Het jaar 2009 was zowel een Darwinjaar als een Calvijnjaar. De reformator bracht de Bijbel weer onder de aandacht, terwijl Darwin verantwoordelijk lijkt voor het loslaten van de Schrift ten faveure van de wetenschap. Afgelopen jaar was het kinderboek Topnerd Tycho aanleiding voor heel wat debat. Hoe zit met de relatie tussen Bijbel en wetenschap? In dit artikel willen we kijken naar de beperkingen van de wetenschap en hoe we als christenen hier in kunnen staan. Daarbij treed ik in de voetsporen van een belangrijke wetenschapper uit de tijd van Galilei: Johannes Kepler, de man die de waarnemingen van Tycho (Brahe) gebruikte om nieuwe wegen in te slaan, maar die tevens een bijzonder gebed in zijn wetenschappelijke publicaties opnam.

De strijd van Galilei

earth-1392929_1280

“Gelovige wetenschappers waren er met de kerkvaders van overtuigd dat de aarde een bol was, net als andere hemellichamen. In ± 240 BC berekende Eratosthenes zelfs al ongeveer de juiste omtrek van de aarde.”

Gelovige wetenschappers waren er met de kerkvaders van overtuigd dat de aarde een bol was, net als andere hemellichamen. In ± 240 BC berekende Eratosthenes zelfs al ongeveer de juiste omtrek van de aarde. Het idee van bollen (voor zon, maan, aarde en planeten) was bij de Grieken al opgekomen. Voor hen stond de aarde in het centrum en draaide alles daar in bollen en cirkels omheen. Volgens Plato (die vooral bedacht hoe de wereld in elkaar zou moeten zitten) was de cirkel goddelijk en dus bewoog al het (volmaakte) bovenmaanse volgens het ideaal van cirkels. Dat hoefde je niet na te meten: dat kon je bedenken. En op aarde was alles sowieso onvolmaakt, zodat meten eigenlijk geen zin had. Deze overtuiging remde het onderzoeken van de schepping door waarneming.

In de 16e en 17e eeuw hield een ander thema de gemoederen bezig: draait de zon om de aarde of draait de aarde om haar eigen as (en in een jaar om de zon)? Ptolemeaus had het model met de aarde in het midden in ± 150 AD wiskundig heel netjes uitgewerkt: de standen van alle zichtbare planeten konden hiermee prima worden berekend. Maar Copernicus stelde in 1543 voor de zon in het midden te plaatsen: op deze manier werden de berekeningen eenvoudiger en natuurlijker. Over de zon schreef hij: wie zou in die prachtige tempel deze lamp op een andere of betere plaats kunnen zetten dan één van waaruit zij alles tegelijkertijd kan verlichten? De Roomse kerk was hiertegen, maar in de eeuw die volgde zou een minderheid van de katholieke en een meerderheid van de protestantse astronomen zijn denkbeelden volgen. Deze strijd werd gekleurd door twee andere kleurrijke figuren. De eerste is Tycho Brahe, die bijzonder nauwkeurige waarnemingen deed en zelf met een tussenoplossing kwam: de zon draait bij hem wel om de aarde (met de maan en de sterren), maar de planeten draaien om de zon. De andere is Galileo Galileï, die hevig in botsing kwam met de Roomse kerk.

De invloed van de reformatie

De wetenschap maakte pas echt vorderingen toen men leerde vertrouwen op de waarnemingen, ging onderzoeken hoe het werkelijk was. De reformatie heeft daarbij geholpen. Veel botanici waren protestants. Net als Kepler (zie hieronder) waren ze vol bewondering voor de schoonheid van de schepping. Calvijn beschouwde de wetenschap als een gave van God: door het onderzoek van de natuur kan de mens dieper doordringen in de wonderen van de schepping. Wel moet alle wetenschap dienen tot eer van God en tot nut van de naaste.
Het vrij lezen van de Bijbel (het eerste boek) stimuleerde ook het vrij onderzoeken van de natuur (het tweede boek). De Bijbel bevrijdt de mens van de heerschappij van de natuur en zijn goden. De natuur is zelfs onder beheer van de mens gesteld, het is geen heiligdom waar wij niet binnen mogen gaan. God schiep de natuur naar zijn soevereine wil, stelde wetten van de natuur in waar wij op kunnen vertrouwen. De natuur is redelijk en daarom met vrucht te onderzoeken. Dat wil niet zeggen dat er geen grenzen zijn, hoewel die niet altijd makkelijk zijn vast te stellen. Ook voor Calvijn was het helder dat de aarde niet ouder was dan 6000 jaar.

Het getuigenis van Kepler (17e eeuw)

solar-system-511941_1280

“In de tijd dat er nog volop werd getwist welk model van ons zonnestelsel de werkelijkheid weergaf, was het niet vreemd om Gods lof te zingen in een wetenschappelijk werk.”

In de tijd dat er nog volop werd getwist welk model van ons zonnestelsel de werkelijkheid weergaf, was het niet vreemd om Gods lof te zingen in een wetenschappelijk werk. De grote astronoom en wiskundige Johannes Kepler heeft voor een grote doorbraak in de wetenschap gezorgd door te buigen voor de nauwkeurige waarnemingen van de Deense astronoom Tycho Brahe. In zijn tijd was de cirkel de heersende gedachte, maar Kepler liet (in 1609!) zien dat ellipsvormige banen voor de planeten (in hun reis om de zon) de waarnemingen beter verklaarde. Dat ging niet vanzelf: lange tijd verzette hij zich ertegen, tot hij wel moest capituleren. Niet dat hij gelijk veel navolging kreeg: de cirkel was immers goddelijk – eigenlijk een Griekse gedachte. De betekenis van Kepler voor de natuurwetenschap wordt door wetenschapshistorici vaak groter geacht dan die van Galilei. In zijn belangrijkste wetenschappelijke werk schreef hij:

‘O Gij die door het licht van de natuur het verlangen naar het licht van de genade in ons wakker maakt om ons daardoor tot het licht van uw heerlijkheid te leiden. U dank ik, Schepper en Heere, omdat U mij vreugde hebt geschonken in wat door U geschapen is en ik mij vermaakt heb in de werken van Uw handen. … Ik heb aan de mensen die deze uiteenzettingen zullen lezen, de heerlijkheid van Uw werken laten zien, voor zover mijn beperkte geest de oneindige rijkdom daarvan kon bevatten. Als ik mij … tot onbezonnen uitspraken heb laten verleiden, of als ik behagen schepte in mijn eigen roem bij de mensen …, vergeef het mij in Uw mildheid en barmhartigheid.’

Dat is de ware houding van een christen in de wetenschap: vreugde beleven aan het tonen van Gods heerlijkheid in de schepping en bescheidenheid over de eigen resultaten.

Hoe lezen wetenschappers de Bijbel?

De Bijbel geeft ons geen wereldbeeld, maar beschrijft de meeste dingen door de ogen van de waarnemer, de toeschouwer. Dat doen wij in ons alledaags taalgebruik nog steeds: niemand kijkt raar op als we het over de zonsondergang hebben. Dat we tegenwoordig denken dat de aarde in 24 uur om haar as draait, is daarmee niet in tegenspraak: we zien nog steeds hetzelfde. Calvijn zei al dat God geen astronomisch onderwijs geeft en kon daarom accepteren dat Saturnus groter is dan de maan en dat de maan zelf geen licht geeft. Zon en maan zijn voor ons oog aan de hemel even groot, maar de zon is het grote licht – omdat die veel meer licht geeft.

Het zou raar zijn om te veronderstellen dat Gods Woord wetenschappelijke taal spreekt. Als we lezen over ‘alle soorten vogels’, dan moeten we ons afvragen wat daarmee bedoeld wordt. Waar we ‘vogels’ lezen, staat er eigenlijk ‘gevleugelden’, dus horen de vleermuizen erbij. Wij rekenen konijnen en hazen niet onder de herkauwers, de Bijbel doet dat wel. Lange tijd wisten we niet hoe we dat moesten interpreteren, maar deze knagers blijken twee soorten keutels te produceren. De groene zien we nooit want die eten ze gelijk weer op – en in die zin zijn ze dus toch herkauwers – maar niet volgens onze definitie.

Dat de Bijbel geschreven is in de taal van de toeschouwer, maakt hem niet minder waar of betrouwbaar: het is openbaring. Het is echter niet altijd eenvoudig om Bijbelse gegevens te vertalen naar de wetenschap. Als we in Genesis lezen over de zondvloed (duidelijk wereldwijd), dan moeten we de sporen daarvan in de aardlagen terugvinden. Maar hoe vertalen we bijvoorbeeld de ‘kolken der grote waterdiepten’ en de ‘sluizen des hemels’? Welke aardlagen horen wel en welke niet bij de zondvloed? Vanuit de Bijbelse gegevens kunnen we al vertalend proberen een wetenschappelijk zondvloedmodel te maken. Over dat model kun je wetenschappelijk discussiëren en het heeft alle beperkingen die eigen zijn aan de wetenschap. Dit model is in elk geval minder waar dan wat Genesis ons leert: alle zondvloedmodellen zijn feilbaar mensenwerk.

Schepping en / of evolutie?

cheetah.pixabay

“In de praktijk zien we helemaal geen opklimming, maar eerder degeneratie: we raken eerder eigenschappen kwijt dan dat we er bij krijgen.”

Onder de oude Grieken leefde al de gedachte aan evolutie, aan een natuurlijke oorsprong van alle leven. Ook werd soms een hoge ouderdom van de aarde aangenomen. De kerkvaders kwamen tegen dit alles in het geweer. Anders dan sommigen lijken te denken, gingen ze er vrij algemeen van uit dat de aarde jong is. Ook Augustinus was van mening dat de aarde nog geen 6000 jaar oud was.

Moeten we als christenen Genesis letterlijk lezen en dus de evolutietheorie afwijzen? Andere artikelen gaan in op de vragen vanuit de Bijbel, hier wil ik meer ingaan op de beperkingen van de wetenschap. In de natuurwetenschappen werken we met waarnemingen en experimenten. Daarmee proberen we theorieën te ondersteunen, die lang niet altijd als vanzelf uit de waarnemingen volgen. Nogal vaak is de theorie er voordat er ondersteunende waarnemingen of experimenten zijn. Dat gold voor het model van Copernicus (dat de aarde om de zon en om haar as draaide) en ook de relativiteitstheorie van Einstein. Een theorie of model moet zo goed mogelijk de bekende feiten verklaren – tot er een andere theorie komt die dat beter doet. Soms bestaan verschillende theorieën naast elkaar of vullen elkaar aan.

Ten tijde van Darwin waren er al verschillende opvattingen over de veranderlijkheid van de soorten. De ‘fixisten’ dachten dat verandering onmogelijk was en beriepen zich daarbij o.a. op Linnaeus. Deze botanicus dacht er echter aan het eind van zijn leven anders over. Hij dacht dat de Schepper de orden geschapen had en dat door zijn Hand en later door de natuur de verschillende soorten daaruit waren ontstaan. Bekende Duitse biologen waren een vergelijkbare mening toegedaan. De waarnemingen van Darwin wezen ook op die mogelijkheid van variatie op een thema: alle katachtigen zouden makkelijk verwant kunnen zijn. De conclusie van Darwin ging echter veel verder: hij trok die gedachte door naar een hele stamboom van het leven. Fundamentele bezwaren daartegen kwamen in die tijd van diezelfde Duitse biologen: verandering kan, maar alleen binnen een ‘Grundtype’. Deze bezwaren gelden nog steeds en zijn zelfs versterkt: we hebben nog geen goed idee hoe verandering van type mogelijk is.

Het is daarom niet vreemd aan de wetenschap om te opperen dat verschillende levensvormen apart van elkaar zijn ontstaan, geen afstammingsverwantschap kennen. Tegenover ‘monofylie’ (alles is aan elkaar verwant, je kunt een complete stamboom van het leven maken) staat dan ‘polyfylie’ (katten zijn onderling verwant, maar niet met paard en paardenbloem). Daarmee los je niet alle oorsprongsvragen op – maar: kan dat wel?

Degeneratie en het ontstaan van ziektes

In het begin was alles zeer goed, zoals Gen.1:31 ons vertelt. Dat is duidelijk niet zo gebleven: na de zondeval werd alles aan de vergankelijkheid onderworpen (Rom.8:20). Ziektes zijn dus het gevolg van de zondeval. De laatste tijd zien we steeds duidelijker hoe dat biologisch gezien werkt. Zowel in onze darmen als in de bodem ontdekken we steeds meer goede bacteriën – maar een aantal bacteriën zijn ontspoord door mutaties en zijn ziekteverwekkers geworden. Sommige bacteriën op onze huid worden pas parasieten als ze door een wondje ons bloed binnen dringen. Iedereen kent vogels als koereigers die de parasieten uit de vacht van o.a. koeien verwijderen – maar als de koe een wond krijgt, houden ze die als parasieten open. Virussen zouden heel goed ontspoorde specials stukjes spring-DNA van onszelf kunnen zijn: juist dat spring-DNA kan deels verklaren waarom er zoveel variatie binnen een basistype mogelijk is. Veel ziektes hebben een erfelijke component: ze worden (mede) veroorzaakt door een genetisch defect. Dat komt door mutaties, waarvan de meeste trouwens door een speciale reparatiedienst hersteld worden. In de praktijk zien we helemaal geen opklimming, maar eerder degeneratie: we raken eerder eigenschappen kwijt dan dat we er bij krijgen. Over dit thema valt veel meer te zeggen, maar dit lijkt me voldoende om aan te stippen welke kant het moderne biologische onderzoek ons op kan leiden – als we tenminste niet alles vanuit de evolutie-gedachte proberen uit te leggen.

“Als christenen zouden we moeten voorgaan in bescheidenheid, zoals Kepler ons leert. De wetenschap heeft maar beperkte mogelijkheden. Helaas hebben creationisten soms een te grote broek aangetrokken om de onterechte claims van evolutionisten te bestrijden.”

Het fundamentele probleem

Wetenschap is mensenwerk en dus is wetenschappelijke waarheid op z’n best voorlopige waarheid. Daarbij komt het probleem dat we met een veronderstelde evolutie terug in de tijd moeten kijken. Dan zijn herhaalbare experimenten niet mogelijk. Bovendien moeten we ervan uitgaan dat alles in het verleden op dezelfde manier is gegaan als in het heden. Een christen weet zeker dat dat niet zo is, want de schepping is door Gods Woord tot stand gekomen: ‘Hij sprak en het was er’ (Ps.33:9). Het zichtbare is daarbij niet ontstaan uit het waarneembare (zie Hebr.11:3). De bijzondere scheppingsdagen lenen zich dus niet voor gewoon wetenschappelijk onderzoek. We zien alleen de resultaten van dat scheppingswerk – en niet eens compleet omdat er soorten zijn uitgestorven en er een zondvloed is geweest. De precieze impact van de zondvloed is moeilijk te achterhalen: het heeft een ongekende schaalgrootte en is met niets wat we kennen goed te vergelijken. Alle zondvloedmodellen zijn magere pogingen om een en ander in kaart te brengen. We kunnen daarbij deels steunen op wat we kunnen waarnemen na bekende overstromingen. We weten daaruit dat aardlagen van meters dik in enkele uren kunnen worden gevormd en dat de kracht van water groot is, maar de zondvloed was uniek in omvang.

Als christenen zouden we moeten voorgaan in bescheidenheid, zoals Kepler ons leert. De wetenschap heeft maar beperkte mogelijkheden. Helaas hebben creationisten soms een te grote broek aangetrokken om de onterechte claims van evolutionisten te bestrijden. Ook wij zouden moeten leren van onze Heer, die zegt: ‘leert van Mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van Hart’ (Mt11:29).

Conclusie

Een christen mag vertrouwen op Gods Woord: God heeft geschapen en dat zelfs in zes dagen gedaan. De wetenschap blijft daarbij per definitie op een afstand staan, want dit eenmalige gebeuren is door haar niet te onderzoeken. Dat de natuurwetenschap soms tot andere conclusies komt dan een bijbellezer, hoeft ons niet te verontrusten. De wetenschap is feilbaar mensenwerk en de Bijbel is niet in wetenschappelijke taal geschreven. Bovendien overschrijdt de wetenschap haar grenzen als ze stellige uitspraken doet over het verleden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Ir. K. Fieggen studeerde in Wageningen en geeft alweer zo’n veertig les in biologie, science en algemene natuurwetenschappen. Voor die vakken heeft hij lesmateriaal geschreven, o.a. de methodes Antwoord en Kepler voor algemene natuurwetenschappen. Recent schreef hij een boek over wetenschap, oorsprong en de Bijbel met als titel: "In de voetsporen van Kepler" en vorig jaar is van zijn hand een commentaar op het Bijbelboek Hebreeën verschenen. Hij geeft lezingen over Bijbelse onderwerpen en over de relatie wetenschap en de Bijbel.

37 Comments

Ed Vaessen

“De wetenschap is feilbaar mensenwerk en de Bijbel is niet in wetenschappelijke taal geschreven.”

[Waarom is de] Bijbel [niet een] product van menselijke fantasie[?] (…)

Reply
peter b

Elke scepticus die zich er oppervlakkig in heeft verdiept, weet dat de in de Bijbel beschreven historie op vrijwel alle punten archeologisch werd bevestigd. Beweerde de wetenschap 150 jaar geleden nog dat er geen Hethieten hadden bestaan, terwijl ze werden beschreven in de Bijbel…nu weten we beter: Hethieten hadden een groot rijk precies in de tijd die er in de Bijbel wordt beschreven (2e millenium BC). Het toont de hoge ouderdom van Bijbelse geschriften alsmede de betrouwbaarheid. De koningen uit Genesis zien we vrijwel allemaal terugkeren op kleitabletten en en steden die in Genesis aan bod komen werden de afgelopen eeuw systematisch opgegraven. Het is dus geen fantasie. Als het op archeologisch gebied klopt, dan is het een betrouwbaar boek, en dient elke scepticus minimaal met sterke argumenten komen waarom de Bijbel op andere gebieden, zoals metafysisch, niet zou kunnen kloppen. Mensen die de Bijbel afdoen als een product van fantasie, hebben zich er [m.i.] niet in verdiept.

Ed Vaessen

“Het jaar 2009 was zowel een Darwinjaar als een Calvijnjaar.”

Darwin zette niemand op de brandstapel. (…) Calvijn deed dat wel in Genève.

Reply
Radagast

Beste meneer Vaessen,
Bent u zich ervan bewust dat na een gerechtelijke procedure er nog altijd mensen de doodstraf krijgen in de Verenigde Staten? Het geven van de doodstraf is dus niet per se verkeerd.

Ed Vaessen

“Beweerde de wetenschap 150 jaar geleden nog dat er geen Hethieten hadden bestaan”

Ik ben benieuwd naar die (…) wetenschappers die destijds (…) bewe[e]r[d]en dat de Hethieten nooit hadden bestaan.

Reply
peter b

(…) Ed, wiki [zegt]:

Biblical background

Before the discoveries, the only source of information about Hittites had been the Old Testament (see Biblical Hittites). Francis William Newman expressed the critical view, common in the early nineteenth century, that, if the Hittites existed at all, “no Hittite king could have compared in power to the King of Judah…”.[7]

Abraham kocht een stuk grond van een Hethiet, genaamd Ephron, staat er in Genesis. De Bijbel is heel duidelijk over de Hethieten. Het volk verdween rond 1200 BC en daarmee is de Bijbel een historisch betrouwbare bron en enorm oud. Veel ouder dan enig andere bron.

Reply
Peter

De Hettieten in Anatolie hebben hun naam gekregen op grond van deze bijbeltekst, en het is volledig onbekend of de Hettieten uit Genesis iets te maken hebben gehad met die uit Anatolie. Die uit Anatolie zijn onbekend aan de bijbelschrijvers. De Hettieten zijn daarmee geen bewijs van de historische betrouwbaarheid van de Bijbel. We hebben [hier m.i.] te maken met 19de eeuwse inlegkunde.

Jan van Meerten

Geachte Peter, U schrijft: ‘Die uit Anatolie zijn onbekend aan de bijbelschrijvers.’ Welke archeologische of historische data heeft u voor deze claim?

Reply
peter b

De hettieten worden in de Bijbel Heth genoemd, de Assyriers noemden ze Chatti, de Egyptenaren Kheta en ze noemden zichzelf Hatti. Ethymologisch is dat zelfs voor een leek duidelijk. Hun rijk strekte zich uit van Turkije tot aan het Egypte van de Faraos (die meermaals oorlog voerden tegen de Ketha). Geen wonder dat Abraham een stuk land kon kopen van een Hettiet, zoals we mogen verwachten want ze woonden daar tussen 2000 en 1200 BC. De Bijbel is historisch zeer betrouwbaar en vertelt ons van een zeer, zeer ver verleden.

Peter

Jan van Meerten;
Heel Anatolie was onbekend aan de bijbelschrijvers.

Jan van Meerten

Geachte Peter, u formuleert de claim op een andere manier maar geeft geen antwoord op de vraag welke historische en archeologische data u heeft voor deze claim, laat staan dat u er gegevens van de Bijbelschrijvers bij betrekt. Heeft u data waaruit blijkt dat de Bijbelschrijvers onbekend waren met Anatolië of de Hethieten?

Reply
peter b

“Heeft u data waaruit blijkt dat de Bijbelschrijvers onbekend waren met Anatolië of de Hethieten?”

Het aantonen van een non-existentie (hier: het onbekend zijn met iets) is onmogelijk, (…) [Jan]. Dat heb ik al eens eerder aangegeven. Zoals ik hierboven aangaf wisten de Egyptenaren en de Assyriers van het Hatti rijk dat bestond tot 1200 BC. De Bijbel was en is hier dus historisch en betrouwbaar. De geschreven berichten van Egyptenaren en Assyriers bevestigen Genesis sinds we het kunnen lezen (d.w.z. sinds ongeveer een eeuw). Vrijwel alle zogenaamde “hogere bijbelkritiek” uit de 19e werd weerlegd door de archeologie van de 20e en 21e eeuw.

Peter

Jan van Meerten: “Heeft u data waaruit blijkt dat de Bijbelschrijvers onbekend waren met Anatolië of de Hethieten?”

Het ontbreken van Anatolie in de Bijbel. Wat anders? ‘Anatolie’ en “Hethieten’ is niet hetzelfde. Het rijk van Hattusas in Anatolie is onbekend in de Bijbel. Het is ook onbekend wat voor volk met ‘Hethieten’ in de Bijbel bedoeld wordt.

En wat historiciteit van de Bijbel betreft, niets voor David kan werkelijk gestaafd worden en niets voor Omri is behoorlijk gedocumenteerd.

Jan van Meerten

Geachte Peter, u had het over Anatolië, ik sprak alleen over een volk Hethieten. Hoe weet u zeker dat de Bijbelschrijvers onbekend waren met het koninkrijk van de Hethieten? M.i. kunt u deze claim niet hard maken. Daarnaast ligt de bewijslast bij u als het u stelt genoemde volk van de ‘Hethieten’ in bijv. Gen. 10 niet dezelfde als die van het koninkrijk op Anatolië. Deze bewijslast is eenvoudig te formuleren in een vraag: Wie waren de Hethieten dan wel?

Reply
Peter

De naam van dit rijk was ‘het land van Hatti’ naar de regio in Midden-Anatolie waar eerder de Hattiërs woonden. De Hattiërs waren een volk dat eerder in Midden-Anatolië woonden en verdween toen de Hittieten kwamen. De naam voor het land bleef bestaan, en gaf ook de naam van de voornaamste stad, toen er andere mensen of een andere regerende bovenlaag kwam. (Net als ‘Parijs’ naar de Parisii heet). De koningen van de tijd van het Hettische rijk noemen zich naar hun stad + land. De hoofdkoning van wat wij de Hettieten noemen was de grote koning van Hatti, en hij had een heleboel vazalkoningen onder zich die ook naar hun stad genoemd werden. We weten niet wat de volksstam zich noemde, als ze daar al een naam voor hadden, en iedereen zich niet naar zijn stad noemde. We weten dat de ‘hattili’ betekent: ‘in de taal van de Hattiërs’ en ‘nesili’ ‘in de taal van de Hettieten’. We weten ook dat ‘nesili’ een Indo-europese taal is, in tegenstelling tot ‘hattili’.

Het bekende rijk van de Hittieten kwam nooit tot Kanaan, en ‘Hatti’ betekent een landstreek waar iemand vandaan kon komen. De taal van dit bekende rijk was Indo-europees, en er is nooit een Indo-europese taal gesignaleerd in Kanaan. Als iemand de ‘Hethieten’ uit Kanaän persé wil koppelen aan een groep uit Anatolië kun je dat aan de nogal onbekende ‘Hattiërs’ doen of aan de bekendere ‘Hettieten’. In beide gevallen is er geen enkele verdere aanwijzing dan een vage overeenkomst in naam. De overeenkomst in naam tussen ‘zonen van Heth’ en het land ‘Hatti’ is ook taalkundig geen samenhang.

De Kanaäneten, Hethieten, Hevieten, Ferezieten, Girgasieten, Amorieten en Jebusieten zijn stammen die in Kanaan wonen omstreeks 1400 en eerder en genoemd worden in Genesis / Jozua. Elke naamsovereenkomst is toeval. Net zoals er nu vele plaatsen ‘Haren’ zijn.
De koningen van de Hethieten in Koningen / Kronieken kunnen goed overeenkomen met de koningen van Karchemish / omgeving. Dat klopt in de tijd.

Reply
peter b

Peter, dit is [m.i.] wegredeneren van bewijsvoeringen die de Bijbel als een historisch werk zouden kunnen neerzetten. Is jouw verhaal ergens archeologisch onderbouwd? Ik zie geen enkele referentie naar betrouwbare bronnen. (…) [Volgens mij bestaat er een boek of website van atheïsten], die dezelfde trend volgt als jij hierboven, en ervan uit gaat dat de namen aan opgegraven steden, volken, koningen, er later aan werden verbonden door [de in de] bijbel-gelovende archeologen. Het is [m.i.] een soort kompletdenken om de bijbel te bewijzen. Graag de bron van jouw beweringen onthullen.

Jan van Meerten

Geachte Peter, hartelijk bedankt voor uw uitgebreide toelichting op dit vraagstuk. Hoe het etymologisch zit met de Hethieten vergt voor mij nog wat extra studie naar dit vraagstuk. U geeft daarin enkele interessante gegevens.

De overeenkomsten (m.i.) wegverklaren met ‘toeval’ is voor mij te makkelijk. Het is helemaal niet onlogisch dat Abraham, die nogal een verre reis maakte, bekend was met ‘het koninkrijk van de Hatti’ of de Hethieten. Daarnaast leefde de aartsvaders Izak en Jacob in Kanaän en een kaartje van ‘het koninkrijk van de Hatti’ laat zien dat hun invloedsfeer tot in Kanaän merkbaar was. Wanneer Izak en Jakob werkelijk bestaan hebben, en daar ben ik van overtuigd, dan is het onmogelijk dat ze nooit van de Hatti, die ze Hethieten noemden, gehoord hebben. U schrijft dat de Hethieten rond 1400 v. Chr. ook aanwezig waren ten noorden van Kanaän, dat klopt ook met het genoemde kaartje. Te vinden via: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hettieten#/media/File:Hittite_Empire.png. Met deze woorden worden de Hatti echter wel gelijkgesteld met de Hethieten.

Reply
peter b

Jan, ook Hattiërs, hoewel dat gewoon een vernederlandisering is, is ethymologisch terug te voeren op Hatti en Heth en Ketha. (…)

Peter

Als 1800 vChr aangehouden wordt voor Abraham, is dat nog vóór het Hettietenrijk in Anatolië.

Reply
peter b

Genesis refereert niet naar het rijk van de Hettieten, maar naar Heth als volk. Net als men in de 13e eeuw al Turken als volk had, maar nog geen Turkije. Verder ben ik nog steeds benieuwd naar de bron van jouw kennis, Peter. (…) Is de Bijbel de bron? Of is Wikipedia je bron? Wikipedia’s Hettieten haalt dezelfde passages aan als jij hierboven.

Dat er geen verband is met een groot rijk in Anatolië dat hoeft ook niet. Het gaat om een volk, niet om een rijk. Het volk dat [ten] noorden [ van] Israel grote gebieden bewoonde, wordt door de Egyptenaren, door de Hebreeërs en Assyriërs Hethieten genoemd. Dat refereert direct aan het Anatolische rijk of de mensen die daar woonden werden ermee vereenzelfigd. (…) Het is opmerkelijk dat Peter (…) de dateringen overneemt van de Egyptologen. De slag van Kadesh zou 1274 v. Chr. hebben plaatsgehad? Hoe weet je dat, Peter? De hele Egypologische datering is gebaseerd op Maneto’s tijdrekening, een historicus uit de 3e eeuw, wiens historiën en dateringen op [m.i. duister] zijn.

Jan van Meerten

Geachte Peter, U schrijft: “Als 1800 v. Chr. aangehouden wordt voor Abraham, is dat nog vóór het Hettietenrijk in Anatolië.” Wat u hier schrijft is ten dele juist. Dat Hethietenrijk waar ik in het bovenstaande op doelde was in de tijd van Jozua, het gaat dan over de koningen van het ‘Old Kingdom’. Bekend is, al moet daar nog verder onderzoek naar gedaan worden, dat er ‘Hattic kings’ voor het ‘Oude Koninkrijk’ bestonden, een vroege periode. Deze vestigden zich ook in Anatolië. Het gaat om de koningen Pamba (al is deze mogelijk mythisch), Pithana, Piyusti, Anitta en Tudhaliya. Voor het ‘Oude Koninkrijk’ bestond op Anatolië het rijk van Kussara. Er is een inscriptie van een van deze koningen gevonden, Anitta (en ook Pithana wordt genoemd), in de Hethietische taal. De Hethieten bestonden dus wel degelijk voordat het ‘Oude Koninkrijk’ bestond.

Reply
Peter

Etymologisch zijn Hatti, Kheta en Heth niet te vergelijken. We weten de Assyrische schrijfwijze dat Hatti Chatti is, en dat komt overeen met Kh*t* – klinkers worden niet geschrven in Oud-Egyptisch. De vraag is dus of ‘Heth’ daarmee overeenkomt. Kan iemand opzoeken of ‘Heth’ met Hee of met Chet geschreven wordt, en eindigt op Tet or Taw? Want de bijbelvertalers gebruiken -ch- (bv in Jojachin), en waarom schrijven ze dan geen Cheth als het hetzelfde woord zou zijn? Vanwaar ‘H’ – lijkt me de letter Hee? Waar komt die -h – op het eind van ‘Heth’ vandaan? Daarbij komt nog dat dubbel t, -tt-, niet overeenkomt met enkel t, in geen enkele etymologie.

Reply
Radagast

Heth wordt geschreven als cheth-taw. In hiërigliefen Kheta waarschijnlijk ook, hoewel er geen spellingsregels waren en het wellicht ook als ch-t-‘ werd geschreven. Dubbel t kan niet in het Hebreeuws en waarschijnlijk ook niet in het Akkadisch. In hiërogliefen kan het wel, maar dan wordt het vaak gelezen alsof er een klinker tussen staat.

Peter

Bedankt Radagast.
De -th- in Hethieten en de -tt- in Engels Hittites zijn dan late conventies. En het moet dan Chet zijn die de zoon van Kanaän is, niet Heth. Kennelijk konden de Egyptische en Semitische talen de dubbel t in Ḫa-at-tu-ša, “Ḫattuša”,niet weergeven? Dan komt er wel overeenkomstig woord te staan, maar blijft dat woorden vaker voorkomen. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Haren

Peter

Peter B schreef op 30 mei: “Beweerde de wetenschap (…) alsmede de betrouwbaarheid.”
Dus dan moeten we zoeken naar de verwijzingen naar Hethieten in de Bijbel.
A Lijsten
1 Lijst van zonen van Kanaar: Genesis 10 6 – Zonen van Cham, oa Kanaan; Genesis 10: 15-19 – “En Kanaan verwekte (…) en Heth (…) en de Hamathiet.” Vergelijk 1 Kronieken 1:13.
2 Lijst van stammen in Kanaan en omgeving: Genesis 15: 19-21 – “Den Keniet, (…), den Hethiet, (…).
3 Lijst van stammen in Kanaän Exodus 3:8, 17 – “naar de woonplaats van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten”.
4 waar wie in Kanaän – Jozua 12: 7,8 – Hethieten (gebergte), Amorieten (Laagte), Kanaänieten (Vlakte), Ferezieten (hellingen), Hevieten (woestijn), Jebusieten (Zuiderland).
Er zijn meer van dit soort teksten met lijstjes stammen. Het punt is dat in al deze gevallen de Hethieten ergens middenin zo’n lijst staan, en geen uitzonderingspositie krijgen. Bovendien horen de Hethieten duidelijk bij Kanaän.
Ik weet niet of het wat zegt, maar https://en.wikipedia.org/wiki/Japheth geeft Anatolië aan de zonen van Japheth, niet aan Sem of Cham (Kanaän, Heth), op grond van Flavius Josephus.
B Koningen
5 Er is sprake van een koning of koningen van de Hethieten in 2 Koningen 7:6, bij het beleg van Samaria door de koning van Aram. De Arameeërs vrezen de koningen van Egypte en de Hethieten. Wanneer was de belegering van Samaria? De koning van Samaria heet ‘de koning’. Wie is het? Joram de zoon van Achab, gegeven de profeet Eliza? Jaar omstreeks 850. Dat kan overeenkomen met koningen van Karchemish / omgeving. Dat klopt in de tijd, nl voor de Assyriërs alles veroverden.
C Personen
6 Abraham koopt zijn graf Genesis 25:9 – van “Efron de zoon van den Hethiet Zoar”

Verder Abimelech of Ahimelech, Uria – Semitische / Hebreeuwse namen. Dat is het wel. De Hethieten zijn eerst een van de vele stammen van Kanaän, tot omstreeks 1400 volgens klassieke telling. Geen enkel verband met een groot rijk in Anatolië dat bestond van omstreeks 1700-1200.

Reply
Peter

@Jan van Meerten 3 juni

Abraham Izaak en Jacob leefden omstreeks 1800-1700 als ik een traditionele tijdslijn neem. U suggereert dat ze van ‘Hatti’ of dat nu de Hattieërs of de Hethieten van de huidige archeologen zouden zijn, gehoord zouden kunnen hebben. Omstreeks 1800-1700 is er wel wat bekend van ‘Hethieten’ in Anatolië, maar is het nog geen groot rijk, en dat maakt het twijfelachtig of ze wijd en zijd bekend geweest zouden zijn. Er waren zoveel stammen en steden, en het was ver weg. Haran / Harran bestaat nog, en is volgens Google Maps 700 km van Bogazkale voor Hattusa. Dus, of AIJ van de Hatti hadden gehoord? Misschien, maar [waarom is dat belangrijk]?

“U schrijft dat de Hethieten rond 1400 v. Chr. ook aanwezig waren ten noorden van Kanaän, dat klopt ook met het genoemde kaartje. Te vinden via: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hettieten#/media/File:Hittite_Empire.”

Dat kaartje geeft de grootste uitbreiding, bereikt ca 1290 v. Chr. Wat op dat kaartje als Kanaän aangegeven staat is heel veel, namelijk het hele Egyptische invloedsgebied, dus nu Israël + Libanon. Let op de naam Qadesh. Qadesh / Kadesh ligt ten noorden van het Libanongebergte, een kleine 200 km ten noorden van Damascus volgen Google maps. En dat is de grootste uitbreiding van een rijk met koning + vazalstaten, niet van een bevolkingsgroep. Dit geeft geen grond om deze Hethieten, die van het rijk van Hattusa, tussen de Jordaan en de zee te positioneren.

NB Kadesh is de naam van een stad aan de bovenstroom van de Orontes aan de noordpunt van het Libanongebergte, en ook van een stad in de Negev genoemd in Jozua – overeenkomst in naam is niet iets om op af te gaan.

Over het meer algemene punt van betrouwbaarheid van de vroege geschiedenissen in de Bijbel: er is geen melding van de veldtocht van Ramses II die uitliep op de slag bij Kadesh, 1274 v Chr, en die de Hethieten vermoedelijk wonnen. Dat zou ergens in de Richteren periode moeten vallen.

Reply
Peter

De farao Merenptah was de zoon en opvolger van Ramses II en regeerde van 1224-1214 vChr (volgens https://nl.wikipedia.org/wiki/Merenptah) of 2013-1203 v. Chr (volgens https://nl.wikipedia.org/wiki/Stele_van_Merenptah). Op de Merenptah stele beschrijft deze farao een reeks van zijn overwinningen. [Wikipedia] geeft “Merenptah besteedt slechts een enkele strofe aan de Kanaänitische campagne maar meerdere strofes aan zijn overwinning op de Libiërs. De regel over Merenptahs campagne in Kanaän leest als volgt: Kanaän is gevangen in rampspoed. Ashkelon is overwonnen, Gezer geconfisqueerd, Yanoam bestaat niet meer, Israël is verwoest, zonder enig zaad.” Deze regel is heel bekend, want het zou kunnen gaan om de eerste externe aanwijzing voor het bestaan van Israel. Het zou gaan om een Egyptische overwinning – zou ook rooftocht kunnen zijn – op Israel, in het jaar 1209/1208 v. Chr.

Ik begin hierover omdat er hierbovenaan in deze comment reeks gezegd werd dat de Bijbel een historisch betrouwbare bron is. De Bijbel noemt geen Egyptische gewapende excursie in Kanaän in de Richteren periode.

Reply
Radagast

Peter,
Het is algemeen bekend dat de farao’s op hun stèles uitzonderlijk overdreven. De vader van Merenptah, Ramses II, eiste de overwinning op de Hethieten op, terwijl het in wezen gelijkspel of verlies was. Amenhotep II durfde te claimen dat hij een veldtocht had gewonnen. In de beschrijving van de buit staat zoiets als: ‘een wagen, een pijlkoker en drie zwaarden’. Hij had dus gewoon verloren. Als ik goed geïnformeerd ben, dan staat de verwijzing naar Israël bovendien in een literaire constructie waarbij een mooi getal van zeven met andere plaatsen in Palestina gevormd wordt. Er is dus alle reden om aan te nemen dat Merenptah hier overdrijft.

Wat betreft de Hethieten: het Hebreeuwse Cheth is dus volledig gelijk aan het Egyptische Kheta en waarschijnlijk ook aan Hatti. Er is dus alle reden om aan te nemen dat het over hetzelfde volk gaat.

peter b

“De Bijbel noemt geen Egyptische gewapende excursie in Kanaän in de Richteren periode.”

(…) Er is hier meermaals naar voren gebracht dat de afwezigheid van bewijs, bijv. het niet noemen van een gebeurtenis, nooit als bewijs voor een of andere stelling kan worden genomen. Er is enorm veel historie niet in de Bijbel overgeleverd. Er is ook enorm veel historie niet door de Egyptenaren overgeleverd. Absence of evidence is not evidence of absence. Het gaat erom dat wat er overgeleverd werd betrouwbaar is, of niet. Je moet je in allerhande bochten wringen om de betrouwbaarheid van de historie in Genesis in twijfel te trekken. De meeste argumenten tegen de betrouwbaarheid berusten [m.i.] op [onduidelijke] dateringen (…) en absence of evidence.

Reply
Peter

Integendeel, Peter B, je moet je in allerlei bochten wringen om de stam in Kanaän geheten Hethieten en de bewoners van het land Hatti aan elkaar te koppelen. “Er is hier meermaals naar voren gebracht dat de afwezigheid van bewijs, nooit als bewijs voor een of andere stelling kan worden genomen”. Met andere woorden, dan zou je krijgen dat de afwezigheid van de Anatolische Hethieten in de Bijbel kan niet als bewijs voor of tegen de bekendheid van de Bijbelschrijvers met de Anatolische Hethieten kan gelden. Daarentegen is er aanwezigheid van bewijs dat de Bijbelschrijvers bekend waren met een Kanaänitische stam Hethieten, vergelijkbaar met Heviten, Perizieten, Girgashiten, Amorieten, Kenieten, Ferezieten, Jebusieten en [anderen] – allemaal verder volkomen onbekend.

@Radagast,
Overeenkomst in naam is nooit doorslaggevend. Ik noemd al twee voorbeelden van identieke plaatsnamen die niets met elkaar te maken hebben.

Dat farao’s overdrijven is zeker, maar het totale ontbreken van Egyptenaren in Richteren, ook van een reuzeveldslag voor die tijd als die van Kadesh, geeft [m.i.] te denken.

Radagast

Geachte Peter,
Ik denk niet dat uw visie op de etymologische overeenkomst tussen Cheth en Kheta klopt. Als wij het allebei over Haren hebben, is er de mogelijkheid dat wij het over twee verschillende plaatsen hebben, omdat er twee verschillende plaatsen bestaan. Er is echter maar één volk (tegelijk) dat een naam met etymologische overeenkomst met Cheth droeg en dat zijn de Hethieten. Uw verklaring vereist nog een (hypothetisch) volk, dus is de verklaring van Jan van Meerten parsimoner.

U hebt echter wel gelijk als de kenmerken die de Bijbel aan de Hethieten geeft niet overeenkomen met die van de Anatolische Hethieten. U denkt dat dat zo is, naar ik meen omdat de Bijbel de Hethieten als een Kanaänitisch volk beschouwt. De Bijbel noemt naast de Hethieten echter ook de Amorieten, het machtige volk dat onder Hammurabi over Babel regeerde. De Bijbel noemt de Hethieten terwijl Salomo verondersteld wordt over heel Israël te regeren. Ook uit Jozua 1:4 maak ik niet op dat de Hethieten een klein volk waren. De Bijbelse Hethieten worden dus niet beschreven als een Kanaänitisch stamvolk.

Jan van Meerten

Geachte Peter, u geeft in een reactie aan dat het mogelijk is dat de aartsvaders Hethieten als volk gekend zouden kunnen hebben. De zonen van Heth, waarmee Abraham en akkoord sluit over de spelonk van Machpela zouden mogelijk tot dit volk kunnen behoren. Het is daarnaast mogelijk dat een deel van de Hethieten als stam Kanaän bewoonde. Ook is het niet vreemd dat Jozua tegen Hethieten moest strijden als Kanaän ten tijde van de intocht (rond 1400 v. Chr.) grensde aan het rijk van de Hethieten. Het is m.i. ook niet onredelijk om de Hethieten in Kanaän als subgroep binnen de Anatolische Hethieten te veronderstellen. Zoals Radagast dit ook etymologisch laat zien. Binnen de volkerentafel van Genesis 10 wordt gesproken van de Hethiet en de Hamathiet. Waar Hama (of het Bijbelse Hamath) lag is bekend. Hamath was voor de val van het Hethietische rijk onderdeel van dat rijk (mogelijk via expansiedrift veroverd) en na de val in 1180 v. Chr. vormde het een van de neo-Hethietische vorstendommen. Als de Hamathieten ook ten noorden van Israël (het zuidelijkste puntje van Turkije) gelokaliseerd worden is het niet vreemd de Hethieten te zien als afkomstig uit Anatolië en dat dit volk door de enorme expansie van dit rijk in contact kwam met Israël. Overigens ben ik ook bekend met andere visies onder de creationisten die stellen dat de Anatolische en de Kanaänitische Hethieten niets met elkaar te maken hebben. Maar hierboven wil ik verdedigen dat het niet onredelijk is om te veronderstellen dat ze wel met elkaar te maken hebben. Als blijkt dat dit niet zo is, u moet dan met meer data komen dan het bovenstaande, dan moeten we die hypothese verwerpen. Dit is overigens voor mij geen enkel probleem. Dan nog blijft de vraag staan: Waar kwamen de Kanaänitische Hethieten vandaan?

Reply
Peter

Het is onredelijk te veronderstellen dat de Kanaänitische en Anatolische Hethieten iets met elkaar te maken hebben. Er zijn geen gegevens die in die richting wijzen: wat nodig is is het vinden van een spijkerschrift tekst in de Hethietische taal – een Indo-Europese taal – in Kanaän voor Jozua ca 1400 v. Chr. Of het vinden van beeldhouwerken van de stormgod, of een ander gebeeldhouwd iets op de Hethietische manier in Kanaän. Hier wordt alleen een opeenvolging van ononderbouwde veronderstellingen gepresenteerd: ‘mogelijk’ en ‘niet onredelijk’. Na 1180? wat heeft dat voor relevantie voor Efron de zoon van de Hethiet Zoar omstreeks 1800? Of voor de stammen die in Kanaän woonden ten tijde van Jozua?

“Waar kwamen de Kanaänitische Hethieten vandaan?”

Waar kwamen de Girgashieten vandaan?

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, u geeft helaas geen antwoord wie de Hethieten dan wel zijn. We hebben in het grensgebied ten noorden van Kanaän wel degelijk Hethieten wonen ten tijde van Jozua evenals we Hamathieten hebben wonen aan die noordgrens. Het is dan niet onredelijk te veronderstellen dat Jozua een aanvaring gekregen heeft met dat volk en dat Jozua met de Hethieten hetzelfde volk bedoeld heeft. U schrijft: ‘Na 1180?’ Daarvoor bestond de stad Hama ook maar was het bezet gebied door de Anatolische Hethieten. De Hamathieten worden op een rij genoemd met de Hethieten in de volkerentafel van Genesis 10. Of waren dat ook andere Hamathieten en niet degene die in de Bijbel genoemd worden? Ik denk dat we die vraag ontkennend moeten beantwoorden en moeten stellen dat net zo als de Bijbelse Hamathieten ten noorden van het grensgebied met Kanaän gevestigd waren dit ook voor de Bijbelse Hethieten geldt. Aangezien er maar een volk ‘Hethieten’ genoemd worden ten noorden van Kanaän nl. de Anatolische lijkt mij een gelijkstelling niet onredelijk. Als de Hethieten niet de Anatolische zijn, zoals u beweerde, dan ligt de bewijslast bij u voor wie de Hethieten dan wel waren. Wie de Girgasieten waren, dat zou weer een andere vraag zijn, die mag u uiteraard ook beantwoorden als u dat wenst, maar voor mij is de vraag belangrijk: Wie waren de Bijbelse Hethieten dan, als het niet de Anatolische waren die ten noorden van Kanaän gevestigd waren ten tijde van de intocht.

Reply
Peter

“We hebben in het grensgebied ten noorden van Kanaän wel degelijk Hethieten wonen ten tijde van Jozua”

Nee, die zijn er niet. Welk grensgebied? Kanaän houdt op aan de zuidkant van het Libanongebergte. Dat is wat zuidelijker dan de Taurus.

“Daarvoor bestond de stad Hama ook maar was het bezet gebied door de Anatolische Hethieten”. Voor de regering van Suppiluliuma (1380-1340) was er geen Hethietische staat ten zuiden van het Taurusgebergte. De Syrische vazalstaten besloegen het gebied ten noorden van Kadesh aan de Orontes, en er zijn nooit Hettitische legers in Kanaän doorgedrongen. Dus hoogstens heb je van 1360-1180 een vazalstaat, met een niet-Hethietische bevolking in Hama. Het is heel moeilijk de stad Hama, 235 km ten noorden van Damascus, in Kanaan te plaatsen. Zodat de Kanaanietische Hamatieten inderdaad andere zullen zijn, en er geen enkele aanwijzing is voor Hethieten op die plaats ten tijde van of voor Jozua – en na Jozua alleen als opperheersers, niet als bevolking.

Het gaat erom of Jan van Meerten kan bewijzen – en dat is wat anders dan veronderstellen – dat de Hethieten uit de lijst bewoners van Kanaän iets te maken hebben met de Anatolische Hethieten. Dat kan door het vinden van een spijkerschrifttekst in de Hethietische taal – een Indo-Europese taal – in Kanaän voor Jozua ca 1400 v. Chr., of het vinden van beeldhouwerken van de stormgod, of een ander gebeeldhouwd iets op de Hethietische manier in Kanaän. Dat is bewijs. Totdat Jan van Meerten dergelijk bewijs levert, zijn de Hethieten en Hamathieten in Kanaän even obscuur en ongedocumenteerd als de Girgasieten. Er is geen enkele reden deze Bijbelse Hethieten belangrijk te achten.

Reply
Radagast

Aangezien Peter elders op het internet [beweert] dat zeggen dat de Bijbelse en Anatolische Hethieten hetzelfde zijn, gelijkstaat aan gebrek aan algemene ontwikkeling en dergelijke, zal ik voor hem en de meelezer nog eenmaal de case voor de overeenkomst tussen beide Hethieten maken:

1. De spellingswijze van de naam van de Bijbelse en Anatolische Hethieten is volkomen gelijk. Aangezien er maar één volk uit de geschiedenis is met deze naam en aangezien er maar één volk in de Bijbel is met deze naam, is de meest redelijke verklaring dat het om hetzelfde volk gaat.

2. In de Bijbel worden de Hethieten niet beschouwd als onbeduidend Kanaänietisch volk. Hoewel de Hethieten in volkenlijsten van Kanaän worden genoemd, kan dit vergeleken worden met het voorkomen van Chinezen in een lijst van nationaliteiten in een Amerikaanse stad. De Amorieten komen op dezelfde volkenlijsten voor, zijnde een machtig volk dat over Babel geheerst heeft. De Hethieten bezaten volgens de Bijbel een groot land (Jozua 1:4) en koningen terwijl Salomo over het volledige grondgebied van Israël regeerde. In het koninkrijk van Salomo was er geen ruimte voor koningen van Kanaänietische volkjes, wel voor koningen van Anatolische stadstaten die er waren na de ondergang van het Hethitische rijk.

3. Archeologisch bewijs is in deze zaak optioneel en niet noodzakelijk. Er is net zo goed geen bewijs voor de Hethieten als Kanaänietisch volk, zoals Peter beweert. De Egyptische en Assyrische teksten ermelden het rijk Mitanni en egyptologen geloven dat dit rijk heeft bestaan, zonder archeologisch bewijs. Peter heeft laten zien de Egyptische teksten te geloven wat betreft Kanaänietische veldtochten, zonder bewijs, terwijl ik heb laten zien dat dit onverstandig is.

Kortom: de Bijbel beschrijft een volk met dezelfde naam als een Anatolisch volk als wonend in Kanaän, maar niet als Kanaänietisch volkje. Archeologisch bewijs om te staven dat deze twee volken hetzelfde zijn is nuttig, maar niet noodzakelijk

Reply
Peter

“Dan als laatste nog de Hethieten: ook daar had ik totaal niet het idee door jouw algemene ontwikkeling overdonderd te worden. Ik heb daarom voor de zekerheid nog een tussenstand op logos.nl gezet. http://logosnl.wpengine.com/in-de-voetsporen-van-kepler/#comment-4176“

Om het op een rijtje te zetten: er staat een lijstje met Kanaänitische stammen in Jozua etc. Die stammen komen in Kanaän voor. Een van die stam heet Chet-tau [wat] wordt vertaald met Hethieten. In Anatolie bestond een rijk dat de Egyptenaren Cheta noemden, ruwweg in de tijd van Jozua. Op grond van overeenkomst in naam is het mogelijk de hypothese op te stellen dat de Hethieten van Jozua te maken hebben met de Hethieten uit Anatolie. Het materiaal dat gebruikt wordt om de hypothese op te stellen mag je niet gebruiken om de hypothese te toetsen. Daar heb je ander materiaal voor nodig. Dat andere materiaal zouden [naar mijn mening] buiten-Bijbelse aanwijzingen voor de aanwezigheid van de Hethieten in Kanaän moeten zijn. Archeologisch bewijs voor de aanwezigheid van deze Hethieten in Kanaän is noodzakelijk voor de hypothese maar [die] ontbreekt [m.i.], terwijl we behoorlijk wat weten over de wederwaardigheden van dat rijk en de Anatolische Hethieten komen niet in de buur[t] van Kanaän. Er is geen [wat mij betreft] enkele onderbouwing voor de bewering dat er Hethieten die iets te maken hadden met het Anatolische koninkrijk in Kanaan zijn geweest, of dat Jozua naar Anatolië verwijst. Dus het blijft bij de letterlijke tekst, deze in Jozua genoemde Hethieten zijn een stam in Kanaän waarvan we niets weten.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over