In de discussie over abortus en de menselijke waardigheid duikt regelmatig de volgende of overeenkomstige redenatie op: een zeer groot deel van de embryo’s sterft door allerlei omstandigheden bij moeder en embryo al vroeg in de ontwikkeling en wordt daardoor nooit geboren; waarom dan zoveel bezwaren als er nog een embryo doodgaat; je zou immers kunnen zeggen dat de natuur al de grootste aborteur is. Af en toe wordt God in die discussie ook nog verantwoordelijk gehouden voor het afsterven, Hij is immers de Ontwerper van het menselijk lichaam en de processen die daarin plaatsvinden.

In een recent opinie-artikel1 in dagblad Trouw maakt Christa Compas, directeur van het Humanistisch Verbond, een opmerking die in lijn hiermee is: “Als we een embryo vanaf de conceptie de morele status van een mens geven, dan zijn de consequenties absurd. Zo gaat bij een natuurlijke voortplanting meer
dan de helft van de bevruchte eicellen verloren. De natuur zou daarmee één grote moordmachine zijn.”
Laten we eens duiken in de verschillende
elementen van deze redenatie.

De morele status van een mens, zijn waardigheid, is gelegen in het feit dat hij tot de menselijke soort behoort. Een ander organisme kan nooit zo’n status krijgen (al willen sommige mensen (!) die wel toebedelen.2 Zodra de conceptie heeft plaatsgevonden, is er nieuw menselijk leven ontstaan, geen andersoortig leven. Dat leven staat aan het begin van een proces van uitgroeien en ouder worden. Om gedurende dit proces dat leven deels wel en deels geen morele status toe te kennen, is inconsequent. Zelfs na iemands overlijden, dus als het lichamelijk bestaan van een mens ten einde is, vinden we dat er respectvol en waardig met het stoffelijk overschot moet worden omgegaan.

De ware aborteur

Het klopt dat veel embryo’s gedurende de eerste ontwikkelingsfase sterven. Het is echt sterven, want eerst leefde het en daarna is het dood. Daarna wordt het dode embryo afgestoten. Dit is een natuurlijk proces als er ergens in de zwangerschap bij de moeder of het kindje iets niet goed gaat. En de medische term voor een miskraam is inderdaad ‘abortus.’ De zwangerschap en de groei van het kindje is een uiterst gecompliceerd proces, waarin heel veel fout kan gaan (lees de dikke boeken embryologie er maar op na), dat het een wonder is dat het toch zo vaak goed gaat. Als het afsterven in een heel pril stadium gebeurt, dan hoeft de moeder dat niet eens op te merken, omdat wat daarop volgt overeenkomstig is aan een normale menstruatie. Wanneer het sterven van het kindje later in de ontwikkeling plaatsvindt, kan dat door de moeder (en vader) als een groot verlies gevoeld worden.

De officiële term voor wat in het dagelijks spraakgebruik ‘abortus’ wordt genoemd, is ‘abortus provocatus.’3 Zo’n abortus is bewust opgewekt/uitgevoerd: ‘geprovoceerd.’ Daarbij wordt tijdens een goed verlopende zwangerschap het kindje met opzet dood gemaakt. Hier is de aborteur degene die actief bij de dood betrokken is. Dat is onvergelijkbaar met een zogenaamde spontane abortus waar de ‘natuur’ een niet goed verlopende ontwikkeling stopt. Maar, zullen sommigen opwerpen, regelmatig komt het voor dat de ‘natuur’ niet ingrijpt en er een gehandicapt kindje dreigt te worden geboren. Dan kunnen we de natuur toch wel corrigeren of een handje helpen door te laten gebeuren wat die heeft nagelaten? Nee, want daarbij raken we aan de menselijke waardigheid dat ook dit leven heeft.

Is de natuur een moordmachine? Elk leven sterft uiteindelijk. Dat kan van ouderdom zijn, of door ziekte, of door opgegeten te worden. Als een torenvalk een muis grijpt, is die dan een moordenaar? Nee, de juridische term ‘moord’ gebruiken we alleen bij mensen: een mens die een ander moedwillig van het leven berooft. De natuur kan dus ook geen aborteur genoemd worden, dat is alleen de mens in het abortuscentrum.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Leef Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Vogelaar, B., 2018, Is de natuur de grootste aborteur?, Leef 37 (2): 10-11 (PDF).

Voetnoten

  1. Christa Compas, Pro-life kan haar moraal niet zomaar aan anderen opleggen, Trouw, 10 januari 2018.
  2. Bepaalde (internationale) organisaties/politieke partijen komen terecht(!) op voor het beschermen van de natuur, maar daarnaast promoten ze ook abortus. Dit blijkt ook uit het feit dat voor andere organismen striktere regels
    gelden dan voor mensen, zo worden vogeleieren beschermd en mogen mensenembryo’s gedood worden.
  3. Eigenlijk is er sprake van verhullend taalgebruik als het enkele woord ‘abortus’ gebruikt wordt voor ‘abortus provocatus.’

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

In de discussie over abortus en de menselijke waardigheid duikt regelmatig de volgende of overeenkomstige redenatie op: een zeer groot deel van de embryo’s sterft door allerlei omstandigheden bij moeder en embryo al vroeg in de ontwikkeling en wordt daardoor nooit geboren; waarom dan zoveel bezwaren als er nog een embryo doodgaat;

...
Read more