Het aantal jongeren dat van geslacht wil veranderen is enorm toegenomen. Wat houdt zo’n behandeling op dit moment eigenlijk in? Waarom komt daar uit de medische wereld steeds meer kritiek op? En kun je wel echt van geslacht veranderen?
Wat komt er allemaal kijken bij een genderbehandeling? En welke risico’s zijn eraan verbonden? Om dat te begrijpen, moet je eerst weten dat in de puberteit de hersenen hormonen af gaan geven die bericht
geven aan de geslachtsorganen om geslachtshormonen aan te maken: oestrogeen bij meisjes en testosteron bij jongens. Deze hormonen zorgen voor de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken.
Het Dutch protocol
Het Amsterdam UMC ontwikkelde de genderbehandeling, het zogenaamde Dutch Protocol. Dit protocol speelt in de hele wereld een voortrekkersrol en laat de volgende stappen zien.
Stap 1: puberteitsremmers
De eerste stap van het protocol is behandeling met puberteitsremmers, waarmee, ongeveer vanaf 11 jaar, begonnen kan worden. Dit zijn zware medicijnen die nooit voor dit doel ontwikkeld zijn. Puberteitsremmers leggen de productie van oestrogeen of testosteron in de geslachtsorganen stil door het betreffende hormoon in de hersenen te blokkeren. Hierdoor wordt de voortgang van de puberteit geremd en wordt de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken gestopt. Je blijft hangen in het pre puberale stadium of het stadium van de puberteit waar je op dat moment was.
Er zijn een aantal problemen met deze puberteitsremmers:
1. Onvruchtbaarheid.
Als je later kinderen wilt (iets waar de meeste kinderen met genderdysforie helemaal niet mee bezig zijn), moeten zaad- of eicellen zijn ingevroren. Als dat voor de behandeling niet gedaan is, moet de behandeling tijdelijk stop gezet worden, zodat de zaad- of eicelproductie op gang komt.
2. Zwakkere botten
Puberteitsremmers tasten de botsterkte aan.
3. Ontwikkeling van de hersenen
Door het onderdrukken van de geslachtshormonen wordt ook de ontwikkeling van de hersenen beïnvloed. Het is nog onduidelijk wat het effect hiervan op de lange termijn is. Wel hebben studies aangetoond dat puberteitsremmers een negatieve invloed kunnen hebben op onthouden, plannen, redeneren en beslissen. Ook kunnen ze de kans op depressieve symptomen vergroten en meer gedrags- en emotionele problemen opleveren.
Je hoort steeds meer over mensen met genderdysforie. Het ging jarenlang om een heel klein aantal kinderen, meestal jongetjes, die van jongs af aan een meisje wilden zijn. Zij kregen psychologische ondersteuning en het ging meestal over na de puberteit. Maar vanaf 2012 is er ineens een exponentiële toename te zien in de vraag naar transgenderzorg. Wat opvalt is dat er nu 3x zoveel meisjes zijn die van geslacht willen veranderen. Ook blijkt de gemiddelde leeftijd waar de vraag opkomt nu voornamelijk in de puberteit te liggen.
Om deze toename te verklaren gaan verschillende theorieën rond. Een verklaring is dat bijna alle tieners met genderdysforie ook psychische aandoeningen hebben zoals depressie, angst, eetstoornissen, ADHD en autisme. Autisme komt 6x zoveel voor bij kinderen met genderdysforie1. Een andere verklaring is het gebruik van sociale media.
Stap 2: cross-sekse hormonen
Bijna alle jongeren die zijn gestart met puberteitsremmers gaan op 15 à 16-jarige leeftijd door met cross-sekse hormonen, de geslachtshormonen van het gewenste geslacht. Vrouw-naar-man-patiënten krijgen testosteron toegediend. Dat leidt tot de ontwikkeling van mannelijke kenmerken zoals een lage stem en baardgroei. Bij een man-naar-vrouw-transitie krijgen patiënten oestrogeen, wat leidt tot een vrouwelijkere lichaamsvorm.
Voor beide hormonen geldt een hoger risico op hartaanvallen, beroertes3, stemmingswisselingen en depressies.
Stap 3: operaties
Vanaf 18 jaar worden ‘geslachtsaanpassende’ operaties uitgevoerd. Er zijn verschillende mogelijkheden en zeker niet alle transgenders gaan voor (alle) operaties.
- Bij man-naar-vrouw-chirurgie worden de zaadballen weggehaald en kan een soort van ‘vagina’ worden gemaakt. Verder is een borstvergroting mogelijk en kan men de adamsappel minder
prominent maken en het gezicht vervrouwelijken. - Voor vrouw-naar-man-patiënten is de eerste operatie vaak een borstamputatie. Dat mag al vanaf 16 jaar. Dan kan later dus nooit meer borstvoeding gegeven worden. Ook kan men ervoor kiezen om de
baarmoeder en de eierstokken te laten verwijderen. Daarnaast kan er een ‘penis’ worden geconstrueerd met huid uit bijvoorbeeld de onderarm, maar vaak wordt dit achterwege gelaten vanwege problemen daarmee.
De operaties verlenen niet de mogelijkheid van voortplanting en seksualiteit van het andere geslacht. Dat betekent dat het definitief niet meer mogelijk is op natuurlijke wijze kinderen te krijgen. Na de operaties is levenslang hormoongebruik noodzakelijk. De organen die deze hormonen maken zijn er namelijk niet meer. Er is dus geen weg meer terug.
Vraagtekens bij de genderbehandeling
Door de enorme toename van transities begonnen verschillende landen vraagtekens te zetten bij de genderbehandeling. Ze vroegen zich af of zo’n drastische behandeling wel klopte.
In Engeland werd de afgelopen vier jaar een grondige evaluatie van de behandeling van jongeren volgens het Dutch Protocol uitgevoerd. Dit werd geleid door de onafhankelijke en vooraanstaande kinderarts dr. Hilary Cass. Het rapport dat hierover verscheen4, is duidelijk: er is onvoldoende bewijs om het gebruik van medische interventies voor de behandeling van genderdysforie te rechtvaardigen, zowel voor de korte als lange termijn.
In het rapport werd nog opgemerkt dat jonge meiden massaal via sociale media door influencers op onverantwoorde wijze aangezet worden om een transidentiteit aan te nemen en in transitie te gaan. Jongeren worden onder druk gezet afstand te nemen van hun familie. Ook het vaak gehoorde argument dat een transitie levensreddend is, werd definitief de kop ingedrukt. Er is geen bewijs gevonden dat behandeling met puberteitsremmers en hormonen het aantal zelfmoorden vermindert.
Wel is het aantal zelfmoorden na de medische transitie zorgwekkend hoog.
De algehele aanbeveling van het onderzoek was: trek leeftijdsgrens voor eventuele medische behandeling op naar 25 jaar.
Wat dan wel?
Uit onderzoek blijkt dat 80-90 % van de gevallen van genderdysforie van voorbijgaande aard is, kinderen groeien eroverheen5. Het probleem is dat er geen betrouwbare methode is om te achterhalen wie het zal ontgroeien en wie niet. Dan is het eigenlijk niet te rechtvaardigen om op jonge leeftijd hormonale en chirurgische behandelingen uit te voeren die onomkeerbare schade veroorzaken.
Dit heeft geresulteerd in meer nadruk op het belang van een holistische psychotherapeutische behandeling. Vooraanstaande psychiaters wijzen erop dat het beter is om te kijken naar de onderliggende problematiek en de psychische aandoeningen of symptomen te behandelen. Dit wordt ook ondersteund door de gegevens uit het onderzoek van dr. Cass. Tot nu toe zijn er geen behandelingen gevonden die effectiever zijn dan psychotherapie om op de lange termijn de mentale en fysieke gezondheid van kinderen met genderdysforie te verbeteren.
Dit artikel van Leontien Bakermans is geschreven in 2024.
Video’s kijken over dit onderwerp
- M V X Y Over geslacht en gender, identiteit en cultuur – drs. Elise van Hoek (NPV)
- Genderdysforie bij tieners en aspecten van behandeling – Drs. Leontien Bakermans – Logoscongres 2021
Overige aanbevolen literatuur over genderbehandelingen
- https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31473831/
- https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3410522/
- https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32958612/
- https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31581798/
- MC Vlot et al, Effect of pubertal suppression and cross-sex hormone therapy on bone turnover markers and bone mineral apparent density (BMAD) in transgender adolescents, in ScienceDirect, Vol. 95, February 2017, p. 11-19

Dit artikel ‘Medische behandeling van genderdysforie bij kinderen teruggefloten’ is eerder verschenen in nr. 13 van ons magazine Bijbelvast (zie hier de PDF).
Wil je hier meer over weten of je aanmelden voor een gratis abonnement? Bezoek www.logos.nl/bijbelvast.
Voetnoten
- Kaltiala-Heino R, Sumia M, Työläjärvi M, Lindberg N. Two years of gender identity service for minors: overrepresentation of natal girls with severe problems in adolescent development. Child Adolesc Psychiatry Ment Health. 2015 Apr 9;9:9. doi: 10.1186/s13034-015-0042-y. PMID: 25873995; PMCID: PMC4396787.
- Wiepjes, C.M., Nota, N.M., de Blok, C.J.M., Klaver, M., de Vries, A.L.C., Wensing-Kruger, S.A., de Jongh, R.T., Bouman, M.B., Steensma, T.D., Cohen-Kettenis, P., Gooren, L.J.G., Kreukels, B.P.C. & den Heijer, M. (2018). The Amsterdam Cohort of Gender Dysphoria Study (1972-2015): Trends in Prevalence, Treatment, and Regrets. Journal of Sexual Medicine 15 (4).
- NiM. Nota et al., Occurrence of Acute Cardiovascular Events in Transgender Individuals Receiving Hormone Therapy. Circulation 2019;139:1461–1462.
- https://cass.independent-review.uk/home/publications/final-report/
- MK Laidlaw et al., Letter to the Editor: “Endocrine Treatment of Gender-Dysphoric/Gender-Incongruent Persons: An Endocrine Society Clinical Practice Guideline”, The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, Volume 104, Issue 3, March 2019, Pages 686–687.








