Als er evolutie geweest is, dan moeten de ingewikkelde embryonale ontwikkelingsstadia ook geëvolueerd zijn. Inderdaad, de ontwikkelingstrajecten van de soort zouden cruciaal zijn in een dergelijk proces. Als we de evolutionaire bewering dat de soort vanzelf ontstond, moeten geloven, dan moeten heel veel embryonale ontwikkelingstrajecten op de een of andere manier een enorme verandering ondergaan hebben. Maar de verwachting van evolutionisten, dat de studie van een dergelijke ontwikkelingsevolutie inzicht zou opleveren in het evolutionaire proces en de geschiedenis, is op een teleurstelling uitgelopen.

Deze tekortkoming is bekend, zoals geïllustreerd wordt in deze 2015-paper.1:

“Ten eerste, traditionele vergelijkbare benaderingen van de van ontwikkelingsevolutie – hetzij gericht op het morfologische of op het moleculaire / genetische niveau – bereiken hun grenzen wat betreft verklaringskracht.”

Dit is een overdrijving. Te zeggen dat vergelijkbare benaderingen “hun grenzen bereiken wat betreft verklaringskracht” wil suggereren dat er ooit een aanzienlijk niveau van verklaring werd geboden. Dat zou een zeer optimistische interpretatie van de gegevens zijn.

Het artikel gaat verder:

“Hoe meer we leren over de evolutie van patroonvormende genen netwerken of de ontogenese van complexe morfologische eigenschappen, hoe duidelijker het wordt dat het niet eenvoudig is om iets over evolutionaire oorsprong of dynamica te besluiten op basis van alleen dergelijke vergelijkingen.”

“Niet eenvoudig”? Laten we duidelijk zijn -“onmogelijk” zou een meer accurate beschrijving zou. In feite onthult het bewijsmateriaal geen evolutionaire geschiedenis, maar wordt het slechts ondersteund door de theorie. Evolutionaire theorie volgt niet de gegevens, zoals Huxley had voorgeschreven, maar de gegevens volgen de theorie.

Het artikel vervolgt:

“Aan de ene kant is homoplasie of convergente evolutie overweldigend aanwezig op alle niveaus van onderzoek. Een van de meest geprezen belangrijke inzichten van EvoDevo is dat een gemeenschappelijke toolkit van genen en signaleringstrajecten steeds opnieuw wordt gebruikt om een grote diversiteit aan verschillende lichaamsontwerpen, vormen en organen te creëren.”

Meest geprezen belangrijke inzichten? Dat zou het toppunt kunnen zijn van alle eufemismen. Evolutionisten rationaliseren altijd desastreuze tegenstrijdigheden als leerzame momenten, en hier hebben we weer een voorbeeld. Het poneren van een “gemeenschappelijke toolkit” als een “groot inzicht” is lachwekkend.

Dit wordt duidelijk als het artikel verder gaat:

“Hierom impliceren overeenkomsten in genexpressiepatronen of morfologische structuur dikwijls niet gemeenschappelijke voorouders, omdat ze evengoed het frequente hergebruik van dezelfde regulerende of morfogenetische modules kunnen weerspiegelen.”

Grote overeenkomsten ‘impliceren niet noodzakelijkerwijs gemeenschappelijke voorouders’. We zijn nu een Lewis Carroll-wereld binnengetreden, zoals Sober het zou zeggen. Het hele punt van evolutie was dat dergelijke overeenkomsten een gemeenschappelijke afstamming onthulden en vereisten. Maar nu hebben we precies het tegenovergestelde, aangezien overeenkomsten niet het gevolg kunnen zijn van een gemeenschappelijke afkomst, maar onafhankelijk moeten zijn ontstaan. En dit is een “inzicht”? Een fundamentele voorspelling wordt gesloopt en evolutionisten gaan gewoon door. Dit is geen wetenschap.

Maar het wordt nog erger:

“Aan de andere kant laat de ontwikkeling van systeemafwijkingen toe dat geconserveerde netwerken aanzienlijk veranderen wat betreft hun componentgenen en regulerende interacties zonder de fenotypische uitingen die dergelijke systemen produceren te veranderen. Dit betekent dat zelfs functioneel geconserveerde regulatienetwerken onherkenbaar divergent kunnen worden op moleculair en genetisch niveau, vooral in grote evolutionaire tijdsperioden.”

We hebben nu het hoogtepunt van absurditeit bereikt. Eerst werden er belangrijke ontwikkelingsovereenkomsten gevonden die niet konden worden toegeschreven aan een gemeenschappelijke afstamming. Nu ontdekken we dat die ontwikkelingspaden, die (theoretisch) kunnen worden toegeschreven aan de gemeenschappelijke afstamming, totaal anders zijn.

Wanneer zal deze nare droom eindigen? De wetenschap is in tegenspraak met de theorie. Alweer. En weer. En weer. En weer.
Het stopt nooit. Geloof stuurt de wetenschap, en daar draait het om.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website Darwin’s God. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4357653/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. C.G. Hunter heeft een Ph.D. in Biophysics and Computational Biology van de University of Illinois. Hij is momenteel adjunct professor science and religion aan Biola University.