Het bestaan van het fenomeen liefde is moeilijk te verenigen met de denkbeelden van de evolutietheorie. Afgezien van de geslachtelijke sex is ze een onbeschrijflijke, zuiver geestelijke component, die in tegenspraak is met het naturalistische wereldbeeld. Zou het leven echt uit levenloze, “gevoelloze” materie ontstaan zijn? Wanneer dat het geval zou zijn, dan zouden ook liefde, vreugde, verdriet en droefheid niets anders zijn dan enorm complexe naturalistische mechanismen; die echter in de genadeloze overlevingsstrijd van de evolutie eerder hinderlijk dan nuttig zouden zijn. Zou het kunnen zijn, dat aan het begin van het aardse leven niet het toeval, maar de liefde van een intelligente Schepper stond?

In engere zin wordt met “liefde” de sterkste neiging bedoeld, die een mens kan voelen voor een ander mens. Liefde is een gevoel, of meer nog een innerlijke houding van positieve, innige en diepe verbondenheid met een persoon, die uitstijgt boven alleen maar het doel of nut van een tussenmenselijke verhouding en die zich in de regel uit door actieve houding naar de ander.

Het Grieks onderscheidt drie verschillende soorten liefde:

– eros betekent de zinnelijk-erotische liefde, het begeren van de geliefde andere, de wens naar geliefd worden, de hartstocht.

– philia betekent de familie- en vriendenliefde, liefde gebaseerd op wederkerigheid, de wederkerige waardering en het begrijpen.

– agape betekent de zelfverloochenende en beschermende liefde, de liefde van een vader of moeder voor hun kind en de liefde voor de naaste of de vijand, die het welzijn van de ander op het oog heeft. Men noemt ze ook wel goddelijke liefde.1

In het evolutie proces worden de relaties in de eerste plaats bepaald door egoïsme, terwijl agape en philia eerst het welzijn van de ander zoeken. Zelfs de eros-liefde is in evolutionistische kringen omstreden. Niet weinig woordvoerders van de evolutietheorie wijzen er op, dat er veel eenslachtige organismen zijn, die totaal geen eros-liefde nodig hebben. Maar waarom is ze er dan? Opdat de best aangepaste organismen hun overleving zouden kunnen verzekeren? Een niet erg romantische voorstelling…

Conclusie:

De leeftijd van de aarde en het heelal kan met wetenschappelijke methoden onderzocht worden. Ook de afstamming der soorten en de opbouw van ons ecosysteem. Daarbij moet het model van de evolutie- , oersoep- en oerknaltheorie duidelijk ter sprake komen. Maar niemand zal u op wetenschappelijke wijze kunnen bewijzen, dat boven al het leven een liefdevolle en zorgvolle Schepper staat, die U persoonlijk van ganser harte liefheeft, die met uw leed en verdriet meeleeft en die U tot zich zal nemen, wanneer uw stoffelijk hart eens niet meer zal kloppen.

Stel dat een verliefde jongeling zijn vriendin wil bewijzen dat hij van haar houdt. Zal hij dat met logische argumenten en wetenschappelijke methoden doen? Kan men een liefde, die heel logisch gereconstrueerd kan worden, nog wel liefde noemen? Evenmin kan het Gods plan zijn om ons op al onze vragen een rationeel antwoord te geven. Want de liefde wordt niet met het verstand begrepen, maar met het hart. God is liefde – wanneer u dat gelooft, dan weet u meer, dan de wetenschap (hoe hoogstaand ze ook mag zijn) ooit kan meten.

Voetnoten

  1. Paulus van Tarsus, de Bijbel, 1 Korinthiers 13

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.