Eeuwenlang beschouwden veruit de meeste westerlingen de Bijbel als het Woord van God; ze zagen dit Woord als de onfeilbare, geïnspireerde openbaring van God aan Zijn schepping. Rond het midden van de negentiende eeuw echter begonnen sommige academici de goddelijke inspiratie van de Bijbel te verwerpen. Dit gebeurde mede door de ontdekking van oude mythische teksten. Studerend in het tekstmateriaal richtten sceptici de aandacht op overeenkomsten tussen de Bijbel en andere literatuur en verklaarden dat eerstgenoemde slechts één heilig boek was in een grote verzameling mythologie. Na de verschillen tussen Bijbel en oude mythologie te hebben onderzocht beschouwden andere geleerden deze juist als bevestiging van de uniciteit van de Bijbel.

The_bible_among_the_myths

“In zijn boek The Bible Among the Myths (2009) merkt oudtestamenticus John Oswalt de radicale verschillen op tussen mythologische teksten en de Hebreeuwse Bijbel.”

Het wellicht heersende gezichtspunt in studies met betrekking tot de Bijbelse tekst is dat de Bijbel aanzienlijke hoeveelheden van Israëls buurvolken geleende mythe bevat (hoewel we ons haasten hieraan toe te voegen dat “waarheid” niet wordt gedefinieerd als “meerderheidsstandpunt”). Deze vooronderstelling heeft al bijna twee eeuwen lang de Bijbelse studies beheerst. Nu echter nieuwe teksten zijn bovengekomen zijn geleerden voorzichtiger of zelfs teruggekomen van dit standpunt. Het is namelijk zo dat mythe ooit werd beschouwd als louter verzinsel, maar geleerden beginnen nu te beseffen dat dat niet noodzakelijk het geval hoeft te zijn. Het geloof dat mythe juweeltjes van historische waarheid bevat wint aan populariteit, zelfs als we erkennen dat godenverhalen niets meer waren dan het werk van vindingrijke schrijvers. Dus wat betekent dit voor de Bijbel? De vraag die we moeten stellen is deze: Is de Bijbel louter mythe, of is hij iets anders?

Als eerste moeten we omschrijven wat we bedoelen met “mythe”. Die term is berucht om zijn moeilijke definieerbaarheid en wordt door geleerden gebruikt in een veelheid aan nuances (zie Kreeft & Tacelli, 1994, blz. 212-213). Sommigen omschrijven het als een verhaal met bovennatuurlijke elementen. De meesten onderscheiden mythe van legende, waarbij het eerste verhalen over goden betreft en het tweede verhalen – in wisselende graden van historische betrouwbaarheid – over mensen. In modern spraakgebruik gebruiken sommigen het om te verwijzen naar fictie, inzonderheid als het geheel van verhalen rond een bepaalde figuur (bijv. de mythologie over Superman of Captain America). Maar als we kijken naar de term als betrekking hebbend op de heilige teksten van de godsdiensten in het Nabije Oosten, dan heeft het een duidelijk afgebakende betekenis.

In zijn boek The Bible Among the Myths (2009) merkt oudtestamenticus John Oswalt de radicale verschillen op tussen mythologische teksten en de Hebreeuwse Bijbel. De Bijbel en oude mythologie kwamen elk voort uit een fundamenteel verschillend wereldbeeld. Hoewel Oswalt bijna een dozijn verschillende gezichtspunten identificeert zullen wij er hier vier in het bijzonder onder de loep nemen.

Het zedelijke karakter van de godheid

In de Bijbel wordt Gods karakter gelijkgesteld met heiligheid en rechtvaardigheid. Nauwkeuriger: het is Zijn karakter dat “heiligheid” definieert. Zijn eigenschappen vormen de maatstaf voor gedrag. Ze zijn ethisch en zedelijk zuiver en recht. Verder, aangezien Hij volmaakt is en niet wezenlijk kan veranderen (Mal. 3:6), kan Hij niet beter of slechter worden. Zijn goedheid wordt door de hele Bijbel heen verheerlijkt (Ps. 16:2; 31:19; 107:1). Hij kan niet verzocht worden of iemand verzoeken (Jak. 1:17) of met enige mate van instemming naar het kwaad kijken (Hab. 1:13). Individuen weerspiegelen God heiligheid, onder andere door een zedelijk goed leven (Lev. 11:44; I Petr. 1:16).

De goden van het oude Nabije Oosten doen vaak slechte daden en geven zich geregeld over aan losbandigheid. In de Egyptische mythologie vermoordt de chaosgod Seth zijn broer Osiris en hakt het lijk in stukken. In de Egyptische mythe Strijd van Horus en Seth probeert Seth zijn neef Horus te verkrachten tijdens een twist over wie de plaats van Osiris zal innemen (Lichtheim, 2006, 2:219). Verkrachting is een algemeen thema in de Griekse mythen, waarin vrouwen en zelfs godinnen worden onteerd met een frequentie die menige moderne lezer zou schokken. In de Atrahasis-epos wordt de goden geweld aangedaan door de mensheid die hen ’s nachts uit hun slaap houdt. Op verscheidene wijzen trachten ze de mensheid stil te krijgen, waaronder ziekte en hongersnood, en uiteindelijk sturen ze een overstroming om de mensheid te vernietigen omwille van een goede nachtrust (zie Foster, 1997). De goden staan evenmin boven dronkenschap. In de Oegaritische tekst Het feestmaal van El wordt de Kanaänietische god El (of Ilu) dronken en ontmoet op zijn weg naar huis een niet nader bekend dier dat ervoor zorgt dat hij zichzelf bevuilt en in zijn eigen uitwerpselen valt (zie Pardee, 1997). Zulke ontluisterende verhalen worden nergens in de Bijbel gevonden over goden, laat staan als het gaat over de God van de Bijbel, Die op geen enkele wijze kan worden vergeleken met door mensen verzonnen godheden.

Zicht op de mens

Het Bijbelse verslag van de schepping van de mensheid is het volledigste en edelste dat in de oude literatuur uit het Nabije Oosten kan worden aangetroffen. Andere verslagen van de schepping van de mens moeten bij elkaar gesprokkeld worden uit verschillende fragmenten (zoals in Egypte), of beschrijven in andere gevallen de mens als weinig meer dan een bijkomstigheid (zoals in Mesopotamië). In welke traditie ook, de vereisten zijn helder: de mens wordt geschapen om de goden te dienen, voor hen herendiensten te verrichten, en, mocht hij falen, de toorn van de goden over zich af te roepen. Zoals Walton (1989) opmerkt:

… terwijl Israëlieten de mens beschouwden als geschapen om te regeren beschouwden de Mesopotamiërs hem als geschapen om te dienen (…). Het feit dat de Israëlieten de mens zagen als het middelpunt van de schepping verleende hem een zekere goddelijkheid, geschraagd door het feit dat hij geschapen was naar Gods beeld. De Mesopotamiërs daarentegen zagen de mens niet als geschapen met waardigheid. Menselijke wezens verkregen hun waardigheid door de taak die zij uitvoerden. (blz. 29)

Hij voegt eraan toe dat de mensheid oorspronkelijk geschapen was “in een barbaarse toestand”, en als onbedoelde bijkomstigheid, geschapen omwille van het gemak (blz. 30).

Het Bijbelse verslag van de Schepping verschilt hemelsbreed van zijn tegenhangers uit het Nabije Oosten. De mens is het hoogtepunt van de Schepping; hij heeft zijn waardigheid door wie hij is, niet door wat hij doet. Hij is geschapen als een soort gouverneur of onderkoning, belast met het rentmeesterschap over Gods schepping (Gen. 1:28). Daar komt bij dat de schepping was voorbereid met de mens in gedachten (Vgl. Gen. 1:29-30) tot zíjn nut en genot. Hoewel hij geschapen is om zijn Schepper te aanbidden is dat geen vermoeiende taak. Het Nieuwe Testament onthult verder dat aanbidding ook bedoeld is voor het nut van medegelovigen (Hand. 2:46-47; Ef. 5:19) in aanvulling op het eren van God.

Eisen van de godheid

Wat in andere culturen de godheid van de mens verlangt is niet nauwkeurig bekend. Het meeste dat iemand kon doen was de wil van de goden afleiden uit de omstandigheden. Als alles in het leven gladjes verliep was het duidelijk dat de persoon in kwestie inderdaad de wil van de goden deed. Leed hij ongeluk en narigheid, dan moest dat hebben betekend dat hij de goden had beledigd. Zo werd het hun taak door voortekenen te achterhalen welke god ze zouden kunnen hebben beledigd en de vereiste offers te brengen. Dat was geen gemakkelijke taak en had iets weg van een raadspelletje. God daarentegen heeft helder uitgestippeld wat Hij van de mens verwachtte, en dat nauwkeurig bekendgemaakt bij monde van Zijn woordvoerders. Zijn wil is duidelijk onthuld in de vorm van een openbaar document, aan het volk door voorlezing bekendgemaakt (Deut. 31:9-13). De mensen werden gewaarschuwd voor straf en bestraft na overtreding, en hen werd specifiek verteld wat gedaan moest worden om God te behagen.

Geschiedschrijving

Herodotus_Massimo_Inv124478.wikipedia

“De klassieke Griekse historicus Herodotus (± 484-425 v.Chr.) wordt de “vader der geschiedenis” genoemd, om een goede reden – vóór zijn tijd was er weinig of geen vastlegging of analyse van het verleden om het verleden zelf.”

De bijbelschrijvers hadden een wereldbeeld dat de geschiedenis als lineair beschouwde. Verleden, heden en toekomst waren allemaal van groot belang. Het verleden diende, om precies te zijn, als herinnering, en is, zo maakt God duidelijk, belangrijk genoeg om te worden voorzien van gedenktekenen, zoals steenhopen (bijv. Joz. 4:19-24) of de instelling van het Heilig Avondmaal (Matth. 26:17-30; Mark. 14:12-26; Luk. 22:7-39). De toekomst is in het Bijbelse wereldbeeld evenzeer van belang, zoals we bijvoorbeeld zien in de bezorgdheid van de profeet Joël om de komende Dag des Heeren (Joël 2:1-11) of Christus’ onderwijs aangaande Zijn ophanden zijnde wederkomst (Matth. 24:30; I Thess. 4:16-7). De bijbelschrijvers achtten alle tijden van belang.

Er was nagenoeg geen begrip van geschiedenis in de moderne betekenis onder de culturen van het oude Nabije Oosten. De oosterse zienswijze van de geschiedenis was cyclisch en kende weinig waarde toe aan het verleden of aan de toekomst. De klassieke Griekse historicus Herodotus (± 484-425 v.Chr.) wordt de “vader der geschiedenis” genoemd, om een goede reden – vóór zijn tijd was er weinig of geen vastlegging of analyse van het verleden om het verleden zelf. Geschiedschrijving zoals wij het kennen bestond niet (een uitzondering zou gevonden kunnen worden in de Babylonische kronieken, die de geschiedenis van Babylon van de achtste tot de derde eeuw voor Christus vastleggen). Het verleden had erg weinig betekenis afgezien van zijn gebruik voor propaganda door monarchen die belang stelden in zelfverheerlijking (zie Oswalt, 2009, blz. 111-137).

Conclusie

Mythologie is meer dan opwindende verhalen gevuld met fantastische monsters, magie en verbeeldingsrijke details. Het is een manier van denken – een wereldbeeld. Zorgvuldige vergelijking van de Bijbeltekst met mythen maakt duidelijk dat de Bijbel en oude oosterse mythologie niet slechts beperkt van elkaar verschillen – ze verschillen radicaal. Zelfs een vluchtige lezing is voldoende om de meeste lezers het gevoel te geven dat Bijbel en mythe sterk verschillend zijn, zelfs als ze niet meteen in staat zijn er de vinger op te leggen waarom. Dankzij de ontdekking en studie van oude teksten zijn de verschillen gemakkelijk op te sporen. De Bijbel, anders dan Midden-Oosterse mythologie, heeft een houding van bezadigde objectiviteit die hem in een eigen categorie plaatst. De Bijbel en oude mythologie verschillen zo sterk van elkaar dat elke aantijging van grootschalige ontleningen van de kant van de Bijbelschrijvers dan ook verworpen moet worden door degenen die zorgvuldig omgaan met het oude bewijsmateriaal.

Verwijzingen

Foster, Benjamin R., trans. (1997), “Atra-Hasis” in The Context of Scripture, Vol. 1: Canonical Compositions from the Biblical World, red. William W. Hallo and K. Lawson Younger (Leiden: Brill).
Kreeft, Peter and Ronald Tacelli (1994), The Handbook of Catholic Apologetics: Reasoned Answers to Questions of Faith (San Francisco, CA: Ignatius Press).
Lichtheim, Miriam (2006), Ancient Egyptian Literature, Volume 2: The New Kingdom (Berkeley, CA: University of California Press).
Oswalt, John N. (2009), The Bible Among the Myths: Unique Revelation or Just Ancient Literature? (Grand Rapids, MI: Zondervan).
Pardee, Dennis, trans. (1997), “Ilu on a Toot” in The Context of Scripture, Vol. 1: Canonical Compositions from the Biblical World, ed. William W. Hallo and K. Lawson Younger (Leiden: Brill).
Walton, John H. (1989), Ancient Israelite Literature in its Cultural Context (Grand Rapids, MI: Zondervan).

Dit artikel is met toestemming vertaald en overgenomen van Apologetics Press. Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

D. Bryant (MA) studeerde aan het Reformed Theological Seminary en behaalde daar een BA in History en een MA in Biblical Studies. Momenteel is hij promovendus Oude Testament aan Amridge University.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over