Iets meer dan 50 jaar geleden ontdekten mensen een deel van een skelet dat de naam ‘Lucy’ zou krijgen. Volgens sommige evolutionisten is dit skelet afkomstig van een soort die zij beschouwen als de beste kandidaat als voorouder van de mens. In dit artikel wordt kritisch gekeken naar deze beweringen rondom ‘Lucy’. Volgens onderzoeker Peter Line waren Lucy en haar mede australopithecinae slechts een unieke groep van primaten, geen voorouders van de mens.

© Izanbar | Dreamstime.com
De wereldberoemde ‘Lucy’ werd ontdekt in Ethiopië in 1974. De officiële naam van het ongeveer 1 meter lange, gedeeltelijke skelet (zie figuur 1) is AL288-1. Het werd gedateerd op zo’n 3.2 miljoen jaar geleden en kreeg de classificatie Australopithecus afarensis. Zelfs nu, 50 jaar later, geloven evolutie experts zoals Zeresenay Alemseged en Bernard Wood dat dit de beste kandidaat is als voorouder van de genus Homo. 1
Het april nummer van Science (4 april 2024) toonde op de omslag een reconstructie van hoe het beroemde Lucy fossiel eruit zou hebben kunnen zien. Het opschrift van de foto luidde: “Lucy op haar 50ste: een voorouder van ons allen heerst niet langer alleen.” De vooringenomenheid in de manier waarop zij als een ‘aapmens’ (aapvrouw?) is afgebeeld, is overduidelijk. Het wordt afgebeeld met kenmerken als dun haar aan de voorkant van het lichaam, een rechtop lopende houding en mensachtige ogen (namelijk met prominent oogwit, wat de meeste niet-menselijke wezens, inclusief de meeste chimpansees niet hebben.)
Dat nummer bevat een artikel met de titel “Lucy’s world” (“De wereld van Lucy”), geschreven door Ann Gibbons. 2 Het artikel richtte zich op Lucy, maar keek ook naar andere vermeende homininen, met name andere soorten uit het geslacht Australopithecus die zouden hebben geleefd rond dezelfde tijd als Lucy’s soort (zie kader “Wat zegt een naam?”, beneden).
Liep Lucy rechtop?
A. afarensis was aapachtig en gemaakt voor een leven in bomen.3 Desondanks doet Lucy sommige evolutionisten watertanden omdat zij volgens hen een ‘verplicht’ tweevoeter was. Dat wil zeggen dat ze per gewoonte rechtop liep, op twee benen.
Maar, ook al zou dat zo zijn, wat dan nog? De Bijbel spreekt niet over de voortbewegingsmogelijkheden van primaten. Maar als God ze heeft ontworpen met twee benen, dan is het overduidelijk dat die bedoeld zijn om op de een of andere manier te lopen. Als God mensen gemaakt heeft om regelmatig rechtop te lopen, waarom zou Hij niet een variatie op een vergelijkbaar ontwerppatroon kunnen toepassen voor niet-menselijke primaten? Alle levende apen zijn optionele tweevoeters. Ze kiezen er soms voor om op twee benen te lopen, als reactie op bepaalde omstandigheden, in plaats van uit gewoonte. Het is dus niet hun algemene of gebruikelijke manier van voortbewegen. Dit wordt ook wel facultatieve tweevoetigheid genoemd.
Gemaakt voor de bomen

Figuur 1. Replica van het gedeeltelijke skelet Australopithecus afarensis Lucy (AL 288-1) , tentoongesteld bij het American Museum of Natural History, in New York, 2009.
envato elements | Giallo Photo Peter Line
Er bestaat echter grote twijfel of Lucy, het paradepaardje van de evolutionisten, wel de anatomische bouw had om – net als mensen – een obligate tweevoeter te zijn. Je zou denken dat hiervoor een minimale vereiste is dat ze een stabiele houding kon aannemen tijdens het rechtop staan. Maar, volgens paleoantropoloog Glen Conroy is het zo dat:
“De dwarsdoorsnede van [Lucy’s] wervels in de onderrug, met name de lenden- en heiligbeenwervels [fig. 2], zijn ook buitengewoon klein, wat suggereert dat ze niet waren aangepast aan het dragen van zware lasten die horen bij een volledig rechtopstaande houding.”4
Ook zijn de sacrotuberale banden, banden die het heiligbeen met het zitbeen van het bekken verbinden, sterk ontwikkeld bij mensen. Deze ligamenten helpen om “het SI-gewricht te stabiliseren als het lichaam rechtop staat”. Kenmerken van het heiligbeen bij A. afarensis [Lucy’s heiligbeen] suggereren dat het ontbreekt aan goed ontwikkelde sacrotuberale ligamenten.”5 Zoals Conroy stelt: “Dit impliceert een minder goed ontwikkeld mechanisme voor sacroiliacale stabilisatie wanneer de romp zich in opgerichte positie bevindt.” (Zie voetnoot 4) Het ilium van Lucy’s heupbeen (witte pijl, fig. 2) geeft aan dat de voortbeweging van A. afarensis uniek was:

Figuur 2. Een replica van het bekken van een volwassen, vrouwelijke moderne mens, gezien boven een gipsafdruk van Lucy’s gereconstrueerde bekken (witte pijl = ilium). Let op de kleinere dwarsdoorsnede van Lucy’s heiligbeen in vergelijking met dat van mensen (rode pijlen), wat suggereert dat het niet gebouwd was om de zware lasten te dragen die gepaard gaan met obligaat rechtop lopen en/of een volledig rechtopstaande houding.
Foto Peter Line
“De iliacale bladen blijven echter relatief coronaal georiënteerd, wat het vermogen van de bilspieren om de romp in evenwicht te houden tijdens een volledige standfase in gevaar kan hebben gebracht. Deze en andere kenmerken hebben ertoe geleid dat verschillende onderzoekers unieke vormen van kinematica (bewegingspatronen) tijdens tweevoetig lopen hebben voorgesteld.”6
Maar Lucy’s bovenarmen waren erg sterk, wat consistent is met veel door de bomen heen slingeren. En hoewel ze in staat was om rechtop te lopen, was ze daar veel minder efficiënt in dan mensen, waardoor ze geen lange afstanden lopend zou kunnen afleggen.7
Onderzoeken van de schouderbladen van volwassen en juveniele A. afarensis waren ook consistent met veel klimmen. Onderzoeken toonden ook aan dat de ontwikkeling van deze botten aapachtig was.8. Ten slotte lijkt het erop dat Lucy waarschijnlijk is overleden aan een val uit een hele hoge boom. Dat blijkt uit duidelijke breuken in haar botten.9
Het lijkt er daarom op dat de beweringen aangaande Lucy’s obligate tweevoetigheid nogal overdreven zijn. De beste kandidaat die evolutionisten hebben als voorouder van Homo is dus slechts een zoveelste uitgestorven aapachtige primaat, die voornamelijk in bomen leefde en de optie had om soms op twee voeten te lopen. Ik noem de australopithecinae liever geen apen, hoewel ze aapachtig zijn (zie figuur 3), aangezien het er op lijkt dat zij een aparte groep van primaten vormden. Ze staan inderdaad verder af van zowel Afrikaanse apen als van mensen wat betreft de meeste kenmerken van de anatomie van hun skelet. Verder nog dan dat apen en mensen van elkaar af staan.10
Gibbons — meer rechtopstaand dan anderen

Figuur 3. Schedel afgietsel van een een volwassen (vermoedelijk mannelijke) Australopithecus afarensis (AL 444-2) afkomstig uit Hadar, Ethiopië, ontdekt in 1992 (vermeende datering ~3.0 miljoen jaar geleden). Geschatte schedelinhoud 550 cc. Erg aapachtig voorkomen.
Foto Peter Line
De tweevoetigheid van Lucy wordt vaak vergeleken met dat van chimpansees, omdat dit zogenaamd de meest nauw verwante evolutionaire familieleden van mensen zijn. Echter, de “kleinere apen” – de gibbons (hylobatids), zijn ogenschijnlijk meer tweevoetig dan chimpansees of enig andere grote aap.11 En dat ondanks het feit dat ze verder van mensen af staan in de vermeende evolutionaire stamboom. Volgens Rosen en anderen:
“Toch kunnen we ook niet voorbijgaan aan deze gegevens die aantonen dat hylobatiden – de enige primaten in onze studie met een lange lendenstreek en een orthograde [verticale] lichaamshouding, essentiële kenmerken voor rechtop lopen bij de mens … – vaker en over langere afstanden tweevoetig voortbewegen dan de andere niet-menselijke primaten … .”12
De schrijvers stellen verder dat:
“Deze aanwijzingen duiden er voorlopig op dat de mens en hylobatiden de voorouderlijke lichaamsvorm weerspiegelen met betrekking tot lumbale mobiliteit en positiegedrag … . Als dat waar is, dan evolueerden de korte, stijve lendenen en de daarmee samenhangende terrestrische knokkel-lopen voortbeweging parallel in Pan [chimpansees] en Gorilla zoals sommigen hebben verondersteld … .” (Zie voetnoot 12).
Kort gezegd: mensen en gibbons (die zelfs op twee voeten kunnen rennen13) hebben meer met elkaar gemeen, wat betreft rechtopstaande lichaamshouding en tweevoetigheid, dan dat elk van hen gemeen heeft met grote apen zoals chimpansees. Dit maakt een nu al zeer rommelig evolutionair scenario nog minder houdbaar.
Een andere fatale klap tegen het idee dat ’tweevoetigheid gelijk is aan mensachtig’ (bijv. aapmens) is dat fossiele apen/primaten in Europa waren gemaakt voor een of andere vorm van tweevoetigheid, maar niet worden gezien as mensachtigen.14 Tracy Kivell, bijvoorbeeld, beschreef de uitgestorven grote aap Danuvius guggenmosi met kenmerken als:
“… voorarmen, geschikt voor het leven in bomen, die alle levende apen, inclusief mensen, nog steeds hebben; lagere ledematen geschikt voor uitgestrekte houdingen, zoals die gebruikt door orang-oetangs wanneer ze op twee voeten door de bomen gaan… ; en verdere specialisatie van zulke kenmerken in de onderste ledematen van de mens, waardoor ze gebruikelijk met twee voeten op de grond kunnen voortbewegen.”15
D. guggenmosi is zogenaamd 11.62 miljoen jaar oud op de evolutionaire tijdschaal.16 Dat zou betekenen dat tweevoetigheid al miljoenen jaren eerder dan de eerste veronderstelde mensachtige bestond. En dus, waarom zouden tweevoetige kenmerken in de australopithecinae uit Afrika zeggen dat zij mensachtigen waren?
Maar Lucy’s voeten dan?
Er wordt beweerd dat botten van de voet van A. afarensis erop wijzen dat het, net als mensen, een boog in de lengte had en een non-grasping adducted hallux (grote teen in lijn met andere tenen). Het fossiele bewijs voor deze bewering is echter op zijn best dubbelzinnig. De beweringen zijn grotendeels gebaseerd op de mensachtige fossiele voetafdrukken in een laag vulkanisch as, te vinden bij locaties G en S bij de Laetoli afgravingen in het noorden van Tanzania.17
Zoals ik ergens anders heb besproken is de meest logische verklaring voor de Laetoli voetafdrukken dat locaties G en S zijn gemaakt door werkelijke mensen (namelijk, nakomelingen van Adam en Eva). Zie voetnoot 17. Dit is consistent met eerdere analyses, gedaan door onder andere Russel Tuttle, die concludeerde dat de afdrukken van locatie G “niet te onderscheiden zijn van die van moderne mensen met de gewoonte om barrevoets te lopen, op een rustig tempo.”18 Desalniettemin zal geen enkele evolutionaire paleoantropoloog toegeven dat de voetafdrukken bij locaties G en S door mensen zijn gemaakt, aangezien de laag waarin deze gevonden worden gedateerd wordt op 3.66 miljoen jaar geleden. Dat is bijna een miljoen jaar voordat er enige mens, inclusief Homo erectus, wordt verondersteld aanwezig te zijn. Als ze dit zouden toegeven zou hun evolutionaire verhaallijn instorten.
Echter, meer recentelijk opnieuw geanalyseerde voetafdrukken bij Laetoli locatie A missen die mensachtige kenmerken. Het lijkt erop dat degene die deze aapachtige afdrukken achterliet, op een vreemde tweevoetige manier liep. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig van een optioneel tweevoetige australopithecine, misschien A. afarensis (Lucy’s soort). Zie voetnoot 17.
Het is ook nog de vraag of het gedeeltelijke skelet van de grote, mannelijke A. afarensis KSD-VP-1/1 een andere soort vertegenwoordigt.19 Naar mijn mening vertegenwoordigd dit fossiel waarschijnlijk Homo erectus (dus, een mens). Maar vanwege zijn veronderstelde leeftijd van 3.6 miljoen jaar geleden is deze mogelijkheid ondenkbaar voor evolutionisten20, aangezien ook dit hun scenario tegenspreekt.
Enkel afgaand op de uiterlijke verschijning zijn de schedels van australopithecinae aapachtig. Hun fossiele resten laten er geen twijfel over bestaan dat ze zich thuis voelden in de bomen. Verder, ook al zouden we omwille van het argument even toestaan dat sommige australopithecinae het vermogen hadden om op een of andere manier rechtop te lopen of een rechtopstaande houding konden aannemen, op de grond of in de bomen: Dat betekent net zo min dat ze op hun weg waren om mensen te worden als dat het geval was bij de uitgestorven, in bomen levende ’tweevoetige’ apen/primaten in Europa, zoals D. guggenmosi. Of wat dat betreft, net zo min als levende Gibbons dat zijn.

© Picsfive | Dreamstime.com
Van Homo habilis wordt beweerd dat het de volgende is op de menselijke lijn, een veronderstelde nakomeling van A. afarensis. Naar mijn inschatting lijkt het erop dat H. habilis een fantoomsoort is. Dat wil zeggen, een samengestelde soort die bestaat uit voornamelijk australopithecinae fossielen, maar ook een paar resten van H. erectus (een robuust mens), samengebundeld en voorgesteld als een aparte soort van ‘aapmens’. (Sommige evolutionisten plaatsen de meesten van hen in dezelfde groep als Australopithecus.)
Ik heb verschillende schedels onderzocht die een connectie hebben met H. habilis. Sommigen daarvan tonen verwantschap met de australopithecine soort A. africanus (zoals StW 53, KNM-ER 1813, OH 13), terwijl andere schedels (zoals KNM-ER 1470, KNM-ER 1805, OH 7, OH 24) waarschijnlijk ook kunnen worden ondergebracht binnen de genus Australopithecus, breed gedefinieerd om de robuuste australopithecinae te omvatten. Dit kan binnen een bestaande soort zijn, of misschien binnen een soort die nog een naam moet krijgen.21
Zouden enige van deze voorbeelden efficiënter op twee voeten hebben kunnen lopen dan Lucy? Er zijn maar weinig aan H. habilis toegeschreven vondsten van craniodentale botten (schedel en tanden) met bijbehorende botten van de rest het skelet. Waar wel aanwezig (zoals bij OH 62 en KNM-ER 3735) worden de resten omschreven als “tergend incompleet”, en zijn de verhoudingen van de ledematen net als die van Lucy of zelfs nog meer aapachtig.22

Figuur 4. Schedel van een volwassen (waarschijnlijk mannelijke) Australopithecus anamensis MRD-VP-1/1 afkomstig uit Woranso-Mille, Ethiopië, ontdekt in 2016 (vermeende datering ~3.8 miljoen jaar geleden). Geschatte schedel inhoud 365 tot 370 cc. Tegenwoordig denken sommigen dat dit exemplaar gewoon een variatie is binnen A. afarensis.
Foto Peter Line
Toen Lucy werd ontdekt kreeg ze de genus- en soortnaam Australopithecus afarensis (‘zuidelijke aap uit de Afar regio van Ethiopië’).
Er zijn verschillende soorten australopithecine, maar misschien niet zoveel als men zou denken. In een recente publicatie reduceert paleoantropoloog Zeresenay Alemseged het aantal soorten Australopithecus tot “waarschijnlijk” vijf (te weten Australopithecus afarensis, A. africanus, A. garhi, A. platyops, en A. sediba).23 Alemseged reclassificeerd de soorten anamensis (fig. 4), bahrelghazali, en deyiremeda als behorend tot Lucy’s soort, A. afarensis. Hij beschouwt alle robuuste australopithecinae als een aparte monophyletische (dezelfde gemeenschappelijke voorouder delende) genus, Paranthropus. (Zie voetnoot 1.) Hij denkt ook dat Australopithecus prometheus het beste kan worden verklaard als een variatie binnen de soort A. africanus.

Figuur 5. Schedel van een volwassen (sekse onbekend) Kenyanthropus platyops KNM-WT 40000 afkomstig uit West Turkana, Kenia, ontdekt in 1999 (vermeende datering ~3.5 miljoen jaar geleden). Sommigen denken dat dit slechts een vervormd A. afarensis exemplaar is.
Foto Peter Line
Ook hernoemt hij Kenyanthropus platyops (fig. 5) tot Australopithecus platyops (voetnoot 1.) Er is ook wel voorgesteld dat de verpletterde schedel van K. platyops een “kapotgeslagen A. afarensis” betreft.24 In dat geval zou het aantal soorten verder omlaag gaan.
Trouwens, sommige experts hebben A. sediba afgedaan als een “slechts een beetje afgeleide (en onverwacht late) afstammeling of vertegenwoordiger van A. africanus”.25
Conclusie
Een halve eeuw nadat Lucy haar gevierde debuut maakte, zijn evolutionisten niet dichter tot een levensvatbaar verhaal gekomen over ‘menselijke evolutie’ op basis van fossielen. Het fossiele verslag blijft consistent met de visie dat Lucy en haar mede australopithecinae een unieke groep primaten waren, geen voorouders van mensen.
Bronvermelding
Met toestemming overgenomen van Creation.com en vertaald. Geschreven door Peter Line. Oorspronkelijk gepubliceerd op 4 december, 2024 en bijgewerkt op 9 januari, 2025. Lees hier het originele artikel.
Voetnoten
- Gibbons, A., Lucy’s World, Science, 384:24–25, 2024.
- Gibbons, zie voetnoot 1, pagina’s 20–25.
- Stern, J.T. and Susman, R.L., The locomotor anatomy of Australopithecus afarensis, American J. Physical Anthropology, 60:308, 1983.
- Conroy, G.C. and Pontzer, H., Reconstructing Human Origins (Third Edn), W.W. Norton & Company, New York, p. 283, 2012.
- Conroy et al., zie voetnoot. 4, pp. 283–284.
- Richmond, B.G. and Hatala, K.G., Origin and evolution of human postcranial anatomy (Ch. 10), in: Begun, D.R. (Ed.), A Companion to Paleoanthropology, Wiley-Blackwell, West Sussex, UK, p. 193, 2013.
- Williams, S., 3.2 million-year-old human ancestor Lucy was a tree climber, new evidence suggests, hub.jhu.edu, 1 Dec 2016.
- Green, D.J. and Alemseged, Z., Australopithecus afarensis scapular ontogeny, function, and the role of climbing in human evolution, Science 338(6106):514–517, 26 Oct 2012.
- Kappelman, J. et al., Perimortem fractures in Lucy suggest mortality from fall out of tall tree, Nature 537:503–507, 29 Aug 2016.
- Oxnard, C., Fossils, Teeth and Sex: New Perspectives on Human Evolution, Hong Kong University Press, Hong Kong, p. 227, 1987.
- Rosen, K.H., Jones, C.E., and DeSilva, J.M., Bipedal locomotion in zoo apes: Revisiting the hylobatian model for bipedal origins, Evolutionary Human Sciences 4:e12, pp. 1, 5, 2022.
- Rosen et al., ref. 11, pp. 6–7.
- Britannica, Theories of bipedalism, britannica.com, 5 Sep 2023.
- Line, P., Bipedal apes, australopithecines and human evolution, creation.com/bipedal-apes, 17 Apr 2020.
- Line, P., Bipedal apes, australopithecines and human evolution, creation.com/bipedal-apes, 17 Apr 2020.
- Böhme, M. et al., A new Miocene ape and locomotion in the ancestor of great apes and humans, Nature 575:489–493, 2019.
- Line, P., Developments in paleoanthropology no. 2, J. Creation 36(1):93–95, 2022; creation.com/dev-paleo-2.
- Tuttle, R.H., Apes and Human Evolution, Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, p. 246, 2014.
- Cartmill, M. and Smith, F.H., The Human Lineage (2nd Edn), Wiley-Blackwell, Oxford, UK, p. 172, 2022.
- Line, P., He ain’t my brother: no apparent family ties between Big Man and Lucy, creation.com/big-man-and-lucy, 23 Sep 2010.
- Line, P., Homo habilis, Chapter 13; in: Bergman, J., Line, P., Tomkins, J. and Biddle, D. (Eds.), Apes as Ancestors: Examining the Claims about Human Evolution, BP Books, Tulsa, OK, pp. 169–214, 2020.
- Cartmill and Smith, ref. 19, p. 209.
- Alemseged, Z., Reappraising the palaeobiology of Australopithecus, Nature 617:46, 2023.
- Gibbons, A., Lucy’s World, Science, 384:23, 2024.
- Cartmill and Smith, ref. 19, p. 160.






