Daarom zijn wespen nuttig

Het zomerseizoen is aangebroken. Het zal niet lang meer duren voordat de wesp weer zichtbaar wordt in de natuur. De meeste mensen irriteren zich vooral aan het diertje: hij zit in ons eten, prikt soms en zoemt om ons hoofd. Tegelijkertijd mag je verwachten dat meeste dieren in de schepping nuttiger zijn dan je in… Read more »

Geruchten rondom Adams overlijden, weer één erbij

Ik geloof dat ik genetisch afstam van Adam en Eva, maar niet alleen ik: ieder mens kan zijn afstammingslijn via de familie van Noach helemaal terugvoeren tot dit eerste paar. Ik beken ook vrijelijk de doctrines van de zondeval en de eerste zonde, met Adam in de kern van wat er op tragische wijze mis… Read more »

De mythe van Adam

Door de zonde van Adam is de dood in de wereld gekomen. Dat is wat de Bijbel leert. Maar theïstisch evolutionisten geloven niet dat Adam de eerste mens was, als hij al bestond… Het bestaan van Adam wordt door theïstisch evolutionisten (thevo’s) betwist. Eén enkele menselijke voorouder, zo’n 6000 jaar geleden, past niet bij het… Read more »

‘En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie’

Zijn christelijk geloof en universele gemeenschappelijke afstamming met elkaar te rijmen? Theïstisch evolutionisten geloven dat dit zeker het geval is. Volgens hen moeten we de naturalistische wetenschap hierin heel serieus nemen. Serieus nemen betekent in dit geval compromissen sluiten en leerstellige revisies toepassen. Daarvoor moeten heilige huisjes omver geworpen worden. Maar, zoals de bekende bioloog… Read more »

Het gevecht om de tiende eeuw

Samenvatting Was Jeruzalem in de 10e eeuw v. Chr. slechts een dorpje in het Judese bergland, dat een dunbevolkt achterland beheerde, en David – als hij al bestaan heeft – slechts een onbetekenend stamhoofd dat pas eeuwen later tot heerser van een groot rijk verheven werd? Of zijn er daadwerkelijk archeologische aanwijzingen dat Jeruzalem in… Read more »

Is Mars verdronken?

Het mag geen nieuws heten dat seculiere wetenschappers denken dat Mars vroeger geen rode, maar een blauwe planeet was. Maar hoeveel water heeft er dan op Mars gestaan? Wetenschappers berekenden de vermeende hoeveelheid Marswater aan de hand van de enorme valleien op onze ruimtebuur. Ze schatten dat er minstens 174 biljoen (1,74 × 1014) kubieke meter… Read more »

Helium uit het binnenste der aarde

In het binnenste van de aarde vinden radioactieve vervalprocessen plaats, die helium en warmte produceren. De uittredende hoeveelheid helium is echter slechts 4%, van wat men op basis van de uittredende warmte mag verwachten. Een mogelijke verklaring voor deze tegenstrijdigheid is, dat het grootste gedeelte van de helium in het binnenste der aarde zou achterblijven. Een… Read more »

Kind van de duivel

“U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid.” Joh 8:44 “En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial?” 2 Kor 6:14 Op het moment dat ik… Read more »

Vernietiging Jeruzalem

Archeologen vinden bewijzen voor vernietiging Jeruzalem

Terwijl Jeruzalem feest viert omdat het 50 jaar geleden werd herenigd, hebben archeologen een bijzondere ontdekking gedaan. Ze hebben overtuigende bewijzen gevonden van de strijd die in de eerste eeuw in de stad is gevoerd. De onderzoekers zijn gestuit op de hoofddoorgang die, voor de vernietiging door de Romeinen in 70 na Christus, naar de… Read more »

Onder de indruk van de goede onderbouwing tegen de evolutieleer 

“Graag wil ik de Heere danken voor de bediening die Hij heeft doen ontstaan, namelijk jullie bediening, Logos Instituut. Als Christen word ik heel vaak geconfronteerd met evolutieleer, de oude leeftijd van de aarde, leven etc.”, zo liet iemand ons weten. Hij was op zoek naar eenvoudig materiaal ter inleiding op het scheppingsreferentiekader. We hebben… Read more »

“Mens in laboratorium gemaakt!”

“Mens in laboratorium gemaakt!” Veronderstel dat over enkele jaren een dergelijke kop boven een nieuwsbericht verschijnt. Zal dat uw geloof veranderen? Denkt u dat dit het einde is van het christelijk geloof? Of ziet u hierin de vervulling van de profetie over het “Beest” uit Openbaringen 13? Soorten wetenschap Kenmerk van natuurwetenschappelijke bewijsvoering is dat… Read more »

Opwekking 2017 – Jonge christenen op zoek naar antwoorden

Was jij ook bij Opwekking 2017? Wij waren er met Logos ook. We hebben op de pinksterconferentie van stichting Opwekking veel jongeren ontmoet die op zoek zijn naar goede antwoorden. Loop je ook rond met vragen? Vind je de antwoorden die je krijgt te kort door de bocht? We zoeken graag samen met je naar antwoorden.

Uranium en polonium stralingspatronen

De veel voorkomende uranium en polonium stralingspatronen in het graniet van het Paleozoïcum-Mesozoïcum (naar men zegt 251 tot 542 miljoen jaar geleden) verwijzen naar één of meerdere fasen van voorbijgaand versneld radioactief verval. Zo kunnen de resultaten van de radiometrische meetmethoden (ook de splijtingsspoor methode) heel goed in het model van een jonge aarde verklaard… Read more »

Bacteriën tonen naastenliefde

Onlangs bleek uit onderzoek dat bacteriën soms verder kijken dan puur hun eigen voortbestaan. Het komt voor dat in een hele populatie een paar bacteriën die resistent zijn voor antibiotica, hun meer kwetsbare soortgenoten helpen. Ze verbeteren de overlevingskansen van de minst resistente bacteriën, onder andere door een signalerend molecuul te produceren. Dat molecuul alarmeert… Read more »

Feitelijke Bijbelse geschiedenis

Mooie dingen schrijft Rolinka Klein Kranendonk over wat de Bijbelse verhalen met je doen (Nederlands Dagblad, 6 juni). Maar als zij de tegenstelling maakt ‘wel waar, maar geen feitelijke geschiedenis’, dan ontspoort háár verhaal. Want de Bijbel wil ons wel degelijk vertellen hoe God heeft ingegrepen in onze geschiedenis. Eerst in Israël en uiteindelijk in… Read more »

Nooit van gehoord

“Nooit van gehoord” Dat is ongeveer de reactie van de, niet bij name genoemde, farao toen Mozes voor de eerste keer met een opdracht van God bij hem kwam. Een Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse grondtekst geeft het gesprek met de farao als volgt weer. Daarna kwamen Mozes en Aäron en zeiden tegen de farao:… Read more »

Onder de Indruk van Wetenschap en de Bijbel

Is de Bijbel een stoffig boek uit een grijs verleden, of juist een bron van inspiratie die zijn tijd ver vooruit was? Bioloog Ben Hobrink is overtuigd van het laatste. Hij sprak over “Moderne Wetenschap in de Bijbel”, tevens de titel van het gelijknamig boek. Voetnotenhttps://waaromschepping.wordpress.com/2017/06/14/scheppingsnieuws-menselijke-evolutie-een-rekbaar-begrip/.http://www.azquotes.com/quote/1498552p/.https://waaromschepping.wordpress.com/2016/03/26/kruis-en-zondeval/.https://waaromschepping.wordpress.com/2015/10/08/de-moderne-afgoderij-van-het-theistisch-evolutionisme/.https://waaromschepping.wordpress.com/2017/06/14/scheppingsnieuws-menselijke-evolutie-een-rekbaar-begrip/.http://www.azquotes.com/quote/1498552p/.https://waaromschepping.wordpress.com/2016/03/26/kruis-en-zondeval/.https://waaromschepping.wordpress.com/2015/10/08/de-moderne-afgoderij-van-het-theistisch-evolutionisme/.Eerder schreef ik al een essay over een interview met… Read more »

Geloven in wetenschap?

Wij mensen zijn rationale wezens. We zijn altijd op zoek naar antwoorden en oplossingen. De wereld moet kloppen. Hoe kun je dan christen zijn en de Bijbel geloven in deze tijd van wetenschap? Volgens de meeste wetenschappers is het heelal 13,8 miljard jaar geleden vanzelf ontstaan. 4,5 miljard jaar geleden ontstond de aarde. Het eerste… Read more »

Onderzoek verbaast paleontologen: T. rex had geen veren

De Tyrannosaurus rex had geen veren, zoals eerder werd vermoed, maar schubben. Dat blijkt uit het bestuderen van oude en nieuwe vondsten van deze dinosauriërs in de Verenigde Staten en Canada. Het beeld dat naturalistische paleontologen hadden van de T. rex moet opnieuw worden bijgesteld. Een van de vragen voor paleontologen was of de T…. Read more »

Methodologisch naturalisme, waar wortelt Radix

Dr. Gerdien de Jong schreef enkele jaren geleden een artikel in Radix, getiteld ‘De onafhankelijkheid van geloof en wetenschap’. In een aantal reacties ben ik op dit artikel ingegaan. Een aantal facetten is niet aan bod gekomen. Wellicht komt dat nog een andere keer. Laten we nu nog zien waar bij De Jong de onafhankelijkheid… Read more »

onderwijs

LESMATERIAAL

Evolutie_het_nieuwe_studiehoofdstuk.dow Als docent is het soms zoeken hoe je in je lessen de christelijke identiteit naar voren laat komen. Zeker bij zaakvakken, zoals biologie, natuurkunde en aardrijkskunde, is het zoeken naar relevant materiaal maar ook zoeken naar tijd. Logos Instituut geeft daarom op deze pagina een overzicht van lesmateriaal. Dit lesmateriaal is bruikbaar als aanvulling op de methode. Het is geen vervanging van de bestaande methoden omdat er in sommige stukken niet gekeken is naar kerndoelen van het onderwijs. De pagina is hier te bezoeken.

  • Ga naar de logos webshop
    Ga naar de logos webshop

GASTLESSEN

Wij bieden spreekbeurten aan voor mensen die tijdens gastlessen, themadagen, ouderavonden, studiedagen en andere gelegenheden in het onderwijs dieper op verschillende onderwerpen willen ingaan en hun kennis willen delen.

Voor de volgende onderwerpen zijn sprekers beschikbaar:
- Geloof en wetenschap,
- Schepping of evolutie,
- Wetenschapsgeschiedenis,
- Diverse vakgebieden binnen de wetenschapsbeoefening,
- Historiciteit van de Bijbel
- en het ontstaan van het Bijbelboek Genesis.

DINODINO

dinosaur-966875_1280De website DinoDino is speciaal bedoeld voor kinderen en wil informatie geven over dino’s. Maar die informatie is anders dan dat er in de gewone boeken over dino’s staat. In die boeken is evolutie en miljoenen jaren de norm. Dat is niet ons uitgangspunt. Niet omdat we eigenwijs zijn, of ons afsluiten voor de wetenschap, maar omdat er genoeg aanwijzingen zijn dat dino’s en mensen samen op aarde hebben geleefd. Bezoek de website DinoDino.

WONDERING THE WORLD

leerlingenboek_groep_7.wonderingtheworldWondering the World is een eigentijdse natuur- en techniekmethode voor het christelijk basisonderwijs. Door kennis van natuur en techniek leren de kinderen de wereld om hen heen beter te begrijpen. Het uitgangspunt is het geloof in een geschapen werkelijkheid, waarbij God de orde in stand houdt. Bezoek ook de website van deze methode.

WONDERLIJK GEMAAKT

Wonderlijk_gemaaktLichamelijke veranderingen, normen en waarden, weerbaarheid en seksualiteit in onze maatschappij: Wonderlijk Gemaakt leert kinderen en jongeren op een goede manier om te gaan met seksualiteit. Met de Bijbel als richtlijn en verwondering richting de Schepper en richting elkaar. Seksuele vorming is een vanzelfsprekend onderdeel van de opvoeding. Kinderen en jongeren groeien op als jongen of als meisje. Ze hebben het voorbeeld en de begeleiding van opvoeders nodig. Aandacht voor seksuele vorming is ook belangrijk, omdat seksualiteit omringd kan worden door gebrokenheid en zonde. Terwijl seksualiteit als scheppingsgave van de Heere God zo wonderlijk mooi en intiem bedoeld is. Bezoek ook de website van deze methode.

Voetnoten

  1. https://waaromschepping.wordpress.com/2017/06/14/scheppingsnieuws-menselijke-evolutie-een-rekbaar-begrip/.
  2. http://www.azquotes.com/quote/1498552p/.
  3. https://waaromschepping.wordpress.com/2016/03/26/kruis-en-zondeval/.
  4. https://waaromschepping.wordpress.com/2015/10/08/de-moderne-afgoderij-van-het-theistisch-evolutionisme/.
  5. https://waaromschepping.wordpress.com/2017/06/14/scheppingsnieuws-menselijke-evolutie-een-rekbaar-begrip/.
  6. http://www.azquotes.com/quote/1498552p/.
  7. https://waaromschepping.wordpress.com/2016/03/26/kruis-en-zondeval/.
  8. https://waaromschepping.wordpress.com/2015/10/08/de-moderne-afgoderij-van-het-theistisch-evolutionisme/.
  9. Eerder schreef ik al een essay over een interview met prof. Van den Brink in Kontekstueel en de discussie die daaropvolgend in De Waarheidsvriend en andere (kerkelijke) bladen gevoerd werd. Dat essay is hier te lezen: https://logos.nl/de-theologie-en-haar-knieval-voor-het-neodarwinisme/.
  10. De Engelstalige editie verschijnt in 2018 bij Eerdmans onder de titel Reformed Theology and Evolutionary Theory. Van den Brink schrijft in ‘De aarde bracht voort’ over dit boek: ‘In de Engelstalige pendant van het onderhavige boek richt ik me daarom specifiek op de verhouding tussen de gereformeerde theologie en de evolutietheorie. In deze Nederlandse uitgave, die een wat minder technisch karakter draagt en op een wat breder publiek gericht is, gebeurt dat niet of in elk geval minder expliciet.’ (p. 25).
  11. Zie voor een bespreking van het meest recente artikel van haar hand over geloof en evolutie ook de achtdelige serie van Eppie: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7 en deel 8. Van den Brink gaf aan zeer gerustgesteld te zijn na het verhaal van de Jong. Het verhaal van haar was iets waar de theoloog het meest tegen op zag: ‘Als de wetenschap maar goed zit’ dan is het goed.
  12. Zij gaven met kritische kanttekeningen aan (nog) niet overtuigd te zijn van de revisie van prof. Van den Brink. De bijdrage van prof. Wisse is ondertussen ook online verschenen en hier te lezen.
  13. Templeton World Charity Foundation is een organisatie die grote gelden geeft aan theïstisch evolutionistische organisaties. Zo is door middel van de financiering van TWCF Faraday Institute en BioLogos opgericht. Daarnaast heeft ook de Nederlandse organisatie ForumC een grote injectie gehad van deze organisatie.
  14. https://www.godgeleerdheid.vu.nl/nl/nieuws-en-agenda/agenda/2017/apr-jun/170622-boekpresentatie-en-de-aarde-bracht-voort.aspx.
  15. https://www.weetwatjegelooft.nl/studiebijeenkomsten/evolutie/
  16. Niet schrikken: In vergelijking met de congressen te Opheusden (www.oorsprong.info) is de prijs van dit congres behoorlijk hoog.
  17. Schinkelshoek, D., 2017, Hoe geloof en evolutie kunnen samengaan, Nederlands Dagblad 73 (19.567): 6-7.
  18. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  19. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  20. Eerder schreef ik al een essay over een interview met prof. Van den Brink in Kontekstueel en de discussie die daaropvolgend in De Waarheidsvriend en andere (kerkelijke) bladen gevoerd werd. Dat essay is hier te lezen: https://logos.nl/de-theologie-en-haar-knieval-voor-het-neodarwinisme/.
  21. De Engelstalige editie verschijnt in 2018 bij Eerdmans onder de titel Reformed Theology and Evolutionary Theory. Van den Brink schrijft in ‘De aarde bracht voort’ over dit boek: ‘In de Engelstalige pendant van het onderhavige boek richt ik me daarom specifiek op de verhouding tussen de gereformeerde theologie en de evolutietheorie. In deze Nederlandse uitgave, die een wat minder technisch karakter draagt en op een wat breder publiek gericht is, gebeurt dat niet of in elk geval minder expliciet.’ (p. 25).
  22. Zie voor een bespreking van het meest recente artikel van haar hand over geloof en evolutie ook de achtdelige serie van Eppie: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7 en deel 8. Van den Brink gaf aan zeer gerustgesteld te zijn na het verhaal van de Jong. Het verhaal van haar was iets waar de theoloog het meest tegen op zag: ‘Als de wetenschap maar goed zit’ dan is het goed.
  23. Zij gaven met kritische kanttekeningen aan (nog) niet overtuigd te zijn van de revisie van prof. Van den Brink. De bijdrage van prof. Wisse is ondertussen ook online verschenen en hier te lezen.
  24. Templeton World Charity Foundation is een organisatie die grote gelden geeft aan theïstisch evolutionistische organisaties. Zo is door middel van de financiering van TWCF Faraday Institute en BioLogos opgericht. Daarnaast heeft ook de Nederlandse organisatie ForumC een grote injectie gehad van deze organisatie.
  25. https://www.godgeleerdheid.vu.nl/nl/nieuws-en-agenda/agenda/2017/apr-jun/170622-boekpresentatie-en-de-aarde-bracht-voort.aspx.
  26. https://www.weetwatjegelooft.nl/studiebijeenkomsten/evolutie/
  27. Niet schrikken: In vergelijking met de congressen te Opheusden (www.oorsprong.info) is de prijs van dit congres behoorlijk hoog.
  28. Schinkelshoek, D., 2017, Hoe geloof en evolutie kunnen samengaan, Nederlands Dagblad 73 (19.567): 6-7.
  29. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  30. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  31. Vgl. Finkelstein & Lieberman (2006).
  32. De overeenkomst tussen het poortcomplex in Hazor, dat in Megiddo en dat in Gezer heeft er in verbinding met I Kon. 9:15 toe geleid deze bouwwerken in de tijd van Salomo te dateren.
  33. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  34. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  35. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  36. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  37. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  38. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  39. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  40. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  41. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  42. Vgl. Finkelstein & Lieberman (2006).
  43. De overeenkomst tussen het poortcomplex in Hazor, dat in Megiddo en dat in Gezer heeft er in verbinding met I Kon. 9:15 toe geleid deze bouwwerken in de tijd van Salomo te dateren.
  44. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  45. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  46. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  47. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  48. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  49. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  50. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  51. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  52. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  53. https://www.nature.com/articles/ncomms15766.
  54. https://water.usgs.gov/edu/earthhowmuch.html.
  55. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  56. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  57. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  58. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  59. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  60. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  61. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  62. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  63. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  64. https://www.nature.com/articles/ncomms15766.
  65. https://water.usgs.gov/edu/earthhowmuch.html.
  66. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  67. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  68. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  69. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  70. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  71. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  72. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  73. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  74. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  75. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  76. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.
  77. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  78. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  79. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  80. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  81. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  82. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  83. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  84. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  85. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  86. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  87. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.
  88. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  89. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  90. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  91. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  92. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  93. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  94. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  95. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  96. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  97. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  98. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.
  99. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  100. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  101. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  102. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  103. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  104. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  105. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  106. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  107. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  108. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  109. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.
  110. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  111. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  112. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  113. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  114. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  115. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  116. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  117. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  118. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  119. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  120. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.
  121. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  122. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  123. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  124. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  125. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  126. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  127. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  128. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  129. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  130. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  131. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.
  132. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  133. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  134. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  135. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  136. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  137. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  138. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  139. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  140. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  141. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  142. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.
  143. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  144. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  145. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  146. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  147. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  148. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  149. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  150. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  151. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  152. E. Ronald Oxburgh und R. Keith O´Nions, Helium Loss, Tectonics, and the Terrestrial Heat Budget, Science 237, 25 september 1987, p. 1583-1588.
  153. Melvin A. Cook, Where is the Earth´s Radiogenic Helium?, Nature 179, 26. januari 1957, p. 213.
  154. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  155. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  156. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  157. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  158. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  159. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  160. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  161. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  162. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  163. Dit artikel is een reactie op verschillende berichten met betrekking tot synthetisch leven. Bijvoorbeeld:
    – Eerste synthetische levensvorm gemaakt 20-5-2010
    http://www.extendlimits.nl/artikel/persconferentie_voor_eerste_synthetische_levensvorm?lang_id=1
    – Commissie: synthetische biologie moet kunnen
    Volledige vrijheid ongewenst, maar moratorium moet ook niet. 16 december 2010
    http://www.c2w.nl/commissie-synthetische-biologie-moet-kunnen.118151.lynkx
    – Leven programmeren
    Discussieer mee over de mogelijkheden van synthetische biologie  dinsdag 18 november 2014
    http://www.kennislink.nl/publicaties/leven-programmeren
    – Kunstmatig leven gemaakt in Groningen  TV  | WO 06 JAN 2016
    http://binnenland.eenvandaag.nl/tv-items/64257/kunstmatig_leven_gemaakt_in_groningen.
  164. De prestatie van Dr. Craig Venter, het vervangen van het normale DNA in een cel door kunstmatig gemaakt DNA, is te vergelijken met het vervangen van de directeur van een grote fabriek door een robot.
  165. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  166. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  167. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  168. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  169. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  170. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  171. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  172. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  173. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  174. Dit artikel is een reactie op verschillende berichten met betrekking tot synthetisch leven. Bijvoorbeeld:
    – Eerste synthetische levensvorm gemaakt 20-5-2010
    http://www.extendlimits.nl/artikel/persconferentie_voor_eerste_synthetische_levensvorm?lang_id=1
    – Commissie: synthetische biologie moet kunnen
    Volledige vrijheid ongewenst, maar moratorium moet ook niet. 16 december 2010
    http://www.c2w.nl/commissie-synthetische-biologie-moet-kunnen.118151.lynkx
    – Leven programmeren
    Discussieer mee over de mogelijkheden van synthetische biologie  dinsdag 18 november 2014
    http://www.kennislink.nl/publicaties/leven-programmeren
    – Kunstmatig leven gemaakt in Groningen  TV  | WO 06 JAN 2016
    http://binnenland.eenvandaag.nl/tv-items/64257/kunstmatig_leven_gemaakt_in_groningen.
  175. De prestatie van Dr. Craig Venter, het vervangen van het normale DNA in een cel door kunstmatig gemaakt DNA, is te vergelijken met het vervangen van de directeur van een grote fabriek door een robot.
  176. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  177. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  178. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  179. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  180. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  181. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  182. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  183. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  184. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  185. Dit artikel is een reactie op verschillende berichten met betrekking tot synthetisch leven. Bijvoorbeeld:
    – Eerste synthetische levensvorm gemaakt 20-5-2010
    http://www.extendlimits.nl/artikel/persconferentie_voor_eerste_synthetische_levensvorm?lang_id=1
    – Commissie: synthetische biologie moet kunnen
    Volledige vrijheid ongewenst, maar moratorium moet ook niet. 16 december 2010
    http://www.c2w.nl/commissie-synthetische-biologie-moet-kunnen.118151.lynkx
    – Leven programmeren
    Discussieer mee over de mogelijkheden van synthetische biologie  dinsdag 18 november 2014
    http://www.kennislink.nl/publicaties/leven-programmeren
    – Kunstmatig leven gemaakt in Groningen  TV  | WO 06 JAN 2016
    http://binnenland.eenvandaag.nl/tv-items/64257/kunstmatig_leven_gemaakt_in_groningen.
  186. De prestatie van Dr. Craig Venter, het vervangen van het normale DNA in een cel door kunstmatig gemaakt DNA, is te vergelijken met het vervangen van de directeur van een grote fabriek door een robot.
  187. Op grond van een onjuiste overlevering die al uit de nieuwtestamentische tijd stamde lokaliseerde men tot ± 1900 n. Chr. de oorspronkelijke Davidsstad op de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem, die de daarom tot op heden de naam Tsion draagt. Pas langzamerhand erkenden de eerste opgravers aan de hand van archeologische bevindingen dat de oudtestamentische Stad van David op de zuidoostelijke heuvel moest hebben gelegen.
  188. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  189. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  190. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  191. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  192. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  193. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  194. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  195. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  196. Robert V. Gentry, Creation´s Tiny Mystery, Earth Science Associates, Mei 1992, blz. 214.
  197. Larry Vardiman, Andrew A. Snelling, Eugene F. Chaffin, Radioisotopes and the age of the Earth, Vol. 2, Institute for Creation Research, El Cajon, CA, 2005, blz. 101-207.
  198. Don DeYoung, Thousands . not Billions, Challenging an Icon of Evolution, Master Books, 2005.
  199. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  200. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  201. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  202. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  203. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  204. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  205. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  206. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  207. Robert V. Gentry, Creation´s Tiny Mystery, Earth Science Associates, Mei 1992, blz. 214.
  208. Larry Vardiman, Andrew A. Snelling, Eugene F. Chaffin, Radioisotopes and the age of the Earth, Vol. 2, Institute for Creation Research, El Cajon, CA, 2005, blz. 101-207.
  209. Don DeYoung, Thousands . not Billions, Challenging an Icon of Evolution, Master Books, 2005.
  210. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  211. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  212. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  213. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  214. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  215. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  216. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  217. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  218. Robert V. Gentry, Creation´s Tiny Mystery, Earth Science Associates, Mei 1992, blz. 214.
  219. Larry Vardiman, Andrew A. Snelling, Eugene F. Chaffin, Radioisotopes and the age of the Earth, Vol. 2, Institute for Creation Research, El Cajon, CA, 2005, blz. 101-207.
  220. Don DeYoung, Thousands . not Billions, Challenging an Icon of Evolution, Master Books, 2005.
  221. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  222. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  223. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  224. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  225. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  226. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  227. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  228. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  229. Robert V. Gentry, Creation´s Tiny Mystery, Earth Science Associates, Mei 1992, blz. 214.
  230. Larry Vardiman, Andrew A. Snelling, Eugene F. Chaffin, Radioisotopes and the age of the Earth, Vol. 2, Institute for Creation Research, El Cajon, CA, 2005, blz. 101-207.
  231. Don DeYoung, Thousands . not Billions, Challenging an Icon of Evolution, Master Books, 2005.
  232. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  233. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  234. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  235. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  236. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  237. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  238. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  239. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  240. Robert V. Gentry, Creation´s Tiny Mystery, Earth Science Associates, Mei 1992, blz. 214.
  241. Larry Vardiman, Andrew A. Snelling, Eugene F. Chaffin, Radioisotopes and the age of the Earth, Vol. 2, Institute for Creation Research, El Cajon, CA, 2005, blz. 101-207.
  242. Don DeYoung, Thousands . not Billions, Challenging an Icon of Evolution, Master Books, 2005.
  243. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  244. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  245. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  246. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  247. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  248. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  249. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  250. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  251. Robert V. Gentry, Creation´s Tiny Mystery, Earth Science Associates, Mei 1992, blz. 214.
  252. Larry Vardiman, Andrew A. Snelling, Eugene F. Chaffin, Radioisotopes and the age of the Earth, Vol. 2, Institute for Creation Research, El Cajon, CA, 2005, blz. 101-207.
  253. Don DeYoung, Thousands . not Billions, Challenging an Icon of Evolution, Master Books, 2005.
  254. In het volgende gebruikte afkortingen: IT = ijzertijd; LBT = late bronstijd.
  255. Weill identificeerde ze als graven en duidde ze aan met T1 en T2. Deze duiding is echter omstreden. Andere archeologen houden deze kamers voor kelders uit de tijd van de tweede tempel, aangezien ze lijken op door Bliss & Dickie verder zuidelijk gevonden kelders. Ten slotte heeft Jeffrey Zorn zich voor een identificatie met graven van het Davidische huis uitgesproken (Zorn 2012).
  256. Een verklaring voor deze verschillende bouwwijzen zou II Kr. 32:5 kunnen leveren. Toen Hizkia in de 8e eeuw de Millo liet verbeteren wist men wellicht niets meer over de oorspronkelijke bouwwijze met de eraan ten grondslag liggende terrassenconstructie en legde men domweg alleen nog maar stenen in lagen over elkaar heen.
  257. Cahill steunt hierbij inzonderheid op een door Shiloh in Square B4 loodrecht de structuur in gegraven schacht, waaruit zij zowel de architectonische eenheid van onderconstructie en steenmantel afleidt alsook de terminus post quem (tussen LBT II en IT I) voor hun bouw (Cahill 2003).
  258. Proto-Aeolische (ook proto-Ionisch genoemd) kapitelen zijn in Samaria, Megiddo, Hazor en Ramat Rachel gevonden. Ze verbeelden een gestileerde palm, lijken in nauwe betrekking tot het koningshuis te staan en dateren naar de traditionele chronologie in de 10e-9e eeuw en naar Finkelsteins low chronology in de 9e-8e eeuw (Keel 2007). Interessant is dat Macalister al in 1903 een brokstuk van zo’n kapiteel ook in Gezer heeft gevonden (Macalister 1904).
  259. Faust laat in zijn artikel zien dat ook Mazar David eigenlijk in IT IIa plaatst en merkt op dat men alle ontwikkelingen en veranderingen die IT IIa met zich meebrengt en die gewoonlijk met het ontstaan van het koningschap in Israël wordt verbonden zou verliezen als men David en zijn paleis naar IT I verschuift. Men zou dan wel een monumentaal gebouw hebben, maar verder niets (Faust 2010).
  260. Sikkema, R., 2017, ‘Samen ten strijde tegen evolutionisme’, Nederlands Dagblad 73 (19.568): 7.
  261. Vanmorgen nog niet in de krant verschenen, officiële bronvermelding volgt.
  262. Dank aan de medewerkers van de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de hulp bij het vinden van enige literatuur.
  263. Joel Kramer, 2016, The Oldest Yahweh Inscription, https://vimeo.com/194261818.
  264. Robert B. Redford, 1992, Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, Princeton University Press
  265. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  266. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  267. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  268. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  269. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  270. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  271. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  272. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  273. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  274. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  275. Dank aan de medewerkers van de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de hulp bij het vinden van enige literatuur.
  276. Joel Kramer, 2016, The Oldest Yahweh Inscription, https://vimeo.com/194261818.
  277. Robert B. Redford, 1992, Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, Princeton University Press
  278. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  279. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  280. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  281. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  282. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  283. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  284. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  285. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  286. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  287. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  288. Dank aan de medewerkers van de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de hulp bij het vinden van enige literatuur.
  289. Joel Kramer, 2016, The Oldest Yahweh Inscription, https://vimeo.com/194261818.
  290. Robert B. Redford, 1992, Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, Princeton University Press
  291. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  292. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  293. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  294. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  295. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  296. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  297. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  298. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  299. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  300. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  301. Dank aan de medewerkers van de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de hulp bij het vinden van enige literatuur.
  302. Joel Kramer, 2016, The Oldest Yahweh Inscription, https://vimeo.com/194261818.
  303. Robert B. Redford, 1992, Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, Princeton University Press
  304. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  305. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  306. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  307. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  308. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  309. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  310. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  311. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  312. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  313. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  314. Dank aan de medewerkers van de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de hulp bij het vinden van enige literatuur.
  315. Joel Kramer, 2016, The Oldest Yahweh Inscription, https://vimeo.com/194261818.
  316. Robert B. Redford, 1992, Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, Princeton University Press
  317. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  318. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  319. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  320. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  321. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  322. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  323. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  324. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  325. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  326. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  327. Dank aan de medewerkers van de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de hulp bij het vinden van enige literatuur.
  328. Joel Kramer, 2016, The Oldest Yahweh Inscription, https://vimeo.com/194261818.
  329. Robert B. Redford, 1992, Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times, Princeton University Press
  330. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  331. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  332. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  333. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  334. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  335. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  336. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  337. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  338. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  339. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  340. Bell, P.R., Campione, N.E., Persons, W.S., Currie, P.J., Larson, P.L., Tanke, D.H., Bakker, R.T., 2017, Tyrannosauroid integument reveals conflicting patterns of gigantism and feather evolution, Biology Letters 13 (6): 1-5.
  341. Voor deze samenvatting gebruikte ik de volgende nieuwsberichten: http://globalnews.ca/news/3506400/tyrannosaurus-rex-fossil-skin-scales-university-of-alberta/, http://www.sciencemag.org/news/2017/06/world-s-only-fossils-t-rex-skin-suggest-it-was-covered-scales-not-feathers en https://www.washingtonpost.com/amphtml/news/speaking-of-science/wp/2017/06/06/tyrannosaurus-rex-had-scaly-skin-and-wasnt-covered-in-feathers-a-new-study-says/.
  342. Vries, D.R. de, 2016, T. rex. Trix in Naturalis (Amsterdam: Leopold).
  343. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  344. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  345. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  346. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  347. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  348. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  349. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  350. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  351. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  352. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  353. Bell, P.R., Campione, N.E., Persons, W.S., Currie, P.J., Larson, P.L., Tanke, D.H., Bakker, R.T., 2017, Tyrannosauroid integument reveals conflicting patterns of gigantism and feather evolution, Biology Letters 13 (6): 1-5.
  354. Voor deze samenvatting gebruikte ik de volgende nieuwsberichten: http://globalnews.ca/news/3506400/tyrannosaurus-rex-fossil-skin-scales-university-of-alberta/, http://www.sciencemag.org/news/2017/06/world-s-only-fossils-t-rex-skin-suggest-it-was-covered-scales-not-feathers en https://www.washingtonpost.com/amphtml/news/speaking-of-science/wp/2017/06/06/tyrannosaurus-rex-had-scaly-skin-and-wasnt-covered-in-feathers-a-new-study-says/.
  355. Vries, D.R. de, 2016, T. rex. Trix in Naturalis (Amsterdam: Leopold).
  356. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  357. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  358. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  359. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  360. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  361. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  362. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  363. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  364. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  365. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  366. Bell, P.R., Campione, N.E., Persons, W.S., Currie, P.J., Larson, P.L., Tanke, D.H., Bakker, R.T., 2017, Tyrannosauroid integument reveals conflicting patterns of gigantism and feather evolution, Biology Letters 13 (6): 1-5.
  367. Voor deze samenvatting gebruikte ik de volgende nieuwsberichten: http://globalnews.ca/news/3506400/tyrannosaurus-rex-fossil-skin-scales-university-of-alberta/, http://www.sciencemag.org/news/2017/06/world-s-only-fossils-t-rex-skin-suggest-it-was-covered-scales-not-feathers en https://www.washingtonpost.com/amphtml/news/speaking-of-science/wp/2017/06/06/tyrannosaurus-rex-had-scaly-skin-and-wasnt-covered-in-feathers-a-new-study-says/.
  368. Vries, D.R. de, 2016, T. rex. Trix in Naturalis (Amsterdam: Leopold).
  369. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  370. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  371. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  372. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  373. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  374. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  375. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  376. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  377. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  378. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  379. Bell, P.R., Campione, N.E., Persons, W.S., Currie, P.J., Larson, P.L., Tanke, D.H., Bakker, R.T., 2017, Tyrannosauroid integument reveals conflicting patterns of gigantism and feather evolution, Biology Letters 13 (6): 1-5.
  380. Voor deze samenvatting gebruikte ik de volgende nieuwsberichten: http://globalnews.ca/news/3506400/tyrannosaurus-rex-fossil-skin-scales-university-of-alberta/, http://www.sciencemag.org/news/2017/06/world-s-only-fossils-t-rex-skin-suggest-it-was-covered-scales-not-feathers en https://www.washingtonpost.com/amphtml/news/speaking-of-science/wp/2017/06/06/tyrannosaurus-rex-had-scaly-skin-and-wasnt-covered-in-feathers-a-new-study-says/.
  381. Vries, D.R. de, 2016, T. rex. Trix in Naturalis (Amsterdam: Leopold).
  382. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  383. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  384. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  385. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  386. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  387. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  388. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  389. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  390. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  391. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).
  392. Bell, P.R., Campione, N.E., Persons, W.S., Currie, P.J., Larson, P.L., Tanke, D.H., Bakker, R.T., 2017, Tyrannosauroid integument reveals conflicting patterns of gigantism and feather evolution, Biology Letters 13 (6): 1-5.
  393. Voor deze samenvatting gebruikte ik de volgende nieuwsberichten: http://globalnews.ca/news/3506400/tyrannosaurus-rex-fossil-skin-scales-university-of-alberta/, http://www.sciencemag.org/news/2017/06/world-s-only-fossils-t-rex-skin-suggest-it-was-covered-scales-not-feathers en https://www.washingtonpost.com/amphtml/news/speaking-of-science/wp/2017/06/06/tyrannosaurus-rex-had-scaly-skin-and-wasnt-covered-in-feathers-a-new-study-says/.
  394. Vries, D.R. de, 2016, T. rex. Trix in Naturalis (Amsterdam: Leopold).
  395. De naam Soleb wordt verschillend geschreven in diverse bronnen.
  396. Michela Schiff Giorgini, et al. 1965, Soleb I, Firence, Sansoni
  397. Kenneth R. Cooper, 2005, fsShasu! Who? – The Shahu of Palestine in Egyptian Texts, Evangelical Theological Society. Hij begint zijn artikel met een opmerking over de uitspraak van de term als het geluid dat je maakt als je moet niezen.
  398. Charles Aling & Clyde Billington, 2010, The Name Yahweh in Egyptian Hieroglyphic Texts http://www.biblearchaeology.org/post/2010/03/08/The-Name-Yahweh-in-Egyptian-Hieroglyphic-Texts.aspx.
  399. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  400. Timothy P. Mahony (met Steven Law), 2015, Patterns of Evidence – Exodus, A Filmmaker’s Journey, Broadstreet Publishing.
  401. https://en.wikipedia.org/wiki/Eighteenth_Dynasty_of_Egypt.
  402. http://farao.egypte-alles-over.nl/dynastie_18_09_Amenhotep3.html.
  403. https://webshop.logos.nl/winkel/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.
  404. https://en.wikipedia.org/wiki/New_Chronology_(Rohl).