De lichtgevoelige cellen in het menselijke oog bevinden zich onder twee lagen zenuwcellen. Daardoor, zo geloofde men, werd het licht door de zenuwcellen afgezwakt. Een intelligente Schepper zou dat beter geconstrueerd hebben, was de gangbare mening. Nu is echter gebleken, dat de zogenaamde Müllercellen, waarvan men tot nu toe slechts wist, dat zij een ondersteunende functie hebben, ook de functie van zeer efficiënte lichtgeleider vervullen en zo het licht tussen de zenuwcellen door naar de lichtgevoelige cellen in de retina verder leiden. Omdat de lichtgevoelige cellen direct boven de bloedvaten liggen, worden ze beter gekoeld en kunnen bovendien beter van energie worden voorzien.

In het menselijk oog bevatten de aan het oppervlak liggende lagen van het netvlies zenuwcellen. Daaronder bevinden zich de lichtgevoelige kegeltjes en de staafjes. Omdat echter de zenuwcellen boven de kegeltjes en de staafjes liggen, zouden zij het licht onder normale omstandigheden afzwakken en het gezichtsvermogen daardoor beïnvloeden. Op basis daarvan beweerden de evolutie-onderzoekers, dat deze samenstelling niet door een intelligente Schepper geschapen zou kunnen zijn.

Nieuwe onderzoeksresultaten aan het Paul-Flechsig-Instituut voor hersenonderzoek van de universiteit van Leipzig hebben echter aangetoond, dat in het menselijk oog geen verstrooiing en geen verlies van het licht plaatsvinden. Zogenaamde Müllercellen leiden het licht van het bovenste netvliesoppervlak naar de lichtcellen in het lagere gedeelte van het netvlies, zoals bij een glasvezelkabel. Daardoor komt het licht zonder afgezwakt te worden tussen de zenuwcellen door op de lichtgevoelige cellen. Omdat de Müllercellen conisch zijn, wordt het licht verzameld in plaats van verstrooid. Dit betekent, dat het gezichtsvermogen door deze samenstelling van zenuwcellen, Müllercellen, kegeltjes en de staafjes een optimale waarde bereikt.1

Dat de lichtgevoelige cellen onderaan liggen, is daarom zinvol, omdat deze cellen de meeste energie nodig hebben – waarvan zij optimaal voorzien worden, omdat zij direct boven de bloedvaten liggen. Daarbij komt, dat de bloedvaten de lichtgevoelige cellen afkoelen, hetgeen verhindert, dat de retina door infrarode straling wordt beschadigd.2 Bij de inktvis zijn de cellen andersom geplaatst, omdat de inktvis in het koele water leeft. Hier is het inderdaad zinvoller, de lichtgevoelige cellen bovenaan te plaatsen, omdat de oogappel door het water gekoeld wordt.3

Samengevat: het verschil in opbouw van het menselijke oog en het oog van de inktvis waarborgt voor beide levende wezens een optimaal gezichtsvermogen en wijst duidelijk op een intelligente en perfecte Schepper van de beide systemen.

Voetnoten

  1. Kristian Franze et al., Müller cells are living optical fibers in the vertebrate retina, heruitgave door Luke Lee, University of California, Berkeley, CA, en http://www.pnas.org/cgi/content/short/104/20/8287
  2. Sylvia Baker, Seeing and believing, Genesis Agendum, 2004. p. 4
  3. Willian A. Dembski und J.M. Kushiner, Signs of Intelligence, Bazos Press, 2002, p. 216

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.