Mijn ouders bezaten een bijbel uit de 19e eeuw met afbeeldingen van Gustave Doré of nabootsingen daarvan. Eén daarvan stelt Mozes voor die met de twee stenen “tafelen” van de berg afkomt. Bij dat woord “tafelen” stel je je enorme platen voor. Op de afbeelding draagt Mozes inderdaad iets enorms. Probeer maar eens twee gewone trottoirtegels met één hand vast te houden zoals Mozes het doet op de afbeelding. We zullen in “tafels” te doen hebben met een vertaling van het Latijnse tabulae, dat ook tabletten kan beteken. Zulke tabletten kunnen van steen of van klei zijn. Ze kunnen ook een handzaam formaat hebben met relatief kleine letters. De etser van de bovenstaande plaat heeft geen echte tekst op de “tafelen”. Andere afbeeldingen van kunstenaars hebben Hebreeuwse woorden geschreven in het alfabet zoals dat nu gebruikt wordt. Voor de ballingschap hadden de Israëlieten echter een oudere versie daarvan. Juist voordat Mozes de wet kreeg, kwamen de Israëlieten uit Egypte. Zij moeten Egyptisch verstaan hebben. Schreef God in hiëroglyfen? Schreef Hij Hebreeuws in hiëroglyfen? Lagen de stenen tabletten in Egyptisch schrift eeuwenlang in de verbondskist? Schreef Mozes zijn vijf Bijbelboeken in hiëroglyfen? Of was het anders? Hoe schreven zij hun taal? Om een duidelijk zicht te krijgen op alle aspecten van dit vraagstuk, moeten we beginnen bij ons eigen alfabet en terugwerken het verleden in.

De rest van dit artikel is in de onderstaande pdf te lezen:

Download the PDF file .

DOWNLOAD

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.