De op gelijke wijze opgebouwde lichaamsdelen van veel levende wezens worden homologe (gelijksoortige) organen genoemd. Een voorbeeld: De borstvinnen van vissen, de voorpoten van de gewervelde landdieren en de vleugels van vogels en vleermuizen. Bovendien zijn alle ons bekende levende wezens uit dezelfde basisbouwstenen (proteïnen) opgebouwd. Ook de informatiedrager (DNA) is bij alle levende wezens hetzelfde. Deze overeenkomsten kunnen wijzen op een gemeenschappelijke afstamming maar ook op een gemeenschappelijke Schepper.

Elke creatieve intelligentie heeft haar individuele handschrift. Indien wij bijvoorbeeld de schilderijen en beelden van Pablo Picasso bestuderen, dan zien wij eveneens overeenkomsten en een ontwikkeling. Niemand zal echter op de gedachte komen, dat zijn werken van elkaar afstammen. Overeenkomsten op zich zijn geen bewijs voor afstamming. Zij tonen ons uitsluitend, dat bij de verschillende levende wezens dezelfde basisprincipes worden toegepast.

Hetzelfde geldt voor het DNA: Dat de bouwplannen van alle levende wezens door middel van dezelfde genetische code geschreven zijn, is voor de hand liggend, omdat deze code voor elke vorm van leven optimaal voor gebruik is.

Problemen bij de duiding van overeenkomsten

De duiding van homologieën (overeenkomsten) als indicatie voor gemeenschappelijke afstamming is slechts mogelijk door een analogieredenering, die echter niet noodzakelijk is. Veel overeenkomsten zijn verklaarbaar vanuit de functie, zodat zij met betrekking tot evolutie geen aanvullende verklaring geeft maar een cirkelredenering is.1

Overeenkomsten als indicatie voor gemeenschappelijke afstamming kunnen aan de hand van proefondervindelijke gegevens niet eenduidig bepaald worden. In de regel worden zij pas als zodanig erkend, uitgaande van evolutionaire hypothesen bij de toepassing van het efficiëntie principe. Evolutie kan niet door overeenkomsten bewezen worden.

Tegenstrijdige stambomen

Veel homologe organen treft men aan bij levende wezens, die volgens hun (naar men zegt) afstammingsrelatie slechts zeer ver verwijderd met elkaar verwant kunnen zijn. Daarom zou een groot deel van de overeenkomsten evolutietheoretisch als parallelle ontwikkelingen ingedeeld moeten worden, hetgeen aanzienlijke verklaringsproblemen geeft. Een algemene objectieve onderscheidingsmogelijkheid tussen overeenkomst en parallelontwikkeling bestaat er niet. Vaak verschijnen de overeenkomsten bij verschillende soorten en hogere groepen (taxa) als op zich staand onderdeel.

Volgroeide organen, orgaanopbouw, unieke ontwikkelingswegen van de eicel tot de geslachtsrijpe toestand en genen steunen vaak tegenstrijdige overeenkomstresultaten. Dit leidde tot een crisis in het overeenkomstconcept, aangezien meer en meer onduidelijk is geworden, hoe overeenkomsten als heenwijzing naar stamhistorische verwandschappen verklaard zou moeten worden.2

Voetnoten

  1. Reinhard Junker, Ähnlichkeiten – Rudimente – Atavismen, Hänssler-Verlag, 2002, S. 18.
  2. Junker und Scherer, Evolution, het nieuwe studieboek, De Oude Wereld, 2010, p. 167-190 en 301. Dit boek wordt ook in onze webshop te koop aangeboden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.