Op de website van de universiteit van Gent staat een artikel met de titel: ‘Waarom is de muizenval-analogie van Michael Behe misleidend en wetenschappelijk niet overtuigend?’ Dit artikel is geschreven door dr. Stefaan Blancke, die werkzaam is bij de Universiteit Gent, vakgroep wijsbegeerte en moraalwetenschap. Dr. Blancke doet onderzoek naar het creationisme en intelligent design en is hierop gepromoveerd. Zijn proefschrift is online in te zien. Blancke is evolutionist en in zijn artikelen wijst hij intelligent design met stelligheid af. Voor de kennis op het gebied van de biologie steunt hij op publicaties van evolutionisten. Op grond daarvan komt hij tot de stelling dat intelligent design pseudowetenschap is en dat de muizenvalanalogie overtuigend weerlegd is. Laten we samen kijken welke argumenten dr. Blancke naar voren brengt.

Eerst geeft dr. Blancke een bespreking van het concept van intelligent design, onherleidbare complexiteit en de muizenvalanalogie. Een bespreking daarvan van mijn hand is in eerdere afleveringen van deze serie terug te vinden. Dat herhalen we hier niet. Hierna geeft dr. Blancke een aantal bezwaren.

  1. Zijn eerste bezwaar is dat in zijn ogen de vergelijking tussen een muizenval en een biochemisch systeem hopeloos mank gaat.
  2. Daarna dat de muizenval zelf geen voorbeeld van onherleidbare complexiteit is.
  3. Ten slotte dat het argument van Behe een moderne bewerking is van het uurwerkargument van William Paley en daarom geen ernstig obstakel voor de evolutietheorie kan vormen.

Het eerste argument van dr. Blancke is: de muizenval en de cel: not two of a kind. Hij voert hiervoor drie argumenten aan: A) complexe biochemische systemen zijn overbodig complex en de muizenval van Behe niet, B) biologische systemen planten zich voort en muizenvallen niet, C) onderdelen van complexe systemen kunnen van functie veranderen.

A. Het eerste argument van Blancke is:

“Complexe biochemische systemen zijn overbodig complex (“redundantly complex”): wanneer één onderdeel wegvalt, wordt zijn functie overgenomen door een ander onderdeel. Op die manier kan het systeem in zijn geheel blijven functioneren. Biochemische systemen beschikken dus vaak over een soort back-up. Muizenvallen hebben dat niet.”

Dr. Blancke heeft deels wel gelijk, maar toch is dit om meerdere redenen geen geldig argument:
a) Er zijn veel onderdelen van (vitale) complexe biochemische systemen die niet overbodig complex (‘redundantly complex’) zijn. Waar dus geen back-up van is. Denk aan de vele genetische afwijkingen waarbij een foutje in een enkel gen ertoe leidt dat er ernstige verschijnselen optreden die niet met het leven verenigbaar zijn.
b) Er zijn muizenvallen die ook redundantly complex zijn. Dr. Miller gebruikt bij zijn demonstraties een muizenval die een dubbele veer heeft. Als één veer het niet doet, werkt de andere veer nog.
c) Eigenlijk is het commentaar dat de muizenval van Behe te eenvoudig is. Beter was een levend systeem met onherleidbare complexiteit vergeleken met het besturingssysteem van een straaljager of een kerncentrale. Kerncentrales werken met redundantly complexe systemen als het om systemen gaat die van vitaal belang zijn voor de veiligheid. Dergelijke systemen worden bewust meervoudig aangelegd. Als het oorspronkelijke systeem door een storing uitvalt, kan worden teruggevallen op een back-up-systeem, zodat er niet onmiddellijk het risico is op een kernramp.
d) Ten slotte kunnen overtollig complexe systemen prima door een intelligent designer ontworpen zijn; een evolutionair ontstaan en gedurende miljoenen jaren bestaan ervan is moeilijk te verklaren. Als er een goed werkend systeem is, is er geen selectie voor een overbodig systeem ernaast.

B. Het tweede argument van Blancke is:

“Muizenvallen planten zich niet voort. (…) Organismen echter planten zich voort aan de hand van het genetisch materiaal dat (…) je best op kunt vatten als een recept. Wanneer die genetische ‘recepten’ bij de voortplanting zichzelf kopiëren, kunnen kleine veranderingen optreden (…) Die (…) kunnen (…) bewaard en verder doorgegeven worden. Op die manier kunnen organismen van generatie op generatie geleidelijk evolueren.”

Hoewel de stelling dat het leven gebaseerd is op een receptenboek terecht is en dit receptenboek in verloop van de tijd kan veranderen, is dit toch om meerdere redenen geen geldig argument:
a) Behe gebruikt de analogie van de muizenval als analogie van structuur, niet als analogie van ontstaan. Een analogie met betrekking tot structuur kan prima geldig zijn terwijl de wijze van ontstaan niet vergelijkbaar is. Een eenvoudige vergelijking volstaat. We kunnen het voorbeeld nemen van twee muizenvalfabriekproductiemedewerkers die in de lunchpauze in de kantine in hun broodtrommeltjes kijken, waarbij ze beiden drie boterhammen in het trommeltje waarnemen. Als deze werknemers de boterhammen op een bordje bij elkaar voegen en opnieuw tellen, dan komt het tot een totaal van zes boterhammen. De structuur is: zes is opgebouwd uit twee keer drie. Vergelijken we dit met een totaal andere situatie: als we twee maanden lang onze verkeersboetes registreren, een droevige bezigheid overigens, en in januari hebben we drie boetes binnengekregen en in februari ook, en we voegen die boetes van twee maanden samen, dan komen we tot een totaal van zes verkeersboetes. De structuur is ook weer: zes eenheden die zij opgebouwd uit twee keer drie. De wijze van ontstaan en het fysieke karakter was volstrekt anders, maar de structuur was vergelijkbaar: 6 = 2*3.
b) Als Behe argumenteert over het ontstaan van onherleidbare complexiteit, dan gaat hij steeds terug naar het criterium of een bepaalde structuur geleidelijk evolutionair kan zijn ontstaan. Als Behe had geargumenteerd dat biochemische structuren onherleidbaar complex zijn omdat ze net als een muizenval onveranderlijk hetzelfde blijven, dan had Blancke reden tot repliek gehad. Dit is het punt van Behe niet.
c) Ook muizenvallen en andere producten in fabrieken worden gemaakt volgens een recept en ook deze recepten kunnen geleidelijk veranderen door kopieerfouten.
d) Blancke stelt dat onherleidbare structuren in de biologie kunnen ontstaan omdat biochemische structuren met kleine stapjes kunnen evolueren. Hij gaat stilzwijgend voorbij aan het pijnpunt dat bepaalde structuren NIET door geleidelijke evolutie tot stand kunnen komen. Evolutie als geleidelijke verandering van soorten wordt door creationisten niet ontkend. Want ontkend word, is dat evolutie kan leiden tot het ontstaan van onherleidbaar complexe systemen.
e) Met andere woorden beantwoordt Blancke uiteindelijk de stelling dat geleidelijke evolutionaire veranderingen niet in staat zijn om onherleidbaar complexe structuren te genereren, in de trant van: jawel hoor, want structuren in de biologie kunnen door evolutie geleidelijk veranderen. Een volstrekt ontoereikende redenatie.

C. Het derde argument van Blancke is:

“Vaak zijn organismen (en complexe biochemische systemen) opgebouwd uit onderdelen die ooit een andere functie hadden. Dit is onder meer het geval bij Behe’s favoriete voorbeeld, het bacteriële zweepstaartje. De verandering van functie over de tijd is een van de belangrijkste factoren in de evolutie.” “Met minder onderdelen werkte het vroeger ook uitstekend, maar deed het gewoon iets anders.”

Ik ben in een vorige bijdrage over ID al uitgebreid ingegaan op de ad-hoc-hypotheses dat onderdelen van onherleidbaar complexe systemen voor die tijd allerlei andere functies vervulden. Gezien de vele tussenstadia en vele verschillende functies die gepostuleerd moeten worden, voldoet het ‘andere-functies-model’ niet aan de eis van eenvoudigheid (de werkwijze waarbij, als er een keuze moet worden gemaakt, gekozen wordt voor de eenvoudigste optie; ook wel parsimonie of het scheermes van Ockham genoemd). De argumentatie van dr. Blancke voldoet dus niet. Al verwijst hij naar populaire boeken van wetenschappers, zijn uitspraken zijn niet geënt op wetenschappelijke waarnemingen. Zijn uitspraken zoals “Met minder onderdelen werkte het vroeger ook uitstekend, maar deed het gewoon iets anders” zijn te kwalificeren als geloofsuitspraken.

Het tweede bezwaar dat Blancke aanvoert tegen de metafoor van de muizenval, is dat de muizenval niet onherleidbaar complex is. In zijn redenatie volgt Blancke de redenatie van McDonald. Een redenatie die we in een vorige bijdrage al uitvoerig besproken hebben. McDonald beweert wel dat hij op basis van de muizenval van Behe een vereenvoudigde werkzame muizenval kan maken, maar in werkelijkheid kan hij het niet en kan hij de val ook niet van eenvoudig naar complex opbouwen. De bewering van Blancke: “Onherleidbaar complex is de muizenval duidelijk niet: ze kán geleidelijk tot stand komen en steeds dezelfde functie vervullen” is onwaar, evenals de zin “tonen McDonalds muizenvallen ook aan dat een primitieve muizenval beter is om muizen te vangen dan helemaal geen muizenval”, want een onwerkzame muizenval is een nutteloze investering en een nutteloze investering is een nadeel. Nutteloze structuren worden in de loop van de evolutie verwijderd.

D. Het laatste argument van Blancke tegen het ontwerpargument is dat het een herhaling van het argument van William Paley zou zijn.
Blancke schrijft:

“Door te spreken in termen van biochemische processen en onherleidbare complexiteit, geeft Behe de indruk dat hij een gloednieuw idee introduceert. Zijn argument is echter een moderne heruitgave van het klassieke ontwerpargument, dat ons het meest bekend is in de versie van William Paley. (…) In Natural Theology (1802) vergeleek de Britse aartsdeken William Paley de talloze complexe adaptaties in de natuur met een uurwerk. Net zoals de ingewikkelde mechaniek van een uurwerk wijst op het bestaan van een uurwerkmaker, wijst de functionele complexiteit (het ontwerp, design) van bijvoorbeeld het oog, op het bestaan van een ‘oogmaker’, God. (…) De filosoof David Hume had al in 1779 de tekortkomingen van dergelijke redeneringen aangetoond. (…) Met de publicatie van Charles Darwins On the Origin of Species in 1859 beschikken we over een volwaardige, naturalistische verklaring voor het ogenschijnlijke ontwerp in de natuur. Sindsdien heeft de Ontwerper plaats moeten maken voor mutatie, selectie en accumulatie, kortom voor evolutie, als een verklaring voor functionele complexiteit (Dawkins 2006). In de moderne theologie is het ontwerpargument dood en begraven. (…) Ondertussen heeft Darwin meer dan gelijk gekregen. Ogen evolueren en we hebben een behoorlijk goed idee van de manier waarop dat gebeurt.”

Het grappige is dat Blancke Behe netjes citeert: “Maar hoe werd Paley dan precies verworpen? Wie reageerde eigenlijk op zijn theorie? Hoe werd het horloge voortgebracht zonder een intelligente ontwerper?” En zonder blozen vervolgt hij (deze vier woorden zijn van Blancke): “Het is verbazingwekkend maar waar, dat het voornaamste argument van de in diskrediet gebrachte Paley nooit verworpen is. Darwin noch Dawkins, natuurwetenschap noch filosofie, niemand en niets heeft ooit verklaard hoe een onherleidbaar complex systeem zoals een horloge zonder ontwerper tot stand heeft kunnen komen”. De woorden “en zonder blozen…” zijn van Blancke over Behe, maar ze hadden goed van mij over Blancke kunnen zijn. Want Blancke gaat niet in op de argumenten van Behe, maar beweert slechts: “Ondertussen heeft Darwin meer dan gelijk gekregen. Ogen evolueren en we hebben een behoorlijk goed idee van de manier waarop dat gebeurt”. Dat is een bewering die niet door de feiten gedragen wordt. Macroevolutie van het oog is niet waargenomen en het verhaal over de wijze waarop het zou zijn gebeurd, steunt slechts op een rijke verbeeldingskracht.

Het besluit van Blancke was:

“We hebben gezien dat Behes gebruik van de muizenval als een analogie voor onherleidbare complexiteit bijzonder misleidend is. Niet alleen loopt de vergelijking tussen een muizenval en biochemische processen spaak door een aantal essentiële verschillen, maar ook blijkt de muizenval zelf niet zo onherleidbaar complex als Behe het voorstelt. Ten slotte hebben we aangetoond dat Behes argument slechts een moderne bewerking is van Paley’s uurwerkargument. Behes ‘onherleidbare complexiteit’ stelt dan ook geen probleem voor de evolutietheorie.”

Mijns inziens is elke zin van het besluit onjuist. Een betere afsluitende tekst zou de volgende zijn: We hebben gezien dat Blanckes analyse van de muizenval als een analogie voor onherleidbare complexiteit bijzonder misleidend is. Blancke geeft niet aan waarom de door hem gesignaleerde verschillen tussen een muizenval en biochemische processen zo essentieel zouden zijn, dat ze de vergelijking ongeldig maken. Ook heeft hij niet kunnen aantonen dat de muizenval minder onherleidbaar complex zou zijn dan Behe het voorstelt. Ten slotte worden de argumenten die Behe geeft waarom Paley’s argument beter geldt dan ooit, door Blancke domweg genegeerd. Blancke heeft zijn geloof dat evolutie in staat is om complexe biochemische structuren in de biologie te genereren, niet kunnen beargumenteren. Een rationeel fundament ontbreekt derhalve. Als academisch filosoof zal hem dat wellicht spijten.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Op de website van de universiteit van Gent staat een artikel met de titel: ‘Waarom is de muizenval-analogie van Michael Behe misleidend en wetenschappelijk niet overtuigend?’ Dit artikel is geschreven door dr. Stefaan Blancke, die werkzaam is bij de Universiteit Gent, vakgroep wijsbegeerte en moraalwetenschap. Dr. Blancke doet onderzoek naar het creationisme en intelligent design en is hierop gepromoveerd.

...
Read more