Rustig staat het logge beest aan de rivieroever. Het buigt zijn kop en neemt wat slokken van het verkoelende rivierwater. Plots heft het zijn kop op. Een donderend geraas verbreekt namelijk de stilte, het logge beest wil nog maken dat het wegkomt, maar… het wordt meegesleurd door een stortvloed van water en verdrinkt.1

Nodosaurus, ankylosauria

Als je in de leefomgeving van dinosauriërs had geleefd dan zou je hier ooggetuige van geweest zijn. Soms lichten belangwekkende vondsten ook een tipje van de sluier op, zoals het fossiel dat vorige week gepresenteerd werd. Op 21 maart 2011 was Shawn Funk in Alberta Millennium met zijn grote machine aan het graven in de teerzanden. Hij stuitte op iets hards, veel harder dan het omliggende sediment. Wat hij gevonden had, was een dinosaurusfossiel van meer dan een ton in gewicht. Het fossiel werd verscheept naar een museum in Alberta en werd voorwerp van onderzoek door deskundigen. Het werd een meerjarenplan van zorgvuldige opgraven en prepareren dat een schat aan informatie en nieuwe inzichten opleverde. Een verslag van het onderzoek werd gepresenteerd in het juni-nummer van USA National Geographic.2

Beschrijving vondst

Het gaat om het meest complete exemplaar van een nodosaurus ooit gevonden. De nodosaurus heeft in tegenstelling tot zijn neef de ankylosaurus geen benige knots aan zijn staart maar kent wel grote benige uitsteeksels aan de zijkant ter bescherming. Deze vondst had ook van die decimeter lange ‘spikes’ aan de schouders. Deze ‘spikes’ dienden waarschijnlijk om indruk te maken op soortgenoten en om rivalen te intimideren. De ankylosauria worden door de zware bepantsering ook wel de tanks onder de dinosauriërs genoemd. De nodosaurus was vermoedelijk lid van het Ankylosauria-baramin.3

Het dinofossiel kent opmerkelijke details zoals de benige platen op de schedel, een voorpoot en gefossiliseerde huid. Volgens de onderzoekers was deze nodosaurus 5,5 meter lang en woog hij 1500 kilo. Het fossiel heeft een hoog fossilisatieniveau. Dat komt omdat de dino snel begraven werd. Volgens kenners is een dergelijk fossiel vinden net zo zeldzaam als een loterij winnen. Volgens paleontoloog Jakob Vinther, die werkte aan het fossiel, lijkt het net alsof het beest “vorige week hier nog rondliep. Ik heb nog nooit zoiets gezien.”

Onderzoekers speculeren dat het beest aan de rivieroever stond om daar te drinken maar dat een vloedgolf hem stroomafwaarts bracht. Uiteindelijk kwam het karkas in zee terecht en zonk het naar de bodem. De mineralen zorgde ervoor dat huid en pantser snel geconserveerd werd. Voor creationisten is deze snelle begraving geen enkel probleem, integendeel: het past bij een turbulent verleden. De creationisten die het Rekolonisatiemodel volgen zullen een vergelijkbaar scenario voorstellen als de naturalisten doen. Creationisten die denken dat veruit de meeste dino’s zijn omgekomen tijdens de zondvloed zullen wellicht het drink-rivier-scenario speculatief vinden maar zullen onderschrijven dat een dergelijke vondst het resultaat is van snelle sedimentatie. Dat we deze prachtige vondst hebben, is volgens de wetenschappers een kwestie van geluk. Uiteraard niet voor de nodosaurus. Hij moest het met de dood bekopen.

Zacht weefsel

Het lijkt alsof de ankylosauria al hun geschut dit jaar willen inzetten, want er werd naast bovengenoemde vondst ook nog een ankylosaurus gevonden in de Judith River Formation (Montana, VS).4 Het gaat om de meest complete ankylosaurus die er ooit gevonden is in Noord-Amerika.5 Er is ook weefsel bewaard gebleven zoals osteodermen met zacht weefsel, afdrukken van de huid en donker weefsel dat lijkt op keratine. Naturalistisch wordt deze ankylosauriër gedateerd op 75 tot 80 miljoen jaar. Maar hoe kan dergelijk zacht weefsel zo lang bewaard blijven? Welk mechanisme zit daarachter? Of gaat de grote hoeveelheid zacht weefsel in fossielen dat in de 21e eeuw gevonden wordt, zorgen voor een paradigma shift binnen de naturalistische paleontologie?

Voetnoten

  1. Met dank aan The Washington Post die mij als eerste op het idee bracht hier een artikel over te schrijven: https://www.washingtonpost.com/news/morning-mix/wp/2017/05/12/rare-as-winning-the-lottery-new-dinosaur-fossil-so-well-preserved-it-looks-like-a-statue/?utm_term=.72280b040805.
  2. Greshko, M., 2017, Turned into stone. How a Canadian mine yielded one of the best preserved dinosaurs ever found, National Geographic USA 2017 (6): 92-105. De prachtige platen uit het artikel kunnen we vanwege copyrights helaas niet laten zien.
  3. Ik spreek hier van vermoedelijk omdat hier nog geen officieel onderzoek van de baraminologen (zowel creationistische biologen als paleontologen) naar gedaan is.
  4. Arbour, V.M., Evans, D.C., 2017, A new ankylosaurine dinosaur from the Judith River Formation of Montana, USA, based on an exceptional skeleton with soft tissue preservation, Royal Society Open Science 2017 (5): 1-28.
  5. Merk op dat de vondst in Canada geen ankylosaurus is maar een nodosaurus.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

13 Comments

Eppie

“Het lijkt wel op een draak van Game of Thrones.”
Fotograaf [van] National Geographic

Reply
Hetty Dolman

Weer een herbivoor erbij! Heeft ‘creation science’ ooit uitgezocht hoeveel enorme planteneters er op de wereld leefden voor de zondvloed? En hoeveel die per dag aan groen eten verschalkten, naast mammoeten, mastodonten en alle andere grazers. En dan te bedenken hoeveel planten tijdens de zondvloed steenkool werden. Zelfs het aantal dieren die ooit hebben geleefd passen niet op de aarde, tenzij die tijdens de zondvloed is gekrompen. [Zouden] creationisten daar eens een onderzoek naar [kunnen doen].

Reply
Jan van Meerten

Geachte mevrouw Dolman, of dit een groot probleem is hangt er vanaf waar we de zondvloedgrens plaatsen. Veel creationisten zullen uw gedachte dat mastodonten en mammoeten voor de vloed leefden niet onderschrijven. Sterker nog zelfs creationisten die de grens hoog hanteren (zoals M.J. Oard) zullen aangeven dat de mammoet ná de vloed is omgekomen. Graag zou ik van u een berekening willen zien per creationistisch werkmodel. U geeft hierboven aan dat het een ‘probleem’ is maar schetst niet de grootte van het probleem. Over planten die verworden zijn tot steenkool hebben we het elders al eens gehad. Afgezien van het feit dat dit onderwerp onder dit bericht off-topic is bleek toen dat het ‘probleem’ door de opponent groter gemaakt wordt dan het is en dat creationisten wel degelijk een oplossingsrichting voorstellen hiervoor.

Reply
Hetty Dolman

De geachte heer van Meerten schreef:

“of dit een groot probleem is hangt er vanaf waar we de zondvloedgrens plaatsen. (….) zullen aangeven dat de mammoet ná de vloed is omgekomen.”

Dat zou betekenen dat er een basistype van de ark in een rap tempo is geëvolueerd naar mastodonten, mammoeten (6 soorten) die onmiddellijk weer uitstierven. Als de zondvloed een ijstijd veroorzaakte (van 500 jaar) hoe konden al die soorten zo snel ontstaan, zonder voedsel?

“Graag zou ik van u een berekening willen zien per creationistisch werkmodel.”

Die is er niet. Het creationisme heeft geen werkmodellen of iets dergelijks.

“U geeft hierboven aan dat het een ‘probleem’ is maar schetst niet de grootte van het probleem.”

Het probleem is, uitsluitend op basis van gewone logica, enorm. En dan gaat het er niet om of dieren voor of na de zondvloed leefden. Op basis van fossielen weten we dat er op aarde meer dieren hebben geleefd dan er nu bestaan erg veel meer. Ook als je een verdeling maakt van voor en na de zondvloed kunnen al die organismen niet in 2 fasen op de wereld hebben geleefd. Grote populaties dieren zoals dino’s en veel soorten slurfdieren, in een paar honderd jaar laten verschijnen en verdwijnen is niet realistisch. Dat is vergelijkbaar met een bewering dat u, met al uw voorouders samenleeft in het kasteel van een voorouder uit de middeleeuwen. Volgens biologen over de hele wereld is 99,9% van alle dieren en planten uitgestorven. Al die organismen moeten ergens hebben geleefd, zich voortgeplant hebben en voedsel hebben gehad. [Zie:] https://en.wikipedia.org/wiki/Extinction_event

“dan het is en dat creationisten wel degelijk een oplossingsrichting voorstellen hiervoor.”

(…) Verder wil ik u erop wijzen dat de natuur bestaat uit ecologische systemen waarbij sommige organismen bovenaan de voedselketen staan. Als dino’s bovenin zitten hebben zoogdieren weinig kans. Erkent creationisme [hiermee] geen voedselketens[?]

[Noot van de redactie: Beste Hetty, beschuldigingen zijn verwijderd omdat ze in strijd zijn met het moderatiebeleid.]

Reply
Jan van Meerten

Geachte mevrouw Dolman, in het artikel en de bovenstaande discussie ging het niet over evolutie van mastodonten en mammoeten. Evenmin ging het over het uitsterven van mastodonten en mammoeten. Het ging niet over een ijstijd en wanneer deze ijstijd precies ontstond en afgelopen was. En als laatste ging het ook niet over ecosystemen. Laten we niet onze doelpalen verzetten. Ik reageerde op uw stelling dat het aantal planteneters (met de nodosaurus als aanleiding) wat ooit geleefd heeft hier op aarde een probleem zou zijn voor een scheppingsparadigma. U gaat in uw laatste reactie met deze twee zinnen in op het door u opgeworpen probleem: “Op basis van fossielen weten we dat er op aarde meer dieren hebben geleefd dan er nu bestaan erg veel meer. Ook als je een verdeling maakt van voor en na de zondvloed kunnen al die organismen niet in 2 fasen op de wereld hebben geleefd.” Uit uw reactie wordt niet duidelijk wat u met de laatste zin wil zeggen. Om er toch op te reageren het volgende: Allereerst zou ik hier graag wat meer data voor zien. Daarnaast mis ik hierin een berekening per creationistisch werkmodel. Hier vroeg ik de vorige reactie ook om, wellicht heeft u dat over het hoofd gezien. De laatste vraag is belangrijk om te kunnen zien in welk werkmodel er een vermeend probleem is. Beide vragen zijn voorwaarden om het vermeende probleem op waarde te kunnen schatten en oplossingsrichtingen te kunnen geven.

Reply
peter b

“Dat zou betekenen dat er een basistype van de ark in een rap tempo is geëvolueerd naar mastodonten, mammoeten (6 soorten) die onmiddellijk weer uitstierven. Als de zondvloed een ijstijd veroorzaakte (van 500 jaar) hoe konden al die soorten zo snel ontstaan, zonder voedsel?”

[Dit is een onjuiste visie] m.b.t. het creatie-model. Binnen de biologie spelen transposons een steeds grotere rol. Precies zoals ik in mijn boek aangaf, bijna tien jaar geleden geschreven. Lees [daarvoor] mijn boek [i.p.v.] herhalen [v]an [onjuistheden].

Reply
Hetty Dolman

De geachte heer van Meerten schreef: “Daarnaast mis ik hierin een berekening per creationistisch werkmodel. Hier vroeg ik de vorige reactie ook om, wellicht heeft u dat over het hoofd gezien.”

Het creationisme ontbeert helaas een dergelijk werkmodel en heeft voor zover ik weet niet gedocumenteerd hoeveel dieren er ooit hebben geleefd, en waar en wanneer.

[Peter B. schreef:] “[Dit is een onjuiste visie] m.b.t. het creatie-model. Binnen de biologie spelen transposons een steeds grotere rol. Precies zoals ik in mijn boek aangaf, bijna tien jaar geleden geschreven. Lees [daarvoor] mijn boek [i.p.v.] herhalen [v]an [onjuistheden].”

Beste Peter B, als, zoals de heer van Meerten aangeeft, veel creationisten niet denken dat grazers als mastodonten, mammoeten en olifanten niet bestonden voor de zondvloed, dan zijn ze daarna zeer snel ontstaan en als mastodont en mammoet binnen die enkele honderden jaren weer uitgestorven. Als je daarmee oneens bent moet je niet bij mij zijn, maar bij die bepaalde creationisten.

Reply
Jan van Meerten

Geachte mevrouw Dolman, in uw reactie ontbreekt een verantwoording van het door u opgeworpen vermeende probleem. U schetst in één zin een vermeend probleem, het lijkt mij dat de bewijslast dan bij u ligt om het probleem aan te tonen, te omschrijven en te kwantificeren. Welke creationisten hebben waar een probleem met het ‘aantal dinosaurus-herbivoren’? U schrijft in reactie op de door mij zeer gewaardeerde Peter B.: “veel creationisten niet denken dat grazers (…) niet bestonden voor de zondvloed”. U legt mij hier woorden in de mond die ik niet uitgesproken heb. Nergens heb ik beweerd dat er geen olifantachtigen bestonden voor de vloed. Evenmin heb ik beweerd dat er überhaupt geen grazers bestonden voor de vloed. Wat ik wel heb beweerd is dat het spreken over variatie binnen de olifantachtigen niet over nodosaurus en ankylosaurus (dus herbivore dino’s) gaat en derhalve off-topic is.

Reply
Hetty Dolman

De geachte heer van Meerten schreef:

“In uw reactie ontbreekt een verantwoording van het door u opgeworpen vermeende probleem. U schetst in één zin een vermeend probleem, het lijkt mij dat de bewijslast dan bij u ligt om het probleem aan te tonen, te omschrijven en te kwantificeren.”

Dat kan zijn, maar dat hoeft niet persé creationistische info te zijn. Ik heb u een link gegeven met de uitstervingsgolven uit de geschiedenis en grafiekjes met goed beschreven populaties op basis van fossielen. Er zijn talloze lijsten met uitgestorven diersoorten te vinden en in welk tijdperk die leefden. We hebben allerlei info over hoe ecosystemen werken met voedselketens. Volgens biologen is 99% van alle ooit bestaande diersoorten uitgestorven. Juist creationisten zouden hier iets mee moeten doen, want nu overheerst het beeld dat er geen enkele mogelijkheid is dat wij samengeleefd hebben met grote groepen hele grote herbivoren, tezamen met grote andere uitgestorven grazende dieren, omdat we al met miljoenen diersoorten op de aarde samenleven. Als voorbeeld kan ik de katachtigen nemen die nu samen met slangen, hondachtigen, marterachtigen etc. een evenwicht vormen met het voorradige aantal prooidieren. Het is bekend dat hier een evenwicht moet zijn.

Uw exacte woorden wat betreft slurfdieren waren: “Veel creationisten zullen uw gedachte dat mastodonten en mammoeten voor de vloed leefden niet onderschrijven.”

Dan ga ik uit van een creationistisch ‘basistype’ slurfdier die zich na de zondvloed heeft uitgesplitst en onmiddellijk weer is uitgestorven behalve de olifant. Wat mij heel moeilijk [lijkt] in de post zondvloed tijd zoals omschreven door creationisten. Ik kom hierop terug na mijn vakantie. Tot over een maandje, wie weet vind ik nog wat tijd in een WiFi-zone.

Reply
Jan van Meerten

Geachte mevrouw Dolman, u schrijft: “Dat kan zijn, maar dat hoeft niet persé creationistische info te zijn”. Het moet kale data zijn zonder naturalistische interpretatie. Een (al dan niet) losse-pols-berekening is wat mij betreft niet voldoende om het probleem te omschrijven. Daarnaast zijn dergelijke berekeningen gedaan binnen naturalistische kaders van miljoenen jaren en daarmee niet een-op-een over te zetten in het scheppingsparadigma. We dienen m.i. rekening te houden met de modellen die creationisten opgesteld hebben. Als we niet gekeken hebben of ‘het aantal herbivore diersoorten’ past binnen één van de werkmodellen binnen het scheppingsparadigma is het niet mogelijk om iets te bestempelen als probleem voor creationisten. Om bij de kasteelanalogie te blijven: als we alleen van horen zeggen de mensen beschrijven in het kasteel en met die geruchten het kasteel beschrijven als overvol en daarom niet bestaand, dan komen we bedrogen uit. We moeten het kasteel in en elke persoon traceren die in het kasteel woont en hoe hij het wonen in een kasteel beleefd. Wat u schrijft over die ecosystemen dat is interessant maar dan moeten we eerst helder hebben welke dieren er leefden en waarom zo’n ecosysteem niet in ‘evenwicht’ zou kunnen zijn. Een fijne vakantie toegewenst!

Reply
Rinus Kiel

Jan van Meerten: Vele crea’s hebben toch een iets ander beeld. 1. zien zij de vloed als een totaal verpulverende catastrofe die alle land-dieren restloos vernietigt, wellicht moleculair teruggevonden in de lagen van het Precambrium. 2. eindigt bij hen de vloed ergens op de grens van Carboon en Perm. 3. De dieren uit de ark verspreiden zich tijdens het Mesozoïcum over de aarde, reptielen en amfibieën het snelst, de zoogdieren nemen meer tijd en mijden de nog zeer actieve randen van de vastelanden en de riviervalleien. In die laatste gebieden vinden wij dan ook meestal de dino’s. 4. Na de vloed is de aarde niet een toonbeeld van rust, maar een nog woest en ongetemd gebied, waar nog vele, soms uitgebreide catastrofes plaatsvinden, nogal eens geïnitieerd door kosmische inslagen. 5. Ten gevolge van dit alles vinden we fossielen van zoogdieren meestal hoger in de geologische kolom, evenals de schaarse menselijke resten. 6. Dat betekent dat alle fossielen van landdieren en mensen dateren van NA de vloed. 7. Vele onderzoekers hanteren niet de Masoretische chronologie naar die van de Septuagint, waardoor er tussen vloed en Abraham minimaal 730 jaar meer beschikbaar zijn.

Reply
Jan van Meerten

Geachte heer Kiel, in het bovenstaande artikel wordt uw optie besproken met de zin: “De creationisten die het Rekolonisatiemodel volgen zullen een vergelijkbaar scenario voorstellen als de naturalisten doen.” Dank voor de aanvulling van deze zin door dit model nog wat verder uit te kristalliseren. Logos Instituut heeft eerder een artikel van u over deze materie geplaatst: https://logos.nl/zondvloed-en-geologie-rekolonisatiemodel/. Zelf maak ik hierin geen keuze. Zoals elders weergegeven hanteer ik al deze modellen als interessante werkmodellen die er naast kunnen zitten. Wat betreft de nodosaurus die hierboven besproken wordt, kan het haast niet anders dat het beest snel begraven is. Dat past goed in beide scenario’s. Hoe groot het aantal creationisten is die het Rekolonisatiemodel ‘volgen’, is mij niet bekend.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over