Het netvlies van het menselijk oog bevat 126 miljoen pixels (beeldpunten). Een gemiddelde digitale camera van tegenwoordig heeft “slechts” 6 miljoen pixels. De signalen van de pixels in het oog worden eerst door speciale zenuwcellen “gecomprimeerd” en lopen dan over ongeveer 12 miljoen zenuwdraden naar de hersenen. Hierbij moet elke afzonderlijke zenuwdraad verbonden zijn met een bepaalde plaats in de hersenen, opdat het beeld in de hersenen op correcte wijze ontstaat. Deze positionering van de zenuwdraden kan onmogelijk   in een stapsgewijs, toevallig proces zijn ontstaan. Het wordt nog complexer, omdat de draden op weg naar de hersenen gekruist, uitgewaaierd en naar verschillende plaatsen geleid moeten worden.Het netvlies van het menselijk oog bevat 126 miljoen pixels (beeldpunten). Een gemiddelde digitale camera van tegenwoordig heeft “slechts” 6 miljoen pixels. De signalen van de pixels in het oog worden eerst door speciale zenuwcellen “gecomprimeerd” en lopen dan over ongeveer 12 miljoen zenuwdraden naar de hersenen. Hierbij moet elke afzonderlijke zenuwdraad verbonden zijn met een bepaalde plaats in de hersenen, opdat het beeld in de hersenen op correcte wijze ontstaat. Deze positionering van de zenuwdraden kan onmogelijk  in een stapsgewijs, toevallig proces zijn ontstaan. Het wordt nog complexer, omdat de draden op weg naar de hersenen gekruist, uitgewaaierd en naar verschillende plaatsen geleid moeten worden.

Op het netvlies van het menselijke oog wordt het beeld, dat we zien, in elektrisch signalen omgezet. Een zeer groot aantal zenuwdraden leidt de signalen vanaf het netvlies naar verschillende gebieden in de hersenen. Pas in de hersenen ontstaat de waarneming van het beeld.
Hoe is het mogelijk, dat bij de groei van een levend wezen elk afzonderlijk van deze miljoenen zenuwdraden vanaf het netvlies naar de juiste plaats in de hersenen geleid wordt. Is het voor te stellen, dat door “trial and error” langzamerhand elke afzonderlijke zenuwdraad op de juiste plaats aankomt?

Oog

Oog

Oog doorsnede

Oog doorsnede

De gele vlek (de plaats in het oog met de grootste scherpte) bevat ongeveer 15.000 pixel. Hun signalen worden in het netvlies verzameld en naar de hersenen geleid. Het aantal verschillende verbindingsmogelijkheden met de hersenen bedraagt meer dan 10^80 (een één met 80 nullen). Zo groot is ongeveer het aantal atomen in het gehele universum. Nu bevat het netvlies niet slecht 15.000 pixels, maar 126 miljoen. Hun signalen worden weliswaar in het netvlies tot een miljoen gereduceerd, maar een toevallig tot stand komen van de juiste positionering van deze zenuwdraden mag daarom onmogelijk genoemd worden.1

Wanneer men het vermogen om diepte te zien meetelt, wordt alles nog complexer. Om een ruimtelijke indruk door de hersenen te laten aanmaken, moeten beide ogen op hetzelfde onderwerp gericht zijn. De beelden van de beide ogen bevatten op basis van de ruimtelijke verhoudingen systematische verschillen. Uit de verschillen der beeldpunten van de beide ogen berekent het brein de afstand. Dit geschied afzonderlijk voor elk beeldpunt. Indien de zenuwdraden niet exact op de juiste plaats in de hersenen eindigen, is het vermogen om diepte te zien onmogelijk.

Er is zonder twijfel een extreem briljant intelligent wezen nodig, die in het DNA het programma voor de fabricage van zulk een uitermate complexe constructie kon schrijven.2

Voetnoten

  1. David E. Stoltzmann, The Specified Complexity of Retinal Imagery, CRSQ 43/1, Juni 2006, p. 4-12
  2. Wolf-Ekkehard Lönnig, Auge widerlegt Zufalls-Evolution, 2. Auflage, Naturwissenschaftlicher Verlag Köln, 1989, http://www.weloennig.de/AuIEnt.html

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.