Gijsbert van den Brink, hoogleraar Theologie en Wetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, heeft dit boek geschreven om christelijk geloof en evolutietheorie te onderzoeken op overeenkomsten in plaats van de verschillen te beklemtonen.

Ik streef niet naar een recensie die het complete boek omvat. Dit zou de omvang van een recensie ver te boven gaan. Hier en daar las ik al besprekingen van dit boek en het heeft geen zin te herhalen wat daar al aan commentaar is geleverd. Alle commentaren worden bijgehouden op de website van Logos Instituut: https://logos.nl/en-aarde-bracht-voort-christelijk-geloof-en-evolutie/. Ik plaats hieronder mijn eigen kanttekeningen bij een aantal opvattingen en stellingen van Van den Brink.

Het uitgangspunt van Van den Brink is sympathiek: stel dat de evolutietheorie waar is, wat zijn dan de gevolgen voor de theologie? Hij doet dit om een eind te maken aan een bitter debat tussen kerk en evolutionisten, wat nogal eens tot gevolg heeft dat gelovigen zich teleurgesteld van de kerk afwenden, omdat de kerk vasthoudt aan een achterhaald wereldbeeld. De ‘empirische data’ voor een evolutionistisch wereldbeeld zijn immers overweldigend.

Van den Brink heeft een punt als hij wijst op Voetius die op grond van de Bijbel een statisch, geocentrisch wereldbeeld verdedigde. Dat neemt nu niemand meer voor zijn rekening. Zou hetzelfde niet kunnen voor de evolutietheorie? Het is waar dat Voetius hier een onhoudbaar standpunt heeft voorgestaan. Wilhelmus à Brakel (1635-1711) doet dat ook in zijn Redelijke Godsdienst als hij met ‘ontzetting’ constateert dat God tot een leugenaar wordt gemaakt als wij een heliocentrisch wereldbeeld aanhangen. Liegt God als Hij op vele plaatsen in Zijn Woord zegt dat de zon omloopt en de aarde stil en onbeweeglijk staat? Nee, wij hebben dat als waarheid te omhelzen.1

En toch rijzen er bij het uitgangspunt van Van den Brink al gelijk vragen en bedenkingen. Welke plaats kennen wij toe aan de rede als wij wijzen op de ‘empirische data’ die overstelpend veel aanwijzingen bevatten voor: een miljoenen jaren omvattende geologische tijdschaal (stelling 1), het voortkomen van alle levensvormen uit dezelfde bron (stelling 2) en natuurlijke selectie op basis van toevallige mutaties (stelling 3).2 De rede maakt deel uit van het mens-zijn. Gereformeerde theologen hebben er altijd op gewezen dat de mens zichzelf niet tot norm kan zijn. De mens moet een norm zoeken buiten zichzelf, en dat is de Heilige Schrift. De rede is deel van de gevallen mens. Luther noemt de rede ‘die hoer’.3 Wilhelmus à Brakel klaagt weliswaar over ‘ruwe uitdrukkingen’ die we bij Luther aantreffen4, maar onderschrijft dit standpunt als hij vaststelt dat de rede nodig is om de Schriften te onderzoeken, maar nimmer de toetssteen mag zijn.5 Als bewijs uit de natuur noemt hij dat de rede tegengestelde standpunten voor waar en juist kan aanvaarden, ja dat dezelfde persoon tijdens zijn leven standpunten inneemt die hij tevoren verwerpt. Een goede observatie die juist als het om de evolutietheorie gaat heel toepasselijk is. Uit het boek van Van den Brink rijst een jungle aan theorieën en gedachtenspinsels op. Allerlei theorieën volgen elkaar snel op, theorieën die vervolgens weer afgeschoten worden. Beweringen die elkaar uitsluiten, worden met grote stelligheid geponeerd en later weer als achterhaald beschouwd. Juist het ontbreken van eenstemmigheid onder geleerden en de snelheid waarmee de ene theorie wordt ingewisseld voor een andere had Van den Brink wat wantrouwiger kunnen maken inzake zijn uitgangspunt. De vraag kan zelfs sterker gesteld worden: deugt zijn uitgangspunt wel? Alvin Plantinga, Amerikaans filosoof van Nederlandse afkomst, beweert dat geen enkel stelsel aanspraak kan maken op een allesomvattende waarheid. Al onze uitspraken dragen een voorlopig karakter. De gedachte dat alle kennis verbonden is met empirische waarneming, is zelf niet empirisch bewijsbaar. Plantinga is van mening dat wij niet vanuit het ongeloof naar waarheid moeten zoeken, maar vanuit het geloof. Het atheïsme roept volgens hem veel meer vragen op dan het theïsme. Zij die van geen Schepper of ontwerp willen weten, plegen hun toevlucht te nemen tot theorieën die veel meer geloof vergen dan het geloof in de Schepper.6

Er vallen drie conclusies uit het voorgaande te trekken:
1. De rede moet zijn plaats kennen;
2. De empirische data waar Van den Brink naar verwijst dragen een voorlopig karakter. Kennis rust ook nog op andere bronnen dan empirische data.
3. Wij moeten vanuit het geloof redeneren, niet vanuit het ongeloof van een evolutionistische theorie.

Het boek van Van den Brink berust op de pijler: stel dat de evolutietheorie waar is, wat zijn dan de theologische gevolgen? Precies de verkeerde vraagstelling! Wij moeten het omdraaien. Theorieën toetsen we aan de Bijbel en niet de Bijbel aan een theorie. Tijdens de boekpresentatie op de VU stelde Van den Brink hartstochtelijk dat hij niet buiten de Gereformeerde traditie geplaatst wilde worden.7 En daar heeft hij ook groot gelijk in. Dat moeten we niet doen. Maar zijn onderzoeksmethode ligt niet in lijn met de Gereformeerde traditie.

Al lezend in het boek rees bij mij de vraag: wanneer is voor Van den Brink ‘iets bewezen’? Hij is daar niet expliciet over. Hij volstaat er mee om enkele malen in zijn boek te wijzen op de ‘empirische data’ en daar dan bij te zetten dat die ‘overweldigend’ zijn. Maar juist door de grote onenigheid onder geleerden over zelfs de kernpunten van de evolutietheorie overtuigt dat argument niet, zoals hierboven al is opgemerkt. Is het ook niet zo dat met het vorderen van de wetenschap de vragen niet kleiner, maar complexer worden? Ik denk dan met name aan de duizelingwekkend complexiteit van het genetische materiaal in de bouwcel van het menselijk lichaam. Dit materiaal is voor een deel uniek en wordt niet in andere levensvormen gevonden. Dit strijdt met stelling 2 van Van den Brink en onderstreept wat in de Bijbel staat over de unieke schepping van de mens. Adam is geschapen uit de aarde en Eva is gebouwd uit zijn rib. Het genetisch materiaal wijst in lijn hiermee op een aparte scheppingsdaad en niet op een afstamming uit dezelfde bron als dieren.

De route van de empirie (waarneming; het experiment in een laboratorium) is juist bij diverse kernpunten van de evolutietheorie niet mogelijk. Voor het leven zijn eiwitten en nucleïnezuur nodig. Elk afzonderlijk kunnen ze niet gevormd worden, ze moeten er gelijk geweest zijn. Hoe verklaren we dat? Genetische informatie nu is ontzaglijk veel rijker dan de genetische informatie in een oercel. Hoe verklaren we die toename? In het menselijk DNA liggen drie miljard basen in precies de juiste volgorde. Eén klein foutje ergens in dit materiaal ergens onderweg in die miljoenen jaren kan tot fatale gevolgen hebben geleid. Hoe spoort dit met de ongerichte mutaties die de evolutietheorie naar voren schuift? Wezens kunnen zich alleen voortplanten als ze ‘af’ zijn. Hoe kan de mens zich voortplanten als hij nog ongevormd is en hoe bestaat het dat man en vrouw zich synchroon ontwikkelen? Hoe heeft evolutie de lichtgevende plek in het menselijk oog gevormd?

De rede kan het verstand ‘bedwelmen’, schrijft à Brakel. We zien dat bij opzienbarende gerechtelijke dwalingen in eigen land en daarbuiten. Het bewijsmateriaal was sluitend en ‘overweldigend’ en toch zat men (in casu de opsporingsinstantie, de aanklager en de rechter) ernaast. Een veroordeelde zat tot soms wel tientallen jaren onschuldig vast. Hoe kan dat? We spreken dan van een tunnelvisie. Nog een ander voorbeeld (uit vele) is de wolf die in 2013 in Nederland werd gevonden. Drie gerenommeerde wetenschappelijke instituten stelden vast dat het beest vanuit de Karpaten hierheen moest zijn gelopen. De wolf was terug in Nederland! Later bleek het beest twee kogelgaten te hebben, die deze wetenschappers niet hadden waargenomen, uit Polen te komen, en hier vermoedelijk uit de auto te zijn gedumpt.

De Amerikaanse wetenschapper Thomas Kuhn (1922-1995) gebruikte voor tunnelvisie het woord paradigma. Een paradigma is de bril waarmee je kijkt. Van den Brink verwijst een paar keer naar Kuhn om te verklaren dat een wereldbeeld zich geheel kan wijzigen. Maar Kuhn waarschuwt ook voor circulaire redeneringen. Uitspraken over waarheid moet je niet doen met criteria ontleend aan het systeem zelf. Van den Brink doet dat wel in zijn boek. We moeten een systeem niet van binnenuit beoordelen, maar van buitenaf. En dat spoort met de Gereformeerde traditie die het geloof aanreikt als benaderingswijze van buitenaf.

Wij kunnen niet zelf de norm zijn, wij hebben een externe toetssteen nodig. De Bijbel beschrijft een wereld die geschapen is, zonder uitgebreid op het ‘hoe’ in te gaan. Dat mogen onderzoekers naspeuren, als we maar beseffen dat de Bijbel geen wetenschappelijke boodschap aanreikt, maar een heilsboodschap. Daar gaat het om. Dat betekent tegelijk dat we niet op alle vragen antwoorden zullen krijgen. Is dat een probleem? Helemaal niet. Wij dienen te accepteren dat sommige dingen voor ons verborgen zullen blijven.

Van den Brink is te veel onder de indruk van ‘empirische data’. Als het gaat om ‘evolutie’ is de druk van de tijdgeest enorm.8 Maar hetzelfde geldt ook voor thema’s als: homoseksualiteit, vrouw en ambt, gelijkheid man en vrouw, meerouderschap. Helaas kiezen veel christenen voor het wegmasseren van Bijbelteksten, net zolang tot men het tegenovergestelde kan concluderen van wat er staat. Durven we de confrontatie met de tijdgeest en de publieke opinie nog wel aan? Het Bijbels denken staat toch op gespannen voet, zo niet haaks op de tijdgeest. Moeten we nu echt ‘gezag’ pas aanvaarden als we het er mee eens zijn? Moeilijke punten wegredeneren om geleerden, vrouwen en andere doelgroepen te apaiseren? Ook hier geldt: het gebod van God moet het vertrekpunt zijn van ons denken, niet onze eergevoeligheid en onze lange tenen.

Van den Brink argumenteert rustig, niet polemisch, weegt zorgvuldig argumenten en theorieën tegen elkaar af. Regelmatig is zijn betoog overtuigend. Bijvoorbeeld als hij stelt dat het sociaal-darwinisme met zijn eugenetische uitwas niet op het conto van Darwin mag worden geschreven. Kort gezegd: wat Hitler deed, rekenen we Darwin niet aan. Toch heb ik ook hier een kanttekening bij. Darwin schrijft zelf dat alleen variaties die ‘nuttig’ zijn overleven.9 Precies daar ligt het aanknopingspunt voor het sociaal-darwinisme van Herbert Spencer. Leven heeft alleen bestaansrecht als het ‘nuttig’ is.

Soms is zijn analyse gekunsteld en spitsvondig. Dat geldt zijn betoog over toeval. Hoe verbind je het toeval van de natuurlijke selectie (stelling 3) met de leiding en voorzienigheid van God? De term ‘willekeurig’ “lijkt niet uit te sluiten dat mutaties door God veroorzaakt kunnen zijn”.10 Ik moest bij deze passage denken aan de opmerking: je kunt zo veel veronderstellen, dat je niets meer verklaart. Dit punt wil ik graag nader toelichten. Er zijn miljarden mensen die de wereld bevolken en bevolkt hebben. Ze zijn allemaal ‘mensen’, en dus gelijk aan elkaar. En toch is elk mens uniek en in het bezit van eigen persoonskenmerken. Evolutie vanuit oercellen leidt dus langs de weg van ‘toevallige mutaties’ tot de ontwikkeling van soorten en binnen die soorten ook nog eens naar een oneindige variatie. Als ik Van den Brink nu goed heb begrepen, neemt hij die theorie – wezensvreemd aan het Bijbels denken – over en voegt daar een element aan toe – God stuurt die ‘toevallige mutaties’, die wezensvreemd is aan de oorspronkelijke theorie. Dit vind ik heel speculatief.

Soms is het betoog van Van den Brink dus overtuigend, soms betwistbaar, maar soms vliegt hij ook uit de bocht. Dat ‘uit de bocht vliegen’ gebeurt (voor wat mij betreft) bij stelling 1. Van den Brink stelt dat het vierde gebod, ons aangereikt in Exodus 20: 11, “niet gericht is op letterlijkheid, maar op het ritme van arbeid en rust waarin de Schepper ons voorging.”11 Dit is echt onbegrijpelijk! De tekst van het vierde gebod is namelijk wel gericht op wat Van den Brink letterlijkheid noemt. Het woordje ‘want’ in Exodus 20:11 schakelt scheppingsdagen immers gelijk aan onze werkdagen. Als Van den Brink toch van scheppingsdagen geologische tijdvakken wil maken, maakt hij van deze tekst onzin. Exodus 20:11 vormt een onneembare horde voor elke poging om van scheppingsdagen tijdvakken te maken. Het wordt nog erger als we beseffen dat God Zelf hier aan het woord is: “Toen sprak God al deze woorden, zeggende… enz.” (Exodus 20: 1). Precies dezelfde koppeling tussen werkdagen en scheppingsdagen wordt ook gemaakt in Exodus 31: 15-17. Dit geeft extra gewicht aan het Bijbelse gezichtspunt. Van den Brink besteedt er één zin aan en die ene zin is een bewering, geen argument.

Van den Brink besteedt geen aandacht aan het werk van Jonathan Sarfati, die heeft vastgesteld dat overal in de Bijbel waar het Hebreeuwse woord ‘yôm’ voorkomt een dag van 24 uur wordt bedoeld.12 En dit is het woord dat in Genesis 1 wordt gebruikt. Op het moment dat Van den Brink zijn opmerking over het vierde gebod uit zijn pen kreeg, leed hij aan tunnelvisie en ging de rede met hem op de loop. Hier krijgt de Bijbeltekst niet de voorrang en het respect die het verdient, maar krijgt wetenschap het voordeel van de twijfel. Maar het is wel een cruciale fout, want het vierde gebod slaat het fundament weg onder stelling 1. Deze stelling leidt schipbreuk op het ene woordje ‘want’ waarmee in het vierde gebod scheppingsdagen gelijk gesteld worden aan werkdagen.

Af en toe dacht ik: wat maakt Van den Brink het zichzelf vreselijk moeilijk. Plantinga wees er al op dat ongelovigen nooit ophouden met het stellen van vragen (in mijn woorden). En Van den Brink slooft zich maar uit om op ‘alles’ antwoorden te vinden. Het befaamde ‘scheermes van Willem van Occam’ leert ons dat eenvoudige verklaringen nog weleens de juiste blijken te zijn. Ik geef er een voorbeeld bij ter illustratie. Van den Brink haalt Augustinus aan die niet overtuigd zou zijn van de letterlijke weergave van het scheppingsverhaal in Genesis. Dit vanwege onder meer het ontbreken van het ritme van dag en nacht, want de zon en de maan zijn pas op de vierde dag geschapen. Dus kunnen de eerste drie dagen geen ‘dagen’ geweest zijn.13 Calvijn schrijft hierover echter heel nuchter: Het licht is zo geschapen dat het met de duisternis afwisselde. God is daarvoor niet gebonden aan zon en maan.14 Ik neem aan dat Van den Brink het commentaar van Calvijn terdege heeft bestudeerd. Is het dan niet merkwaardig dat hij op dit punt wel Augustinus noemt en niet Calvijn? Is het geen tunnelvisie om alleen het punt te signaleren dat binnen je theorie past?

Ik ga deze beschouwing afronden. Van den Brink heeft een boek geschreven waaruit grote belezenheid blijkt en een grondige, bewonderenswaardige kennis van het onderwerp. En toch overtuigt het niet. Evolutie en schepping: het past niet bij elkaar. Sfeer en denkkader verschillen totaal. Volgens Darwin is leven strijd om voort te bestaan. Wat niet in staat is om te strijden gaat ten onder. Het zijn wrede natuurwetten die het pleit beslechten in het voordeel van wat ‘nuttig’ is en ‘goed is toegerust’ voor die strijd.15 Past dit bij een Schepper die barmhartig is en gebiedt dat elk leven, ook het zwakke en kwetsbare, beschermd moet worden? Goedheid versus wreedheid. De pracht van de aarde wordt binnen de evolutie teruggebracht tot de mechanische werking van natuurwetten. Past dit bij de uitbundige, wonderschone, veelkleurige en vruchtbare Hof van Eden? De lijn van de evolutie gaat van oercellen naar de mens. Past dit bij de schepping van de mens? Het hoogst geplaatst, een weinig minder slechts dan de engelen, maar diep gevallen? Miljarden mensen en toch is niemand hetzelfde. Toeval, gestuurd door God? De Schepping gaat naar zijn doel, namelijk de Herschepping, waarheen leidt evolutie ons? Schepping en evolutie: twee denksystemen die niet met elkaar samengaan.

Voetnoten

  1. W. à Brakel, Redelijke Godsdienst, deel I, blz. 50 en 226. Rotterdam, 3e druk, z.j.
  2. Gijsbert van den Brink, En de aarde bracht voort, blz. 326.
  3. Lyndal Roper, Luther. De biografie, blz. 24. Amsterdam, 2017.
  4. W. à Brakel, Redelijke Godsdienst, deel I, blz. 179. Rotterdam, 3e druk, z.j.
  5. A.W., blz. 46. Deel II, blz. 684: De rede kan het verstand bedwelmen.
  6. Alvin Plantinga, Het echte conflict. Wetenschap, religie en naturalisme. Amsterdam, 2014.
  7. 22 juni 2017.
  8. Zie onder meer Jan van Meerten en Hans Degens, EvoKe: Weer een initiatief om de evolutietheorie te promoten. Schepping de deur uit? Gepubliceerd op de website van Logos Instituut en in verkorte vorm geplaatst in het RD, 24 mei 2017. Zie: https://logos.nl/evoke-weer-initiatief-om-evolutietheorie-promoten-schepping-deur/.
  9. Charles Darwin, Het ontstaan van soorten, blz. 80 en 122. Amsterdam, 2009.
  10. Van den Brink, a.w., blz. 275.
  11. Van den Brink, a.w., blz. 130 en 328.
  12. Jonathan Sarfati, Refuting compromise. A Biblical and Scientific Refutation of ‘Progressive Creationism’. Zonder plaatsnaam, 2004.
  13. Van den Brink, a.w., blz. 225.
  14. Commentaar van Calvijn op Genesis 1: 2-6. Het is de moeite waard om dit commentaar er even op na te slaan.
  15. Charles Darwin, a.w., blz. 80, 82, 122.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. H.A. Hofman studeerde geschiedenis. In 1983 promoveerde hij op Constantijn Huygens als secretaris van het Oranjehuis. Hij heeft 45 jaar gewerkt in het Hoger Beroepsonderwijs en in het Voortgezet Onderwijs. Hij heeft een tiental boeken op zijn naam staan. In 2008 verscheen: "Verlicht of Verblind? Over het contrast tussen het traditionele Christendom en het Verlichtingsdenken". In 2009: "Het bittere conflict. Over Schepping en Evolutie in het jaar van Darwin en Calvijn". In 2014 verscheen: "Buen Camino. Tegenstem in een seculiere samenleving".

28 Comments

Peter

“de grote onenigheid onder geleerden over zelfs de kernpunten van de evolutietheorie”

Er bestaat geen ‘onenigheid onder geleerden’. De evolutietheorie staat vast als een huis.

Reply
Jaap

Peter, ken je het verhaal uit de Bijbel van de twee huizen; het huis op het zand en het huis op de rots gebouwd?
Als de stormen komen zal blijken welk huis vast staat.

peter b

Peter bedoelt [waarschijnlijk] dat er geen onenigheid bestaat onder evolutionisten waar het evolutionisme betreft. Onder Darwinisten is er zelfs geen onenigheid wat betreft het mechanisme van die vermeende evolutie, nl. mutatie-selectie. Maar onder geleerden is er wel degelijk een enorme strijd gaande. [Zie:] https://royalsociety.org/science-events-and-lectures/2016/11/evolutionary-biology/ en https://evolutionnews.org/2016/12/why_the_royal_s/ en https://www.theatlantic.com/science/archive/2016/11/the-biologists-who-want-to-overhaul-evolution/508712/ en https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=Does+evolutionary+theory+need+a+rethink%3F

Er is een grote groep geleerden die inzien dat de Biologie niet wordt verklaard door darwinistische principes. Er is een groeiende groep geleerden die het oneens zijn over de kernpunten van de evolutietheorie. Er is eveneens een groeiende groep geleerden, waaronder de wetenschappers verbonden aan het Logos Instituut, die inzien dat de biologie een nieuwe oorsrpongstheorie nodig heeft. [Maar] de seculiere media is er niet in geïnteresseerd.

Peter

@Jaap, augustus 2nd, 2017
“Peter, ken je het verhaal uit de Bijbel van de twee huizen; het huis op het zand en het huis op de rots gebouwd? Als de stormen komen zal blijken welk huis vast staat.”

Ja Jaap, ik ken dat alles. Evolutie staat als een huis op de rots gebouwd. (…)

Reply
Jan

Nou Peter, geen onenigheid? Misschien zou je eens de DVD: Achilleshiel van evolutie moeten bekijken, te bestellen bij WEET. Op deze dvd worden 8 fatale zwakheden van de evolutietheorie blootgelegd door 15 wetenschappers. Een aanrader!

Reply
Peter

Jan, er is geen onenigheid over evolutie tussen wetenschappers: geen enkele wetenschapper ontkent evolutie. Die DVD is eerder langs geweest. Voor Hetty zie de lijst op https://logos.nl/hebben-de-naturalisten-een-achilles-hiel/

“Natuurlijke selectie zorgt niet voor nieuwe eigenschappen” Niemand beweert iets anders.
“Natuurlijke selectie plus mutatie is geen scheppend proces.” Mutatie is een aangetoond scheppend proces.
“De verschillende ‘Galápagos-vinken’ zijn (…) variaties van vinken (…) ingebouwde expressiemogelijkheden.” ‘Ingebouwde expressiemogelijkheden zijn niet aangetoond.
“Grotsalamanders zonder zichtvermogen (…) tonen verlies van eigenschappen” Waardoor ze zich aan de omgeving aanpassen, dus evolutie.
“Darwins levensboomdiagram is een fictie” Indelingen geven steeds overtuigender fylogenieën, bijv. microRNA
“We zien geen nieuwe informatie en nieuwe structuren ontstaan” We zien nieuwe genen en nieuwe structuren ontstaan.
“De moderne genetica toont de immense complexiteit van de cel (…) Dat zijn niet-materiele zaken” wat is er niet-materieel aan de cel?
“‘Junk-DNA’ blijkt essentieel functioneel voor de cel te zijn” Minimaal 80% van het menselijk DNA is niet functioneel.
“…blijkt de oorsprong van het leven een chemische onmogelijkheid” Het omgekeerde is waar: de oorsprong van het leven is chemisch mogelijjk
“In de geologische kolom mag de evolutionist een kolossaal bestand aan overgangsvormen verwachten. Die ontbreken echter (…) Puijila Tiktaalik” In de geologische kolom komt een kolossaal bestand aan overgangsvormen voor. Tiktaalik laat over de overgang tussen ‘vis’ en ‘viervoeter’ laat zien. Pujila is op de lijn van zeehond ancestry.
“DNA-houdend zacht weefsel in dinosaurusbeenderen pleit sterk voor een recente schepping” Er is geen DNA in dinobot aangetoond. ‘Zacht weefsel’ in dinobot is zelf niet dateerbaar. (…)

Voor minder dan 13 euro heb je ook een leuk boek als De Aarde, elementaire geologie: http://nl.aup.nl/books/9789089646088-de-aarde.html

Hetty Dolman

Jan, ik ben daar benieuwd naar. Ik heb al een boek besteld uit Amerika over de zondvloed die zelf bewijst dat de ark te zwaar is om te drijven. Nu zou ik weer 13 euro moeten besteden om weer 90 minuten te besteden om weer informatie te horen die m.i. onwaar is. Waarom zeg je niet gewoon wat die achilleshiel is? [Wil] je de 8 fatale zwakheden hier posten?

Reply
Ad Massar

Geachte mevrouw Dolman,

“Nu zou ik weer 13 euro moeten besteden om weer 90 minuten te besteden om weer informatie te horen die m.i. onwaar is.”

Spreekt hier niet een vooringenomenheid uit zonder gekeken en geluisterd te hebben naar de argumenten en de onderbouwing daarvan?

Reply
Hetty

Geachte heer Massar, u schrijft:
“Spreekt hier niet een vooringenomenheid uit zonder gekeken en geluisterd te hebben?”

Sinds een jaar of 20 verdiep ik mij in creationistische argumenten, dus zo vooringenomen kan ik niet zijn. Bovendien ken ik de 95 stellingen tegen evolutie die over dezelfde onderwerpen gaan en hier op Logos wekelijks geplaatst worden.

Namelijk:
• Natuurlijke selectie
• Genetica
• De oorsprong van het leven
• Het fossielenbestand
• De geologische tijdschaal
• Radiometrische datering
• Kosmologie
• Etnische implicaties
Zie: https://www.zoeklichtwebshop.nl/cd-dvd/cd-s/achilleshiel-van-evolutie.html

Enkele onderwerpen gaan niet over evolutie, zoals de oorsprong van het leven, kosmologie, radiometrische datering en ‘etnische’ implicaties. (…)

Reply
Jan van Meerten

De geachte Peter schrijft: ‘Pujila is op de lijn van zeehond ancestry.’. Hij verdedigde dat recent ook onder de bespreking van de hierboven genoemde dvd. Ik stelde toen de vraag waar mijn geachte opponent nog geen antwoord op gegeven heeft: ‘Waarom kan dit soort niet binnen de fylogenetische boom van de Mustelidae (of zo u wilt binnen de subfamilie Lutrinae) geplaatst worden, waarbij in de loop van de tijd eigenschappen veranderd zijn of zelfs verloren zijn gegaan, bijv. verandering in zwempoten?’ Ook gaf ik aan dat sommige naturalisten er niet zeker van zijn of Puijila darwinii wel op de ‘zeehondenlijn’ ligt. Vandaag vond ik nog een andere paper van Rahmat en Koretsky uit 2015 die dat lijkt te onderschrijven. Zij schrijven: ‘According to Rybczynski et al. (2009), a large, transitional mammal resembling sea otters (Puijila darwini) re-entered the marine environment approximately 20–25 million years ago.’ Bron: Rahmat, S.J., Koretsky, I.A., 2015, Diversity of Mandibular Morphology in Some Carnivorans, Vestnik zoologii 49 (3): 267-284.

Reply
Peter

Jan, (…) heb je dat artikel van Rahmat en Koretsky (2015) dat je noemt ook werkelijk lezen? De zin die je aanhaalt staat in de alinea over Pinnipedia. Daaruit volgt dat Rahmat en Koretsky (2015) Puijila bij de zeehondenlijn rekenen. (…) [Ik heb] geen zin daarmee door te gaan, want je had om te beginnen al geen punt. De fylogenie geeft dat Pujila bij de zeehonden ingedeeld wordt. Dat is het gegeven uit de publicatie van Pujila. Dan vind ik vragen om ‘waarom niet elders’ een niet relevante vraag. Je kunt ook wel vragen ‘waarom is Pujila geen hond of geen kat’. Als je wilt weten waarom Pujila bij de zeehonden ingedeeld wordt, moet je naar de oorspronkelijke publictie van Rybczynski in Nature, in de supplementary material kijken. Staat onder de figuur van de fylogenie. Niemand anders heeft een fylogenie gemaakt, dus de fylogenie uit de publicatie geeft waar Puijila thuishoort. Dat een overgangsbeest tussen een landvorm en een zeehond er vagelijk als een otter uit ziet is interessant, en min of meer te verwachten. Het laat zien hoe evolutie werkt en hoe een overgangsvorm er uit ziet.

Rahmat en Koretsky 2015: “Extant pinnipeds are semi-aquatic marine carnivorans that can stay on land/ice for extended periods of time. The three families of so-called pinnipeds are: phocids (seals), otariids (sea lions) and odobenids (walruses). The finding of the Oligocene seal demonstrates that true seals have maintained an aquatic lifestyle for over 24 million years (Koretsky, Sanders, 2002), similar in geological time to the earliest Enliarctinae, which first appeared in the late Oligocene approximately 24 million years ago (Koretsky, Barnes, 2006; Barnes, 2007). According to Rybczynski et al. (2009), a large, transitional mammal resembling sea otters (Puijila darwini) re-entered the marine environment approximately 20–25 million years ago. Sea lions (~23 Ma; late Oligocene) are of similar age to seals and walruses (~16 Ma; Middle Miocene) appear signifi cantly later than seals (Barnes, 2007). (…) show a combination.” Italics bij ‘transitional’ toegevoegd.

[Noot van de redactie: Beste Peter, denk aan de 2000 tekens inclusief spaties. Wat betreft je verzoek aan de redactie: We gaan niet spelen voor boodschapdoorgevers. Persoonlijke berichten moet je zelf aan de persoon in kwestie doorgeven. Mocht je het mailadres van Jan van Meerten niet hebben is deze na te vragen via [email protected].]

peter b

Peter, Pujila zwemt nog gewoon rond. Het is een otter!

Als wetenschapper ben je absoluut niet gebonden aan conclusies die andere wetenschappers trekken, met name niet als het [onjuiste] conclusies betreft. Ik herken een otter op een kilometer afstand. Vergelijk even de volgende twee afbeeldingen:

pujlia–> https://en.wikipedia.org/wiki/Puijila#/media/File:Puijila_BW.jpg
otter–> http://de.depositphotos.com/40956269/stock-photo-otter-walking-along-the-waters.html

Otters als voorouders van zeehonden weergeven is [onjuist].

Peter

Peter B,
Een afbeelding is geen enkel argument. Ditzelfde heb je al eerder gezegd, op de post die bij die DVD hoort. [Maar] het is nog steeds even fout.

Ad Massar

Mevrouw Dolman,
“Jan, ik ben daar benieuwd naar (…) Wil je de 8 fatale zwakheden hier posten?”

Dit zijn uw eigen woorden. Wat u dan bedoelt en welke kant u op wilt is [voor mij] niet erg duidelijk wanneer u daar even later weer op terug komt en er niet aan wilt beginnen. Of gaat het alleen om het argumenteren om het argumenteren?

Reply
Jan

Hallo Hetty, de dvd is verkrijgbaar bij WEET, 13 euro is weinig geld, ik wil je gewoon iets aanbieden om over na te denken. Aan wetenschappelijke taal doe ik niet, ik wens je het beste en dat is in mijn visie, het kennen en erkennen van je Schepper, die zich laat vinden in Zijn schepping en in Zijn brief aan de mensheid, nl. de bijbel.

Reply
Hetty Dolman

Beste Jan,
“het kennen en erkennen van je Schepper, die zich laat vinden in Zijn schepping en in Zijn brief aan de mensheid, nl. de bijbel.”

Het kennen en erkennen van je Schepper houdt m.i. in dat je evolutie herkent als een scheppende kracht. de schepping is altijd onderhevig aan verandering. Dat is wat we zien in de Schepping.

Reply
Jan

Hallo Hetty, de Schepper is niet een vage scheppende kracht, maar een persoon, een wezen, die zich openbaart in de schepping en de bijbel. Doordat Hij ons een vrije wil heeft gegeven, kunnen we Hem negeren en ontkennen. We verzinnen van alles om maar niet te hoeven erkennen dat er een Schepper is, want dat gaat consequenties geven voor ons aardse leven, en dat willen we niet, we blijven liever eigen baas. Het lijkt op “de kop in het zand steken”, dit kan een mens volhouden tot hij/zij het aardse verruilt met het eeuwige. De bijbel is hier heel helder over, sterven is God ontmoeten, maar ook: zoek de Heere nu hij zich nog laat vinden.
Wie Hem oprecht zoekt zal Hem vinden en dat wens ik jou van harte toe.

Jan van Meerten

Geachte Peter, ik heb inderdaad de paper doorgelezen. In de zin die ik aanhaalde wilde ik vooral wijzen op ‘resembling sea otters’ . Zoals ik ook in de andere discussielijn aangegeven heb zijn er meer auteurs die Puijila darwini vinden lijken op een zeeotter. Mijn vraag is daarmee wel degelijk gerechtvaardigd. Waarom is dit beest niet op de otterlijn geplaatst, als het zoveel lijkt op een zeeotter? Wellicht heeft dat te maken met een naturalistische vooronderstelling die vooraf gegaan is aan het opstellen van de fylogenie van Rybczynski et al. Wellicht is er een andere oorzaak. Omdat het beest niet lijkt op een hond of een kat is de vraag waarom Puijila niet op de honden- of kattenlijn geplaatst is m.i. niet relevant.

Reply
Peter

@Jan van Meerten,

Nee, er hebben gen auteurs aangegeven dat Puijila bij de otters hoort. Er is maar 1 fylogenie. Puijila hoort volgens de kenmerken die er toe doen bij de zeehonden en niet bij de otters. Ook niet volgens je laatste aanhaling. ‘Lijken op’ is geen enkel criterium voor de indeling. Denk je ook dat een vliegende eekhoorn (Pteromys) en een vliegende suikereekhoorn (Petaurus) bij elkaar horen?

“In de zin die ik aanhaalde wilde ik vooral wijzen op ‘resembling sea otters’”

‘Resembling’ geeft geen afstamming: afstamming gaat op kenmerken, niet op eerste indruk. Dat [is] duidelijk.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, u schrijft: (1) “‘Lijken op’ is geen enkel criterium voor de indeling.” en (2) “‘Resembling’ geeft geen afstamming”. Hier ben ik het volkomen mee eens. Ik heb ook nergens beide woorden als synoniem gebruikt.

U schrijft: “er hebben gen [sic] auteurs aangegeven dat Puijila bij de otters hoort.” Dit is niet helemaal juist. In een paper welke ik hier al eerder aanhaalde geven Domning en Koretsky aan dat Puijila een ‘representative of the Mustelidae’ is.

U schrijft: “Er is maar 1 fylogenie.” Er is inderdaad maar één fylogenie opgesteld. Daarom ben ik benieuwd naar de mogelijkheid voor een fylogenie met Mustelidae waar ook Puijila een plaats heeft. De vraag die ik hierboven en ook eerder stelde is nog steeds van toepassing. ‘Resembling’ zou een aanleiding kunnen zijn om nog eens te kijken naar Puijila darwini. Wellicht worden er in de toekomst nog meer individuen van dit beest gevonden die licht werpen op de plaats van Puijila. Voor nu laat ik het hierbij, we vallen namelijk in herhaling.

Reply
Peter

Zoals al eerder gezegd, Domning en Koretsky geven geen fylogenie, dus hun mening is niet onderbouwd. [Ik schreef:] “Dat een overgangsbeest tussen een landvorm en een zeehond er vagelijk als een otter uit ziet is interessant, en min of meer te verwachten. Het laat zien hoe evolutie werkt en hoe een overgangsvorm er uit ziet.” [Dit is ] ook eerder gezegd.

Jan schreef: “(1) (Peter zegt) “‘Lijken op’ is geen enkel criterium voor de indeling.” en (2) (Peter zegt) “‘Resembling’ geeft geen afstamming”. Hier ben ik (Jan) het volkomen mee eens. Ik heb ook nergens beide woorden als synoniem gebruikt.” Nee? Waarom begin je er dan weer over?

Jan van Meerten

De geachte Peter schrijft: ‘Waarom begin je er dan weer over?’. Vanwege uw vraag nog een kort antwoord. Waarom ik hierboven over de Puijila darwini schrijf is een gevolg van uw schrijven hierboven over dit beest (als reactie op een verwijzing van ‘Jan’ naar de dvd ‘Achilleshiel‘). U haalde hierboven ‘weer’ de Puijila darwini aan. In het verleden spraken we hier ook al over. Uw stelling heb ik toen met enkele vragen en citaten spreekwoordelijk onder vuur genomen. Een, mijns inziens belangrijke, vraag staat nog steeds open. Het gaat om de vraag waarom Puijila niet in de otterlijn geplaatst kan worden. Graag zou ik een uitgebreide wetenschappelijke publicatie zien waarin de auteurs in ieder geval een poging doen om Puijila fylogenetisch in de otterlijn te plaatsen. En als dat niet mogelijk blijkt te zijn, dat ze dan met argumenten aangeven waarom dat niet mogelijk is. In uw reactie hierboven worden de door mij verzochte argumenten niet gegeven. Kort gezegd: ‘Sluit met argumenten uit dat dit beest niet in de otterlijn past’. Voor mij is het om het even of creationisten of naturalisten zo’n publicatie samenstellen. Wellicht is er een Nederlandstalige (al dan niet creationistische) paleontoloog die deze uitdaging/dit verzoek leest en hiermee aan de slag kan/wil gaan. Zoals hierboven gezegd vallen we in herhaling daarom wil ik het hierbij laten. Ik zie vol verwachting uit naar een uitgebreid antwoord met argumenten.

Reply
Peter

Puijila staat in de inhoudsopgave van die DVD op https://logos.nl/hebben-de-naturalisten-een-achilles-hiel/ Ik gaf per punt aan waarom er niets van wat de DVD beweert klopt. De DVD inhoudsopgave zegt: “In de geologische (…) viervoetige landdieren.” Waarop ik zei dat “In de geologische kolom komt een kolossaal bestand aan overgangsvormen voor. Tiktaalik laat over de overgang tussen ‘vis’ en ‘viervoeter’ laat zien. Pujila is op de lijn van zeehond ancestry.” En Ida is geen maki, maar een Adapiform, en dat is iets anders. Dus, iemand begon over een DVD, en ik laat zien dat het niet klopt. [Ik zie hier] geen enkele reden waarom Jan van Meerten zijn eerdere standpunten over Puijula weer zou gaan verdedigen.

De fylogenie in de oorspronkelijke publicatie van Puijila bevat otters ter vergelijking: Lontra (modern), Paragale (uitgestorven), en Plesiogale als een uitgestorven wat algemene marterachtige. Dus de mogelijkheid dat Puijila bij de marterachtigen/otters hoort bestond bij het maken van de fylogenie in het artikel dat Puijila beschreef. De makers van de fylogenie hebben niet van te voren uitgesloten dat Puijila bij de otters terecht kwam. Dus de [vraag] van Jan van Meerten was al vanaf het eerste moment vervuld. Waarom [deze] vr[agen] over de fylogenie van Puijila? Omdat Puijila zo’n duidelijke overgangsvorm is, met een zeehondenschedel, lange achterpoten en vermoedelijk zwemvliezen maar geen flippers?

“Het gaat om de vraag waarom Puijila niet in de otterlijn geplaatst kan worden” Omdat de enige beschikbare fylogenie Puijila in de zeehondenafstamming plaatst. [Heeft] hij [wel] naar de 2009 fylogenie gekeken?

“Graag zou ik een uitgebreide wetenschappelijke publicatie zien waarin de auteurs in ieder geval een poging doen om Puijila fylogenetisch in de otterlijn te plaatsen.” Dat is een verkeerde opvatting van wat fylognetisch onderzoek doet. Er wordt niet geprobeerd een soort ‘in een afstammingslijn te plaatsen’. Er wordt niet geprobeerd een beest bij een groep in te schuiven. Wat Jan van Meerten [kan] zeggen is: “graag zou ik een wetenschappelijke publicatie zien van de fylogenetische indeling van alle bekende levende en fossiele soorten Arctoidea (de roofdieren min katvormigen en honden).” Niemand zou daar iets tegen hebben. (…) Jan van Meerten heeft commentaar geplaatst over Puijila zonder enig geldig steekhoudend argument waarom het beest niet bij de zeehondenlijn zou horen. (…)

Reply
Jan

Hallo Peter,

Nog even over de onenigheid onder wetenschappers over de evolutie-theorie. In mijn archief vond ik een artikel uit het RD. van maart 2006. De kop luidt: Groep geleerden uit twijfels over evolutie:

Meer dan 500 wetenschappers uit verschillende landen hebben in het openbaar hun twijfel uitgesproken over Darwins evolutietheorie. Zij namen deel aan een handtekeningenactie van het Discovery Institute in Seattle. De lijst bevat namen van leden van de Amerikaanse Academie der Wetenschappen, van Russische, Poolse en Tsjechische instituten, alsook van wetenschappers die verbonden zijn aan gerenommeerde universiteiten als Yale, Princeton, Stanford, Berkeley en het Massachuchetts Institute of Technology in Boston. Volgens John G.West, plaatsvervangend directeur van het Discovery Institue, weerlegt de lijst de bewering dat er geen serieuze wetenschapper is die twijfelt aan de evolutietheorie. De lijst is op internet te vinden op http://www.discovery.org/-scripts/viewDB/filesDB-download-.php?command=download&id-=660

Peter

Jan,
Die actie is me bekend. (…) Er zijn omstreeks 400 000 biologen in de Verenigde Staten alleen al. Hier is een referentie voor [deze] gegevens: https://en.wikipedia.org/wiki/Level_of_support_for_evolution
“The vast majority of the scientific community and academia supports evolutionary theory as the only explanation that can fully account for observations in the fields of biology, paleontology, molecular biology, genetics, anthropology, and others. ] One 1987 estimate found that “700 scientists … (out of a total of 480,000 U.S. earth and life scientists) … give credence to creation-science”. A 1991 Gallup poll found that about 5% of American scientists (including those with training outside biology) identified themselves as creationists”

Discovery Institute heeft [deze] (…) lijst gepubliceerd.

Hetty Dolman

Beste Jan,

“Zij namen deel aan een handtekeningenactie van het Discovery Institute in Seattle. De lijst bevat namen van leden van de Amerikaanse Academie der Wetenschappen”

Ik herinner me dat nog. De stelling van de petitie zou vrijwel elke wetenschapper ondertekenen omdat evolutie breder is dan alleen mutatie en natuurlijke selectie.Je link werkt bij mij niet, maar [ik heb het] toch gevonden. Zie: http://www.discovery.org/scripts/viewDB/filesDB-download.php?command=download&id=660

Overigens houdt kritiek op de evolutietheorie niet in dat er support is voor het jonge aarde creationisme. (…) In reactie op de lijstjes van creationisten is er een [andere] petitie in het leven geroepen: Wie kiest voor gemeenschappelijke afstamming en toevallig ook Steve heet of een variatie daarop mag tekenen. Google maar op Steve project. Zie bijvoorbeeld: https://ncse.com/project-steve

Reply
Over fuiken, goede papieren en waarheidsclaims | Het Logos Instituut

[…] Van den Brink schetst in hoofdstuk 4.3 van zijn boek een hermeneutische sleutel die hij het perspectivisme noemt. Het wetenschappelijk perspectief richt zich op de feiten. Het theologische perspectief heeft betrekking op de zin van ons bestaan (blz. 121 van zijn boek). Van den Brink trekt hier de conclusie uit dat de Bijbelse inhoud de norm is en het wereldbeeld een bijkomstigheid. Hiermee worden allerlei zaken die de Bijbel vermeldt over de schepping van aarde en mens als niet ter zake doende terzijde geschoven. De kern is dan dat God Schepper is, maar best van evolutie gebruik heeft kunnen maken. De Bijbel zelf biedt geen basis voor de veronderstelling dat het één hoofdzaak is en het ander bijzaak. Het perspectivisme biedt ons geen goede sleutel voor het verstaan van de Bijbel. Wat blijft er over van andere hete hangijzers in onze seculiere tijd als we deze hermeneutische sleutel toepassen op vrouw en ambt, homoseksualiteit, het homohuwelijk, het gelijkstellen van de vrouw aan de man? In de kortste keren kunnen we zaken die ons niet bevallen onder de bijkomstigheden laten vallen die niet passen bij de inhoudelijke kern. Het perspectivisme zal in de praktijk een knieval worden voor de dominantie van de tijdgeest boven de Bijbeltekst.Van den Brink maakt dus de weg vrij voor een meer vrijzinnige benadering van de Bijbel. Zijn boek brengt helaas verdeeldheid en verwarring onder orthodoxe kringen.2 […]

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over