“Joris en Cleo zien dat ze gevolgd worden door vreemde schepsels. ‘Zijn er ook dinosaurussen die kunnen vliegen, opa?’ vraagt Joris. Maar opa heeft het te druk met zijn telescoop. ‘Als daarbeneden dinosaurussen zijn,’ zegt hij vastberaden tegen zichzelf, ‘dan zal ik ze vinden!’”

Waar is de dinosaurus?

Op een dag krijgt Joris een brief van zijn opa. Die vertelt hem dat hij een verrassing heeft. Even later zitten Joris, zijn opa en de hond Cleo in een luchtballon op weg naar een dinosauruseiland. Op zoek naar de laatst levende dinosauriërs. Hoe opa ook kijkt met zijn verrekijker, levende dinosauriërs ziet hij niet. Die hebben zich namelijk goed verstopt.

De kleuter wordt uitgedaagd in dit boek om verschillende soorten dinosauriërs te vinden. Want opa heeft niet goed gekeken en gevoeld. Joris vindt tanden, eieren, ontwortelde bomen, botten en de poten van sauropoden (langnekdino’s). Maar opa wuift al dit bewijsmateriaal weg. Teleurgesteld gaat opa weer naar huis. De kleuter wordt uitgedaagd om per bladzijde meerdere dino’s te vinden. De kleuter maakt door de vondsten van Joris ook kennis met het leven en het gedrag van de dino’s. Zo bestaan er dino’s met lange nekken die heel groot werden, maar ook kleine dino’s die in de tas passen. Zo bestaan er gevaarlijke dino’s met scherpe tanden, maar ook hele vriendelijk ogende dino’s. Daarnaast ziet de kleuter dat er ook vliegende reptielen bestaan hebben.

Creationisten lezen hun kleuters het liefst voor uit prentenboeken die de Bijbel als uitgangspunt hebben. Dit prentenboek is echter ook bruikbaar omdat er geen enkele referentie naar het naturalistische wereldbeeld in staat. Bij het vinden van een dinosaurustand wordt zelfs melding gemaakt van een recent uitsterven. “Ze verkennen het eiland. ‘Een dinosaurustand!’ roept Joris uit. Opa knikt. ‘Ja,’ zegt hij, ‘maar die kan hier al duizenden jaren liggen. Sorry, Joris, maar dit is geen bewijs dat ze nog steeds bestaan.’” Het is bijzonder om in een dinosaurusboek over ‘duizenden jaren’ te lezen. Wel krijgt de kleuter het idee dat er vroeger een ‘wereld van dinosauriërs’ moet zijn geweest, dit geeft een onjuist beeld van de periode vóór en/of na de zondvloed. Het zou daarom goed zijn dat christelijke uitgevers de handen in een slaan en creationistische prentenboeken uit gaan geven. Want hoe je het ook wendt of keert, onze kleuters willen meer weten over fascinerende beesten die dinosauriërs heten.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.