Klimaat hangt nauw samen met menselijk gedrag

by | aug 11, 2017 | Milieuwetenschappen & Klimatologie, Onderwijs

Er zijn in elk geval vijf feiten waarover binnen het klimaatonderzoek algemene consensus bestaat, betoogt prof. dr. Wim de Vries.

DISCUSSIE
Onder bijbelgetrouwe christenen is er discussie over de gedachte dat de mens verantwoordelijk is voor een eventuele klimaatsverandering. De afgelopen maanden plaatsten we enkele ‘man-made-klimaatsceptische’ reacties. Vandaag een ‘man-made-klimaatpositieve’ reactie. We zien uit naar een respectvol debat over een al dan niet door de mens veroorzaakte klimaatverandering.

De mogelijke gevolgen van menselijk gedrag voor ons klimaat houden ook in reformatorische kring de gemoederen bezig. SGP-raadslid Bakker sprak recent over klimaatalarmisten die het doen en laten van de mens als de oorzaak van de klimaatverandering zien. En hij noemde het een „beweging die religieuze trekjes heeft” (RD 20-6).

Directeur Schippers van het wetenschappelijk instituut voor de SGP reageerde scherp op die aantijging door de menselijke verantwoordelijkheid te benadrukken (RD 22-6), waarna Bakker weer reageerde (RD 28-6), evenals dr. De Korne (RD 30-6). Laatstgenoemde is het met Bakker eens maar stelt wel dat hij geen expert is. Hij noemt Bakkers artikel „een prima aanleiding voor een meer inhoudelijke discussie over klimaatfeiten.” Deze zin heeft mij ertoe verleid deze bijdrage te schrijven. Er zijn in elk geval vijf feiten waarover binnen het klimaatonderzoek algemene consensus bestaat.

Aarde warmer

1. De gemiddelde wereldtemperatuur is van het begin van de industriële revolutie tot 2015 met circa 1,1 graden Celsius gestegen en in Noordwest-Europa met circa 1,5 graden. Die trendaanduiding is bekritiseerd omdat de bewoonde omgeving de temperatuurmetingen in het veld sterk zou beïnvloeden (het zogenaamde ”stedelijk hitte-eilandeffect”). Het zou niet meer dan 0,4 tot 0,8 graden zijn.

Deze claim is echter weerlegd, onder andere door middel van (nieuwe) satellietmetingen van de onderste 8 kilometer van de atmosfeer. Die bevestigen bovengenoemde trend in de temperatuur. Er zijn tal van mondiale temperatuurreeksen, onder andere van de NOAA en de NASA, die onweerlegbaar aantonen dat de wereld snel opwarmt. De afnemende trend in de afgelopen acht jaar blijkt vooral een gevolg te zijn van vastlegging van gemeten warmte door de oceanen. Inmiddels is het omgekeerde het geval en gaat de stijging weer verder. Wereldwijd zijn de tien warmste jaren in de gemeten geschiedenis allemaal van na 1998. Daarbij horen 2014, 2015 en 2016.

Meer broeikasgassen

2. De wereldwijde atmosferische concentraties van broeikasgassen zijn sterk toegenomen. Daarbij gaat het om een toename van ruim 40 procent voor kooldioxide (CO2), meer dan 100 procent voor methaan en circa 20 procent voor lachgas. Klimaatsceptici ontkennen dit niet, maar beperken zich in hun kritiek vrijwel altijd tot CO2.

Nu is dit het belangrijkste broeikasgas, maar de bijdrage aan de stralingsbalans is toch niet meer dan circa 60 procent. De andere broeikasgassen, waaronder methaan en lachgas, zijn bepaald niet verwaarloosbaar met een bijdrage van ongeveer 20 procent en 10 procent. Er wordt echter aangegeven dat CO2 gewoon een voedingstof is en dat stijging ervan de groei van planten positief beïnvloedt.
Deze bewering zal door niemand in de wetenschap worden ontkend. Maar daarmee is niets gezegd wat in tegenspraak is met klimaatverandering. Inderdaad is CO2 een voedingstof en bevordert toename ervan de groei van met name bossen, waardoor CO2 deels weer wordt vastgelegd. Maar voor een groot CO2-deel geldt dit niet en daardoor neemt de CO2-concentratie toe.

Menselijke oorzaak

3. De stijging in de concentraties van broeikasgassen is een gevolg van menselijk handelen. Die stijging wordt bij CO2 met name veroorzaakt door het verbruik van fossiele brandstoffen en in veel mindere mate door ontbossing. In geval van methaan en lachgas is de intensivering van de landbouw de belangrijkste oorzaak. Die relatie wordt door klimaatsceptici ontkend, vooral waar het CO2 betreft. Zo wordt wel beweerd dat de menselijke bijdrage aan de toename van het CO2-gehalte in de atmosfeer slechts ongeveer 5 procent bedraagt. De resterende 95 procent zou dan het gevolg zijn van CO2-uitstoot door land en oceanen.

Dit berust op een kardinale denkfout. Inderdaad wordt de wereldwijde CO2-emissie door uitstoot vanuit land en oceanen geschat op circa 210 miljard ton, terwijl de geschatte uitstoot door menselijk toedoen nog ongeveer 9.5 miljard ton bedraagt. Tegenover die 210 miljard ton aan emissies staat echter een vergelijkbaar groot getal aan opname door fotosynthese, waardoor leven op aarde mogelijk is. Kortom: dit is een kringloop, vergelijkbaar met inademen en uitademen. Nog sterker: de opname in oceanen en bossen is gelukkig wat groter dan de uitstoot. Uit onderzoek naar de wereldwijde jaarlijkse koolstofbalans op basis van metingen blijkt dat iets meer dan de helft van onze CO2-uitstoot in oceanen en bossen wordt vastgelegd. Anders zou de CO2-stijging in de lucht nog meer dan tweemaal zo hard gaan.

Relatie

4. De stijging van broeikasgassen zorgt ervoor dat de aarde opwarmt. De natuurkundige John Tyndell legde al in 1849 experimenteel vast hoe broeikasgassen werken en de chemicus Svante Arrhenius liet in 1892 zien hoe broeikasgassen de aarde opwarmen. Deze wetenschap is nog steeds niet weerlegd maar met observaties en experimenten juist benadrukt. De zogenaamde stralingsbalans wordt daarbij bepaald door zowel broeikasgassen (onder meer CO2, methaan, lachgas, ozon en koolwaterstoffen) als koelende stoffen (onder meer fijnstof). Dat laatste is dan een ‘positief gevolg’ van luchtverontreiniging door menselijk handelen, maar de nadelige gevolgen van fijnstof voor de menselijke gezondheid leiden terecht tot veel maatregelen om het terug te dringen.

Veel processen versterken of verzwakken het opwarmend effect nog eens en dat maakt de relatie met temperatuur inderdaad zeer complex. Maar de stand van kennis is wel dat de stijging in broeikasgasbalans leidt tot opwarming van de aarde.

Zeespiegelstijging

5. De gevolgen van opwarming van de aarde zijn nu reeds zichtbaar. Veel klimaatsceptici suggereren dat de informatie over klimaatverandering bijna geheel om voorspellingen zou gaan. Metingen met peilschalen en satellieten geven echter aan dat de gemiddelde stijging in de zeespiegel tussen 1901 en 2010 wereldwijd 1,7 millimeter per jaar is (in totaal dus ongeveer 17 centimeter). Hoogtemetingen door satellieten tussen 1993 en 2010/2012 geven aan dat de stijging 3,2 millimeter per jaar is (2,8 tot 3,6 millimeter).

Deze analyse is gebaseerd op meetgegevens en niet op modellen, zoals klimaatsceptici iedereen willen laten geloven. Onafhankelijke meetgegevens van zeespiegelstijging, massaverlies van gletsjers en ijskappen en opwarming van de oceaan stemmen met elkaar overeen.

Pelgrimsgedachte

Voor al deze beweringen bestaat er een overvloed aan literatuur en in wetenschappelijke kring zijn er dan ook vrijwel geen klimaatdeskundigen die ze ontkennen. Meningsverschillen liggen niet in het antwoord op de vraag of de huidige klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt, maar vooral in de mate ervan en wat er te verwachten is in de toekomst.

Zo zijn er enkele gerenommeerde natuurkundigen, klimatologen en meteorologen die denken dat de bijdrage van broeikasgassen beperkter is dan wordt verondersteld en dat een (groot) deel van de klimaatverandering meer te maken heeft met natuurlijke zonnecycli. Directe satellietmetingen sinds de jaren tachtig laten echter geen nettotoename zien van de zonnestraling in de afgelopen decennia. De door mij genoemde klimaatsceptici zijn dan ook zelden wetenschappers en halen hun kennis veelal van dubieuze websites. Het ontkennen van genoemde kennelijke feiten is dan ook onbewuste of bewuste misleiding.

Zeker past hierbij ook bescheidenheid voor ons als mens. Het menselijk gedrag heeft wel effect op het klimaat, maar het is niet de mens die bestuurt en regeert. Terecht is er kritiek op de maakbaarheidsgedachte. Wel blijft overeind staan dat we verantwoordelijk zijn voor ons gedrag. Daarom is bezinning op ons consumptiegedrag moreel noodzakelijk. Het doorgaan met ons consumentisme staat in veel gevallen ook haaks op de pelgrimsgedachte van de Schrift en het gebed: „Leer ons voor overdaad ons wachten; Dat w’ ons gedragen als ’t behoort. Doe ons het hemelse betrachten; sterk onze zielen door Uw Woord” (bedezang voor het eten).

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorische Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Vries, W. de, 2017, Klimaat hangt nauw samen met menselijk gedrag, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 47 (80): 8-9.

M
"

Artikelen

Artikelen