“’Maaike! Marijke!’ roept moeder, ‘er is een brief voor jullie.’ De meisjes draaien zich om en Maaike zegt: ‘Een brief, van wie mama?’ ‘Ja, dat vertel ik pas als jullie met mij mee naar binnen gaan. Ik heb de limonade al ingeschonken.’”

Kinderboekenschrijfster Jannie Koetsier-Schokker heeft veel kinderboeken geschreven. Waaronder de ten minste 29-delige serie ‘Maaike en Marijke’. Deze serie verscheen bij uitgeverij De Banier. Ter bespreking ligt het zevende deel voor ons. Het boekje verscheen in 1994 en heeft als titel ‘Maaike en Marijke krijgen een brief’ In dat deel beleven de vriendinnen Maaike en Marijke weer allerlei avonturen zoals het bezoek aan de kinderboerderij met het scheren van schapen, poezen in de wasmachine en een brand in de school. Hoofdzakelijk draait het in dit deel om een brief uit Amerika , met daarin de vraag of Maaike samen met haar vriendin Marijke op vakantie in Amerika willen. Daar wonen namelijk oom Koos en tante Annie. In dit deel draait het om die brief en vol trots presenteren de meiden in de klas dat ze naar Amerika gaan (iets wat in het achtste deel ook daadwerkelijk gebeurt, maar dat is een ander verhaal).

De geschapen wespen

De vader van Maaike heeft een vogelhuisje gemaakt. Helaas huizen er geen vogels in maar wespen. Doordat de wespen een nest maakte in het vogelhuisje konden de vogels er niet meer naar binnen. Ze verwonderen zich over de structuur van het wespennest:

“’Kijk eens,’ zegt vader, ‘allemaal kamertjes. Ze zijn zeshoekig en in ieder kamertje zit een wit larfje. Dat worden allemaal wespen.’ ‘Moet je eens zien hoeveel verschillende lagen er zijn,’ zegt de boswachter. Weten jullie waar de wespen hun nest van maken?’ ‘Nee,’ zeggen Maaike en Marijke. ‘Het lijkt wel papier,’ zegt vader. ‘Ja, dat is het ook,’ zegt de boswachter. ‘Het materiaal is een soort papier, dat de wesp maakt van stukjes droog hout die ze van paaltjes langs de wei, schuttingen, boomstammen en dergelijke afhaalt, met speeksel vermengt en dan heel fijn kauwt. Met dat propje houtbrij vliegen ze terug en ze plakken het dan tegen de bovenkant van het hok. Steeds vliegen ze heen en weer. Elke keer plakken ze het bouwmateriaal met hun kaken vast. Zoals jullie kunnen zien, is het papier grijs.’”

Zo leren de kinderen hoe een wespennest in elkaar steekt. Na deze uitleg zegt de boswachter, die helpt het wespennest te verwijderen: “Wat heeft de Heere de dieren mooi maar ook wonderlijk geschapen.” Daarna heeft de boswachter het ook nog over mieren die in het bos, klein als ze zijn, grote dingen kunnen wegslepen. Zo krijgen kinderen scheppingsverwondering mee. Heel goed en fijn dat de auteur dit verwerkt heeft in haar boek.

Dit boek is nog slechts tweedehands te koop bijvoorbeeld via de website Boekwinkeltjes. Wel wordt dit boek als luisterboek te koop aangeboden in onze webshop.

Het derde deel ‘Maaike en Marijke op ziekenbezoek‘ bevat slechts een kleine verwijzing naar de vroegste geschiedenis. De schrijfster citeert namelijk psalm 134:3 (uit de berijming van 1773).

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘De basisschool op weg naar 2022’ onder leiding van Jan van Meerten.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.