De term ‘junk DNA’ werd populair in de jaren zestig. Het werd gebruikt om het neo-darwinisme te ondersteunen, omdat het algemeen bekend is dat recessieve mutaties meedogenloos accumuleren in seksueel reproducerende meercellige organismen. Dit gebeurt omdat natuurlijke selectie de vele bijna neutrale recessieve mutaties ‘niet ziet’ en er dus weinig worden geëlimineerd.

Tot 2012 werd gedacht dat tot 98,5% van het menselijk genoom niet-functionele, door mutaties veroorzaakte rommel is die zich gedurende miljoenen jaren van evolutie heeft opgehoopt. Dat slechts 1-2% van ons DNA codeert voor eiwitten, werd gebruikt om dit idee te ondersteunen. In 1976 vatte Richard Dawkins deze visie samen in zijn boek De zelfzuchtige genen:
“Het ware” doel “van DNA is om te overleven, niet meer en niet minder”.

Hij schreef.
“De eenvoudigste manier om het overtollige DNA te verklaren, is door te veronderstellen dat het een parasiet is, of op zijn best een onschadelijke maar nutteloze passagier, die meelift in de overlevingsmachines die door het andere DNA zijn gecreëerd.”1

Jaar na jaar is dit standpunt herhaald door andere onderzoekers. Oorsprong van leven deskundige Leslie Orgel en Francis Crick (mede-ontdekker van de structuur van DNA) verklaarden in 1980: “Veel DNA in hogere organismen is weinig beter dan junk (rommel) en kan worden vergeleken met de verspreiding van een niet al te schadelijke parasiet binnen zijn gastheer.”2 En evolutiebioloog Douglas Futuyma verklaarde in 2005: “Alleen Darwiniaanse evolutie kan verklaren waarom het genoom vol zit met ‘fossiele’ genen.”3

Uiteindelijk sijpelde dit geloof over het grootste deel van DNA als de nutteloze restjes (of overblijfselen) van de evolutie door naar bredere lagen van de bevolking; geneticus Francis Collins, in zijn pleidooi voor evolutie, was vooral invloedrijk in het promoten van het idee van junk-DNA in zijn, in 2006 verschenen, populaire boek De taal van God. Hoewel hij sindsdien is teruggekomen op zijn claims over junk-DNA.4

In het recente boek Heretic vertelt biochemicus Matti Leisola over een ontmoeting met studenten van de Universiteit van Freiburg, toen hij in 2008 in Zwitserland les gaf over de problemen van de evolutie op moleculair niveau. Een groot bezwaar van sommigen van hen, dat zij met volle overtuiging brachten, was junk-DNA bewijst evolutie – einde verhaal.5 Als evolutie waar was, zou het DNA inderdaad verzadigd zijn met overblijfselen van mislukte experimentele pogingen tot de productie van nieuwe enzymen en functies . Maar het is onvoorstelbaar dat iets nieuws zou ontstaan door te experimenteren met bestaande functies. Dat bijna al het DNA nu functioneel blijkt te zijn, zet genetische entropie weer stevig op tafel en ondersteunt recente schepping.

Dit bewijs voor evolutie werd uiteindelijk uitgewist (of zou dat moeten zijn) met de publicatie van de eerste resultaten van het ENCODE-project (Encyclopedia of DNA Elements) in 2012.6 Dit toonde aan dat het overgrote deel van het menselijk genoom functioneel is. Daarom is ‘junk DNA’ verre van nutteloze overblijfselen die zijn overgebleven van mutaties uit het verleden, zoals vanuit materialistische modellen werd beweerd. Dit niet-eiwitcoderende DNA stuurt het gebruik van andere informatie in het genoom en reguleert de eiwitcoderende genfunctie.

Junk-DNA helpt wetenschappers beter te begrijpen hoe het genoom de menselijke gezondheid kan beïnvloeden

Het wordt nu duidelijk dat veel ziekten verband houden met mutaties in het niet-eiwitcoderende DNA, omdat slechts enkele zeldzame ziekten direct aan één gen kunnen worden toegeschreven. Oorzaken voor verschillende vormen van kanker en autisme kunnen bijvoorbeeld voortkomen uit DNA buiten de genen. Dit heeft enorme implicaties voor de kosten van de gezondheidszorg en het begrijpen van ziektemechanismen.

Het hele junk-DNA-debacle heeft medisch onderzoek al meer dan 40 jaar gestagneerd! Het is hard nodig de ontwikkeling van nieuwe therapieën te stimuleren om ziekten te voorkomen en te behandelen. Het niet-coderende DNA bevat de ‘schakelaars’ die tot 80% van het genoom reguleren.

Bewijst het ontwerp?

Er zijn vier hoofdtypen junk-DNA (d.w.z. niet-coderend DNA). Introns zijn interne segmenten binnen genen die worden verwijderd wanneer DNA wordt getranscribeerd in mRNA voorafgaand aan eiwitsynthese. Van ‘pseudogenen’ wordt gezegd dat het genen zijn die door mutatie zijn geïnactiveerd. Satellietsequenties zijn korte herhalingen van DNA. En verspreide herhalingen zijn langere repetitieve sequenties, meestal afgeleid van ‘mobiele’ DNA-elementen.

In tegenstelling tot Darwiniaanse beweringen, hebben recente wetenschappelijke ontdekkingen aangetoond dat deze ‘junk’ (rommel) de productie aanstuurt van regulerende RNA-moleculen die toezicht houden op het gebruik van de eiwitcoderende regio’s van DNA. Ze hebben een overvloed aan functies, zoals regulatie van DNA-replicatie en transcriptie. Ze beïnvloeden de juiste vouwing en onderhoud van chromosomen. Ze regelen RNA-verwerking, bewerking en splitsing en moduleren translatie. Ze reguleren de embryologische ontwikkeling en DNA-reparatie. Ze helpen bij het bestrijden van ziekten.

Junk-DNA houdt het genoom bij elkaar!

Onderzoekers van het Life Sciences Institute van de University of Michigan en het Howard Hughes Medical Institute hebben vastgesteld hoe satelliet-DNA, voorheen beschouwd als ‘junk DNA’, een cruciale rol speelt bij het bijeenhouden van het genoom. Hun bevindingen, onlangs gepubliceerd in het tijdschrift eLife, tonen aan dat deze genetische ‘junk’ de vitale functie vervult om ervoor te zorgen dat chromosomen correct in de kern van de cel worden gebundeld, wat essentieel is voor celoverleving.7 Alles of niets!

Volgens het neo-darwinisme wordt nieuwe biologische informatie geproduceerd door een mutatie proces van vallen en opstaan. Maar waarom zou niet-functioneel DNA zich ophopen in de genomen van eukaryotische organismen als het nutteloos is? Waarom zou natuurlijke selectie zich niet ontdoen van deze last van nutteloos kopiëren? Het scheppingsmodel van de biologie daarentegen voorspelt dat niet-eiwit coderende sequenties een of ander biologische functie vervullen. Een ander duidelijk probleem voor het neo-darwinisme is, dat een levensvatbaar organisme vereist dat voor een foutloze werking alle functies tegelijkertijd aanwezig zijn.
Acceptatie van schepping stimuleert in feite wetenschappelijk onderzoek. Als organismen zijn ontworpen, kun je verwachten dat het grootste deel of al hun DNA functioneel is. Dit moedigt onderzoekers aan om naar functionaliteit te zoeken in het zogenaamde ‘junk-DNA’. Op dit moment is er een race aan de gang: wie kan de meeste functies vinden in de delen van DNA die eerder als evolutionaire rommel werden beschouwd?8

Het vinden van functies voor junk-DNA is een existentiële bedreiging voor het neo-darwinisme

Het concept van het genoom als een complex informatiesysteem vormt een existentiële bedreiging voor de moderne evolutietheorie in het algemeen en in het bijzonder de voorspellingen van het neo-darwinisme met betrekking tot het zogenaamde ‘junk DNA’. Experimentele wetenschap heeft zich tegen hen gekeerd. Neo-darwinisten geven over het algemeen toe dat het evolutieproces van trial-and-error van willekeurige mutaties en natuurlijke selectie gedoemd is om grote hoeveelheden afvalmateriaal te produceren – junk-DNA. Ze beweerden dat DNA voornamelijk rommelcode was die zich gedurende miljoenen jaren van evolutionaire trial-and-error had verzameld. Hoewel sommige biologen waarschuwden voor de veronderstelling dat dit genetisch materiaal nutteloze rommel was, verspreidde het idee zich snel door wetenschappelijke tijdschriften en studieboeken als belangrijk bewijs van blinde, trial-and-error evolutie.9 Ongewenst DNA is veranderd van vijand van de schepping in het hoofdschakelnetwerk van de Schepper .

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website van Creation Ministries International. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. Dawkins, C.R., The Selfish Gene, Oxford University Press, Oxford, UK, p. 47, 1976.
  2. Orgel, L.E. & Crick, F.H.C., Selfish DNA: the ultimate parasite, Nature 284:604–607, 17 April 1980; nature.com |doi:10.1038/284604a0.
  3. Futuyma, D.J., Evolution, Sinauer Associates, MA, USA, pp. 48–49, 2005.
  4. Klinghoffer, D., On junk DNA claim, Francis Collins walks it back, admitting ‘hubris’, evolutionnews.org, 19 July 2016. Dit wordt genoemd in: Carter, R., Reading evolution into the Scriptures, Journal of Creation 31(2):41–46, August 2017; creation.com/adam-and-the-genome-review.
  5. Leisola, M. & Witt, J., Heretic: One Scientist’s journey from Darwin to Design, Discovery Institute Press, USA, 2018. Red.: zie ook https://logos.nl/geen-klaagzang-noch-zwanenzang/
  6. Het voorlopige verslag van het rapport van het project van het ENCODE consortium van wetenschappers was vijf jaar eerder gepubliceerd; zie creation.com/astonishing-dna-complexity-update, 3 July 2007.
  7. Scientists discover a role for ‘junk’ DNA, sciencedaily.com, 11 April 2018; bezocht op 21 november 2019.
  8. Junk DNA; allaboutscience.org; bezocht 21 november 2019.
  9. Klinghoffer, D., On junk DNA claim, Francis Collins walks it back, admitting ‘hubris’, evolutionnews.org, 19 July 2016. Dit wordt genoemd in: Carter, R., Reading evolution into the Scriptures, Journal of Creation 31(2):41–46, August 2017; creation.com/adam-and-the-genome-review.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.