Hoe kunnen we verafgelegen sterren zien als het heelal jong is? – Deel 2

by | mei 18, 2024 | Astronomie & Kosmologie, Logos Basics

Hoe kunnen we verafgelegen sterren zien als het heelal jong is? – Deel 2

In het eerste deel van dit artikel kon je lezen over het probleem van het zien van verafgelegen sterren. In dit tweede deel kijken we naar een mogelijke nieuwe oplossing voor dat probleem, aangedragen door creationist en wetenschapper Dr. Russel Humphreys.

verafgelegen sterren

Een tipje van de sluier

Laten we eens een tipje oplichten van de sluier over de wijze waarop de nieuwe kosmologie het sterrenlichtprobleem op lijkt te lossen. Bedenk dat de benodigde tijd voor het reizen over een bepaalde afstand wordt bepaald door de afstand gedeeld door de reissnelheid. Dus: tijd = afstand : snelheid. Wanneer we dit toepassen op het licht van verre sterren, volgt hieruit een berekende tijd van miljoenen jaren. Sommigen hebben geprobeerd om de afstanden ter discussie te stellen, maar dat is een erg onwaarschijnlijke oplossing.1 Astronomen gebruiken veel verschillende methoden om de afstanden te meten, maar geen enkele goedgeïnformeerde creationistische astronoom zou willen beweren dat er fouten gemaakt worden van zo’n omvang dat deze de miljarden lichtjaren zouden reduceren tot bijvoorbeeld duizenden. Zelfs ons eigen melkwegstelsel heeft een doorsnede van ongeveer 100.000 lichtjaar! Als de snelheid van het licht ‘c’ onveranderd is, dan is het enige wat in de vergelijking overblijft om te onderzoeken, de tijd zelf.

In feite vertellen Einsteins relativiteitstheorieën de wereld al decennialang dat de tijd geen constante is. Wetenschappers kunnen misschien niet zeggen wat tijd precies is, maar ze kunnen die wel nauwkeurig meten. Zeer precieze atoomklokken meten de voortgang van de tijd en die blijkt van plaats tot plaats te verschillen. Er zijn twee zaken waarvan men aanneemt dat ze de tijd vervormen: de eerste is snelheid en de tweede is de zwaartekracht. Einsteins algemene relativiteitstheorie (AR), de beste zwaartekrachttheorie die we vandaag de dag kennen, geeft aan dat de zwaartekracht de tijd vervormt. Dit effect is ook in heel wat experimenten aangetoond. Klokken boven in wolkenkrabbers, waar de zwaartekracht een tikkeltje minder is, blijken iets sneller te lopen.2 Dit klopt met wat verwacht mag worden op grond van de algemene relativiteitstheorie. Wanneer de concentratie van materie maar dicht genoeg is, kan de vervorming door de zwaartekracht zo immens zijn dat zelfs het licht niet kan wegkomen.3 De vergelijkingen van de AR tonen aan dat op de onzichtbare grens die zo’n concentratie van materie omgeeft, de tijd letterlijk stilstaat, wat door een waarnemer op afstand kan worden waargenomen. Die onzichtbare grens wordt ook wel de waarnemingshorizon genoemd, het punt waarop de lichtstralen die aan de enorme aantrekkingskracht van de zwaartekracht proberen te ontsnappen, naar achteren buigen.

Het gebruik van andere uitgangspunten …

Dr. Humphreys’ nieuwe creationistische kosmologie rolt regelrecht uit de vergelijkingen van de AR, zolang men er maar van uitgaat dat het heelal gecentreerd is rond een middelpunt. Met andere woorden, dat het heelal een middelpunt en een einde heeft, zodat wanneer je in de ruimte zou gaan reizen, je ooit op een plaats komt waarachter zich geen materie meer bevindt. In deze kosmologie bevindt de aarde zich dicht bij het middelpunt, zoals het ook lijkt te zijn wanneer we de ruimte inkijken. Dit mag misschien logisch klinken, en dat is het ook, maar toch ontkennen alle evolutionistische (oerknal-)kosmologieën dit.

Men doet de willekeurige aanname (zonder enige wetenschappelijke noodzaak) dat het heelal geen grens, geen rand en geen middelpunt heeft. Dit wordt vreemd genoeg het ‘kosmologisch principe’ genoemd! In dit vooronderstelde heelal zou ieder melkwegstelsel omgeven worden door andere melkwegstelsels, die gelijkmatig alle richtingen op verspreid zijn (als je het tenminste op voldoende grote schaal beziet), en daardoor zouden alle invloeden van zwaartekracht elkaar opheffen. Dit is een filosofische aanname, feitelijk een religieuze aanname. De bedoeling erachter is de aarde weg te halen uit zijn bevoorrechte positie bij het centrum van het heelal (want dat is wat de Bijbel benadrukt: de aarde is het centrum van Gods handelen in het heelal).

De bekende kosmoloog George Ellis formuleert het zo: ‘Mensen dienen zich ervan bewust te zijn dat er verscheidene modellen zijn die de waarnemingen zouden kunnen verklaren.’ Hij stelt: ‘Ik zou een bolvormig, symmetrisch heelal kunnen bedenken, met de aarde als middelpunt, en dat is op grond van waarnemingen onmogelijk te weerleggen.’ Hij heeft hierover een artikel gepubliceerd. ‘Je kunt het alleen bestrijden op filosofische gronden. De melkwegstelsels lijken zich in concentrische schillen of banen rond ons eigen melkwegstelsel te groeperen. De afstandsinterval tussen deze schillen ligt in de orde van een miljoen lichtjaren. Een dergelijk patroon zou niet waarneembaar zijn als de aarde niet dicht bij het centrum van het heelal gelegen zou zijn. Volgens mij is daar dan ook niets mis mee. Wat ik beoog is dat men beseft dat we filosofische criteria hanteren om het model van het heelal te kiezen. Maar in de kosmologie proberen velen dat nu juist verborgen te houden.4

schema sterrenstelsels verafgelegen

De melkwegstelsels lijken zich in concentrische schillen of banen rond ons eigen melkwegstelsel te groeperen. De afstandsinterval tussen deze schillen ligt in de orde van een miljoen lichtjaren. Een dergelijk patroon zou niet waarneembaar zijn als de aarde niet dicht bij het centrum van het heelal gelegen zou zijn.

Het is dus niet alleen goed mogelijk om zo’n opvatting over het heelal te hebben, het bewijsmateriaal past hierin ook een stuk beter dan in het centrumloze, grenzeloze heelal zoals seculiere wetenschappers zich dat voorstellen. Er bestaan sterke aanwijzingen dat het heelal een middelpunt heeft. De straling die quasars uitzenden bijvoorbeeld, wordt gepolariseerd in een bepaalde richting. Melkwegstelsels blijken een voorkeursrichting te bezitten voor hun oriëntatie en de rood-verschuivingen binnen melkwegstelsels wijzen erop dat ze netjes gegroepeerd zijn en niet willekeurig verspreid.5 Dit gegroepeerde licht van melkwegstelsels doet veronderstellen dat ze georganiseerd zijn in concentrische schillen of banen op ongeveer een lichtjaar afstand van elkaar, en centraal gerangschikt rondom ons deel van het heelal. De waarschijnlijkheid dat de aarde in zo’n bevoorrechte positie zou verkeren in een volkomen toevallig, niet-ontworpen heelal, is kleiner dan één op de miljard!6

Deze waargenomen feiten lijken slecht te passen in een materialistische kosmologie, waarin een centrumloos, grenzeloos heelal, volkomen willekeurig spontaan is ontstaan. Het past daarentegen uitstekend in een heelal dat is ontworpen door een Schepper. De oerknaltheorie kent veel andere moeilijkheden,7,8 zo veel dat ook menige niet-gelovige wetenschapper pleit voor een radicale herziening9 ‘De oerknaltheorie rust op een steeds groter aantal hypotheses, op dingen die we nooit hebben waargenomen. Kosmische inflatie, zwarte materie en zwarte energie zijn de voornaamste. Zonder deze dingen zouden er fatale tegenstellingen bestaan tussen de waarnemingen en de voorspellingen van de oerknaltheorie.’10 Volgens de AR zou, wanneer het heelal begrensd is en een middelpunt heeft, er een netto zwaartekrachteffect zijn, dat gericht is op dat centrum. Klokken aan de rand zouden sneller lopen dan klokken op aarde, ervan uitgaande dat de aarde nabij het middelpunt ligt. Met andere woorden: het is niet langer voldoende te zeggen dat God het heelal maakte in zes dagen. Dat deed Hij zeker, maar zes dagen volgens welke klok? (Als we spreken over ‘Gods tijd’, gaan we voorbij aan het feit dat Hij Schepper is van de voortschrijdende tijd zoals wij die nu ervaren en dat Hij buiten de tijd staat en het overzicht heeft, van het begin tot het einde.11)

Uit waarnemingen vallen aanwijzingen af te leiden dat het heelal in het verleden is uitgedijd, wat overeenkomt met vele uitdrukkingen die God in de Bijbel gebruikt om ons te vertellen dat Hij de hemelen ‘uitspande’ 12 (andere verzen zeggen ‘uitspreidde’). Als het heelal niet veel groter is dan wat we kunnen waarnemen, en als het heelal in het verleden slechts 50 maal kleiner was dan het nu is, betekent dat volgens de wetenschappelijke gevolgtrekkingen gebaseerd op de AR, dat het uitgedijd moet zijn. Die uitbreiding vond plaats vanuit een situatie in het verleden waarbij het heelal was omgeven door een waarnemingshorizon (een toestand die technisch bekendstaat als een ‘wit gat’ – een zwart gat in omgekeerde toestand, iets wat de berekeningen van de AR toelaten). Terwijl de materie door de waarnemingshorizon heen kwam, volgens de theorie van Humphreys, moest de horizon zelf krimpen en uiteindelijk in het niets verdwijnen.

schema uitdijen heelal

Uitdijen van een begrensd heelal (boven).
Uitdijen van een onbegrensd heelal (onder).

Ergens in dat proces zou deze horizon de aarde moeten raken. Op dat bepaalde moment zou de tijd op aarde (in verhouding tot een zeer verafgelegen punt) schijnbaar stilstaan. Een waarnemer op aarde zou zich op geen enkele manier ‘anders voelen’. ‘Miljarden jaren’ zouden nog steeds beschikbaar zijn (vanuit het referentiekader waarin licht ver in de ruimte reist) voor het licht om de aarde te bereiken of voor sterren om te verouderen, enzovoorts, terwijl er minder dan een dag op aarde voorbijgaat.

Humphreys redeneerde dat deze indrukwekkende tijdsuitrekking als gevolg van de zwaartekracht wetenschappelijk onontkoombaar lijkt wanneer een begrensd heelal significant uitgedijd is vanuit een sterk opeengepakte, eerdere situatie. Wanneer in die tijd waarnemers vanaf de aarde als het ware zouden hebben gekeken en de snelheid ‘zagen’ waarmee het licht hen naderde uit de ruimte, zou het lijken alsof het licht veel sneller reisde dan ‘c’. Melkwegstelsels zouden ook veel sneller lijken te draaien. Maar wanneer een waarnemer daar ver in de ruimte de lichtsnelheid zou hebben kunnen meten, zou voor hem de lichtsnelheid gewoon ‘c’ zijn geweest.

Het is maar goed dat het geen creationisten zijn geweest die concepten hebben uitvonden als tijdsuitrekking door de zwaartekracht, zwarte en witte gaten, waarnemingshorizonten enzovoorts, want anders waren ze waarschijnlijk beschuldigd van het manipuleren van de gegevens om dit probleem op te lossen. Het interessante aan Humphreys’ kosmologie is dat ze gebaseerd is op wiskundige en natuurkundige principes die door alle kosmologen volledig geaccepteerd zijn, namelijk de algemene relativiteit. Tegelijkertijd gaat deze kosmologie ervan uit, net als vrijwel alle natuurkundigen, dat er in het verleden uitdijing heeft plaatsgevonden, hoewel niet vanuit een denkbeeldig klein punt. Er hoeft niets aangepast of ‘gekneed’ te worden. De resultaten vloeien hier als vanzelfsprekend uit voort wanneer men de ongefundeerde aanname van de aanhangers van de oerknaltheorie loslaat, namelijk het idee van de onbegrensde kosmos, of anders gezegd: ‘wat de deskundigen u niet vertellen over de oerknal’. Deze kosmologie lijkt veel van de waarnemingen te verklaren die worden gebruikt om de oerknaltheorie te ondersteunen, en dat zonder de feiten en het Bijbelse verslag van een jonge aarde geweld aan te doen.

Een nieuwe kosmologie die het licht-afstandsprobleem oplost

Elke theorie die feilbare mensen bedenken, ongeacht hoe geweldig die in overeenstemming lijkt te zijn met de gegevens, staat bloot aan herziening of maakt kans te verdwijnen als er in de toekomst nieuwe ontdekkingen worden gedaan. De hierboven genoemde kosmologie van het witte gat biedt weliswaar de mogelijkheid van uitrekking van de tijd, hoewel in niet helemaal de juiste mate, maar wijst in de goede richting door een bemoedigende theoretische en praktische onderbouwing. Zo is er de waargenomen abnormale versnelling (in de richting van de zon) van de Pioneer kunstmaan. Dit is verklaarbaar vanuit diverse creationistische kosmologische uitgangspunten zoals een kosmisch middelpunt, uitzetting van de ruimte en een uitrekking van de tijd van recente datum.20 Voorstanders van de oerknal zijn een antwoord op deze verschijnselen tot nu toe schuldig gebleven.

Dr. John Hartnett heeft deze drie concepten bijeengenomen in zijn ‘kosmologische relativiteit’. De relativiteit wijst naar de ontwikkeling van een speciale vorm van relativiteit voor de grootschalige structuur van het heelal. Die spreekt zich uit over de invloed van beweging op de tijd. De basis hiervoor werd gelegd door dr. Moshe Carmeli, en Hartnett toonde aan dat dit net zo goed kan worden toegepast op een heelal met een centrum van materie (zoals Humphreys stelde), terwijl het tevens alle waarnemingen verklaart. Dit maakt ook duidelijk waarom wij het licht van verafgelegen sterren kunnen zien en wel als direct gevolg van de manier waarop God het heelal uitstrekte in de scheppingsweek.13 Het model kent de gebruikelijke vier dimensies (drie van ruimte plus de tijd), maar voegt er een vijfde aan toe, namelijk de snelheid van de uitzetting van de kosmos, naar analogie van de invloed van snelheid op de tijd in de theorie van de speciale relativiteit. Zo weet Hartnetts model de structuur van de melkwegstelsels te verklaren zonder te moeten terugvallen op de totaal onzichtbare ‘zwarte materie’, een kunstgreep waar de oerknaltheorie nu eenmaal niet buiten kan. Hartnett heeft in artikelen aangetoond dat Carmeli’s vijfde dimensie (‘metric’ of de metrische dimensie) daadwerkelijk toepasbaar is.

Tijdsuitrekking heeft nog een gevolg, en dat is dat het heelal eindig en begrensd is. Dit heeft overigens niets te maken met het netto zwaartekracht-effect, maar meer met het uitrekken van de structuur van de ruimte. De ruimte is niet niets – er is enorm veel energie in het luchtledige. Met de schepping breidde God de ruimte zo snel uit, dat klokken op de aarde, dicht bij het beginpunt van de uitzetting, heel langzaam liepen vergeleken met die in de melkwegstelsels in het uitdijende heelal.

Conclusie

Wat zou onze mening zijn als niemand ooit had gedacht aan de mogelijkheid van tijdsuitrekking? Velen hadden zich misschien gedrongen gevoeld in te stemmen met de overtuiging van wetenschappers dat er absoluut geen oplossing mogelijk was: de miljarden jaren zijn een feit, en de Bijbel moet opnieuw geïnterpreteerd worden, of op steeds meer onderdelen simpelweg verworpen worden. Velen zijn ervan overtuigd dat christenen vanwege deze ‘onbetwistbare feiten’ niets anders konden dan de duidelijke Bijbelse leer van de recente schepping opgeven.

Zo’n herinterpretatie van de Schrift betekent echter ook dat de aarde oud is en dat zich onder onze voeten rotsen bevinden die zeer oude fossielen bevatten. Dit leidt dan via enkele logische stappen tot het accepteren dat er vóór Adam miljarden jaren van dood, ziekte en bloedvergieten zijn geweest. Wie zover is, doet afb reuk aan het historische raamwerk van schepping, zondeval en herschepping waarbinnen ons in de Bijbel het Evangelie wordt gepresenteerd.14 Binnen dit raamwerk heeft het Evangelie ons een zinnige boodschap te brengen en vormt het het fundament van de westerse beschaving, met al zijn verworvenheden. 15

illustratie dood en lijdenMaar ook al zouden we geen nieuwe ideeën over het ontstaan van de kosmos hebben gehad, ook al zou voor het probleem van het sterrenlicht geen oplossing zijn gevonden, dan nog zou een dergelijke herinterpretatie van de Schrift misplaatst zijn. Het gezag van de Bijbel mag nooit onderhevig gemaakt worden aan compromissen als gevolg van de ‘wetenschappelijke’ ideeën van de mens. Eén klein, tot dan toe onbekend feit, of één verandering in de basisaanname kan het hele plaatje op drastische wijze veranderen, zodat wat een ‘feit’ was, dat niet langer meer is. Het is goed om dit in ons achterhoofd te houden wanneer we te maken hebben met andere problematische gebieden die nog overblijven, ondanks het aanzienlijke bewijsmateriaal waarover we beschikken en dat wijst op een schepping zoals beschreven in Genesis. Alleen God heeft oneindige kennis. Door ons wetenschappelijk onderzoek te baseren op de aanname dat Zijn Woord waar is, in plaats van de aanname dat het foutief of niet relevant is, is het waarschijnlijker dat onze wetenschappelijke theorieën op de lange duur steeds nauwkeuriger de werkelijkheid zullen weergeven.

Hoe bestaat het?

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het boek: Batten, D., & Mediagroep In Genesis. (2009). Hoe bestaat het! 60 vragen over schepping, evolutie en de Bijbel (3de editie). De Banier.

Het betreft hoofdstuk 5,  ‘Hoe kunnen we verafgelegen sterren zien in een jong heelal?’, pagina 107-120.

Dit boek is tevens te koop in onze webshop: https://webshop.logos.nl/winkel/doelgroep/bovenbouw-middelbare-school/hoe-bestaat-het/

Voetnoten

  1. Er zijn miljarden sterren en veel ervan lijken op onze zon, als we afgaan op de analyse van het licht dat zij uitstralen. Dat enorme aantal sterren moet wel verspreid zijn in een ontzaglijke ruimte, anders zouden we allemaal geroosterd worden.
  2. Het aantoonbare nut van de algemene relativiteitstheorie bijvoorbeeld als het gaat om de natuurkundige aspecten van tijdmeting, moet los worden gezien van de ‘filosofische bagage’ die sommigen daar stiekem aan vastgekoppeld hebben. Sommige christenen hebben daar bezwaar tegen gemaakt vanuit de gedachte dat relativiteit in de natuurkunde steun biedt aan relativiteit in de moraal!
  3. Zo’n object heet een zwart gat.
  4. W.W. Gibbs, ‘Profile: George F. R. Ellis; Thinking Globally, Acting Universally’ in: Scientific American 273/4 (1995), p. 28-29.
  5. Zie ook het artikel: ‘Where is the centre of the universe?’ www.creation.com/astronomy#centre.
  6. D.R. Humphreys, ‘Our galaxy is the centre of the universe, ‘quantized’ redshifts show’ in: Journal of Creation 16/2 (2002), p. 95-104; www.creation.com/center.
  7. A.Williams en J. Hartnett, Dismantling the big bang; God’s universe rediscovered, Green Forest AZ, Verenigde Staten, 2005.
  8. Zie ook het artikel: ‘What are some of the problems with the big bang hypothesis?’ www.creation.com/astronomy#big_bang.
  9. C. Wieland, ‘Secular scientists blast the big bang’ in: Creation 27/2 (2005), p. 23–25; www.creation.com/bigbangblast.
  10. E. Lerner en 33 andere wetenschappers uit 10 verschillende landen, ‘Bucking the big bang’ in: New Scientist 182/2448 (2004), p. 20; www.cosmologystatement.org.
  11. Genesis 1:1; Prediker 3:11; Jesaja 26:4; Romeinen 1:20; 1 Timótheüs 1:17; Hebreeën 11:3.
  12. Bijvoorbeeld Jesaja 42:5, Jeremía 10:12 en Zacharia 12:1.
  13. Zie hiervoor: J. Hartnett, ‘A 5D spherically symmetric expanding universe is young’, in: Journal of Creation 21/1 (2007), p. 69-74, en andere artikelen op www.creation.com/hartnett. Er staat een goede technische samenvatting in het Engels op: http://creationwiki.org/Cosmological_relativity.
  14. D.J. Batten en J. Sarfati , 15 Reasons to take Genesis as history, Brisbane, Australië, 2006. De vertaalde versie is te krijgen via www.scheppingofevolutie.nl/winkel.
  15. A. Williams, ‘The biblical origins of science’ in: Journal of Creation (TJ) 18/2 (2004), p. 49-52; www.creation.com/stark.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!