“”Maar ik ga eerst kijken waar Mary is.” Ze trekt haar jas aan en loopt vlug naar buiten. Ze loopt het hek uit, naar het pleintje. Er spelen een paar kinderen. Maar Mary? Mary ziet ze niet. Waar is Mary? Moeder staat stil om haar heen te kijken. Mary loopt toch nooit weg? Maar waar moeder ook kijkt, Mary is en blijft weg. Zou ze toch weggelopen zijn?”

In 1997, al een aantal jaren geleden, verscheen er een kinderboek bij De Banier met als titel Mary – Verhaal voor kleuters. Het boek is geschreven door Nelly Klop-van der Bas en alleen nog tweedehands te verkrijgen via bijvoorbeeld de website Boekwinkeltjes.1 Het is een kinderboek dat om voor te lezen geschikt is voor kleuters en om zelf te lezen geschikt is voor leerlingen uit groep 3 en 4.

Het verhaal

Het boek gaat over een vierjarig meisje, Mary, die samen met haar moeder naar tante Jannie op visite gaat. Wanneer ze op het pleintje achter gaat spelen, komt ze de zesjarige Otto tegen. Otto heeft een plan. Hij vouwt twee bootjes van papier en wil ze gaan testen op het water. Mary en Otto lopen van het pleintje af en gaan richting de rivier om daar het bootje op het water te laten drijven. Mary glijdt echter uit over de gladde stenen aan de kant van de rivier en kneust haar been, ze kan niet meer lopen. Zowel de vader en moeder van Mary en oom Rien en tante Jannie, als ook de vader en moeder van Otto gaan op zoek naar de weggelopen kinderen. Ze vinden hen en brengen hen, na een ziekenhuisbezoek, weer thuis.

Het gebed

Wanneer Mary uitgegleden is kan ze niet meer lopen. Zowel Otto als Mary worden vreselijk bang, want niemand weet dat ze naar de rivier gegaan zijn. Niemand? Mary bidt tot de Heere. Otto, die een kind is van ongelovige ouders is, weet niet wat bidden is en leert het van Mary. Wanneer ze gevonden zijn door hun ouders stelt Mary aan vader en moeder voor om Otto een kinderbijbel te geven zodat hij ook over de Heere Jezus kan lezen. Beide ouders vinden dat een goed idee!

De schepping

De schrijver heeft een mooi en aansprekend verhaal opgeschreven. Het boek is wel in een reformatorisch jargon geschreven en dat zal niet iedereen van onze achterban aanspreken. Wat mooi is, dat is dat Nelly Klop-van der Bas aandacht heeft voor het scheppingsverhaal. Wanneer moeder en Mary een veldboeket aan bloemen plukken voor tante Jannie ontstaat er een gesprekje tussen moeder en Mary. Dit gesprekje gaat als volgt, we citeren van bladzijde 8 tot 9:

“Mamma, kijk eens wat een bloemetjes. Die zijn mooi!” “Weet je, hoe ze heten?” Nee, dat weet Mary nog niet. “Kijk,” zegt moeder “deze witte met dat gele binnenin zijn margrietjes. En deze gele bloemetjes zijn boterbloemen. ”Weet je Wie die gemaakt heeft?” Vraagt moeder aan Mary. “De Heere God, hé, mamma?” “Ja, meisje, de Heere heeft dat allemaal gemaakt. De Heere heeft alles hier op aarde gemaakt.” “De zon ook, hé, mamma?” “Ja, en de maan en de sterren en…” “Mamma, de maan en de sterren zijn er als ik slaap, hé?” “Ja, Mary, de zon voor overdag en de maan en de sterren voor de nacht. Weet je, wat de Heere nog meer gemaakt heeft?” Mary denkt even na en zegt dan: “De bomen en het gras.” “Goed zo,” zegt moeder. “En weet je nog meer?” “O ja, de vogeltjes en de hondjes en de poesjes.” “Ja, alle dieren, hé, Mary? Maar ook alle mensen. Jou en pappa en mamma en iedereen die je ziet.” “En de lucht en de wolken.” “Kijk, Mary, dat is een mooie wolk.” Mary kijkt omhoog en ja hoor, ze ziet die mooie wolk die mamma bedoelt. “Wat is de Heere toch knap, hé, mamma?” “Ja, Mary, God Die alles maakte blijft er ook voor zorgen. Hij zorgt voor jou en mij.” “De Heere ziet ons ook, hé, mamma?” “Ja, Mary.”

Fijn dat de schrijver aandacht heeft voor het scheppingsverhaal en dit kinderlijk eenvoudig in een gesprekje naar voren laat komen. Niet alleen het scheppingsverhaal maar ook wat we in de theologie Gods voorzienigheid noemen. Het gesprekje is alledaags en zou zomaar gevoerd kunnen worden in gezinnen met kleuters. We hopen dat ouders in onze achterban dat ook vaak zullen doen met hun kinderen. Neem de tijd om Gods wondere schepping te bestuderen en daarover te spreken.

Slot

Het boek is aan te raden om voor te lezen aan de kleuters of om de wat oudere kinderen zelf te laten lezen. Wel komt het verhaal soms wat gedateerd over omdat het al in 1997 geschreven is. Woorden als ‘ziekenfondskaart’ en ‘ponskaart’ zijn nu vervangen door ‘zorgpas’ en ‘patiëntenpas’. Deze woorden kunnen tijdens het voorlezen prima in de tekst vervangen worden.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘De basisschool op weg naar 2020’ onder leiding van Jan van Meerten.

Voetnoten

  1. https://www.boekwinkeltjes.nl/su/?qs=&qt=Mary+Verhaal+voor+kleuters&qo=&zip=&dist=0&lang=&tl=&img=0&oud=0&t=1&n=1&prijsvan=0.00&prijstot=.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.