Hoe zijn verkeerde dingen in de wereld gekomen?

by | feb 28, 2024 | Apologetiek, Logos Basics, Theologie

Hoe zijn verkeerde dingen in de wereld gekomen?

De Bijbel leert dat God de Schepper is van alle dingen. In Genesis 1 lezen we meerdere keren dat God Zijn creaties “goed” of zelfs “zeer goed” noemde. Maar hoe zit het dan met dingen als ziekmakende virussen, dodelijke roofdieren en andere ‘verkeerde dingen’ in de wereld? Kortom: horen lijden en dood bij diezelfde “goede schepping”? Dit artikel is gebaseerd op hoofdstuk 6 van het boek Hoe bestaat het! en gaat in op deze belangrijke vraag.

Hoe zijn verkeerde dingen in de wereld gekomen?

  • Als God Zijn oorspronkelijke schepping als ‘zeer goed’ bestempelde, waarom zien we dan nu dat de natuur vol bloedvergieten en lijden is?
  • Heeft God de dieren dan geschapen met alles wat ze nodig hebben voor aanval en verdediging?
  • Of werden ze misschien opnieuw ‘ontworpen’ na de zondeval?
  • Zou er geen bevolkingsexplosie ontstaan als dieren elkaar niet opaten?

Geen eenduidig standpunt onder creationisten

Adelaar

Sommige dieren lijken ontworpen te zijn om andere dieren te doden en op te eten

Voor de zondeval kende de wereld geen dood, ziekte of lijden, want God noemde de voltooide schepping ‘zeer goed’ (Gen. 1:31). In overeenstemming hiermee gaf God de dieren planten als voedsel (Gen. 1:29-30). Veel schepselen zijn momenteel uitgerust met mogelijkheden die ontworpen lijken te zijn om andere dieren aan te vallen, pijn te doen, te vangen, te doden of op te eten, of om zichzelf te verdedigen in vergelijkbare situaties. Kijk bijvoorbeeld eens naar de giftanden van slangen, de grote vleesetende katachtigen en het spinnenweb, om er maar enkele te noemen.

Wanneer en hoe is dit allemaal ontstaan? Ze passen bij een gevallen wereld, maar waren in de tijd voor de zondeval onnodig. Op deze vraag bestaat geen eenduidig standpunt of antwoord waar alle creationisten zich in kunnen vinden. Daarom zullen we nu kort de voors en tegens van een aantal mogelijkheden onder de loep nemen.

Bijbelse gegevens die betrekking hebben op de vraag hoe verkeerde dingen in de wereld zijn gekomen

We zullen allereerst moeten kijken naar wat de Bijbel over deze vraag te zeggen heeft. Hierbij moeten we bedenken dat de Bijbel ons weliswaar juiste, maar niet per se uitputtende informatie geeft. We zouden vervolgens kunnen proberen de hiaten in onze kennis op te vullen met redeneringen die wellicht enigszins speculatief zijn, maar die wel gebruikmaken van wat we weten over het leven op aarde. De Bijbel leert het volgende:

  • Zowel mensen als dieren kregen in het begin planten als voedsel aangewezen (Gen. 1:29-30). Er werd voor de zondeval geen vlees gegeten, noch door mensen noch door dieren. Het vleesetende deel van de huidige ‘voedselketen’ bestond nog niet. Terecht beschreef God Zijn schepping als ‘zeer goed’ (Gen. 1:31).
  • De Bijbel maakt een helder onderscheid tussen de status van planten en die van dieren. Mens en dier worden in Genesis beschreven als wezens die een levende geest zijn of hebben, uitgedrukt met het Hebreeuwse woord nephesh. Zie hiervoor ook Genesis 1:20-21, 24, waar nephesh chayyah vertaald wordt met ‘levende wezens’, en Genesis 2:7, waar Adam een ‘levende ziel’ werd (nephesh chayyah). Nephesh draagt de grondgedachte over van een ‘ademend schepsel’. Dit woord wordt in het Oude Testament ook algemeen gebruikt in combinatie met andere woorden, om bijvoorbeeld ideeën van gevoelens en emoties over te dragen. Mogelijk refereert nephesh aan leven met een zeker bewustzijnsniveau. Planten beschikken niet over een dergelijke nephesh, dus wanneer Adam een wortel zou hebben gegeten, was er geen sprake van dood in de Bijbelse zin van het woord.
  • Op een dag zal de wereld hersteld worden (Hand. 3:21) tot een toestand waarin er opnieuw geen geweld en dood zullen zijn in het dierenrijk. Of Jesaja 11:6-9 nu begrepen wordt als een verwijzing naar een duizendjarig rijk of een nieuwe aarde, op dit punt is er geen verschil. Lammeren, wolven, luipaarden, kinderen, beren, kalveren en slangen zullen allemaal in vrede met elkaar leven. Leeuwen zullen weer planteneters zijn. Het is duidelijk dat dit visioen over de toekomstige gelukzaligheid iets van de heerlijkheid weerspiegelt uit het vroegere paradijs dat door de zonde verloren is gegaan.
  • Het is duidelijk dat er voor de zondeval geen ziekte, lijden of dood van dieren was (bij de nephesh-schepselen). Dit roept de vraag op wat we moeten verstaan onder een nephesh-dier. Hebben eencellige organismen zoals bacteriën en gist, of ongewervelden zoals wormen, insecten en garnalen, nephesh-leven? De Schrift geeft ons enkele aanwijzingen. Zij vertelt ons dat ‘de ziel (ook hier weer het woord nephesh) van het vlees in het bloed is’ (Lev. 17:11; zie ook Gen. 9:4). Als we deze definitie gebruiken om organismen te onderscheiden in een groep mét en een groep zónder dergelijk nephesh-leven, is die tot een bepaalde hoogte bruikbaar – ze zou micro-organismen van nephesh-leven uitsluiten. Maar er blijven nog steeds een paar lastige zaken over, namelijk om vast te stellen wat er met bloed wordt bedoeld. Insecten en schaaldieren bijvoorbeeld hebben ook een soort bloed, hoewel het enigszins verschilt van het bloed van gewervelde dieren. De aanwezigheid van hemoglobine is ook niet afdoende om uitsluitsel te geven, want dat wordt zelfs in sommige planten aangetroffen. Het geven van namen aan de landdieren door Adam in Genesis 2 zou ons verdere aanwijzingen kunnen geven. Adam gaf een naam aan ‘alle levende ziel’ (nephesh chayyah, Gen. 2:19). Wat gaf hij een naam? ‘Adam gaf namen aan al het vee (…) het gevogelte des hemels en (…) al het gedierte des velds (Gen. 2:20).1 Het kan op dit punt veelzeggend zijn dat de remes, Hebreeuws voor ‘kruipend gedierte’ van Genesis 1:24, hier niet bij hoorden, zoals de gerespecteerde theoloog Leupold aangaf. Als bijvoorbeeld de insecten en wormen onder ‘kruipend gedierte’ zouden vallen, hebben zij mogelijk geen nephesh-leven. De Schrift is hier echter niet duidelijk over, dus moeten we op dit punt niet dogmatisch zijn. Het lijkt in ieder geval veilig om te zeggen dat er voor de zondeval geen gewelddadige dood was, zeker niet met bloedvergieten. Met andere woorden, schepselen die we in alledaags spraakgebruik ‘dieren’ zouden noemen, vochten niet, doodden niet, vergoten geen bloed van andere schepselen en aten elkaar niet op, zoals veel dieren nu wel doen.

Pas ná de zondvloed mocht de mens vlees eten (Gen. 9:3). Dit zou eventueel veroorzaakt kunnen zijn door het feit dat tijdens de zondvloed veel plantensoorten waren uitgestorven die voorheen in alle eiwit- en vitaminebehoeften van de mens konden voorzien. In onze tijd goed gevoed worden met een volledig vegetarisch dieet is moeilijk, maar niet onmogelijk. Natuurlijk zou het kunnen zijn dat de mensen toch dieren gegeten hebben, zelfs voordat God er toestemming voor gaf. Als dat al gebeurde, was het waarschijnlijk niet wijdverspreid, want uit de Schrift blijkt dat de dieren voor de zondvloed nagenoeg geen vrees voor mensen hadden (Gen. 9:2).

Uitgerust voor aanval en verdediging

Fruit

Mens en dier waren oorspronkelijk vegetariërs

Tegenwoordig hebben dieren een bepaalde biologische ‘uitrusting’, die hen in staat stelt om anderen aan te vallen of om zich te verdedigen. Laten we voor het gemak deze beide vormen van uitrusting samenvoegen onder de naam ‘verdedigings- en aanvalsuitrusting’ (voor het gemak afgekort tot VAU). De eerste vraag is dan: Is deze uitrusting mogelijk ontworpen om kwaad te doen? De volgende vraag die daarmee verband houdt is: Wanneer ontstond die uitrusting? Want een VAU zou in een wereld zoals die vóór de zondeval bestond, toch behoorlijk misplaatst zijn?

We bekijken nu enkele mogelijkheden als antwoord op deze vragen, gevolgd door een discussie over de problemen waar we op stuiten.

Twee standpunten onder de loep genomen

Standpunt 1: VAU hebben huidige functie door degeneratie, na de zondeval

Zaken die nu onder VAU vallen, zijn oorspronkelijk niet voor dit doel ontworpen en hadden een andere functie in de periode voor de zondeval. Zij hebben hun huidige functie gekregen door degeneratie, bijvoorbeeld door mutaties.

Men kan wijzen op het feit dat sommige schepselen nu scherpe tanden hebben die eruitzien alsof ze gebruikt worden om vlees uiteen te scheuren, terwijl we weten dat ze niet voor dat doel gebruikt worden. De vleerhond of de vruchtenetende vleermuis is een prima voorbeeld hiervan. 2 Sommige soorten binnen de piranha-vissengroep gebruiken hun kaken en tanden alleen maar om planten te eten. Vervolgens zouden we kunnen redeneren en vragen waarom de tanden van een leeuw voor de zondeval niet gebruikt zouden kunnen zijn om vruchten te eten. Virussen die tegenwoordig schadelijke genen injecteren in hun gastheren, hadden voor de zondeval misschien een andere, nuttige functie.3

Vleerhond

Verschillende soorten vleermuizen hebben elk hun eigen voedselpatroon, maar hun tanden zijn vergelijkbaar.

Ook andere schadelijke structuren hadden voor de zondeval wellicht een andere functie. Die functie zou verloren kunnen zijn gegaan of gewijzigd, hetzij door eigen keuze4 of (wat doorgaans wordt beweerd) door degenererende mutaties. De reuzenpanda heeft scherpe tanden en klauwen en desondanks gebruikt hij ze voornamelijk om plantaardig materiaal (bamboe) af te scheuren en te eten. Zo af en toe blijken panda’s ook wel kleine dieren te eten. Stel dat de panda volledig op vlees zou overstappen, en de mens de panda pas op dat moment, na de wisseling van het voedselpatroon, zou ontdekken en voor het eerst zou observeren. Het zou dan moeilijk voorstelbaar zijn dat hun tanden en klauwen oorspronkelijk waren bedoeld om er planten mee te eten.

Panda

Panda’s hebben scherpe tanden en klauwen, maar eten voornamelijk bamboe.

Immuunsystemen hebben als belangrijkste functie om het ‘eigene’ van het ‘niet-eigene’ te onderscheiden. Die functie zou van belang zijn voor de lichamelijke integriteit, ook in de wereld van voor de zondeval. Natuurlijk werden deze systemen nog belangrijker in de tijd na de zondeval, om zich tegen zulke ziekteverwekkende organismen te beschermen.

Standpunt 1 vermijdt het probleem van een goede God Die schadelijke structuren ontwerpt.5 Moeilijkheden ontstaan echter als dit standpunt wordt gebruikt om alle gevallen van VAU te verklaren. Nagenoeg alle schepselen hebben een vorm van VAU, al is het maar een zeer gevoelig zenuwstelsel om te waarschuwen tegen een aanval. Alles wijst erop dat ze zijn ontworpen om te overleven in een gevallen wereld. De meeste onderdelen van de VAU geven blijk van een complex en specifiek ontwerp.

Grote Kat

De aanpassingen aan het eten van vlees in het ontwerp van een katachtige behelzen meer dan alleen scherpe tanden.

Eigenlijk zijn de meeste, zo niet alle, voorbeelden die door creationisten worden gebruikt om ontwerp aan te tonen in levende wezens, voorbeelden van de VAU. Als we stellen dat de VAU, of ten minste enkele aspecten van de huidige functies ervan, is ontstaan door toevallige mutaties, zouden we het belangrijkste argument dat spreekt voor ontwerp, ernstig ontkrachten. Dat zou namelijk betekenen dat miljoenen verschillende, complexe en ingewikkelde patronen door toeval zijn ontstaan (via mutaties en natuurlijke selectie). Denk maar aan de geraffineerde scheikunde die nodig is om spinnenzijde te maken en aan de technische hoogstandjes die spinnenwebben zijn. Er bestaan zelfs spinnenwebben die vogels kunnen vangen. Alle complexe machinerieën waarmee deze webben gemaakt worden, zijn gekoppeld aan geprogrammeerde instincten (een programmering die gecodeerde informatie bevat) om de spinnen te vertellen waar ze het beste hun web kunnen bouwen voor de beste vangstresultaten, en wanneer en hoe ze hun prooi moeten benaderen om hem te doden.

Er zijn letterlijk miljoenen voorbeelden te vinden die eersteklas bewijs vormen dat God ook de VAU doelbewust heeft ontworpen. Slang met prooi Wij blijven dan ook bij het standpunt dat complex en doelgericht ontwerp wijst op intelligente en doelgerichte schepping. Het volgende probleem met deze redenatie is, dat in ieder geval waarbij de VAU wordt waargenomen, de werkelijke functie ervan (van voor de zondeval) iets anders geweest zou moeten zijn. Je zou hiertegen in kunnen brengen dat onze onwetendheid over de precieze werking van die functie voor de zondeval, niet per se wil zeggen dat die functie er niet is geweest. Dit is natuurlijk waar, maar als deze bewering wordt toegepast op elk van die miljoenen gevallen van de VAU, bereikt dit de grenzen van de geloofwaardigheid.

Ontworpen jachtinstinct?

Het is belangrijk om goed te beseffen wat er allemaal komt kijken bij een specifieke verdedigings- en aanvalsuitrusting. Zo kunnen discussies over de vorm van tanden en klauwen voorbijgaan aan het feit dat kenmerken van specifiek ontwerp van vleeseters bij de katachtigen veel meer inhoudt dan alleen scherpe tanden. Een leeuw heeft nauwkeurig geprogrammeerde jachtinstincten en een immense spierkracht, waarmee hij de nek van een gnoe in één klap kan verbrijzelen. Zijn spijsverteringssysteem is precies afgestemd op voedsel dat bestaat uit vers vlees (hoewel leeuwen in een crisissituatie met groenten kunnen volstaan; omdat vlees lichter verteerbaar is, zouden degeneratieve veranderingen ervoor verantwoordelijk kunnen zijn dat de leeuw vlees is gaan eten). Al deze argumenten geven overduidelijk de indruk dat een leeuw een hoogwaardig ontworpen jager is, een moordmachine. Zulke eigenschappen komen zeer wijdverspreid voor. Wat moet de functie van de razende snelheid van het jachtluipaard voor de zondeval zijn geweest?6 Waarvoor gebruikte de bombardeerkever zijn super ingewikkelde dubbele kanonnen, die nu nuttig zijn om aanvallers te bestoken? En als we al een doel zouden kunnen bedenken, blijft de vraag bestaan hoe en wanneer het geprogrammeerde instinct is ontstaan om op kevereters te schieten.

Het idee dat de giftanden van de slang voor de zondeval gebruikt zouden kunnen zijn om fruit te eten en een verzachtende substantie in het fruit te spuiten, leidt tot hetzelfde probleem. Waarom, hoe en wanneer (als dit niet door directe schepping plaatsvond) is bij slangen niet alleen hun voedsel, maar ook hun gedrag veranderd? Dat gedrag lijkt namelijk geprogrammeerd te zijn in hun genetische code en is geen kwestie van een bewuste keuze.7 In ieder geval bevat slangengif complexe chemicaliën, die ontworpen lijken te zijn voor doeleinden die niets te maken hebben met het eten van fruit. Een van deze chemicaliën heeft als functie om in een aanval op het centrale zenuwstelsel van de prooi de ademhaling te laten stoppen, een andere stof blokkeert specifiek het bloedstollingsmechanisme, zodat de prooi ten gevolge van inwendige bloedingen doodbloedt. Ondanks bovengenoemde problemen zou de verklaring wel juist kunnen zijn in sommige, of misschien wel in vele gevallen. De vrouwtjesmug zuigt bloed, omdat zij hemoglobine nodig heeft om zich voort te planten. De mannetjesmug zuigt alleen sap uit planten. Misschien zogen ze voor de zondeval wel allebei sap uit planten en konden ze met het uiteindelijke uitsterven van sommige plantensoorten niet meer zo gemakkelijk hemoglobine uit planten zuigen. (Zoals hierboven reeds beschreven, bevatten sommige levende planten hemoglobine.)

Standpunt 2: elk complex ontwerp, inclusief de VAU, vereist de rechtstreekse hand van de Ontwerper

Wie een complex ontwerp bekijkt, ziet dat het de rechtstreekse hand van de Ontwerper vereist, of het nu voor de verdedigings- en aanvalsuitrusting (VAU) is of voor iets anders. Er zijn vanuit dit standpunt verschillende mogelijkheden, zoals de volgende.

1. Voor de zondeval zijn er helemaal geen schepselen met VAU geweest: deze schepselen werden allemaal na de zondeval geschapen. Dit zou betekenen dat de meeste schepselen die nu leven op aarde, voor de zondeval niet op aarde vertegenwoordigd waren.

De Bijbel vermeldt nergens dat zo’n nieuwe schepping heeft plaatsgevonden; Exodus 20:11 spreekt dit idee direct tegen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit standpunt niet veel aanhangers kent.

2. De ontworpen programmering voor de VAU was al aanwezig voor de zondeval, misschien in latente of verborgen vorm.

Dit zou erop wijzen dat de zondeval van tevoren bij God bekend was, iets wat natuurlijk Zijn alwetendheid weerspiegelt. Het wordt ook duidelijk gesteld in diverse bijbelgedeelten die bijvoorbeeld spreken over God Die mensen verkiest ‘in Hem vóór de grondlegging der wereld’ (Ef. 1:4). Deze ontworpen programmering kwam pas naar voren toen ze in één klap openbaar werd na de zondeval, of door de natuurlijke processen van recombinatie en selectie. Als dit laatste het geval zou zijn, wijst dit opnieuw op de voorkennis van God, en wel de wetenschap dat er slechts een korte tijd zou liggen tussen schepping en zondeval. Want anders zouden recombinatie en selectie ervoor hebben gezorgd dat deze VAU uiteindelijk na verloop van tijd in de hof van Eden als vanzelf openbaar zou zijn geworden.

Het is echter niet eenvoudig voor te stellen hoe een zodanige zelf-activering genetisch kan plaatsvinden in zo’n ontzettend groot aantal schepselen, die dan ook nog ecologisch op elkaar ingespeeld moeten raken. Denk je maar eens in: de verdedigingsstructuur moet wel heel snel en slim tot stand komen nadat je vijand een nieuw wapen tot zijn beschikking heeft gekregen.

3. Na de zondeval zijn er geen nieuwe schepselen geschapen, maar zijn vele bestaande schepselen ‘herontworpen’, met de toevoeging van nieuwe ontwerpinformatie in hun DNA.

Voor dit standpunt is in de Schrift slechts indirect bewijs te vinden. De vloek die bij de zondeval op de schepping werd gelegd, veroorzaakte biologische veranderingen in de mens. Zij zouden vanaf dat moment sterven (Gen. 3:19) en de pijn bij het baren van kinderen zou toenemen (Gen. 3:16). De grond werd ook vervloekt, zodat dorens en distels zouden ontstaan (Gen. 3:18). Dit laatste wijst op biologische veranderingen in planten. In ieder geval de slang lijkt radicaal en permanent door God te zijn herontworpen als gevolg van de vloek (Gen. 3:14).

Door de zondeval ontstonden er dus veranderingen in mensen, dieren, planten en de aardbodem. Alles wijst erop dat deze dingen voortkwamen uit een soeverein ingrijpen dat volgde op de zonde van Adam, en niet simpelweg doordat ‘de dingen op hun beloop werden gelaten’.8 Als we het zo zien, komt dit overeen met Bijbelteksten als Romeinen 8, waar de hele schepping wordt omschreven als onderworpen aan de vervloeking en op dit moment in afwachting van de verlossing van de gevolgen van de zonde.

Conclusie

De Bijbel geeft simpelweg niet genoeg informatie op grond waarvan christenen dogmatisch kunnen blijven vasthouden aan een van de bovenstaande standpunten, als zijnde het enig juiste of absoluut af te wijzen. Verschillende standpunten zouden gedeeltelijk en tegelijkertijd van toepassing kunnen zijn. Als gevallen schepselen in een gevallen wereld kunnen we ons maar moeilijk voorstellen hoe de wereld van voor de zondeval nu daadwerkelijk is geweest. Wij zijn beperkte schepselen, die niet over alle informatie beschikken. Daarom moeten we bijzonder zorgvuldig zijn in onze argumentatie om dingen van het verleden te bekijken met de ogen van nu.

Uit Gods Woord komt duidelijk naar voren dat de huidige situatie van de wereld ‘rood is van het bloed en zwart van de dood’, als gevolg van geweld, wreedheid en bloedvergieten. Die toestand bestond niet in de wereld voordat Adam zondigde, en zal eveneens geen plaats hebben in de herstelde schepping.

Aanhangsel: Bevolkingsexplosie?

In de huidige ‘gevallen’ wereld zien we dat de dood en het feit dat dieren andere dieren opeten, nuttige middelen zijn om overbevolking van de aarde door één bepaalde diersoort te voorkomen. Sommige mensen vragen zich af hoe een dergelijke overbevolking te vermijden was geweest zonder dood en bloedvergieten, als er geen zondeval zou zijn geweest.

Het antwoord op deze vraag spreekt voor zichzelf, omdat de Bijbel aangeeft dat de rebellie van Adam (en dus de noodzaak tot vergieten van het bloed van het Lam van God, Jezus Christus) reeds vóór de schepping voorzien was. Zelfs als dit niet zo zou zijn, is het zeker aanmatigend om te suggereren dat de almachtige Schepper niet in staat zou zijn geweest om andere middelen te bedenken waarmee dit probleem omzeild zou kunnen worden. God gaf het bevel tot voortplanting om ‘de aarde te vervullen’ (Gen. 1:22,28), en zodra dit voltooid was, zou het bevel niet langer van toepassing zijn en zou het ‘vullen’ stoppen. Er bestaat al een natuurlijk mechanisme om bevolkingsgroei te begrenzen, en dat is alom bekend. Sommige dieren verminderen hun voortplantingssnelheid drastisch wanneer ze geconfronteerd worden met overbevolking. Pas als de dichtheid van het aantal dieren weer daalt, verhoogt de voortplantingssnelheid zich weer.

Meer Logos Basics lezen?

Je vind het overzicht hier.

 

Hoe bestaat het?

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het boek: Batten, D., & Mediagroep In Genesis. (2009). Hoe bestaat het! 60 vragen over schepping, evolutie en de Bijbel (3de editie). De Banier.

Het betreft hoofdstuk 6,  ‘Hoe zijn verkeerde dingen in de wereld gekomen’, pagina 121-131.

Dit boek is tevens te koop in onze webshop: https://webshop.logos.nl/winkel/doelgroep/bovenbouw-middelbare-school/hoe-bestaat-het/

Voetnoten

  1. Voor een discussie over welke soorten Adam een naam gaf, zie R. Grigg, ‘Naming the animals: All in a day’s work for Adam’, in: Creation 18/4 (1996), p. 46-49; www.creation.com/content/view/1001.
  2. P. Weston, ‘Bats: sophistication in miniature’, in: Creation 21/1 (1998), p. 29-31; www.creation.com/bats-sophistication-in-miniature-creation-magazine.
  3. Virussen zouden bijvoorbeeld voor de zondeval een rol kunnen hebben gespeeld in het overbrengen van genetische informatie om de genetische diversiteit te handhaven of te doen toenemen. Er zou geen enkele informatiesprong in toenemende complexiteit nodig zijn om hen in staat te stellen in plaats daarvan ziekten te veroorzaken. Genen zouden verkregen kunnen zijn uit gastheren, of zelfs door mutaties gemodificeerd kunnen zijn, met het gevolg dat enzymen minder specifiek werden (dit is een verlies aan informatie als gevolg van mutaties) en zouden zo acties hebben veroorzaakt waardoor ziektes werden voortgebracht. Veel van de organismen die ziektes veroorzaken zijn zelfs vanuit hun eigen gezichtspunt gedegenereerd. Want, zij doden hun gastheer snel, waardoor zij ook zelf worden vernietigd. Het is ook mogelijk dat de gastheer is gedegenereerd en zijn weerstand heeft verloren. Zie J. Bergman, ‘Did God make pathogenic viruses?’, in: Journal of creation 13/1 (1999), p. 115-125.
  4. Hier doemt een ander probleem op: In hoeverre kiest een dier zijn manier van leven, in plaats van een geprogrammeerd instinct te hebben? De enige indirecte ondersteuning hiervoor in de Bijbel lijkt te vinden in Genesis 6:7, 11–13. Deze tekst wordt door sommigen opgevat als zou het geweld in het dierenrijk één van de redenen zijn geweest voor de uitroeiing van de landdieren die buiten de ark waren. Maar dit betekent noodzakelijkerwijs nog niet dat God morele verantwoordelijkheid aan dieren toekent. Misschien was Hij gegriefd omdat als gevolg van de zonde van de mens de deur was geopend voor de heerschappij van dood en bloedvergieten, na de zondeval.
  5. Dit brengt een oude en interessante theologische vraag naar voren. Zou een almachtig God minder verantwoordelijk zijn voor het bestaan van VAU als Hij dit niet actief heeft ontworpen, maar op een ‘natuurlijke’ manier heeft laten ‘gebeuren’? Een analogie hiervoor is een arts die de beschikking heeft over zuurstof en weet dat hij een patiënt kan redden door hem die zuurstof toe te dienen, maar dat uiteindelijk niet doet. Is zijn verantwoordelijkheid minder groot dan wanneer hij de patiënt actief gedood zou hebben met cyanide? Sommige mensen hebben erop gewezen dat God regelmatig actief betrokken is bij een oordeel zonder dat zich daarbij enig ethisch/theologisch dilemma voordoet. Te denken valt aan het sturen van de zondvloed, die dood en verderf aan miljoenen bracht.
  6. Misschien is het jachtluipaard geschapen om Gods grootheid te openbaren door snel te rennen (zoals een adelaar zweeft op grote hoogten of een dolfijn die de golven berijdt, bedoeld zijn om daarvan te ‘genieten’).Ook heeft veel van Gods ontwerp gediend tot inspiratie van menselijke uitvindingen – het irisdiafragma in camera’s en klittenband. Dit zou onderdeel kunnen zijn van Gods voorzienigheid.
  7. Gebaseerd op de veronderstelling dat de wereld voor de zondvloed geen woestijnachtige of koude milieus kende, hebben sommigen vragen gesteld bij de ontwerpeigenschappen van veel dieren. Want veel zaken zijn alleen maar nuttig in bepaalde omstandigheden, zoals het anti-uitdrogingsvermogen van een kameel, of de speciale isolerende eigenschappen van de vacht van een ijsbeer. De Bijbel zegt echter nergens dat er voor de zondvloed géén woestijnen of koude gebieden waren. Het zou kunnen zijn dat die mogelijkheid tot aanpassing, ook een kenmerk van ontwerp, al aanwezig was in de genen van de meer algemene geschapen soorten. Zo kunnen ijsberen, die speciaal aangepast zijn aan de kou en bijna altijd vleeseters zijn, zich kruisen met bruine beren, die geen speciale kenmerken hebben en hoofdzakelijk (75%) vegetarisch zijn. Dit maakt het logisch om te veronderstellen dat beide afstammen van één oorspronkelijk geschapen berensoort.
  8. In de voleinding, de toekomstig herstelde situatie, worden vleesetende leeuwen (VL) weer grasetende leeuwen (GL). Dit lijkt een bovennatuurlijke herschikken van het DNA te vereisen, zodat deze verandering permanent zal worden. Aangezien dit noodzakelijk is voor VL→GL en aangezien dit een ‘her’stel is (een omkering van de gevolgen van de zondeval), zou dit er mogelijk op wijzen dat GL→VL via dezelfde route is gegaan (een bovennatuurlijke herprogrammering van het DNA), alleen in omgekeerde volgorde.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!