Logos Instituut in Amerika voor groot scheppingscongres (liveblog)

by | jul 14, 2023 | Bezoekersverslag, Nieuws

Inhoudsopgave

Welkom

Welkom bij dit liveblog. In dit liveblog houden we u op de hoogte van de reis van Gert-Jan van Heugten naar een groot scheppingscongres. Van 16 t/m 19 juli vindt de vijfjaarlijkse International Conference on Creationism plaats in Ohio (VS). Hier worden de meest actuele creationistische onderzoeken en inzichten gepubliceerd en gepresenteerd. Op zaterdag 15 juli vind tevens op dezelfde locatie de jaarlijkse Origin Conference plaats. Ook dit is een groot creationistisch congres. Om midden in de actie aanwezig te zijn stuurt Logos Instituut, samen met Weet Magazine, ingenieur Gert-Jan van Heugten (medewerker van Weet Magazine en eigenaar van Waaromschepping.nl) als verslaggever en vertegenwoordiger. 

Gert-Jan van Heugten zal ons ook dagelijks via een korte livestream op Youtube-kanaal van Logos Instituut op de hoogte houden van zijn bevindingen:
– Maandag 17 juli 2023 van 12.00 tot 12.30 uur – ga naar livestream
– Dinsdag 18 juli 2023 van 12.00 tot 12.30 uur – ga naar livestream
– Woensdag 19 juli 2023 van 12.00 tot 12.30 uur – ga naar livestream

U kunt deze reis steunen via haar projectpagina.

Proceedings online [november]

Lees alle papers, abstracts en posters in het proceedings-document: https://publications.cedarville.edu/icc_proceedings/vol_9_2023/
De papers zijn onderverdeeld in vijf categorieën: Astronomy; Bible Studies and Philosophy; Biology; Engineering and Physics; en Geology.
De abstracts zijn onderverdeeld in zes categorieën: Astronomy; Archeology; Bible, Education, Law and Philosophy; Biology; Engineering; en Geology.
De posters zijn onderverdeeld in vijf catergorieën: Astronomy; Biology; Education; Engineering and Physics; en Geology.

Terugblik van Gert-Jan [26 juli]

Een vruchtbaar bezoek aan een groot scheppingscongres

International conference on creationism

“Het was in alle opzichten een heel vruchtbare conferentie. Uiteraard was dit een mooie gelegenheid om veel nieuwe dingen te leren. Daarnaast was het ook bemoedigend om te zien hoeveel mensen geïnteresseerd waren om wat voor Logos Instituut en Weet Magazine te betekenen. Dat varieerde van topwetenschappers als geoloog Andrew Snelling, archeoloog Douglas Petrovich en ingenieur Andy McIntosh tot afgevaardigden van apologetische organisaties zoals Eric Hovind (Creation Today).

In totaal waren er zo’n 350 aanwezigen bij het dagprogramma. In de avonden, die vrij toegankelijk waren, lag dat aantal ruim boven de 400. De meeste bezoekers hadden een natuurwetenschappelijke achtergrond, maar er waren ook apologeten, onderwijzers, voorgangers en geïnteresseerde leken aanwezig. In de ochtenden werden er in vier keer vier parallelsessies onderzoeksartikelen gepresenteerd. ’s Middags vonden rondetafelgesprekken, excursies en posterpresentaties plaats. De algemeen toegankelijke lezingen ’s avonds belichtten de huidige staat van het creationistische onderzoek in verschillende vakgebieden en blikten vooruit naar de toekomst.

De meeste artikelen die werden gepresenteerd zijn maar een klein deel van grotere, lopende onderzoeken. In die zin is er bij de ICC niet veel definitiefs naar buiten gebracht. Een lezing die ik zelf wel opvallend vond was die van Douglas Petrovich over de rol van C-14-datering in de archeologie. Tot 1400 v.Chr. komt de koolstofdatering redelijk goed overeen met andere dateringsmethoden, maar hoe verder je voor 1400 v.Chr. zit, hoe groter de afwijking. Petrovich stelde vast dat het zo was en dat ermee te rekenen is als je de C-14-methode kalibreert op de andere dateringsmethoden. Maar hij vertelde niet waarom dit zo is. Dit onderzoek, en eigenlijk ook alle andere presentaties die ik heb bijgewoond, roept op zijn eigen beurt weer allerlei nieuwe vragen op, die hopelijk op de volgende ICC worden beantwoord.

Bedoeld of onbedoeld stond centraal dat er in de afgelopen decennia al heel veel goed werk is verricht, maar dat er ook nog een heleboel moet gebeuren. Er is veel discussie over bijvoorbeeld welke aardlagen wel of niet door de zondvloed zijn afgezet. Een ander terugkerend thema was: we hebben elkaar nodig. Met name voor de theologen en mensen met kennis van de grondtalen van de Bijbel is nog een grote rol weggelegd, want de tekst van de Bijbel is tenslotte het fundament waarop alle natuurwetenschappelijke theorieën zijn gebouwd.

De dag voorafgaand aan het ICC vond de Origins-conferentie plaats. Origins is een congres dat jaarlijks wordt georganiseerd door de Creation Biology Society (CBS), de Creation Geology Society (CGS) en de Creation Theology Society (CTS), iedere keer bij een andere christelijke onderwijsinstelling in de VS. Norgmaal gesproken worden hiervoor drie dagen ingepland, maar eens in de vijf jaar komt er een verkorte versie van één dag, altijd op dezelfde locatie en aansluitend aan de ICC. Ook hierop kwam de roep om samenwerking tussen onderzoekers van verschillende vakgebieden naar voren. Het was dan ook mooi om te zien dat hieraan gretig gehoor werd gegeven. Met name de maaltijden werden gebruikt voor het aanhalen van oude contacten, leggen van nieuwe contacten en bespreken van onderzoeksideeën. Ongetwijfeld zullen de resultaten hiervan op de volgende ICC, of al eerder in de creationistische wetenschappelijke literatuur, worden gepubliceerd.

Langs deze weg wil ik alle donateurs die hebben bijgedragen aan de financiering van deze reis hartelijk bedanken.”

Over ongeveer een maand zullen de gepresenteerde onderzoeken verschijnen op www.internationalconferenceoncreationism.com/proceedings/. Hier kunt u dan alle onderzoeken zelf lezen in het Engels.

Artikel over de ICC op Cvandaag [24 juli]

Op Cvandaag (Premium) verscheen op 24 juli een artikel van Gert-Jan van Heugten over de ICC conferentie.

De schepping bestuderen tot eer van God op een internationale conferentie. Er was geen lege plek meer te vinden in de vierhonderd stoelen tellende collegezaal toen scheikundeprofessor Aaron Hutchison de negende editie van de International Conference on Creationism opende. Het doel van de conferentie is duidelijk: “We bestuderen de schepping tot eer van God.”

Lees hier het hele artikel.

Artikel over de ICC in het Reformatorisch Dagblad [20 juli]

In het Reformatorisch Dagblad van 20 juli verscheen een artikel van Gert-Jan van Heugten over de ICC conferentie. In dit artikel staan interviews met dr. John Whitmore, dr. Todd Wood en dr. Russell Humphreys. Inmiddels is dit artikel ook gepubliceerd op onze website.

Update 20 juli over woensdag

Woensdag 19/7/2023

scheppingscongres Gert-Jan Logos Instituut

Ochtendsessie 1: Russ Humphreys, CAuse of large post-flood jump in earth’s carbon-14

Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe groter de afwijking tussen de gemeten hoeveelheid koolstof-14 en andere dateringsmethoden. Humphreys stelt een mechanisme voor dat dit kan verklaren: tijdens de zondvloed was er, volgens de uitkomsten van het RATE-project, een periode van versneld radioactief verval. Om dit mogelijk te maken moest de kracht tussen de deeltjes waaruit atoomkernen bestaan zwakker zijn. Dat maakt niet alleen radioactief verval makkelijker, maar ook kernfusie. Hierdoor gaat de zon feller branden en worden er meer hoogenergetische deeltjes vanuit de zon naar de aarde geslingerd, waardoor er ook in korte tijd meer koolstof-14 wordt gevormd.

Ochtendsessie 2: Andy McIntosh, Language, coded instructions and the interaction with thermodynamics

Het eerste deel van McIntosh’ voordracht ging over thermodynamica, hoe je de hoeveelheid vrije (oftewel: nuttig bruikbare) energie alleen maar via hele gerichte processen kunt verhogen. Een aantal jaar geleden is ontdekt dat bij het opslaan en uitwissen van informatie een heel klein beetje energie wordt omgezet in warmte. McIntosh redeneert dat intelligentie een thermodynamisch effect heeft en dus niet het gevolg kan zijn van louter chemische reacties. Bovendien lijkt het erop dat informatie zich ook volgens de wetten van de thermodynamica gedraagt.

Ochtendsessie 3a: Marc Surtees, A creationist model of dinosaur paleobiogeography

Marc Surtees redeneert dat de verdeling van dinosaurusfossielen in de aardlagen erop wijst dat ze daar na de zondvloed zijn afgezet. Hij baseert zich hierbij onder andere op het feit dat er ook pootafdrukken van dino’s in de aardlagen te vinden zijn, wat hij niet verwacht in een zondvloedscenario.

Ochtendsessie 3b: Douglas Petrovich, The place of radiocarbon dating in a young earth framework

Humphreys is niet de enige die zich over koolstof-14-datering heeft gebogen. Ook archeoloog Petrovich heeft problemen met de methode. Tot 1400 v.Chr. gaat het goed, maar hoe verder je daarvoor gaat zitten, hoe groter de afwijking is ten opzichte van andere dateringsmethoden. Petrovich liet met meetresultaten zien dat die afwijkingen steeds groter worden en dat dit een patroon volgt waarvoor gecorrigeerd kan worden.

Ochtendsessie 4: Danny Faulkner, How should recent creationists respond to dark matter and dark energy

Een veelgehoorde uitspraak onder creationisten is dat donkere energie en donkere materie alleen maar zijn bedacht om het ‘oerknalmodel te redden van de feiten’. Dat klopt volgens Faulkner niet. Al in de jaren 30 kwam men erachter dat de massa van sterrenstelsels groter was dan zou moeten zijn. Het duurde nog tot de jaren 80 voordat donkere materie werd erkend, en nog eens 10 jaar voor het deel uit begon te maken van de oerknaltheorie. Volgens Faulker is het niet erg dat er onontdekte materie is, want, zo redeneerde hij, de planeet Neptunus, enkele manen van Saturnus en ‘spookdeeltjes’ (neutrino’s) waren ooit ook ‘donkere materie’: ze moesten er zijn volgens de berekeningen, maar het duurde nog jaren voor ze ook daadwerkelijk werden bevestigd te bestaan. Met donkere energie is iets soortgelijks aan de hand, ook dat volgt uit de waarneming dat er iets moet zijn wat de sterrenstelsels versnelt. Het volgt uit de data, maar tot op heden is er geen creationistisch model dat dit goed kan verklaren. Werk aan de winkel dus.

Gert-Jan van Heugten ICC

Gert-Jan met Todd Wood, Stef Heerema en Paul Garner

Middagsessie

Zoöloog Chad Arment maakt gebruik van de aanwezige kennis om verder te komen in zijn begrip van de verspreiding van soorten na de zondvloed. Hoe verspreidden de basistypen zich over de wereld? Hoeveel variatie en diversificatie is er in de basistypen? Hoe zit het met nieuwe structuren die lijken te ontstaan, of niet-verwante soorten die sterk op elkaar lijken? Diverse mensen uit het publiek proberen hierin met hem mee te denken en hem van handvatten te voorzien.

Update 19 juli

Dinsdag 18/7/2023

Ochtendsessie 1: Marcus Ross, Todd Wood, Peter Brummel, Human history: from Adam to Abraham

Een manier om te beoordelen welke fossielen tot de mensen kunnen worden gerekend is door te kijken naar de criteria die ze menselijk maken. Mensen zijn gemaakt naar het beeld van God, dus hebben mensen eigenschappen die dieren niet hebben. Ross somde zes criteria op, zoals het gebruiken van vuur, maken van kunst en begraven van doden. Alle zes de kenmerken kom je bij neanderthalers tegen, maar bij andere soorten zoals Homo erectus en Homo naledi zijn die criteria minder, of minder zeker, aan te wijzen. Volgens het Bijbelse model van Ross, Wood en Brummel zijn deze mensen van na de zondvloed en dus afstammingen van Noach.

Ochtendsessie 2: Paul Garner, Micah Beachy, Benjamin Kinard, How often do radiositope ages agree?

Paul Garner en twee van zijn studenten presenteerden een studie waarin ze leeftijden van gesteente verkregen met radiodatering uit een vrij toegankelijke Amerikaanse geologiedatabase met elkaar vergelijken. Hieruit bleek dat dezelfde methode vaak vergelijkbare resultaten oplevert voor dezelfde ouderdom, maar wanneer je verschillende methoden met elkaar vergelijkt de resultaten zo ver uit elkaar liggen dat zelfs de foutmarges niet overlappen. Meer onderzoek is nodig, maar een voorzichtige conclusie is dat radiodatering geen goede, onafhankelijke indicator is voor de ouderdom van gesteente.

Ochtendsessie 3: Kurt Wise en Donna Richardson, What biostratigraphic continuity suggests about earth history

Ook Kurt Wise heeft een algemeen toegankelijke database ingezet, eentje met gegevens over fossielen. Hij keek naar fossielen van soorten die in twee opeenvolgende aardlagen in hetzelfde gebied worden aangetroffen. Als dat zo is, is de kans groot dat de dieren hier ofwel toen leefden en stierven, ofwel dat ze daar zijn begraven. De kans dat ze daar tijdens de zondvloed zijn begraven en later vanuit de ark op exact dezelfde plek terugkomen is onmogelijk klein. Door het aantal gevallen van soorten waarbij dit gebeurt in kaart te brengen, concludeerde Wise dat het begin van de zondvloed ergens onderaan in de geologische kolom, in het Precambrium, moet worden gezocht. Het eind van de vloed zou volgens deze methode aan het eind van het Krijt te vinden zijn.

Middagsessie: rondetafelgesprek zondvloedgrenzen

Onder creationisten wordt er sterk verschillend gedacht over waar zowel het eind als het begin van de zondvloed in de geologische kolom te vinden is. De meesten plaatsen het begin van de zondvloed onderin, bij het Precambrium. Sommigen plaatsen het wat lager, anderen wat hoger in het Precambrium (dat zo’n 70% van alle aardlagen beslaat), maar doorgaans wel daar. Over het einde van de zondvloed is meer discussie. Sommigen van de aanwezigen, zoals Marcus Ross en Paul Garner, baseren zich op de fossielen en komen tot de conclusie dat de zondvloedgrens aan het einde van het Krijt ligt. Anderen, zoals Michael Oard en John Baumgardner, baseren zich meer op geologische gegevens en modellen en denken dat de zondvloedgrens veel hoger moet worden gezocht, tot en met het Neogeen. Alle modellen hebben hun eigen problemen en uitdagingen, was de conclusie. Er moet nog veel werk worden verricht, en misschien zelfs wel op een hele nieuwe manier over de geologie worden nagedacht.

Avondsessie 1: John Sanford, Genetics

John Sanford gaf een lezing over de mijlpalen die creationistische genetici de afgelopen jaren hebben bereikt. Hierbij wees hij onder andere zijn eigen boek Genetic Entropy aan, waarin hij laat zien dat door het opstapelen van foutjes (mutaties) in het DNA de hoeveelheid informatie steeds verder afneemt. Een andere genticus, Robert Carter, toonde aan dat dit ook voor virussen zo werkt en dat de waargenomen opeenstapeling van mutaties precies overeenkwam met de voorspellingen op basis van de berekeningen. Ook ontdekte Carter dat het DNA in de mitochondriën van mensen terug te voeren is naar één voorouder, nog niet zo lang geleden (Eva). Ook Jeffrey Tomkins kreeg een eervolle vermelding voor zijn ontdekkingen dat mensen en apen genetisch gezien veel verder uit elkaar liggen dat de vaak aangehaalde 1%, en dat het menselijke chromosoom 2 niet is ontstaan uit een fusie van twee chimpanseechromosomen; beide stokpaardjes van evolutie.

Avondsessie 2: Kurt Wise, Paleontology in creationism: past, present and future

Aan Wise de taak om een overzicht te geven van de staat van het creationistische paleontologie-onderzoek. Fossielen vertellen wat over de dieren die in het verleden leefden en de processen die er hebben plaatsgevonden. Hij noemde wat onderzoeksterreinen, zoals de baraminologie (het bepalen welke fossiele soorten tot hetzelfde geschapen basistype behoren) en tekenen van ontwerp. Ook wees hij erop dat er vandaag de dag maar een fractie van alle soorten in leven is. De fossielen zelf vertonen ook sporen van snelle processen en wijzen uit dat er een wereldwijde zondvloed is geweest. Desondanks blijven er nog vragen over: hoe is de volgorde in het fossielenbestand te verklaren? Waarom vind je mensen, bloemdragende planten en grote zoogdieren pas in de lagen die volgens Wise van na de zondvloed stammen? Vragen voor toekomstige onderzoeksprojecten.

Avondsessie 3: Matt McLain, The current state of creation education

In zijn functie als interimdecaan van een van de dertien creationistische hogeronderwijsinstellingen in de VS gaf McLain een overzicht van welke hogescholen en universiteiten welke studierichtingen aanboden. Op Bachelorniveau kun je voor de meeste natuurwetenschappen wel bij verschillende onderwijsinstellingen terecht – alleen astronomie, meteorologie, geologie en paleontologie worden weinig of niet aangeboden. De keuze voor een Master- en PhD-programma is beperkter, er zijn maar twee universiteiten die dat aanbieden. Hier zijn volgens McLain nog slagen te behalen. Het zou mooi zijn als er meer creationistische universiteiten komen (ook internationaal) en dat de universiteiten die er zijn hun programma-aanbod vergroten. Ook zou meer geld voor onderzoek helpen om studenten op te leiden en, niet onbelangrijk, moeten studenten ook worden voorbereid op de verschillende mogelijkheden die ze na hun studie hebben.

Avondsessie 4: Aaron Hutchison, Creation chemistry

Chemicus Hutchison noemde een aantal mogelijke rollen die scheikundigen kunnen spelen in het scheppingsonderzoek. Scheikunde is niet zo voor de hand liggend als biologie of geologie, maar desondanks onmisbaar. Hij belichtte twee mogelijke onderzoeksgebieden. De eerste is het oplossen en neerslaan van mineralen, bijvoorbeeld voor de afzetting van de enorme onderaardse zoutformaties die wereldwijd worden gevonden. Hierbij besteedde hij ook in het bijzonder aandacht aan het werk dat Stef Heerema op de ICC middels een poster presenteerde. Een ander mogelijk terrein is specifieke atoomsoorten in gesteenten die iets zeggen over het ontstaan ervan.

Vandaag, woensdag 19 juli, zal de laatste conferentiedag zijn.

Update 18 juli

Maandag 17/7/2023

‘s Ochtends waren er vier parallelprogramma’s, verdeeld over vier uren. Men kreeg 50 minuten om een paper te presenteren of 25 minuten voor een abstract. ’s Middags vonden de posterpresentaties plaats, was er een excursie, een voorvertoning van het vervolg op Is Genesis geschiedenis? en een rondetafelgesprek over gevederde dino’s. Net als de dag ervoor waren er ook deze avond weer plenaire lezingen.

Ochtendsessie 1: Todd Wood, Paul Garner en Kathryn McGuire, Testing the order of the fossil record: preliminary observations on stratigraphic-clade congruence and its implications for models of evolution and creation

Een hele mond vol, de titel van het paper dat in deze eerste ochtendsessie werd gepresenteerd. Een aantal wetenschappers had gekeken naar 2721/ in de wetenschappelijke literatuur gepubliceerde evolutionaire stambomen. Met behulp van statistische modellen werd getest hoe nauwkeurig ze waren. Hieruit bleek dat de nauwkeurigheid wordt overschat. Vooral voor gewervelden lijken de statistieken redelijk goed, maar kijk je verder, dan blijkt de correlatie een stuk minder duidelijk.

Ochtendsessie 2: Andrew Snelling, Radiohalos through earth history – what clues can they provide us?

In graniet kunnen radioactieve deeltjes zitten, waaronder polonium. Wanneer dat element vervalt krijg je een schil van verkleuring (radiohalo). Die vertelt je hoe snel (in de orde van dagen) en bij welke temperaturen (minder dan 150 °C) dit graniet moet zijn gevormd. Snelling denkt dat polonium en andere radioactieve stoffen door het gesteente meegevoerd worden met heet water dat zich door het gesteente dringt. Hij keek hiervoor naar verschillende gesteentemonsters van over de hele geologische kolom. Interessant genoeg blijken er ‘perioden’ te zijn met veel radiohalo’s en ‘perioden’ met weinig. Snelling vraagt zich af hoe dat kan: is het een gebrek aan gegevens, of is er meer aan de hand? Corresponderen de drie pieken in het Precambrium met gebeurtenissen op de eerste drie scheppingsdagen? Meer onderzoek is nodig.

Ochtendsessie 3a: John DeMassa, Messages in the genetic code: the DRAm form

Deze voordracht begon veelbelovend, maar begaf zich al snel op een heel speculatief terrein. DeMassa presenteerde een model waarbij hij de bouwstenen van het leven (de basen van DNA en RNA en de aminozuren waaruit eiwitten bestaan) omzette in een cijfercode op basis van het aantal atomen dat ze telden. Vervolgens plaatste hij die getallen in een ‘verschildriehoek’, waarbij het verschil tussen twee getallen steeds in het midden boven de twee wordt geplaatst tot alle getallen samen een driehoek vormen. Hier haalde hij voorts allerlei symboliek uit, van het ordenen van de getallen in de vorm van een vis, een aantal getallen die (veelvouden van) 777 opleverden en, om het helemaal frappant te maken, een methode om deze getallen om te zetten in letters van het westerse alfabet. DeMassa concludeerde hieruit dat God deze verborgen boodschappen in de DNA-, RNA- en eiwitcode heeft gelegd, maar het publiek leek verre van overtuigd.

Ochtendsessie 3b: Samuel Smithers, The Septuagint vs. the Masoretic Text … a statistical perspective

Onder creationisten is er veel discussie over de exacte grondtekst van de Bijbel. De Masoretische Tekst (MT), die in de meeste westerse Bijbels wordt gebruikt, plaatst de schepping omstreeks 4000 v.Chr. De Septuaginta (LXX), die de basis vormt voor de meeste oosterse Bijbels, omstreeks 5500 v.Chr. Smithers en zijn collega’s hebben gekeken naar de leeftijden van de aartsvaders van Genesis 11. Die leeftijden nemen af volgens een vervalcurve, en juist in die leeftijden zit een groot verschil tussen de MT en de LXX. Door te kijken hoe goed de leeftijden van de aartsvaders volgens de teksttradities op een exponentiële vervalcurve passen kun je wat zeggen over welke teksttraditie het meest waarschijnlijke is. Voor de LXX was dat 89%, maar de MT scoorde 95%. Hieruit concludeerde Smithers dat de leeftijden in de LXX waarschijnlijk waren opgerekt, mogelijk doordat de Joodse vertalers van de LXX in Alexandrië bekend waren met de Egyptische koningslijsten van Manetho, die volgens de MT al voor de zondvloed beginnen.

Ochtendsessie 4: Todd Wood en Peter Brummel, Hominin baraminology reconsidered with postcranial characters

Een van de manieren om te bepalen welke soorten bij elkaar horen is door te kijken naar gedeelde eigenschappen. Hoe meer eigenschappen twee soorten delen, hoe groter de kans dat ze tot hetzelfde geschapen basistype (baramin) behoren. In deze presentatie focusten Todd Wood en zijn student Peter Brummel op de mens(achtig)enfossielen, zoals australopithecinen, neanderthalers en andere Homo-soorten. Hierbij keken ze zowel naar kenmerken van de schedel als van de rest van het skelet die bij apen en mensen verschillen, zoals de aanhechting van de schouderbladen en de hoek van het dijbeen. Ze lieten verschillende statistische analyses los op de dataset, en doorgaans kwamen de Homo-soorten bij elkaar, een paar van de Australopithecus-soorten en de apen, en dan waren er nog een paar die zich moeilijk lieten plaatsen, zoals de Floresmens. Interessant genoeg zou volgens deze analyse Australopithecus sediba ook bij de mensen horen.

Is Genesis History? Mountains after the Flood

‘s Middags konden deelnemers als een van de eersten de nieuwe documentaire van Del Tacket bekijken. In tegenstelling tot het vorige deel werd nu geen breed scala aan creationistische wetenschappers aan het woord gelaten, maar focuste het verhaal zich vooral op het geologische onderzoek van Andrew Snelling naar gevouwen aardlagen.

Matthew McLain en Marcus Ross, Feathered dinosaurs: implications for creationism

Paleontologen McLain en Ross bespraken in vier delen het onderwerp gevederde dinosauriërs. Na elke ronde was er tijd voor vragen en opmerkingen uit het publiek. Ze begonnen met het definiëren van wat een dinosaurus nu eigenlijk is, en lieten daarbij zien dat de definitie door de jaren heen is veranderd. Vervolgens werd gekeken naar de verschillende soorten veren die bij levende en bij uitgestorven vogels terug te vinden zijn. Daarna kwam het ‘hete hangijzer’: de fossielen van dinosauriërs van allerlei pluimage, waarbij duidelijk sporen van veren te zien zijn. Ten slotte werd er gekeken naar wat dit voor gevolgen heeft voor het creationistische wereldbeeld.

Avondsessie 1: Joe Francis, Creation and the immune system

Wat is de rol van het immuunsysteem, dat ziekmakende bacteriën aanvalt, bij een goede schepping? Immunoloog Joe Francis liet zien dat de antigenen (signaalmoleculen die het immuunsysteem in gang zetten) bij slechte bacteriën hetzelfde zijn als bij goede bacteriën. Het immuunsysteem kan dus geen onderscheid maken tussen goede en slechte bacteriën. Desondanks valt het niet de goede bacteriën in de darmen of op de huid aan. De reden hiervoor is dat er een barrière is tussen het immuunsysteem en de goede bacteriën: het slijmvlies in de darmen en de opperhuid. Het immuunsysteem treedt alleen maar in werking als deze barrières worden doorbroken, en als dat gebeurt kunnen zelfs goede bacteriën levensgevaarlijk zijn.

Avondsessie 2: Douglas Petrovich, Biblical archaeology: recent gains and future prospects

Archeoloog Douglas Petrovich presenteerde een aantal aanwijzingen waaruit blijkt dat de Israëlieten 430 jaar in Egypte zijn geweest, en dat de uittocht in de 15e eeuw v.Chr. plaatsvond. Twee dateringen waarover veel discussie is. Hiervoor droeg hij verschillende inscripties aan in een vroeg alfabetschrift (Paleohebreeuws) die in deze tijdsperioden te plaatsen waren.

Avondsessie 3: Danny Faulkner, The state of creation astronomy

Astronoom Danny Faulkner sprak over de geschiedenis en toekomst van astronomie vanuit een creationistisch perspectief. Er is volgens hem al goed werk gedaan en veel winst behaald op het gebied van het zonnestelsel en de kosmologie (het ontstaan van het heelal), maar het niveau daartussenin, hoe het zit met sterren en sterrenstelsels, verdient nog wel wat meer aandacht.

Avondsessie 4: John Baumgardner, Place of numerical simulation in creation science

Baumgardner ging uitgebreid in op hoe mathematische modellen werken en hoe ze kunnen worden ingezet om de wereld beter te begrijpen. Hiervoor haalde hij twee voorbeelden aan, een model dat de oceaanstromen in kaart bracht en eentje die stromingen in de aardmantel simuleert. Die laatste heeft hij veelvuldig gebruikt voor het ontwikkelen van zijn catastrofale plaattektoniek, een theorie waarbij de aardplaten die nu langzaam uiteen bewegen, met centimeters per jaar, vroeger tijdens de zondvloed juist heel snel bewogen.

Update 17 juli

Zaterdag 15/7/2023 – Origins Conference

Origins is een congres dat jaarlijks wordt georganiseerd door de Creation Biology Society (CBS), de Creation Geology Society (CGS) en de Creation Theology Society (CTS), iedere keer bij een andere christelijke onderwijsinstelling in de VS. Norgmaal gesproken worden hiervoor drie dagen ingepland, maar eens in de vijf jaar komt er een verkorte versie van één dag, altijd op dezelfde locatie en aansluitend aan de ICC.  Origins werd afgetrapt door paleontoloog Matthew McLain. Hij las voor uit Romeinen 12:1-10, waarbij zijn boodschap was dat in al het creationistische werk, en in het dagelijks leven van christenen in het algemeen, de liefde centraal dient te staan.

Future leaders in creationism

Een nieuw onderdeel op Origins dit jaar was dat er ruimte is gemaakt voor promovendi om te presenteren waar ze mee bezig zijn. Caleb LePore, die onder McLain promoveert, vertelde over zijn onderzoek naar phytosauriërs. Dit zijn uitgestorven reptielen die wel wat weg hebben van krokodillen, maar ook duidelijk ervan verschillen. Zo hebben phytosauriërs de neusgaten niet voor op de snuit, maar vlakbij de oogkas. LePore wil onderzoeken waarom deze twee typen dieren zulke opmerkelijke overeenkomsten en verschillen in lichaamsbouw vertonen. Hij zit nu nog in het eerste stadium van zijn onderzoek: musea afreizen en metingen doen.

Presentaties CTS

Na LePore’s voordracht haakten diverse leden van de CTS aan via een videoverbinding. Na een korte introductie door CTS-voorzitter Jeremy Lyons opent de secretaris, Bill Barrick, door de aandacht te vestigen op de ‘call to unity’. Dit is een gedragsrichtlijnendocument op de CTS-website (https://creationtheologysociety.org/about/a-call-to-unity/) dat door creationistische wetenschappers ondertekent kan worden.

Dustin Burlet

Theoloog Dustin Burlet begint de CTS-voordrachten met een presentatie van een nieuwe paper over ‘en de sterren’ in Genesis 1:16. In bijna alle vertalingen worden deze woorden als een ‘afterthought’ gezien, maar Burlet beargumenteert vanuit de accenttekens die de joden bij de Masoretische Tekst (Hebreeuwse grondtekst) hebben gezet, dat de sterren een veel prominentere rol spelen: ze regeren de nacht samen met de maan. Ook in Psalm 136:9 en Jeremia 31:39 kom je die gedachte tegen. Het artikel gaat gepubliceerd worden in de tweede editie van het Journal of the Creation Theology Society.

Steven Boyd

Boyds presentatie was een oproep om interdisciplinair onderzoek te doen. De Bijbel is een interdisciplinair boek: het bevat theologie, geschiedenis, natuurwetenschap, archeologie en nog veel meer. Onderzoek naar Bijbelse thema’s zou ook een interdisciplinaire studie moeten zijn. Hij wijst op een paar situaties waarin creationisten van verschillende onderzoeksdisciplines elkaar verder hebben kunnen helpen, zoals het RATE-project, de film Is Genesis geschiedenis? en, als recent voorbeeld uit de seculiere wetenschap een ivoren kam die bij Lachish uit de grond is gehaald waar een vroeg-Hebreeuwse inscriptie op stond.

Kurt Wise

Geoloog Kurt Wise beaamt Boyds boodschap door het volgende grote interdisciplinaire onderzoeksproject van de CTS te presenteren: de geschapen soort. Beginnende bij de geschiedenis van de vertalingen zoekt hij naar de grenzen van wat wel en wat niet een geschapen basistype vormt, en of de geschapen basistypen elkaar niet kunnen overlappen. Als dat wel kan, zou dat overeenkomsten tussen afzonderlijke soorten kunnen verklaren, zoals de gelijkenissen tussen prairiehonden en stokstaartjes of vliegende honden en vleermuizen.

Steve Austin: Waterniveaus in de Dode Zee wijzen op historische klimaatveranderingen en corresponderen met de Bijbelse geschiedenis

Na een korte pauze was het woord aan geoloog en keynote speaker Steve Austin. Hij vertelde over zijn onderzoek bij de Dode Zee, hoe hij op basis van de sedimentlagen daar kon afleiden hoe hoog het waterniveau in de Dode Zee heeft gestaan. Dit wist hij met behulp van bijvoorbeeld historische verslagen en aardbevingssporen te linken aan de Bijbelse geschiedenis. Zo concludeerde hij bijvoorbeeld dat er ten tijde van de aartsvaders een snelle verandering was van een nat naar een droog klimaat, maar dat er tijdens de uittocht juist weer een heel vruchtbaar, nat klimaat was. Austin vertelde dat hij nog meer onderzoek moest doen voordat hij het kon publiceren, op z’n vroegst zou dat pas volgend jaar worden.

Fellowship

Na het avondeten, waarbij de meesten in groepjes uiteengingen om ergens te eten, was er een tijd van gesprekken en samenkomst met andere deelnemers.

Zondag 16/7/2023 – ICC dag 1

In de middag begon het conferentiegebouw langzaam maar zeker vol te lopen. Allerlei creationistische organisaties stelden hun boeken en stands op. Diverse wetenschappers kregen de ruimte hun te presenteren posters op te hangen. Ook was er veel tijd voor ontmoetingen. In mijn geval heb ik diverse oude contacten weer even opgehaald, zoals Todd Wood, Paul Garner en Danny Faulkner. Ook heb ik nieuwe mensen ontmoet, van wetenschappers tot predikanten tot leken.

’s Avonds opende Aaron Hutchinson de eerste publieke sessie met het bedanken van de diverse medewerkers, gevolgd door een kort gebed. Hierna kreeg vicevoorzitter Thomas Mach van Cedarville University de gelegenheid wat over de universiteit en haar grondslag te vertellen.

ICC 2023

Bill Barrick

De eerste keynote speaker ’s avonds was theoloog Bill Barrick. Hij kaartte twee mogelijke problemen aan die creationisten met de Bijbel kunnen hebben: intern, over de interpretatie van de Bijbel; en extern, wanneer de uitleg van de Bijbel wordt bepaald door buiten-Bijbelse bronnen. Tot de eerste categorie behoort bijvoorbeeld het uit context citeren van teksten. Barrick besteedde veel tijd aan Johannes 3:12, een tekst die volgens hem niet gaat over de natuurlijke wereld in het algemeen, maar over de specifieke situatie van het opnieuw geboren worden. Evenzo kun je volgens hem uit Romeinen 5:12 niet concluderen dat er geen dierlijke dood was voor de zondeval (maar wel uit Romeinen 8:14-22). Externe problemen ontstaan doordat een interpretatie van de tekst afhankelijk wordt van een wetenschappelijke theorie. De wetenschap verandert steeds, de Bijbel blijft hetzelfde. Barrick pleitte ervoor dat goede exegeten creationistische artikelen lezen voor publicatie en dat creationistische organisaties dezelfde academische standaard hanteren als het om theologen gaat als wat ze voor hun natuurwetenschappers vereisen.

Andrew Snelling

Geoloog Andrew Snelling gaf een opsomming van veertien onderzoeksgebieden binnen de geologie. Hierbij kwamen zaken aan bod waarover weinig discussie is, zoals de volgorde van de geologische kolom, maar ook zaken waarover grote verdeeldheid is onder creationisten, zoals waar in het fossielenverslag de zondvloed eindigt. Snelling gaf twee van de drie meest gehoorde opties en noemde dat er voor beide goede argumenten waren. Ook noemde hij dat er gebieden waren waar nog veel meer onderzoek voor nodig was, zoals het ontstaan van zoutformaties – zijn die daar door een hydrothermische oplossing afgezet of ontstonden ze uit zoutmagma? – en het Precambrium, dat maar liefst 70% van de dikte van de geologische kolom beslaat maar wat maar weinig aandacht krijgt van creationistische onderzoekers. Resumerend zei Snelling blij te zijn met de tot op heden behaalde resultaten, maar ook dat er nog veel werk moest worden gedaan.

Russell Humphreys

Natuurkundige Russell Humphreys deed iets soortgelijks als Snelling, behalve dat hij focuste op 4 gebieden binnen de natuurkunde waarvan hij hoopte dat jonge creationistische onderzoekers zich erin vast wilden bijten: Hoe ontstaan sterrenstelsels; wat is het onderliggende fundament van de kwantummechanica; wat is de structuur van het uitspansel/firmament; en hoe werkt de tijd? Voor elk van deze vier vragen had Humphreys een suggestie met hoe hij erover dacht, maar, zo zei hij, sommige van deze vragen kosten een levenslange studie, dus zouden zijn ideeën er ook weleens naast kunnen zitten.

Update 15 juli

Gert-Jan van Heugten en Stef Heerema zijn vanuit Nederland veilig aangekomen in Ohio, VS. Vandaag vindt de Origin Conference plaats. Gert-Jan zal hier maandag verslag van doen tijdens de livestream. Meer weten over de geschiedenis en de invloed van de ICC conferentie? Bekijk dan onderstaande video. Tip: Zet de Nederlandse ondertiteling aan, deze is vrij goed vertaald.

Bekende Sprekers [14 juli 2023]

Er zijn een aantal sprekers op de International Conference on Creationism die wellicht bekend zijn vanwege hun bijdrage aan Logos Instituut.

Ir. Stef Heerema (voormalig bestuurslid Logos Instituut) zal een paper presenteren in de vorm van een posterpresentatie over “The layered Castile probably originated from Salt Magma”

Stef Heerema ICC 2023

Bron: https://www.researchgate.net/publication/372078102_THE_LAYERED_CASTILE_FORMATION_IN_NEW_MEXICO_AND_WEST_TEXAS_EXPLAINED_BY_A_FLOOD_MODEL_INVOLVING_MOLTEN_IGNEOUS_SALT.

Dr. Todd Wood (spreker tijdens een livestream over Wat zeggen fossielen over Adam en Eva) zal maar liefst vijf papers presenteren over verschillende onderwerpen.

Paul Garner (auteur van De Verloren Wereld en spreker bij onze livestream over Geologische aanwijzingen voor een wereldwijde zondvloed) zal één paper presenteren over dateringen en één over het fossielenbestand.

Dr. Matthew MClain (bekend van een videoserie over dinosauriërs die vertaald wordt door Logos Instituut, en van onze livestream over Vogels en Dinos) zal meerdere papers presenteren over dinosauriërs en fossielen.

Programma ICC 2023 bekend [13 juli 2023]

Het gedetailleerde dagprogramma is deze week bekend gemaakt. We zijn onder de indruk van de grote lijst met nieuwe papers en het brede aanbod van verschillende sprekers uit verschillende disciplines. We tellen maar liefst 56 paperpresentaties en 23 posterpresentaties. We hopen dat al deze onderzoeken het creationistische onderzoek en het scheppingsmodel een stap verder zullen helpen.

Download the PDF file .

Informatie over de Origin Conference 2023 [13 juli 2023]

De jaarlijkse Origin-conferenties worden georganiseerd door Creation Theology Society (CTS), Creation Geology Society (CGS) en Creation Biology Society (CBS). Deze conferentie is vergelijkbaar met de ICC-conferentie wat betreft opzet, enkel is de Origin Conference kleiner. Op deze conferenties presenteren leden onderzoekspapers en kunnen ze deelnemen aan discussies. Daarnaast vind er een een thematische interdisciplinaire sessie plaatst met papers over een Bijbelse kwestie die van belang is voor de scheppingswetenschap. Dit jaar is het thema hiervoor ‘Created Kinds’, oftewel ‘Geschapen Soorten’.

Gert-Jan van Heugten zal ook van deze conferentie verslag doen in dit liveblog en tijdens de livestream op maandag 17 juli 2023 van 12.00 tot 12.30 uur – ga naar livestream.

Bekendmaking project International Conference on Creationism 2023 [3 mei 2023]

D.V. van 16 tot 19 juli 2023 vindt de vijfjaarlijkse International Conference on Creationism plaats. Op deze conferentie worden de meest actuele onderzoeken en inzichten gepubliceerd en gepresenteerd. Logos Instituut houdt de ontwikkelingen graag in de gaten, samen met de betrokken Nederlandse wetenschappers.

Om midden in de actie aanwezig te zijn stuurt Logos Instituut, samen met Weet Magazine, ingenieur Gert-Jan van Heugten als verslaggever en vertegenwoordiger naar Amerika.

Het is voor Logos Instituut ook een belangrijk moment om internationale contacten te leggen en te onderhouden. Op deze conferentie zijn veel creationistische organisaties of sprekers/schrijvers aanwezig waar wij mee samen (kunnen) werken.

Wilt u deze reis mede mogelijk maken? Steun dit project óf maak een bijdrage over naar rekeningnummer NL53 INGB 0007 6553 73 t.n.v. Logos Instituut o.v.v. project ICC 2023.

Gert-Jan van Heugten zal ons dagelijks via een korte livestream op Youtube-kanaal van Logos Instituut op de hoogte houden van zijn bevindingen:
– Maandag 17 juli 2023 van 12.00 tot 12.30 uur (6 uur VS tijd) – ga naar livestream
– Dinsdag 18 juli 2023 van 12.00 tot 12.30 uur (6 uur VS tijd) – ga naar livestream
– Woensdag 19 juli 2023 van 12.00 tot 12.30 uur (6 uur VS tijd) – ga naar livestream

Daarnaast schrijft Gert-Jan samenvattingen van elke lezing die hij bijwoont en worden er twee in-depth artikelen geschreven.

Begroting voor dit project:
225,- Deelnemersbijdrage conferentie
800,- Overnachtingen incl. eten en drinken
1.100,- Reiskosten (van- en naar luchthavens, vliegtickets, lokaal vervoer, parkeerkosten)
100,- Promotiemiddelen
0,- Eigen livestream techniek
210,- Onvoorziene kosten (10%)
2.435,- Totaal

Indien u dit project steunt wordt uw geld specifiek voor deze doeleinden gebruikt. Alvast bedankt voor uw gift.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!