Jezus leeft!

by | sep 18, 2023 | 03. Theologie, Apologetiek, Logos Basics

Jezus leeft

De opstanding van Jezus Christus is het grootste van alle wonderen. De waarheid van de opstanding is essentieel voor het christelijk geloof. 1 Korinthe 15 benadrukt dat met de opstanding van Jezus Christus het christelijk geloof staat of valt. Zijn er aanwijzingen dat Jezus werkelijk is opgestaan uit de dood? Ja, er is heel veel bewijsmateriaal! Jezus leeft! Heel wat sceptici die de opstanding probeerden te weerleggen, werden christen, toen ze eerlijk en serieus op zoek gegaan zijn naar de argumenten voor de opstanding.

Jezus leeft

Argumenten vanuit de Bijbel voor Jezus leeft

Als mensen, die aan de opstanding twijfelen, vragen: ‘Welk bewijs hebben jullie?’ kunnen we antwoorden: ‘De betrouwbare verslagen van tenminste drie ooggetuigen – Mattheus, Petrus (waarschijnlijk was het verslag van Markus van hem, zie ook 2 Petrus 1:16) en Johannes!’ Dan kunnen ze zeggen: ‘O, jij gebruikt als bewijsmateriaal de Bijbel…’ We hebben al vastgesteld, dat de Bijbel een heel betrouwbaar historisch document is, nauwkeuriger dan veel andere geschiedkundige boeken. We kunnen de Bijbelse verslagen aanvoeren als betrouwbaar bewijs! We accepteren de Bijbel niet alleen omdat we christen zijn en de Bijbel voor ons het Woord van God is. We kunnen iedere ongelovige ervan overtuigen dat de Bijbelse documenten betrouwbare historische documenten zijn.

De historische verslagen in de Nieuwtestamentische documenten

De Evangeliën: In de vier Evangeliën doen ooggetuigen gedetailleerd verslag van de opstanding van Jezus. Een verslag van een ooggetuige is belangrijk bewijsmateriaal, wat ook nu door de rechter zou worden aanvaard.

De Handelingen: De apostelen benadrukken in hun prediking voortdurend de opstanding. Er is geen verslag bekend dat er ooit iemand naar voren kwam om dit te weerleggen of te ontkennen. Zie Handelingen 2:23–24; 4:2; 4:33; 17:31.

De brieven: De apostel Paulus vermeldt dat veel mensen de opgestane Christus hebben gezien, zelfs bij verschillende gelegenheden. Eenmaal verscheen de Heere zelfs aan meer dan 500 mensen tegelijk (1 Korinthe 15:3–8)! Toen hij dit schreef waren de meeste van die ooggetuigen nog in leven, want de eerste brief aan de Korinthiërs werd slechts 25 jaar na de opstanding geschreven. Paulus wist dat zijn lezers de opstanding van Jezus zonder voorbehoud geloofden. Ook door tegenstanders van het evangelie is dit nooit ontkend. De eerste brief aan de Korinthiërs zou nooit als gezaghebbend en waarheidsgetrouw document erkend zijn, als de opstanding niet had plaatsgevonden.

De Oudtestamentische profetieën over de Messias

Alle profetieën in het Oude Testament over het Messiaanse Koninkrijk gaan ervan uit dat de Koning Messias eeuwig leven zal. We geven hier twee voorbeelden over Zijn dood én opstanding:

Psalm 16: ‘Want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten, U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet’ (Psalm 16:10). Volgens de rabbijnse traditie spreekt deze passage over de Messias. Als de apostel Paulus tot de Joden spreekt, gebruikt hij Psalm 16 als een Oudtestamentische profetie, die vervuld is bij de opstanding van Jezus Christus, de Messias (Handelingen 13:34–37).

Jesaja 53: Jesaja 53 profeteert heel gedetailleerd over de dood (Jesaja 53:5–8), de begrafenis (Jesaja 53:9) én de opstanding (Jesaja 53:10–12) van de Messias.

De argumenten vanuit andere bronnen voor Jezus leeft

Het lege graf

Al zo’n tweeduizend jaar proberen sceptici de sterke argumenten van het lege graf weg te verklaren. We geven een paar voorbeelden van hun pogingen:

Bewering:

Het hele verhaal is verzonnen, het lege graf is slechts een legende.

Weerlegging:

Deze sceptici ontkennen betrouwbaar historisch bewijsmateriaal. Onder de ooggetuigen waren vele niet-christenen, zowel bij de kruisiging als bij de begrafenis van het lichaam van Jezus Christus. Er werd pas toestemming tot begraven verleend, nadat het bevoegd Romeins gezag had vastgesteld dat de dood was ingetreden. Uit andere bronnen weten we dat tenminste vier lijfwachten de wacht hielden bij het graf. Waarschijnlijk waren dit zowel Romeinse soldaten als Joodse tempelwachters. De bewakers moesten zorgen dat het officiële Romeinse zegel op het graf niet verbroken werd, maar zij meldden aan de Joodse leiders dat het graf zowel geopend als leeg was. Zowel deze bewakers, als de Joodse leiders waren geen volgelingen van Christus. Het eerste wat zij zouden doen als het niet waar was, is deze leugen ontkrachten door het graf te laten openen en het gestorven lichaam te laten zien. Maar dat wat het meest voor de hand lag, hebben ze niet gedaan. Hoe kunnen alle details van de verslagen van de ooggetuigen verklaard worden als het lege graf alleen maar een legende is? Er is overweldigend bewijsmateriaal dat het graf waarin Jezus werd begraven, na enkele dagen leeg was.

Bewering:

Hij was buiten in de hitte slechts schijndood, maar kwam weer bij in het koele graf.

Weerlegging:

De met de executie belaste soldaten moesten zich er van verzekeren dat de executie werkelijk voltrokken en de gekruisigde werkelijk gestorven was. Het is dwaas om te suggereren dat iemand die eerst is gegeseld, daarna gekruisigd en toen stevig gewikkeld in linnen grafdoeken met ongeveer 34 kilo balsem erin, dit alles kan overleven. En in korte tijd is hij sterk genoeg om zich te ontdoen van zijn cocon, een steen van duizend kilo weg te rollen en vervolgens te ontsnappen aan de bewakers, die wisten dat ze met hun eigen leven moesten boeten als ze hun taak niet goed zouden vervullen!

Bewering:

Het lichaam is gestolen.

Weerlegging:

Zal een angstig groepje Joodse mannen de strijd aanbinden tegen goed getrainde en zwaar bewapende soldaten? Konden ze soms de soldaten van hun plaats weglokken, of even afleiden en gauw het zegel verbreken, de zware steen onhoorbaar wegrollen, in de grafkelder afdalen en onopgemerkt met het lichaam de graftuin verlaten? Bedenk dat ze angstig wegrenden bij de arrestatie in de hof van Getsemané en slechts vanuit de verte toekeken bij de kruisiging. Waren ze nu ineens dapper? En waar konden ze het lichaam zo snel verbergen? De autoriteiten zouden immers de hele omgeving uitkammen en ook proberen hen door martelingen te dwingen de schuilplaats bekend te maken. Het meest voor de hand liggend zou zijn om zo snel mogelijk alle elf volgelingen van Christus te doden en het gerucht voorgoed de kop in te drukken. Niets van dat alles gebeurde. Daar komt nog bij dat we ons moeten afvragen of vijfhonderd mensen hun leven op het spel zetten voor iets wat maar een verzinsel is: de opstanding van de gekruisigde, gestorven en begraven Jezus.

Bewering:

De volgelingen van Jezus liepen naar het verkeerde graf.

Weerlegging:

Er zijn juist veel intelligente mensen getuige geweest van de begrafenis in het graf van Jozef van Arimatea, die een rijke, algemeen bekende Joodse leider was. Zouden werkelijk alle getuigen naar het verkeerde graf zijn gegaan? En dat steeds weer opnieuw? Zou Jozef van Arimatea ineens de plaats van zijn eigen grafkelder niet meer weten? En als dit al zo zou zijn, dan zouden de Romeinse soldaten en de leden van de Joodse tempelpolitie, die natuurlijk de locatie van het graf wisten, direct het echte graf tonen, het lichaam eruit te halen en dit laten zien om te voorkomen dat de volgelingen het ‘valse’ gerucht van de opstanding verspreidden.

Bewering:

De discipelen hallucineerden. Ze dachten Hem te zien.

Weerlegging:

Was het lege graf ook een hallucinatie? Waarom weerlegden de Joodse leiders de bewering van de discipelen niet door het lichaam te tonen? Kunnen meer dan vijfhonderd mensen tezelfdertijd hallucineren (1 Korinthe 15:6) en veel van hen dat zelfs meerdere keren achter elkaar?

Bewering:

Het was geen lichamelijke opstanding, maar slechts een voortleven in de gedachten.

Weerlegging:

Waarom haalden de autoriteiten dan niet het lichaam tevoorschijn? Wat moeten we bij een ‘geestelijke herleving’ met achtergebleven grafdoeken? Of zijn die pas later verzonnen? Wat moeten we aan met de vele vermeldingen dat Jezus werd aangeraakt, zelfs uitvoerig betast en dat Hij zichtbaar at voor de ogen van vele getuigen?

Bewering:

Misschien is er wel ‘iets’ gebeurd, maar zeker geen wonder, want die bestaan niet.

Weerlegging:

Het bewijsmateriaal van het lege graf is inderdaad zo sterk, dat iedere scepticus moet erkennen dat er iets gebeurde. Alles wijst op een opstanding, maar sceptici willen niet toegeven dat bovennatuurlijke gebeurtenissen mogelijk zijn.

Bewering:

De opstanding is een door vele getuigen bevestigd bovennatuurlijk wonder.

Deze bewering heeft geen weerlegging nodig. Het bewijsmateriaal van de opstanding is namelijk zo sterk, dat het voor een eerlijk onderzoeker erg moeilijk is te ontkennen. De enige redelijke verklaring voor het lege graf is het wonder dat Jezus Christus lichamelijk uit de dood is opgestaan.

De verandering van de apostelen

De volgelingen van Jezus veranderden van angstige, onzekere Galilese mannen in bekwame en moedige predikers! Met uitzondering van Johannes stierven zij allemaal als martelaars voor hun geloof in de opgestane Christus. Van mannen, die wegrenden toen Jezus werd gearresteerd om gedood te worden, veranderden ze in dappere getuigen, die ten volle bereid waren voor hun geloof te sterven. Wat veroorzaakte de verandering? Een door hen gestolen lichaam? Vergeet het maar! Zij veranderden omdat ze zeker wisten dat Jezus leeft!

De verandering in de familie van Jezus

Zijn halfbroers, die eerst niet in Hem geloofden (Johannes 7:5), geloofden al heel snel na Zijn opstanding wel in Hem (Handelingen 1:14). Van hen schreven Jakobus en Judas ieder een boek van het Nieuwe Testament en Jakobus werd een van de leiders, misschien wel de voornaamste, van de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem (Handelingen 15:13, zie ook Handelingen 12:17 en Handelingen 21:18).

De bekering van Paulus

Saulus van Tarsus, de geniale Joodse rabbi, volstrekt overtuigd dat het christendom een afschuwelijke dwaalleer was, veranderde in Paulus, de grootste christelijke apostel en leraar aller tijden. Hij was een zeer scherpzinnig Farizeeër en was een van de grootste geleerden van zijn tijd, die doorkneed was in de Joodse Schriften. Door één ontmoeting met de opgestane Jezus van Nazareth was hij volkomen overtuigd dat Hij de beloofde Messias was, de Zoon van God, die na Zijn verzoenend sterven was opgestaan uit de dood! Alleen zo’n diep ingrijpende ervaring kon zo’n radicale verandering teweegbrengen in een volkomen van het tegendeel overtuigde man. Hij zag en hoorde de Gekruisigde, en wat meer is, de Opgestane (Handelingen 1:1-9, zie ook Galaten 1:13; 1 Timotheüs 1:12-14; Filippenzen 3:4-6, Handelingen 26:8-23)!

Verklaringen van de vroege christenen

Hun Bijbel
Zij hebben nooit de betrouwbaarheid van de verslagen van historische gebeurtenissen en de getuigenissen van het Nieuwe Testament in twijfel getrokken. Er zijn ook geen aanwijzingen gevonden dat de Nieuwtestamentische geschriften ooit zijn aangevuld of gewijzigd.

Hun geschriften
Alle brieven, Bijbelcommentaren en handboeken voor de godsdienstoefeningen getuigen van de opstanding van Christus. Deze documenten baseren zich allemaal op de Apostolische Brieven van het Nieuwe Testament en vormen samen een onafgebroken keten van gelijke getuigenissen van hun opgestane Heer en Heiland Jezus Christus.

Hun groei
De christelijke gemeente groeide opvallend snel en breidde zich ook geografisch sterk uit, ondanks de zware vervolgingen van de Joden in het land Israël en van Joden en heidenen in de andere landen. Alleen de absolute zekerheid over de opstanding kan dit verschijnsel verklaren. Al direct in het begin gaf een groot aantal Joodse priesters gehoor aan het geloof in de opgestane Heiland (Handelingen 6:7). Zij wisten van de leugen over het gestolen lichaam, maar geloofden dat niet. Zij geloofden wel dat Jezus Christus was opgestaan en leeft!

Hun doel
De eerste christenen waren ervan overtuigd dat hun boodschap geloofwaardig was en van levensbelang voor alle mensen. Daarom verspreidden ze het evangelie overal in de wereld. Zouden ze zich zo ingespannen hebben als ze wisten dat ze de mensen ermee voor de gek hielden?

Hun dood
Niet alleen de apostelen, maar ook veel andere christenen van hun generatie en ook van de generaties daarna werden gevangengenomen, gemarteld en op wrede wijze gedood. Dit ondergingen zij liever dan hun geloof in hun opgestane en levende Heere en Heiland af te zweren. Polycarpus, een vroeg-christelijk leider, die de apostel Johannes persoonlijk gekend heeft, was ook mondeling heel goed op de hoogte gebracht van de historische betrouwbaarheid van de opstanding. In het jaar 156 brak een zware vervolging uit in de provincie waar Polycarpus woonde. Ook hij werd gearresteerd toen hij al 86 jaar oud was. Hij kon vrij zijn als Hij de keizer aanbad, maar wilde zijn geloof in de opgestane Heere Jezus Christus niet herroepen. Hij riep het uit in de arena: ‘In alle jaren, dat ik Zijn dienstknecht ben geweest, is Hij altijd goed voor mij geweest. Hoe kan ik de Koning, die mij redde, verloochenen?’ Polycarpus werd levend verbrand voor zijn geloof in de opgestane Christus.

De geschriften van Josephus

Flavius Josephus was een niet-christelijke Joodse geschiedschrijver in de eerste eeuw. Hij schreef over Jezus Christus: ‘Op de derde dag, zoals de godsdienstige profeten hadden voorspeld, verscheen Hij weer levend aan hen’. Critici hebben gesuggereerd dat christenen in de derde of vierde eeuw deze woorden in een van de in omloop zijnde kopieën hebben ingevoegd, maar hiervoor is geen enkele aanwijzing. Als het in één kopie zou zijn ingevoegd, moeten de andere in omloop zijnde kopieën deze vermelding dus niét hebben. Maar alle tot heden bekende kopieën van de Joodse Historiën van Flavius Josephus bevatten deze woorden. En dat niet alleen, want ook de oude vertalingen van vóór de derde en vierde eeuw bevatten de woorden over de opstanding.

De basis van de gemeente

De christelijke gemeente is gebouwd op het fundament van de levende, opgestane en verheerlijkte Christus, de in het Oude Testament beloofde Messias (Handelingen 2:22-24). De eerste christenen waren Joden (Handelingen 6:7), die een Messias verwachtten; iemand, die altijd zou leven. Zij zouden nooit hebben geloofd in een gestorven en dode Messias!

De christelijke instellingen

De doop beeldt de dood en de opstanding van Jezus uit. ‘Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen’ (Romeinen 6:4).

Het avondmaal is een herdenking dat Christus stierf voor onze zonden. Ook dit vestigt onze blik op Hem als degene die niet meer dood is. We gedenken Hem, ‘totdat Hij komt’ (1 Korinthe 11:26).

De oorsprong van de opstandingsdag

De jaarlijkse herdenking van Zijn opstandingsdag is het paasfeest. Hoewel dit een feest is met een heidense oorsprong, zien we dat dit al decennia lang is gevierd door de kerk. Maar in feite denken christenen elke zondag van het jaar aan de opstanding!

De zondag als de dag van aanbidding

De eerste christenen waren Joden. Zij worstelden nog met vele zaken; het wel of niet in acht nemen van de besnijdenis, de sabbatswetten, de jaarlijkse feestdagen, de voedselvoorschriften, enz. Maar ze hadden er geen moeite mee om de zondag te bestemmen voor hun eredienst. De sabbat was vele eeuwen voor de Joden dé dag. Wie de opstanding ontkent kan hier geen verklaring voor geven. Het samenkomen op de eerste dag van de week is alleen te verklaren uit het feit dat de opstanding van Christus op de eerste dag van de week (Lukas 24:1) op hen een overweldigende indruk gemaakt heeft. De Heere Jezus heeft niet geleerd of aangekondigd dat de dag van eredienst veranderen zou. Zijn volgelingen begonnen uit zichzelf met de zondag, de opstandingsdag, te gedenken. Er zijn inmiddels al op meer dan 100.000 zondagen christelijke erediensten geweest.

Ontoelaatbaar bewijsmateriaal

Visioenen

Het leveren van bewijsmateriaal moet de toets van kritiek kunnen doorstaan, zoals verklaringen van ooggetuigen. In het proces over het waarheidsgehalte van de opstanding hebben verklaringen van ooggetuigen bewijskracht. Visioenen over ‘wat er gebeurd zou kunnen zijn’ hebben die bewijskracht niet. Als bewijsmateriaal voor de opstanding nemen we zelfs het visioen van Johannes op Patmos niet op. Wel gebruiken we de verklaring van Paulus in Handelingen 9, dat hij – als ongelovige – ooggetuige (dus geen visioen) was van de opgestane Christus toen hij op reis was naar Damascus om christenen te vervolgen en te doden.

De ‘bijna-doodervaringen’

We moeten sceptisch zijn bij verslagen van bijna-doodervaringen en zogenaamde uittredingen van de geest uit het lichaam, want in deze getuigenissen komt veel voor wat niet in overeenstemming is met de Schrift. Ook ongelovigen vertellen van heerlijke ervaringen van licht en blijdschap. Wat men een bijna-doodervaring noemt, kan hele verschillende oorzaken hebben en afhankelijk zijn van heel veel verschillende factoren. Volgens de Bijbel sterven we maar één keer. Hebreeën 9:27 wijst er nadrukkelijk op dat het ‘de mensen beschikt is, eenmaal te sterven en daarna het oordeel’.

De ‘lijkwade van Turijn’

Deze in Turijn bewaarde lap moet doorgaan voor het graflinnen van Christus. Hierop is een ‘fotografische afbeelding’ van het gelaat van Christus te zien, die zou zijn ontstaan door ‘radioactieve inwerking’ tijdens de opstanding. Onderzoek naar de ouderdom van restanten verf op de lijkwade komt uit op een ontstaansdatum in de tijd van de middeleeuwen (tussen 1260 en 1390). De Rooms-Katholieke Kerk, die de legende van de lijkwade in Turijn in stand houdt, is zelf nooit overtuigd geweest van de echtheid en betrouwbaarheid van de traditie. Hoe het ook is, in ieder geval heeft dit op geen enkele wijze bewijskracht voor de opstanding van Jezus Christus.

Conclusie

In het begin van dit hoofdstuk wezen we er al op dat vele sceptici uiteindelijk christen zijn geworden door het vele onmiskenbare bewijsmateriaal voor de opstanding van Jezus Christus.

De bekende Britse filosoof en schrijver C.S. Lewis moest tegen zijn wil toegeven dat de opstanding niet te ontkennen is.

De schrijver van Ben Hur, Lew Wallace, begon aan een boek om de opstanding te weerleggen, maar werd christen toen hij het bewijsmateriaal ervoor ging onderzoeken.

De rechtsgeleerde Simon Greenleaf (Harvard, 19e eeuw), wiens juridische handboeken nog steeds gezag hebben en gebruikt worden, wilde aantonen dat de opstanding nooit had plaatsgevonden, maar werd christen toen hij het bewijsmateriaal voor de opstanding van Christus onderzocht. Daarna schreef hij het boek ‘Een Onderzoek van het Testament nagelaten door de Vier Evangelisten door Toepassing van de Rechtskundige Regels voor de Bewijsvoering’. Simon Greenleaf liet de bewijskracht van de opstanding door een rechtbank beoordelen. De uitspraak luidde: De opstanding wint dit proces op grond van onmiskenbaar bewijsmateriaal!

Frank Morrison, een niet-christelijke procureur uit het begin van de 19e eeuw, was ervan overtuigd dat de opstanding niet meer was dan het sprookjesachtig einde van de christelijke legende. Hij vatte het plan op een boek te schrijven om voorgoed de opstanding te weerleggen, maar stopte daarmee toen hij het bewijsmateriaal zelf begon te onderzoeken! Hij werd een christen en kwam met een geheel ander boek: ‘Wie verplaatste de steen?’. In het eerste hoofdstuk, getiteld ‘Het boek dat weigerde te worden geschreven’, vertelt hij over het boek dat hij wilde schrijven voordat hij zijn mening moest veranderen door het bewijsmateriaal van de opstanding!

Josh McDowell was een agnost toen hij ging studeren aan een universiteit in Amerika. Hij besloot een stuk te schrijven, waarin hij de historische grond van het christelijk geloof zou kunnen weerleggen. Hij wilde hiermee vooral aantonen dat Jezus niet uit de dood was opgestaan. Maar in plaats van bewijsmateriaal tegen de opstanding, vond hij alleen maar bewijsmateriaal voor de opstanding. Hij werd christen en is tegenwoordig een bekend apologeet.

Meer Logos Basics lezen?

Je vind het overzicht hier.

Bron
Dit artikel ‘Jezus leeft’ is met toestemming overgenomen uit de cursus ‘Klaar voor een antwoord’ (bladzijde 90-101) van Emmaus Nederland. Het boek is geschreven door David R. Reid. Deze cursus is te volgen via bijbelcursussen.nl. Bij het volgen van een cursus krijgt u persoonlijke begeleiding van een mentor. Het boek is ook als paperback te koop in onze Logos Webshop voor maar €5, druk: 2023.

 

 

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!