Voor Charles Darwin was het ontstaan en het functioneren van het oog de grootste hindernis in zijn evolutietheorie. Het probleem was, dat de onderdelen alleen samen een goed werkend oog kunnen opleveren. We gaan wat nader in op de functies van de aparte delen, zodat we zijn frustratie beter kunnen begrijpen. Het ooglid beschermt het oog tegen stof en zand, maar de belangrijkste functie is het vochtig houden van de ooglens. Probeer maar eens de oogleden een paar minuten niet te sluiten. Al snel ontstaat een brandend gevoel als waarschuwing. De ooglens is gemaakt van een doorzichtig eiwit. Dat is weer gemaakt door een paar aminozuren in de juiste volgorde, zodat een stevige heldere stof ontstaat, met ook nog eens de juiste brekingsindex.

De ooglens kan snel vlakker of boller worden gemaakt, zodat we veraf en dichtbij scherp kunnen zien. De pupil zorgt als een diafragma automatisch voor de juiste lensopening. Hoe meer licht erop valt, des te kleiner wordt de opening en omgekeerd. Dat is goed te merken door van een lichte ruimte een donkere in te gaan: je ziet dan even niets. In de oorlog moesten Engelse piloten een half uur in een donkere kamer zitten voor ze een nachtvlucht gingen uitvoeren. Het door de ooglens gebroken licht gaat door het glasvormige lichaam, het vocht in de oogbol en komt dan terecht op het netvlies. Dat vocht in de oogbol, een oplossing van weer andere eiwitten, moet de juiste brekingsindex hebben voor een scherp beeld. Door middel van kleine spiertjes kan het oog snel in alle richtingen bewegen.
Het netvlies bestaat uit miljoenen lichtgevoelige cellen, men denkt wel honderd miljoen, dus veel meer dan de lichtgevoelige laag in een digitale camera, met ongeveer tien megapixels.

De resolutie, het oplossend vermogen, van het netvlies blijkt onder meer hieruit, dat wij wel een klein vliegje op een grijze muur kunnen zien, maar een camera niet altijd. En dan voert de gezichtszenuw al die informatie twintig keer per seconde naar het gezichtscentrum. Er zijn gelukkig een paar mechanismen die die enorme datastroom wat inperken. Zo worden alleen veranderingen in het beeld doorgegeven, maar hoe dat precies werkt is nog niet bekend. In het gezichtscentrum worden de beelden van beide ogen samengevoegd tot een driedimensionaal beeld en vergeleken met bekende beelden uit de opslag.

Soms werkt dat niet helemaal correct en dan kan het gebeuren dat sommige mensen geen gezichten herkennen. Bekende persoonlijkheden, zelfs hun eigen vrouw, het zegt ze niets. In elk geval, zelfs de krachtigste computers zijn niet in staat de signalen van de drie hoofdkleuren, rood, groen en blauw, die het netvlies in elektrische prikkels omzet en doorstuurt, van al die miljoenen gezichtscellen te verwerken. Als maar één van die oogonderdelen niet goed zou werken, was het oog nutteloos en onwerkzaam. En alles moet ook nog tegelijk zijn ontstaan, een geleidelijke ontwikkeling is moeilijk te begrijpen. Hoe zouden we anders de wonderwerken van de Schepper kunnen waarnemen?

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Opbouw. De volledige bronvermelding luidt: Valkenburg, K., 2008, Wonder boven wonder (26) Kijken en zien, Opbouw 52 (4): (…) (Artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

K. Valkenburg werkte vroeger bij AKZO als literatuuronderzoeker op het gebied van scheikunde, veiligheid en gezondheid.