schildpadden sinds het Jura
–  Eenden en pelikanen sinds het Krijt
–  Ratten en egels sinds het Paleoceen
–  Maki’s en neushoorns sinds het Eoceen
–  Bevers, eekhoorns en mieren sinds het Oligoceen
–  Kamelen en wolven sinds het Mioceen
–  Paarden en olifanten sinds het Plioceen

Op basis van het evolutiemodel verwacht men, dat de soorten voortdurend veranderen. In plaats daarvan worden zij in de regel in alle geologische lagen, waarin zij aanwezig zijn, onveranderd gevonden. De links tussen de soorten ontbreken volledig.

Voetnoten

  1. Stephen Jay Gould, geciteerd in Phillip E. Johnson, Darwin on trial, p. 66.
  2. Niles Eldredge, geciteerd in Phillip E. Johnson, Darwin on trial, p. 76-77.
  3. Willem J. Ouweneel, Evolution in der Zeitenwende, Christliche Schriftenverbreitung Hückeswagen, p. 146.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

23 Comments

E. van der Klift

[De] mens [moet niet] proberen de werken van JHWH te kleineren! Hij is de Almachtige Schepper van alles wat wás, wat ís en wat nog komt. Aanvaard wat u niet begrijpt, niet kan begrijpen of, mogelijk, niet wíl begrijpen maar geloof in Hem en zijn zoon Jezus de Christus die eeuwig en onveranderlijk zijn en leg uw opstandigheid af. De ‘evolutie theorie’, en meer ook niet dán een theorie, zal zichzelf uiteindelijk bewijzen als een menselijke fabel, als een dwaling, [ik zie het] als een werktuig van satan gericht tégen de Schepping wáárheid van JHWH.

Reply
Jente

De quotes van Stephen Jay Gould en Niles Eldredge worden hier volledig uit de context gebruikt. Deze twee evolutiebiologen hebben in de jaren 70 het model van ‘punctuated equilibria’ uitgewerkt als mogelijke verklaring voor het fossielenbestand. Ze pleitten misschien tegen gradualisme, maar niet tegen evolutie. Een belangrijke nuance die ontbreekt in dit bericht. [Zie ook:] https://nl.wikipedia.org/wiki/Punctuated_equilibrium_(biologie)

Reply
peter b

Gould en Eldregde herkenden de hiaten in het fossielenverslag als de doodsteek voor gradualisme en kwamen met Punceeq om deze hiaten weg-te-verklaren. Ze poneerden dat evolutie zo snel gaat en in zulke kleine populatie plaatsvindt, dat we het niet kunnen detecteren in het fossielenverslag. Het is in principe gelijk aan het donkere materie/energie verhaal van de kosmologie. Het is geen wetenschap, want de theorie wordt bij voorbaat tot waarheid verheven en daarmee wordt een geloof gecreeerd. Punceeq verklaart ook niets, want het gaat uit van de waarheid van Evolutie. Het voegt slechts meer geloof toe aan een toch al door de wetenschap weerlegde filosofie, namelijk dat we evolutie niet kunnen waarnemen. (…) Goed geinformeerde biologen weten dat de biologie baseert op genetische informatie. Nieuwe informatie is nodig om nieuwe bouwplannen te coderen. Nieuwe informatie ontstaat ook niet in kleine populaties. Ook niet in Gould en Eldregde Punceeq. Er is nergens ooit nieuwe bioinformatie waargenomen — niet in kleine en niet in grote populaties — terwijl we toch werkelijk miljarden evolutie-experimenten hebben uitgevoerd. De triljoenen bacteria in Lenski’s Experiment bewijzen dit zonder enige twijfel. Darwinisme, de filosofie die leert dat microben in mensen kunnen veranderen is weerlegd door de biowetenschappen. De enige levensvatbare evolutietheorie is er een die uitgaat van frontloading van informatie.

Marcel, (…) [er is meer verschenen] sinds het degeneratie model. Waar het om gaat is dat alle waargenomen evolutie, inclusief variatie, adaptatie en speciatie gewoon tot het creatie model behoren. Dit gaat nooit gepaard met nieuwe informatie. De gefrontloade bibliotheek hoeft alleen maar te worden geschud als een pak kaarten om nieuwe fenotypes te krijgen. Met dezelfde informatie maak je duizenden verschillenden organismen. Heb je mijn boek gelezen? Zo ja, dan weet je hoe het werkt.

Hetty, de creation scientists, zoals Barnabas Pendragon, kijken niet zo zeer naar tijdperken en tijdschalen, maar naar genetische afstand. Lees dit [artikel]: http://creation.com/images/pdfs/tj/j25_3/j25_3_79-88.pdf

Marcel D

Die gefrontloade bibliotheek blijft wonder boven wonder intact? Mutatie en degeneratie zijn toch ook onderdelen van je verhaal. Ik begrijp er echt niets van.

Waarom zet je dat boek niet als pdf neer in plaats van het elke keer te pluggen? Als het werkelijk zo baanbrekend is en je bescheiden General Unifying Theory of Biology de omslag in het wetenschappelijk denken is, dan snap ik niet dat je al 7 jaar [reclame maakt] voor je boek in plaats het gewoon wereldkundig maakt. Vraag je je nooit af waarom het niet wordt opgepikt? Ik denk omdat je je terugtrekt op een plek van orthodox christenen (…), terwijl de rest van de wetenschappelijke wereld bevestiging na bevestiging verzamelt. In je Volkskrant tijd had je veel meer aandacht en zat je op de eerste rij met je blog en had je momentum en was het platform niet zo enorm gekleurd. Met alle respect voor de mensen van Logos hier maar deze site is leuk voor geloofsgenoten en een paar genieters zoals ik. (…) Ik zit niet op een Duitse versie van je boek te wachten, dat is geen excuus. [Ik zou graag een] pdf [willen hebben].

Peter

De eerste vraag is Phillip E. Johnson Gould en Eldredge wel goed heeft aangehaald ([dat] niet [het geval]). De tweede vraag is of de bewering dat er nooit een overgang van de ene soort in de andere soort in het fossiele verslag is gezien klopt ([dat] niet [het geval]). De derde vraag is of er planten- en diersoorten bestaan die gedurende de gehele geologische tijd onveranderd zijn gebleven ([dat] niet [het geval]).

Gould en Eldredge kwamen in 1972 met ‘punctuated equilibrium (PE)’ als het paleontologische gezicht van allopatrische soortvorming. PE heeft niet met macroevolutie te maken. Voor een overzicht hoe PE en gradualisme er in de fossielen uitzien zie Venditti, C. & Pagel, M. Evo Edu Outreach (2008) 1: 274,’ Speciation and Bursts of Evolution’.

Soortvorming kan gevolgd worden in de fossielen: je hebt er soorten met grote aantallen fossielen voor nodig om het duidelijk te zien. Voor voorbeelden zie: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11403874. Daar is een mooi plaatje dat de splitsing van een fossiele soort in twee soorten laat zien.

De lijst soorten die niet zouden veranderen laat een grote verwarring tussen soorten en groepen zien. De lijst groepen laat mooi evolutie zien: bij de genoemde organismen zijn het de eenvoudigere die ouder zijn, uit de eerdere aardlagen. Een keuze uit de overvloed materiaal:
1 “Haaien en longvissen sinds het Devoon” Geen enkele moderne haaiensoort komt voor in het Devoon, geen enkele moderne longvis komt voor in het Devoon. In het Devoon bestaan kraakbeenvissen die geen moderne haaien zijn. In het Devoon zijn er beesten die tot dezelfde groep als de longvissen gerekend worden, maar dat zijn geen moderne longvissen.
2 “Ratten en egels sinds het Paleoceen” Geen enkele rat komt voor in het Paleoceen; geen enkele egel komt voor in het Paleoceen. In het Paleoceen komen beesten voor die bij de orde Knaagdieren horen, maar die soorten komen niet modern voor. De ratten behoren tot de famillie Muridae, en dat is vanaf het Mioceen.

Reply
Hetty Dolman

Als eerste moet mij van het hart dat ik deze argumenten niet kan verenigen met het jonge aarde creationisme. Ik begrijp er niets meer van. Alle argumenten gaan over miljoenen jaren. Het Plioceen gaat over 3 miljoen jaar geleden wat op de geologische tijdschaal heel erg kort is. Paarden zijn niet veranderd in 3 miljoen jaar? Nou én?

Volgens het jonge-aarde creationisme is een paardachtig dier sinds de zondvloed (4000 jaar geleden) veranderd in meerdere soorten zebra’s, meerdere soorten ezels, het prezwalskipaard etc. Er hebben het over 21 ondersoorten. En dat terwijl de gehele evolutie van het paard uitstekend is gedocumenteerd. Van teen naar hoef over miljoenen jaren.

“– Kamelen en wolven sinds het Mioceen”

Hebben jullie al uitge[zocht] wanneer jakhalzen, beerhonden, coyotes, vossen, en alle andere hondachtigen zijn ontstaan? Ook voor het Mioceen, of pas daarna? Stammen die af van wolven of toch van een eerdere voorouder? Wat bedoelen jullie met ‘Mioceen?’ 2 jaar na de zondvloed?

“– Paarden en olifanten sinds het Plioceen”

Het Plioceen duurde van 5,333 tot 2,588 miljoen jaar geleden. Dat is kort geleden. Hun evolutie is goed beschreven. De evolutietheorie voorspelt niet dat ze zich in zo’n korte tijd moeten evolueren, vooral als er geen noodzaak is om aan te passen (zie ook de krokodillen). Zowel van olifanten en paarden is het fossielenverslag redelijk compleet en ze hebben er sindsdien wel wat familileden bij gekregen, maar het is [voor mij] absurd om ezels, zebra ’s en przewalskipaarden na de zondvloed te plaatsen. En bedenk wel dat de coyote niet het resultaat is van kunstmatige selectie. Ik kan niet begrijpen waarom jonge aarde creationisten ID argumenten gebruiken. Kan iemand me dat uitleggen?

Reply
Peter

Kennelijk kunnen creatonisten wel ’95 stellingen tegen evolutie’ bij elkaar sprokkelen, onsamenhangend en wel, maar waarom worden er geen ’95 stellingen voor creationisme’ hier gepuliceerd? Is dat omdat creationisme alleen een tegenbeweging is?

Reply
Marcel D

Ik begin er ook steeds minder van te begrijpen. Was het niet zo dat er alleen nog maar degeneratie plaatsvond na de Zondvloed. Het was toch alleen nog maar verval van genetische informatie? Nu lees ik dat er juist binnen no time allerlei verschillende soorten ontstonden (door evolutie) met zelfs macro-evolutionaire verschillen. Was er dan slechts één paartje oerbuideldieren aan boord en ontstonden daaruit alle kangoeroes, buidelwolven etc? Hoe kan dat terwijl de hele gefrontloade bibliotheek aan het degenereren was?

Allemaal vragen die men niet beantwoord krijgt in Genesis waardoor ik me afvraag waarom de Heilige Geest niet gewoon één duidelijk verhaal geschreven heeft? In plaats daarvan krijgen we twee bijna gelijke Genesis verhalen die ook nog op essentiële punten verschillen en dus verwarring zaaien. Je zou bijna denken dat dat met opzet is gedaan om ons bezig te houden in de lunchpauze wat ik dan wel weer kan waarderen.

Reply
peter b

Inderdaad, Leon, geen enkele overgangsvorm want er is maar één vorm binnen de marge van variatie, die allemaal met dezelfde informatie kan worden gegeneerd. Kijk hier:

http://www.listal.com/viewimage/6802485

Voor Leon, Marcel en andere mensen [op deze website]. [Hier zie je dat het] genoom zelf deze variatie genereerd heeft en zeer zeker geen miljoenen jaren nodig heeft omdat te bewerkstelligen. Lees [deze artikelen]:

https://creation.com/images/pdfs/tj/j22_2/j22_2_79-84.pdf
http://creation.mobi/baranomes-and-the-design-of-life
https://creation.com/images/pdfs/tj/j23_1/j23_1_99-106.pdf
https://creation.com/images/pdfs/tj/j23_1/j23_1_107-114.pdf

“Die gefrontloade bibliotheek blijft wonder boven wonder intact? Mutatie en degeneratie zijn toch ook onderdelen van je verhaal. Ik begrijp er echt niets van.”

(…) Frontloaded informatie gaat in de loop der tijd verloren door genetische entropie (lees Sanford’s boek Genetic Entropy). Redundante en niet-essentiële info gaat snel verloren, terwijl essentiële info wordt gestabiliseerd door natuurlijke selectie. Evolutie door verliesmutaties is gewoon een onderdeel van de frontloadingtheorie, dat lijkt me duidelijk. Vanuit frontloadingtheorie begrijpen we deze dingen.

peter b

Mijn plaatje gaat ook over variatie van vorm (fenotype noemen we dat) in de tijd. Het probleem [hier] is hetzelfde als dat van Darwin, nl. dat je de oorsprong van variatie niet [goed weergeeft]. Als je mijn boek gaat lezen begrijp je het. Het boek [waar] Rene Fransen een review in het ND van publiceerde met als titel: Het ogenschijnlijke gelijk van Peter. (…) Je zult [dan] zien dat variatie-inductie in het nageslacht een eigenschap van een organisme is.

@Peter,

De hele frontloading theorie wordt hier uitgelegd:
https://books.google.de/books?id=ONUmAgAAQBAJ&pg=PA13&lpg=PA13&dq=john+davison+an+evolutionary+manifesto&source=bl&ots=gORS_Pf0ul&sig=EsNbwiDE1_GV-4zEWxlVzDKK52s&hl=en&sa=X&ved=0ahUKEwjSrILoz7rQAhWBQBoKHSchB_cQ6AEINjAE#v=onepage&q=john%20davison%20an%20evolutionary%20manifesto&f=false
De genetische achtergrond van frontloading, hoe het werkt, waarom redundante info niet stabiel kan blijven en wat het betekent voor Darwisnimse, wordt uitgelegd in de vier papers, die ik hierboven linkte.

Leon van den Berg

Peter B.

Geologen noemen die geleidelijke variatie van vorm (fenotype) in de tijd “evolutie”, ze gebruiken dat bij het zoeken olie. En dat doen ze omdat het “werkt”, om geld te verdienen.

Hetty Dolman

@Peter B,
“geen enkele overgangsvorm want er is maar één vorm binnen de marge van variatie, die allemaal met dezelfde informatie kan worden gegeneerd.”

Wat apart. Overgangsvormen zijn wel degelijk gevonden! Wetenschappers verwachtten fossiele overgangsvormen van vis naar landdier in het devoon, en warempel, daar werden ze ook gevonden. [Zie:] http://www.nemokennislink.nl/publicaties/nieuwe-overgangsvorm-van-vis-naar-landdier.

Laatst is nog een mooie overgangsvorm gevonden tussen mensen en apenachtigen:: H. Naledi. Om maar niet te spreken over gevederde dinosaurussen, de hele paardenevolutie is gevonden, de walvisevolutie etc. Als ik dat allemaal zie dan denk ik toch dat Peer Terborg zich misschien vergist.

Reply
peter b

Hetty, ik heb er eerder al eens op gewezen dat het geen overgangsvormen zijn die er worden gevonden, maar mozaieken, die nog veel dichter bij de oervorm baranoom staan, en waarbij de kenmerken, die we tegenwoordig alleen nog maar gescheiden aantreffen, nog samen voorkomen. Een mooi voorbeeld is nog altijd de Aetioocetus, een uitgestorven walvisachtige met zowel balijnen als tanden. Frontloading verklaart dit niet alleen, het voorstelt dit soort organismen.

Peter

Overgangsvormen zien er altijd als mozaiek uit. Dus door te zeggen dat de voorbeelden van overgangsvormen mozaieken zijn, geeft Peter B toe dat er overgangsvormen bestaan. Wat zou Peter B. een overgangsvorm willen noemen? Een crocoduck?

Marcel D

Dus als frontloaded informatie verloren gaat, hoe kan van twee buideldieren op de ark zo’n diversiteit aan soorten zijn ontstaan? Daar is een wonder voor nodig! Ik snap hem nu.

Reply
Peter

@Peter B
“Frontloaded informatie gaat in de loop der tijd verloren door genetische entropie … Redundante en niet-essentiële info gaat snel verloren, terwijl essentiële info wordt gestabiliseerd door natuurlijke selectie.”

Als frontloaded informatie verloren gaat omdat het redundante en niet-essentiële info is, waarom was het dan gefrontload? Hoe toon je aan dat gefrontloade informatie die redundante en niet-essentiële info is ooit bestond? Zou je helder kunnen uitleggen wat frontloading is?

Reply
Hetty Dolman

“Ik heb er (…).”

Dus de veren bij een dinosaurus vertegenwoordigen een mozaïek van vogels en dino’s? Of hoe moet ik dat zien?

Reply
peter b

“Dus de veren bij een dinosaurus vertegenwoordigen een mozaïek van vogels en dino’s? Of hoe moet ik dat zien?”

Het is veel simpeler: alle zogenaamde dino’s met veren zijn vogels.

peter b

Het zijn geen veren, Peter, Maar “parallelle lange haarachtige filamenten, onder andere op de staart, de nek en achter de bovenarm.” Collageen en andere structurele polymere vezels dus. Dat het veren zijn, wordt erbij bedacht. (…)

bk

Vraag je je nooit af waarom het niet wordt opgepikt?”

Dat vraag ik me niet af nee. Alles wat het tegendeel van evolutie bewijst, wordt genegeerd. Dat kan ook niet anders, want als de evolutietheorie niet klopt, dan kan 150 jaar onderzoek naar het rijk der fabelen worden verwezen. Of alles moet opnieuw geherinterpreteert worden. [Daarom] snap ik de aanhang van deze theorie.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over